Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD1890

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
08-05-2008
Datum publicatie
19-05-2008
Zaaknummer
16/601399-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden voor onder andere diefstal, verduistering en bedreiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummers: 16/601399-07;16/611050-07

Datum uitspraak: 8 mei 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak

gewezen in de gevoegde zaken tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Utrecht – HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

Raadsman: mr. A.W. Syrier.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting bij de politierechter van 29 januari 2008 en de terechtzitting van de meervoudige kamer van 24 april 2008.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 16/601399-07

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 20 november 2007 tot en met 11 december

2007 te [B], althans in het arrondissement Utrecht, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een bromfiets (merk Solex, type

S4800D), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 20 november 2007 tot en met 11 december

2007 te [B], in elk geval in Nederland, een bromfiets (merk Solex, type

S4800D) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

bromfiets wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een)

door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij op of omstreeks 12 december 2007 te [B], althans in het

arrondissement Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een fotocamera (merk Olympus), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 12 december 2007 te [B], althans in het

arrondissement Utrecht, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit/raam, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of

onbruikbaar gemaakt, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk die/dat

ruit/raam kapot/stuk te schoppen/trappen/maken;

4.

hij op of omstreeks 17 november 2007 te [B], althans in het

arrondissement Utrecht, opzettelijk een mobiele telefoon (merk Samsung), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte

anders dan door misdrijf, te weten door voornoemde mobiele telefoon te lenen

van die [aangever 3], onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

5.

hij in of omstreeks de periode van 11 december 2007 tot en met 12 december

2007 te [B], althans in het arrondissement Utrecht, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fiets (merk Batavus, type

Compass), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[aangever 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

ten aanzien van parketnummer 16/611050-07

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 oktober

2007 tot en met 28 oktober 2007 te [B], althans in het arrondissement

Utrecht, meermalen, althans eenmaal, [aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met

brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend twee, in elk geval

een, mes(sen) in zijn, verdachtes, hand(en) genomen en/of voorgehouden en/of

(daarbij) voornoemde [aangever 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik steek jullie net

zo makkelijk overhoop alsof ik een konijn overhoop steek" en/of "Als ik

aangehouden word en ik kom vrij dan gooi ik de ramen in en steek ik de boel in

de brand, fuck you, wat ben jij voor vader!", althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

2. (16/610924-07)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

5 augustus 2007 tot en met 23 augustus 2007 te [B], althans in het

arrondissement Utrecht, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk

van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (in totaal

7700 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij

verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of

de/het weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van (een) valse sleutel(s);

3.

hij in of omstreeks de periode van 5 oktober 2007 tot en met 17 oktober 2007

te [B-S], althans in het arrondissement Utrecht, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto,

merk volkswagen (type golf, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan autobedrijf [X], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te

nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse

sleutel;

De dagvaarding maakt daarnaast melding van de volgende ad informandum gevoegde strafbare feiten:

1. 611050-07, 28 oktober 2007, [adres], [B], Gem. [X], Vernieling (beeld in tuin ouders);

2. 611050-07, 27 oktober 2007, [adres], [B], Gem. [X], Diefstal door middel van braak/verbreking (70 € uit woning ouders);

3. 611050-07 28 oktober 2007, [adres], [B], Gem. [X], Diefstal van een tic tac en sensor bij […];

4. 446369-07 18 oktober 2007,[B], Gem. [X], Verduistering van een personenauto (Renault Clio) bij Renault Blokland.

5. 446449-07 29 november 2007, Mediamarkt, [U], Gem. [X], diefstal van een DVD-speler.

Vrijspraak

Niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte ten aanzien van parketnummer 16/601399-07 onder 1 primair en subsidiair is tenlastegelegd.

