Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD2339

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
22-05-2008
Datum publicatie
22-05-2008
Zaaknummer
16/602376-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van het seksueel misbruiken van een minderjarige vrouw. De rechtbank stelt vast dat niet valt uit te sluiten dat tussen verdachte een aangeefster sprake was van een verhouding die mogelijk meer inhield dan in het algemeen tussen een jong meisje en een circa 39 jaar oudere man gebruikelijk is. De rechtbank is echter van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de in de tenlastelegging omschreven seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/602376-05

Datum uitspraak: 22 mei 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1950] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

Raadsman: mr. P.J.G. van der Donck.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 mei 2008.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 februari

2004 tot en met 20 januari 2005 te Veenendaal en/of Maurik en/of elders in

Nederland,

met [slachtoffer] (geboren [1989]), die de leeftijd van twaalf jaren

maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt,

een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer],

hebbende verdachte

- zijn penis en/of tong in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zijn penis en/of vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht;

art 245 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 januari

2005 tot en met 28 augustus 2005 te Veenendaal en/of Maurik en/of elders in

Nederland,

door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door bedreiging met

geweld en / of een andere feitelijkheid bestaande uit

het misbruik maken van (een) uit feitelijke verhouding(en) voortvloeiend

overwicht en/of het uit verdachtes leeftijd voortvloeiende fysieke en/of

geestelijke overwicht,

[slachtoffer] (geboren [1989]) heeft gedwongen tot het ondergaan van

handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel

binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte,

- zijn penis en/of tong in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zijn penis en/of vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht;

art 242 Wetboek van Strafrecht

3.

Primair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15

februari 2004 tot en met 28 augustus 2005 te Veenendaal en/of Maurik en/of

elders in Nederland,

ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en / of opleiding en / of

waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op [1989], immers heeft hij- die [slachtoffer] gedwongen zijn geslachtsdelen aan te raken/te betasten en/of

zijn penis af te trekken en/of

- die [slachtoffer] gedwongen zijn sperma door te slikken en/of

- haar (blote) borsten betast en/of

- haar geslachtsdelen gelikt;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15

februari 2004 tot en met 20 januari 2005 te Veenendaal en/of Maurik en/of

elders in Nederland,

met [slachtoffer], geboren op [1989], die toen de leeftijd van zestien

jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen

heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig

- die [slachtoffer] dwingen zijn geslachtsdelen aan te raken/te betasten en/of

zijn penis af te trekken en/of

- die [slachtoffer] dwingen zijn sperma door te slikken en/of

- betasten van de (blote) borsten van die [slachtoffer] en/of

- likken aan de geslachtsdelen van die [slachtoffer];

art 247 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 januari

2005 tot en met 28 augustus 2005 te Veenendaal en/of Maurik en/of elders in

Nederland,

door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door bedreiging met

geweld en /of een andere feitelijkheid [slachtoffer] (geboren [1989])

heeft gedwongen tot het plegen en / of dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, immers heeft hij die [slachtoffer] door

misbruik te maken van (een) uit feitelijke verhouding(en) voortvloeiend

overwicht en/of het uit verdachtes leeftijd voortvloeiende fysieke en/of

geestelijke overwicht

gedwongen

- zijn geslachtsdelen aan te raken/te betasten en/of

- zijn penis af te trekken en/of

- zijn sperma door te slikken en/of

- te dulden dat verdachte haar (blote) borsten betastte en/of

- te dulden dat verdachte haar geslachtsdelen likte;

art 246 Wetboek van Strafrecht

Het bewijs

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Aangeefster [slachtoffer], geboren op [1989], heeft bij de politie en bij de rechter-commissaris verklaard – kort gezegd - dat verdachte in de periode van februari 2004 tot eind zomer 2005, toen zij regelmatig in de woning van verdachte en ook elders met hem verbleef, meermalen ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd en haar heeft verkracht. Verdachte zou met zijn penis en zijn tong in haar mond en met zijn penis en zijn vingers in haar vagina zijn binnengedrongen. Voorts zou verdachte haar hebben gedwongen zijn geslachtsdelen aan te raken dan wel te betasten, zijn penis af te trekken en zijn sperma door te slikken. Tevens zou hij haar blote borsten hebben betast en aan haar geslachtsdelen hebben gelikt.

Verdachte heeft vanaf de aanvang van het onderzoek en ook ter terechtzitting het tenlastegelegde uitdrukkelijk ontkend. Voorts heeft hij verklaard dat aangeefster in de genoemde periode meermalen bij hem in huis en ook elders bij hem heeft verbleven. Door de raadsman is ter terechtzitting het standpunt van verdachte bij pleidooi nader toegelicht.

Door de politie en ook door de rechter-commissaris is een groot aantal getuigen gehoord. Van geen van hen is gebleken dat zij in directe zin kunnen bijdragen tot het bewijs van het tenlastegelegde.

De standpunten van aangeefster en van verdachte, zoals zij naar het oordeel van de rechtbank op de wezenlijke vraagpunten met betrekking tot het bewijs in deze zaak van belang zijn, worden hierna weergegeven en door de rechtbank besproken.

De toenmalige gezondheidstoestand van verdachte.

