Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD2766

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
08-05-2008
Datum publicatie
29-05-2008
Zaaknummer
248492 / KG ZA 08-466
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Stakingsactie. Staking van werknemers van bagage-afhandelaar op Schiphol.

Het recht om te beslissen of en wanneer er wordt gestaakt, vormt één van de belangrijkste voorrechten, die in het kader van art. 6 lid 4 ESH (herzien) aan de vakorganisaties toekomen.

Geen grond voor beperkingen als bedoeld in art. G ESH (herzien), want gevaar voor veiligheid van de reizigers of van het luchtverkeer of voor onaanvaardbare overlast of schade voor derden onvoldoende aannemelijk geworden. Daarbij is mede van belang de toezegging van FNV c.s. dat zij op Schiphol een ploeg gereed zullen houden die onmiddellijk het werk kan hervatten, wanneer dat voor de veiligheid van personen of goederen nodig zal zijn.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2008/162
AR-Updates.nl 2008-0351
JAR 2008, 162
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 248492 / KG ZA 08-466

Vonnis in kort geding van 8 mei 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MENZIES AVIATION (NETHERLANDS) B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

eiseres,

procureur mr. J.M. van Noort,

advocaat mr. R.C. de Mol en mr. E. Melzer te 's-Gravenhage,

tegen

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

FNV BONDGENOTEN,

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

DE UNIE, VAKBOND VOOR INDUSTRIE EN DIENSTVERLENING,

gevestigd en kantoorhoudende te Culemborg,

verweersters, vrijwillig verschenen,

procureur mr. R. van der Stege.

Partijen zullen hierna Menzies en FNV c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het concept van de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- producties van Menzies

- pleitnota en producties van FNV c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 8 mei 2008 vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking.

2. De feiten

2.1. Menzies is werkzaam op Schiphol en verricht daar in opdracht werkzaamheden die bestaan uit het afhandelen van passagiers en bagage, het bevoorraden van vliegtuigen en het verplaatsen (“duwen”) van vliegtuigen.

2.2. Menzies en FNV c.s. voeren reeds geruime tijd onderhandelingen over een nieuwe CAO.

2.3. Op 19 maart 2008 heeft Menzies een eindbod gedaan. FNV c.s. hebben dat eindbod aan hun leden voorgelegd.

2.4. Bij brief van 23 april 2008 (De Unie) en van 24 april 2008 (FNV) hebben FNV c.s. aan Menzies onder meer meegedeeld dat hun leden het eindbod van Menzies hadden afgewezen en hadden besloten tot acties over te gaan. Daarbij hebben FNV c.s. ieder hun eisen nogmaals verwoord en als ultimatum aan Menzies tot 29 april 2008 te 12.00 uur gelegenheid gegeven om op die eisen in te gaan. Tevens hebben FNV c.s. daarbij acties aangekondigd, waaronder “werkstakingen”, “werkonderbrekingen” en “stakingen voor kortere of langere duur”, indien Menzies niet binnen de gestelde termijn op de eisen zou ingaan.

2.5. Bij brief van 29 april 2008 heeft Menzies aan FNV c.s. onder meer geantwoord dat zij niet op het gestelde ultimatum inging.

2.6. Op 2 mei 2008 hebben medewerkers van Menzies op Schiphol een publieksvriendelijke actie gevoerd door aan reizigers tandenborstels voor in de handbagage mee te geven.

2.7. Bij brief van 6 mei 2008 hebben FNV c.s. gezamenlijk aan Menzies meegedeeld dat er vanaf vrijdag 9 mei 2008 te 00.00 uur door hun leden voor onbepaalde tijd gestaakt kon worden.