De rechtbank heeft, evenals de verdediging en de officier van justitie, op grond van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging verkregen dat verdachte het feit heeft begaan, zodat verdachte van zowel diefstal als heling van de bromfiets moet worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten aanzien van parketnummer 16/601399-07 onder 2, 3, 4 en 5 en de ten aanzien van parketnummer 16/611050-07 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

ten aanzien van parketnummer 16/601399-07

2.

hij omstreeks 12 december 2007 te [B], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fotocamera (merk Olympus), toebehorende aan [aangever 2];

3.

hij op 12 december 2007 te [B], opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, toebehorende aan [aangever 2], heeft vernield, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk die ruit kapot te maken;

4.

hij op 17 november 2007 te [B], opzettelijk een mobiele telefoon (merk Samsung), toebehorende aan [aangever 3], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten door voornoemde mobiele telefoon te lenen van die [aangever 3], onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

5.

hij in de periode van 11 december 2007 tot en met 12 december

2007 te [B], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fiets (merk Batavus, type Compass), toebehorende aan [aangever 4];

ten aanzien van parketnummer 16/611050-07

1.

hij op tijdstippen in de periode van 27 oktober

2007 tot en met 28 oktober 2007 te [B], meermalen [aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend twee messen in zijn, verdachtes, handen genomen en daarbij voornoemde [aangever 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik steek jullie net zo makkelijk overhoop alsof ik een konijn overhoop steek" en "Als ik aangehouden word en ik kom vrij dan gooi ik de ramen in en steek ik de boel in de brand, fuck you, wat ben jij voor vader!";

2. (16/610924-07)

hij op tijdstippen in de periode van 5 augustus 2007 tot en met 23 augustus 2007 te [B], meermalen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (in totaal 7700 euro) toebehorende aan [aangever 2], waarbij verdachte de weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

3.

hij in de periode van 5 oktober 2007 tot en met 17 oktober 2007 te [B-S], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto,

merk volkswagen (type golf, kenteken [kenteken]), toebehorende aan autobedrijf [X], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

Hetgeen ten aanzien van parketnummer 16/601399-07 onder 2, 3, 4 en 5 en ten aanzien van parketnummer 16/611050-07 onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Met betrekking tot de ad informandum gevoegde feiten overweegt de rechtbank dat is vast komen te staan dat ten aanzien van elk van deze feiten aangifte is gedaan en dat verdachte deze feiten ter terechtzitting heeft bekend.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde van parketnummer 16/601399-07:

De rechtbank bezigt voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [aangever 2] (proces-verbaal van 12 december 2007, PL0930/07-390146, p. 43-45);

- de verklaring van verdachte (proces-verbaal van 12 december 2007, PL0930/07-390146, p. 52-54);

- de ter terechtzitting door verdachte gedane bekentenis.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde van parketnummer 16/601399-07:

Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend de telefoon van zijn moeder verduisterd te hebben. Volgens de aangifte van zijn moeder heeft verdachte op 17 november 2007 om 14.00 uur met toestemming gebruik gemaakt van haar telefoon. Diezelfde avond bleek aangeefster niet meer in het bezit van haar telefoon te zijn. Het vermoeden bestond dat verdachte de telefoon ’s middags na gebruik niet achtergelaten heeft in de woning van zijn ouders. De vader van verdachte heeft vervolgens gevraagd of verdachte de telefoon terug wilde geven, waarop verdachte verklaard heeft dat de telefoon op dat moment in reparatie was. Wel heeft verdachte op datzelfde moment de simkaart van zijn moeder teruggegeven.

Bij de politie d.d. 8 december 2007 heeft verdachte zeer gedetailleerd verklaard wat er met de telefoon van zijn moeder gebeurd is. Hij heeft aangegeven dat zijn eigen telefoon voor reparatie weg was en dat hij op 17 november 2007 met de telefoon van zijn moeder gebeld heeft. Hij heeft zijn eigen simkaart in de telefoon van zijn moeder gestopt en haar simkaart eruit gehaald. De telefoon heeft hij per ongeluk meegenomen, maar de simkaart heeft hij teruggegeven. Tevens heeft verdachte tegen zijn vader gezegd dat zijn moeder blij mocht zijn dat ze haar simkaart terug gekregen heeft.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte de telefoon verduisterd heeft ongeacht of verdachte de telefoon ter reparatie weggebracht heeft of dat hij de telefoon op 17 november 2007 ’s avonds nog onder zich had. Verdachte had onmiddellijk de telefoon moeten teruggeven nadat hij tot de ontdekking was gekomen dat hij deze nog in zijn bezit had. Hij heeft zich de telefoon wederrechtelijk toegeëigend op het moment dat hij deze telefoon elders ter reparatie had aangeboden of deze onder zich hield nadat zijn vader nadrukkelijk verzocht had de telefoon terug te geven.