Volgens [slachtoffer] zouden de verweten seksuele handelingen zijn begonnen kort na het ontslag van verdachte uit het ziekenhuis. Namens verdachte wordt gesteld dat dit ontslag op 2 februari 2004 is geschied. Verdachte verbleef in het ziekenhuis wegens ernstige hartklachten en had een bypass-operatie ondergaan. Na thuiskomst uit het ziekenhuis was verdachte erg moe en sliep het grootste gedeelte van de dag. Douchen moest hij zittend doen. Hij kon de trap niet op en had geen enkel uithoudingsvermogen. Het revalidatieprogramma van verdachte heeft zeker drie maanden geduurd. Pas zes weken na het begin van de revalidatie kon verdachte rustig om de flat waarin hij woonde lopen, doch nog niet alleen. Volgens [slachtoffer] is zij door verdachte kort na zijn operatie meermalen seksueel benaderd in de garage waar de auto van verdachte was gestald, alwaar ook een aantal malen daarna soortgelijke seksuele contacten zouden hebben plaatsgevonden. Vervolgens vonden dergelijke gebeurtenissen zo’n drie tot viermaal per week plaats in de garage en in de woning van verdachte en op de camping waar verdachte een caravan had. In totaal zouden verdachte en zij zes maal gemeenschap hebben gehad op diverse plaatsen.

Namens verdachte wordt gesteld dat de garage waarover [slachtoffer] spreekt en waar inderdaad de auto van verdachte was gestald zich bevond op een dusdanige afstand van de woning van verdachte dat verdachte in de gezondheidstoestand waarin hij toen verkeerde deze afstand niet lopend kon afleggen en dat het ook overigens weinig voorstelbaar is dat verdachte de verweten handelingen zou hebben kunnen verrichten, omdat hij toen in verband met zijn hartproblemen een veel te zwakke gezondheid had.

De seksuele problemen van verdachte.

Namens verdachte is gesteld dat hij al jarenlang ernstige potentieproblemen heeft. In de stukken bevindt zich op bldz. 335 van het proces-verbaal een aantekening van de huisarts van verdachte, inhoudende dat verdachte onder meer wegens impotentia coeundi (het onvermogen om binnen te dringen bij een vrouw omdat de penis onvoldoende stijf wordt) bij hem bekend is. In het begin heeft verdachte Viagra gebruikt, maar sedert zijn bypass-operatie mocht verdachte dit niet meer gebruiken en was het voor hem absoluut niet meer mogelijk om een erectie te krijgen. Dit wordt ook bevestigd door zijn echtgenote bij de rechter-commissaris.

[slachtoffer] is bij de rechter-commissaris als getuige gehoord. Zij spreekt tegen dat verdachte geen erectie zou kunnen krijgen.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven, het niet buiten redelijke twijfel is dat verdachte de verweten handelingen kon verrichten gelet op de gezondheidstoestand waarin verdachte verkeerde na diens hartklachten en het ondergaan van een bypass-operatie.

De lichamelijke kenmerken van verdachte.

Door [slachtoffer] is zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris verklaard, dat verdachte net boven zijn penis littekens had in de vorm van zwarte puntjes, die gaatjes waren- zij zag dat als zij hem moest pijpen - en een diep litteken aan de onderzijde van zijn bil.

Verdachte ontkent dat bij hem net boven zijn penis littekens aanwezig zijn als door [slachtoffer] aangegeven. Voorts geeft hij aan dat hij een litteken in zijn balzak heeft in de vorm van een verdikking en een soort gaatje.

In het dossier bevindt zich op blz. 293 van het proces-verbaal een relaas van verbalisant [verbalisant] waarin op ambtseed wordt gerelateerd dat verdachte hem de littekens op zijn lichaam heeft getoond en dat hij bij hem zag een litteken op zijn borst, een litteken over de gehele lengte van zijn rechter been, een litteken aan de achterzijde van zijn rechter bovenbeen onder zijn billen en een litteken in zijn balzak met daarin een soort kuiltje. Van littekens net boven de penis van verdachte wordt door de verbalisant geen melding gemaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank is met name opmerkelijk dat [slachtoffer] nimmer van de aanwezigheid van het litteken op de balzak van verdachte melding heeft gemaakt terwijl zij de overige littekens van verdachte rondom zijn geslachtsdelen wel uitdrukkelijk en tot in detail beschrijft. Naar het oordeel van de rechtbank zou zij het litteken op de balzak van verdachte gezien moeten hebben.

De rechtbank stelt vast dat niet valt uit te sluiten dat tussen verdachte en [slachtoffer] sprake was van een verhouding die mogelijk meer inhield dan in het algemeen tussen een jong meisje en een circa 39 jaar oudere man gebruikelijk is.

De rechtbank is echter van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de in de tenlastelegging omschreven seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.

Verdachte zal derhalve van het tenlastegelegde dienen te worden vrijgesproken.

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering. De vordering strekt tot vergoeding van geleden immateriële schade ten gevolge van de ten laste gelegde feiten.

Nu aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing zal vinden, dient de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De benadeelde partij en de verdachte moeten ieder de eigen kosten dragen.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet ontvankelijk in de vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J.K.J. van den Boom, voorzitter, A. Wassing en A.J.P. Schotman, rechters, bijgestaan door F.P.L. van der Lee, als griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 mei 2008.

Mr. Wassing voornoemd is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.