2.8. Het weekend van 10 en 11 mei 2008 vormt het einde van de meivakantie in Nederland.

3. Het geschil

3.1. Menzies vordert samengevat - het volgende:

(i) Primair moet aan FNV c.s. op straffe van verbeurte van een dwangsom met onmiddellijke ingang worden verboden stakingsacties te voeren;

(ii) Subsidiair moet aan FNV c.s. op straffe van een dwangsom worden bevolen eventuele stakingsacties niet eerder te beginnen dan op woensdag 14 mei 2008 te 12.00 uur, en die acties steeds:

a) één week tevoren schriftelijk en gedetailleerd omschreven aan te kondigen;

b) zodanig te beperken dat 70% van de leden verdeeld over de verschillende functies

aan het werk blijft;

c) maximaal één dag ofwel 24 uur per keer te laten duren;

d) met tussenpozen van tenminste één week ofwel zeven dagen te voeren;

e) buiten de piekperiodes te voeren;

(iii) Meer subsidiair moeten zodanige voorzieningen worden getroffen als de voorzieningenrechter passend en doeltreffend oordeelt.

3.2. FNV c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Vooropgesteld wordt dat het recht van werknemers of hun vertegenwoordigende vakbonden op het voeren van collectieve acties, waaronder begrepen het stakingsrecht, wordt beheerst door de bepalingen van het Europees Sociaal Handvest (ESH), dat in Nederland in zijn oorspronkelijke vorm (thans aangeduid als ESH 1961) van kracht is sedert 22 mei 1980 en in de herziene vorm sinds 1 juli 2006.

In artikel 6 aanhef en onder lid 4 van het ESH (herzien) wordt, in het kader van het recht op collectief onderhandelen, het recht van werknemers of hun vertegenwoordigende vakbonden op collectief optreden erkend in gevallen van belangengeschillen met werkgevers, behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten. Wordt een collectieve actie gedekt door artikel 6 lid 4 ESH (herzien), dan brengt dat mee dat deze in beginsel moet worden geduld als een rechtmatige uitoefening van het in deze verdragsbepaling erkende grondrecht, ondanks de met die actie beoogde en op de koop toe genomen schadelijke gevolgen voor de bestaakte werkgever en derden.

Voor het oordeel dat de staking niettemin onrechtmatig is, is slechts dan plaats, indien zwaarwegende procedureregels (“spelregels”) zijn veronachtzaamd, dan wel indien de actie een zodanige inbreuk maakt op de in artikel G ESH (herzien) aangewezen rechten van derden of algemene belangen, dat beperkingen, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk zijn.

4.2. In dit geval is niet in geschil dat de door FNV c.s. aangezegde stakingsactie een belangengeschil betreft als bedoeld in artikel 6, lid 4, ESH (herzien), zodat de actie in beginsel rechtmatig is.

4.3. Voor zover Menzies heeft gesteld dat door de geplande staking voor haar zelf een schade van grote omvang dreigt, kan dat niet meebrengen dat de staking toch als onrechtmatig aangemerkt zou moeten worden. Het gaat hier om een werkstaking van het normale type, dat wil zeggen een staking die zich richt en zich keert tegen Menzies als werkgever. Het toebrengen van schade is wezenlijk voor het hanteren van het stakingswapen en wordt dan ook gedekt door het recht van artikel 6, lid 4, ESH (herzien). Dit kan anders zijn in geval van misbruik van het stakingsrecht, doch hiervan is niet gebleken. Het enkele feit dat de dreigende schade zeer groot zou kunnen zijn, maakt de actie nog niet onrechtmatig. Menzies heeft het als werkgever immers in haar macht om de dreigende schade te voorkomen door het inwilligen van de gestelde eisen.

4.4. Beoordeeld moet dan worden of de in acht te nemen procedureregels zijn gevolgd. Naar voorlopig oordeel hebben FNV c.s. aan de eisen op dit punt voldaan. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.5. Voor zover Menzies heeft gesteld dat FNV c.s. de stakingsactie niet als uiterste middel (“ultimum remedium”) hebben gebruikt, geldt dat het in geval van collectief onderhandelen in beginsel aan de vakbonden is voorbehouden om zich een oordeel te vormen over de vraag of een collectieve actie wel als uiterste middel is gebruikt en daarmee of die actie al dan niet prematuur is, omdat, zoals het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) van de Raad van Europa herhaaldelijk in zijn “Conclusions” heeft opgemerkt, het recht om te beslissen of en wanneer er wordt gestaakt, één van de belangrijkste voorrechten vormt die in het kader van artikel 6 lid 4 ESH (herzien) aan de vakorganisaties toekomen.