De rechtbank bezigt voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [aangever 3] (proces-verbaal van 5 december 2007, PL0930/07-379723, p. 25-26;

- de verklaring van verdachte (proces-verbaal van 8 december 2007, PL0930/07-379723, p. 30-31).

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde van parketnummer 16/601399-07:

De rechtbank bezigt voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [aangever 4] (proces-verbaal van 12 december 2007, PL0930/07-390249, p. 56-57;

- de verklaring van getuige [aangever 2] (proces-verbaal van 12 december, PL0930/07-390249, p. 59);

- de verklaring van verdachte (proces-verbaal van 13 december 2007, PL0930/07-390249, p. 62-63);

- de ter terechtzitting door verdachte gedane bekentenis.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde van parketnummer 16/611050-07:

De raadsman betwist dat er sprake kan zijn van bedreiging als de aangever, de bedreigde, zich niet bedreigd zou hebben gevoeld. De rechtbank deelt de mening van de raadsman niet en volgt hierin de jurisprudentie.

Voor een veroordeling wegens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is niet vereist dat komt vast te staan dat bij de bedreigde daadwerkelijk de vrees voor een dergelijk misdrijf is opgewekt. Voldoende is dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat zij in het algemeen geschikt is de vrees voor een dergelijk misdrijf teweeg te brengen (HR 3 februari 2004, LJN: AN9309).

De rechtbank is van oordeel dat de dreigende woorden: “Ik steek jullie net zo makkelijk overhoop alsof ik een konijn overhoop steek”, in samenhang met de twee messen die verdachte op dat moment in zijn handen had, van dien aard zijn dat deze onder dezelfde

omstandigheden in het algemeen de vrees teweeg kunnen brengen voor een dergelijk misdrijf.

De rechtbank bezigt voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [aangever 2] (proces-verbaal van 28 oktober 2007, PL0930/07-340962, p. 19-22);

- de verklaring van verdachte (proces-verbaal van 28 oktober 2007, PL0930/07-340962, p. 30-32);

- de bekentenis van verdachte ter terechtzitting.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde van parketnummer 16/611050-07:

De rechtbank bezigt voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [aangever 2] (proces-verbaal van 24 september 2007, PL0930/07-273967, p. 9-12);

- de verklaring van verdachte (proces-verbaal van 10 oktober 2007, PL0930/07-273967, p. 19-22);

- de bekentenis van verdachte ter terechtzitting.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde van parketnummer 16/611050-07:

De rechtbank bezigt voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [aangever 5] (proces-verbaal van 17 oktober 2007, PL0930/07-328928, p. 34-36);

- de verklaring van getuige [getuige 1] (proces-verbaal van 18 oktober 2007, PL0930/07-328928, p. 40-42);

- de verklaring van verdachte (proces-verbaal van 18 oktober 2007, PL0930/07-328928, p. 43-45)

- de bekentenis van verdachte ter terechtzitting.

De strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het ten aanzien van parketnummer 16/601399-07 onder 2, 3, 4 en 5 en ten aanzien van parketnummer 16/611050-07 onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het ten aanzien van parketnummer 16/601399-07 onder 2, 3, 4 en 5 en ten aanzien van parketnummer 16/611050-07 onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van parketnummer 16/601399-07:

Feit 2 en feit 5:

Diefstal, meermalen gepleegd.

Feit 3:

Opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van een goed dat aan een ander toebehoort.

Feit 4:

Verduistering.

Ten aanzien van parketnummer 16/611050-07:

Feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting, meermalen gepleegd.

Feit 2 en feit 3:

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sanctie

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Op de dagvaarding is aan verdachte medegedeeld dat de ad informandum gevoegde strafbare feiten ter bepaling van de strafmaat ter kennis van de rechtbank worden gebracht en dat verdachte daarvoor niet afzonderlijk zal worden vervolgd indien de rechtbank met die feiten rekening houdt.