4.6. Niet gesteld of gebleken is dat er in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden, die aanleiding geven om hierover anders te oordelen. Integendeel, Menzies heeft immers ook volgens haar eigen brief van 29 april 2008 - hiervoor onder 2.5 vermeld - een “eindbod” gedaan, waarop zij ook na het door FNV c.s. gestelde ultimatum uitdrukkelijk niet meer wenste terug te komen.

4.7. Anders dan Menzies heeft gesteld, is voldaan aan de procedureregel dat de staking tijdig moet worden aangekondigd. Uit de onder 2.4 vermelde brieven van FNV c.s. blijkt dat reeds op 23 respectievelijk 24 april 2008 een ultimatum met een termijn tot 29 april 2008 was gesteld en dat daarbij uitdrukkelijk de mogelijkheid van werkstakingen na afloop van die termijn was aangezegd. Menzies wist derhalve dat stakingen konden volgen, toen zij op 29 april 2008 antwoordde dat zij niet op het gestelde ultimatum wilde ingaan. Nadat FNV c.s. vervolgens op 2 mei 2008 een publieksvriendelijke actie hadden gevoerd, hebben zij Menzies op 6 mei 2008 medegedeeld dat op 9 mei 2008 te 00.00 uur daadwerkelijk een staking zou beginnen. Onder deze omstandigheden is van een niet-tijdige aankondiging geen sprake.

4.8. Voor zover Menzies verder nog heeft gesteld dat de aanzegging van de staking onnodig vaag was en dat FNV c.s. gedetailleerd hadden moeten aangegeven op welke wijze de acties zouden plaatsvinden, geldt dat in de aanzeggingen van 23 en 24 april 2008 uitdrukkelijk de mogelijkheid van “werkstakingen” en “werkonderbrekingen” was genoemd. Daarmee was duidelijk om wat voor acties het zou gaan. Anders dan Menzies meent, is er geen procedureregel of andere rechtsregel die FNV c.s. verplicht de acties op voorhand in omvang en duur te beperken en daarvan gedetailleerd aankondiging te doen. Voor zover Menzies zich op dit punt beroept op het vonnis van 9 maart 2007 van de Voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam (JAR 2007,85), geldt dat het in die zaak, anders dan in het onderhavige geval, ging om een staking die (i) reeds geruime tijd had geduurd; (ii) een aanzienlijk deel van de sleepcapaciteit in de haven betrof; en (iii) reeds tot ernstige problemen voor de erbij betrokken derden en de haven als geheel had geleid.

4.9. Aan de orde komt dan of de door FNV c.s. aangezegde stakingsactie op grond van artikel G lid 1 ESH (herzien) kan worden beperkt. Naar voorlopig oordeel is dat niet het geval. Daarvoor is het volgende van belang.

4.10. Uitgangspunt moet zijn dat het recht van werknemers en hun vertegenwoordigende vakbonden op het voeren van collectieve (stakings)acties, zoals opgenomen in artikel 6 lid 4 ESH (herzien), een grondrecht is, zodat de belangen die bij de uitoefening van dat grondrecht zijn betrokken, als zwaarwegend moeten gelden.

4.11. Volgens artikel G lid 1 ESH (herzien) kan het uitoefenen van dat grondrecht geen beperkingen ondergaan, met uitzondering van die, welke in de wet zijn voorgeschreven en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden.

4.12. In Nederland zijn de toegestane beperkingen niet uitdrukkelijk in de wet vastgelegd, doch volgens vaste jurisprudentie vinden zij hun grondslag in het recht, doordat zij zijn af te leiden uit de zorgvuldigheid, die op grond van artikel 6: 162 Burgerlijk Wetboek in het maatschappelijke verkeer ten aanzien van de persoon of de goederen van anderen in acht moet worden genomen. Gelet op die grondslag en op de aard van de beperkingen, te weten inkorting van een grondrecht, zijn beperkingen - eveneens volgens vaste jurisprudentie - slechts toegestaan, indien de stakingsactie in zodanige mate inbreuk maakt op de in artikel G lid 1 ESH (herzien) aangewezen rechten van derden of algemene belangen, dat beperkingen, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk zijn.

4.13. Aldus moet onderzocht worden of in dit geval de aangekondigde stakingsactie in de vereiste mate inbreuk zal maken op de bedoelde rechten en belangen.

4.14. Naar ter zitting is gebleken, levert Menzies aan haar klanten de volgende diensten:

- het afhandelen van bagage, zowel bagage van passagiers als andere bagage;

- het laden en lossen van vliegtuigen, ook aangeduid als high load;

- het terugduwen van vliegtuigen die aan de pier staan, ook aangeduid als push back;

- het opstellen van een verdeling van de vracht over het vliegtuig, ook aangeduid als het maken van een load sheet;

- het inchecken van passagiers.

Menzies is één van de vijf bedrijven, die zich op Schiphol met deze dienstverlening bezig houden.

4.15. Volgens Menzies valt te verwachten dat zich vooral problemen zullen voordoen

- waardoor schade zal ontstaan - bij de werkzaamheden die zij aanduidt als critische processen, waarvoor gespecialiseerde werknemers nodig zijn, die niet op korte termijn vervangen kunnen worden. Het betreft volgens Menzies het laden en lossen, de push back, en het maken van een load sheet. Bovendien is bij het personeel in die functies, met name in de push back, de organisatiegraad volgens Menzies hoger dan in de andere functies, waardoor te verwachten valt dat daar een groot deel van de werknemers zal staken. Door de staking zal, volgens Menzies, op Schiphol een domino-effect ontstaan, waardoor uiteindelijk de luchthaven als geheel getroffen wordt en de veiligheid in gevaar kan komen. Dat geldt volgens haar in het bijzonder bij de push back, omdat daardoor de vliegtuigen aan de gates blijven staan en vervolgens door het beperkte aantal parkeerplaatsen de luchthaven vol zal raken en aankomende vliegtuigen naar andere luchthavens zullen moeten uitwijken. Ook zal volgens Menzies door de vertraging in de afhandeling een opstopping van reizigers ontstaan.

4.16. Ten aanzien van veiligheid wordt overwogen dat Menzies niet of onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de veiligheid van de reizigers of van het luchtverkeer door de aangekondigde werkstaking in gevaar kan komen. Voor zover Menzies op dit punt heeft gewezen op de ophoping van reizigers, die door de vertraging in de afhandeling zal ontstaan, heeft zij niet nader onderbouwd dat dit tot een gevaarlijke situatie zal kunnen leiden. Vast staat dat er per dag drie waves ofwel perioden van piekdrukte zijn en dat Menzies omstreeks 15% van de totale afhandeling op Schiphol verzorgt. Zonder nadere gegevens, die ontbreken, kan dan niet worden aangenomen dat er sprake zal zijn van zodanige mensenmassa’s, dat het risico van een onbeheersbare situatie dreigt. Voor zover Menzies ten aanzien van het luchtverkeer heeft gesteld dat door de staking vliegtuigen naar andere luchthavens zullen moeten uitwijken, ligt ook daarin geen kans op gevaar. FNV c.s. hebben onweersproken gesteld dat uitwijken op zich zelf geen gevaren meebrengt, omdat elk vliegtuig met voldoende brandstof vertrekt om drie andere luchthavens te kunnen bereiken. Voor zover Menzies nog heeft gesteld dat de veiligheid van een vliegtuig gevaar loopt wanneer het niet volgens een goed load sheet is geladen, hebben FNV c.s. daartegenover onweersproken gesteld dat ook andere functionarissen, zoals een co-piloot, beschikken over de benodigde kennis voor het opstellen van een goed load sheet. Enig ander gevaar voor de veiligheid van het vliegverkeer is niet gesteld en is ook niet gebleken.

4.17. Voor zover het gaat om overlast of schade, kan op grond van het verhandelde ter zitting niet worden aangenomen dat door de aangekondigde staking voor derden overlast of schade van een onaanvaardbare omvang dreigt. Dit volgt uit hetgeen hierna wordt overwogen ten aanzien van de verschillende soorten diensten die Menzies verricht, welke diensten hiervoor onder 4.14 zijn vermeld.