Nu verdachte de feiten heeft bekend zal de rechtbank rekening houden met de vijf ad informandum gevoegde feiten, zoals hiervoor vermeld.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, inclusief de ad informandum vermelde strafbare feiten, in vier maanden tijd schuldig gemaakt aan negen vermogensdelicten en drie geweldsdelicten. Zeven van de twaalf strafbare feiten zijn in huiselijke sfeer gepleegd jegens de ouders van verdachte. Dit veroorzaakt een groot gevoel van onveiligheid voor de ouders en het jongere zusje van verdachte, in het bijzonder omdat thuis een veilige haven zou moeten zijn.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d.

16 januari 2008, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder terzake van vermogens- en geweldsdelicten is veroordeeld.

- een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte van Centrum Maliebaan

d.d. 20 december 2007, opgemaakt door M.N. van der Wilt, reclasseringswerker;

- een omtrent verdachte opgemaakt psychiatrisch rapport d.d. 14 april 2008 van C.L.M. van Wiggen, psychiater in opleiding en N.A.J. van de Laar, psychiater, inhoudende als conclusie dat verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten - indien bewezen - lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, zodat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Daarnaast was er sprake van afhankelijkheid van alcohol, cocaïne en cannabis.

De rechtbank neemt de conclusie van deze deskundige over en maakt deze tot de hare.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte voor feit 1 van de dagvaarding met parketnummer 16/601399-07 wordt vrijgesproken en ter zake van de ten aanzien van parketnummer 16/601399-07 onder 2, 3, 4 en 5 en ten aanzien van parketnummer 16/611050-07 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten onder meer wordt veroordeeld tot -kort gezegd-:

- een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met verplicht reclasseringstoezicht.

De rechtbank acht, alles afwegende, een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. De rechtbank houdt daarbij iets meer rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank kan met deze straf, die lager is dan door de officier van justitie is gevorderd, worden volstaan.

De rechtbank overweegt dat, nu het door verdachte plegen van strafbare feiten sterk samenhangt met zijn verslavingsproblematiek, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf als het onderhavige zal plegen indien voor deze problematiek geen oplossing wordt gevonden. De veiligheid van goederen en de veiligheid van de familie van verdachte zijn daarmee in het geding.

De rechtbank acht het daarom van wezenlijk belang dat verdachte zo snel mogelijk onder toezicht van Centrum Maliebaan wordt gesteld, zodat met een behandeling begonnen kan worden.

De vordering van de benadeelde partij P.P. Schuurman.

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering. De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 1 van de dagvaarding met parketnummer 16/601399-07 tenlastegelegde feit.

Nu aan de verdachte voor wat betreft het onder 1 van de dagvaarding met parketnummer 16/601399-07 tenlastegelegde feit geen straf of maatregel zal worden opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing zal vinden, dient de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De benadeelde partij en de verdachte moeten ieder de eigen kosten dragen.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14d, 57, 285, 310, 311, 321, 350 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 van de dagvaarding met parketnummer 16/601399-07 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 2, 3, 4 en 5 van de dagvaarding met parketnummer 16/601399-07 en de onder 1, 2 en 3 van de dagvaarding met parketnummer 16/611050-07 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 2, 3, 4 en 5 van de dagvaarding met parketnummer 16/601399-07 en onder 1, 2 en 3 van de dagvaarding met parketnummer 16/611050-07 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 2, 3, 4 en 5 van de dagvaarding met parketnummer 16/601399-07 en het onder 1, 2 en 3 van de dagvaarding met parketnummer 16/611050-07 bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 12 (TWAALF) MAANDEN.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (ZES) MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde na te melden bijzondere voorwaarde niet naleeft:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de door of namens Centrum Maliebaan te geven aanwijzingen, zolang die reclasseringsinstelling dat nodig acht, met opdracht aan voornoemde instelling de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [aangever 1] te [B] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door mrs. M.P. Gerrits-Janssens, A. Wassing en A.M.M.E. Doekes, bijgestaan door mr. P. Groot-Smits als griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 mei 2008.

Mr. Doekes en mr. Groot-Smits zijn buiten staat de uitspraak te ondertekenen.