4.18. Ten aanzien van de bagage van reizigers is evident dat er als gevolg van de staking vertraging in de afhandeling zal ontstaan, doch Menzies heeft onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat die vertraging tot onaanvaardbare overlast voor de reizigers of voor de luchthaven zal leiden. De overige bagage die door Menzies wordt afgehandeld, bestaat volgens haar veelal uit bederfelijke waren die geen vertraging kunnen lijden, doch Menzies heeft geen enkel inzicht gegeven in de hoeveelheden waar het om gaat. Voor zover het zou gaan om zendingen waarvan de afhandeling om redenen van veiligheid of gezondheid geen uitstel kan lijden, zoals een zending bloed, hebben FNV c.s. uitdrukkelijk gesteld dat van hun leden een ploeg gereed wordt gehouden op Schiphol om onmiddellijk voor dergelijke zendingen het werk te hervatten, zodra zij daarover door Menzies geïnformeerd worden. Die toezegging geldt volgens FNV c.s. uitdrukkelijk ook voor de andere werkzaamheden, wanneer die voor de veiligheid of de gezondheid van personen of goederen nodig zijn.

4.19. Ten aanzien van het laden en lossen van vliegtuigen heeft Menzies met name gewezen op het risico van beschadiging van vliegtuigen en materieel, doordat de desbetreffende werkzaamheden door onvoldoende gespecialiseerd personeel uitgevoerd zullen moeten worden. Zij heeft echter de noodzaak van het inzetten van onvoldoende gespecialiseerde werknemers niet nader onderbouwd. Zij heeft evenmin inzichtelijk gemaakt in hoeverre bij deze werkzaamheden vertragingen zijn te verwachten.

4.20. Ten aanzien van de push back is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden dat de staking op dit punt - zoals Menzies stelt - daadwerkelijk zal leiden tot het “vollopen” van de luchthaven en tot het moeten uitwijken van vliegtuigen naar andere luchthavens. Menzies heeft bovendien geen enkele inschatting gegeven van het aantal vliegtuigen dat aan de gate zal blijven staan en zij heeft evenmin aangegeven na hoeveel tijd daardoor mogelijk het punt zal worden bereikt dat vliegtuigen zullen moeten uitwijken en de aantallen vliegtuigen waarvoor dat zal gelden. Onder deze omstandigheden, mede gelet op het feit dat - zoals hiervoor onder 4.16 genoemd - zich drie waves op een dag voordoen en dat Menzies 15% van de totale afhandeling verzorgt, is het op het moment van de zitting onvoldoende aannemelijk geworden dat de schadelijke gevolgen van de staking op dit punt onacceptabele vormen zullen aannemen.

4.21. Ten aanzien van het opstellen van een load sheet is hiervoor onder 4.16 reeds overwogen dat die werkzaamheden ook door anderen dan de medewerkers van de afhandelingsbedrijven kunnen worden verricht. Menzies heeft niet gesteld dat op dit punt aanmerkelijke overlast of schade valt te verwachten.

4.22. Ten slotte geldt voor het inchecken van passagiers dat - volgens de eigen stelling van Menzies - deze werkzaamheden niet door gespecialiseerde medewerkers verricht behoeven te worden, terwijl zij voorts niets heeft gesteld waaruit zou kunnen blijken dat er onvoldoende niet-stakende medewerkers overblijven om die werkzaamheden te kunnen uitvoeren.

4.23. Al het voorgaande leidt tot het oordeel dat de gevolgen van de staking, zoals deze zich thans laten aanzien, niet in een zodanige mate inbreuk zullen maken op de rechten en belangen als bedoeld in artikel G ESH (herzien), dat een beperking, volledig dan wel gedeeltelijk, van het stakingsrecht van FNV c.s. en hun leden uit het oogpunt van maatschappelijke zorgvuldigheid dringend noodzakelijk zou zijn.

4.24. De vordering zal derhalve in alle onderdelen worden afgewezen.

4.25. Menzies zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van FNV c.s. worden begroot op:

- vast recht EUR 254,--

- salaris procureur -- 816,--

Totaal EUR 1.070,--

DE BESLISSING

De voorzieningenrechter

a) wijst de vordering af;

b) veroordeelt Menzies in de proceskosten, aan de zijde van FNV c.s. tot op heden begroot op EUR 1070,--;

c) verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.AE. Uniken Venema en is in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2008.

w.g. griffier w.g. rechter?