Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD1527

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
14-05-2008
Zaaknummer
16-600035-08
Rechtsgebieden
Civiel recht
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Steekpartij in studentenhuis. Vrijspraak poging doodslag. Bedreiging bewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/600035-08

Datum uitspraak: 29 april 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [woonadres], [woonplaats],

doch feitelijk verblijvende op het adres [verblijfsadres], [verblijfsplaats]

Raadsvrouwe: mr. J. van Koesveld.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

16 april 2008.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging - tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 januari 2008 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

opzettelijk [aangever] van het leven te beroven, althans zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een zwaard, althans een

scherp voorwerp ter hand heeft genomen en/of met dat zwaard, althans dat

scherpe voorwerp achter die [aangever] is aangerend en/of nadat die [aangever] een kamer was ingegaan (om aan hem verdachte te ontvluchten)

en/of (vervolgens) de deur van die kamer dicht wilde doen, dat zwaard, althans

dat scherpe voorwerp (door die deur) in de richting van (het lichaam) die [aangever] heeft gestoken/geslagen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 06 januari 2008 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk

dreigend

- een zwaard, althans een scherp voorwerp ter hand genomen en/of

(vervolgens) met dat zwaard, althans dat scherpe voorwerp achter die [aangever] aangerend en/of (daarbij) voornoemde [aangever] dreigend de

woorden toegevoegd : "Ik pak je, ik maak je kapot, ik steek je", althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking

en/of

- met dat zwaard, althans dat scherpe voorwerp meermalen, althans eenmaal

door een deur gestoken, terwijl die [aangever] zich in een kamer achter

die deur bevond en/of (daarbij) voornoemde [aangever] dreigend de woorden

toegevoegd: "Ik maak je kapot, ik ga je neersteken, als je die kamer uit durft

te komen steek ik je overhoop", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

Niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 is tenlastegelegd. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De tenlastegelegde feiten zijn een gevolg van opgelopen spanningen tussen verdachte en zijn huisgenoot [getuige 1]. Na een avondje stappen escaleert de situatie op een zodanige wijze dat verdachte met een sierzwaard achter [aangever], een vriend van zijn huisgenoot [getuige 1], aangaat. Deze vriend vlucht vervolgens de kamer van [getuige 1] in, waarna verdachte meermalen op de deur insteekt.

De officier van justitie heeft in zijn requisitoir aangegeven dat het onder 1 tenlastegelegde feit ziet op de eerste steek, die verdachte met zijn zwaard in de richting van [aangever] zou hebben gegeven. De deur was op het moment dat verdachte stak nog open. [aangever] heeft echter op het moment dat hij de kamer van zijn vriend [getuige 1] binnenkwam direct de deur achter zich dichtgegooid, waardoor de steek met het zwaard werd afgewend. Door deze handelwijze van aangever [aangever] heeft deze voorkomen dat hij zelf geraakt werd door de steek met het zwaard en is het bij een poging tot zware mishandeling gebleven, aldus de officier van justitie.

Gelet op het verhandelde ter terechtzitting en de inhoud van het dossier is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk geworden dat de deur van de kamer van [getuige] nog open was op het moment dat verdachte de eerste keer stak. [getuige 1] verklaart immers bij de politie dat hij [aangever] zijn kamer ziet binnenstormen, die de deur achter zich dicht gooit en de knip op de deur doet. Op het moment dat [aangever] de deur dichtdoet, komt het mes door de deur. Hij heeft het in zijn verklaring niet over [verdachte]. In zijn verklaring bij de rechter-commissaris geeft [getuige 1] aan dat zijn deur op een kier stond. Hij ziet op een gegeven moment [aangever] zijn kamer binnenstormen, maar [verdachte] ziet hij niet.

Verdachte zelf heeft bij de politie verklaard dat [aangever] de kamer van [getuige 1] binnenrende, waarna hij uit wanhoop een paar keer in de deur heeft geprikt.

Slechts wanneer er sprake zou zijn geweest van een nog geopende deur op het moment dat verdachte de eerste stekende beweging maakte, zou er sprake kunnen zijn van een bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde feit. Nu dit gelet op het voorgaande onvoldoende aannemelijk is geworden, dient verdachte vrijgesproken te worden van het hem onder 1 tenlastegelegde feit

De bewezenverklaring

Ten aanzien van feit 2:

[aangever] verklaart in zijn aangifte dat hij op 6 januari 2008, na een avondje stappen met zijn vriend [getuige 1], een woordenwisseling kreeg met verdachte. Deze woordenwisseling vindt plaats in de woonkamer van het studentenhuis, waar verdachte, [getuige 1] en [getuige 2] wonen. Even later begeeft [aangever] zich naar de slaapkamer van verdachte, die inmiddels in bed met zijn vriendin belt. Verdachte trekt daarop een mes. [aangever] schrikt enorm en rent doodsbang de kamer uit. Hij doet de deur van de slaapkamer dicht en houdt de deur dicht. Vervolgens laat hij de deur los en rent de trap op naar de kamer van zijn vriend [getuige 1]. Verdachte rent achter hem aan. [aangever] duwde de deur van de slaapkamer van [getuige 1] dicht en zag op dat moment dat het mes dwars door de deur heenging. Verdachte uit dreigende taal in de trant van “Ik maak je kapot, ik ga je neersteken, als je die kamer uit durft te komen steek ik je overhoop” en steekt nog zo’n dertig keer door de deur, aldus [aangever].

Verdachte heeft verklaard dat hij op 6 januari 2008, na een eerdere woordenwisseling, [aangever] zijn slaapkamer zag komen opstormen. Hij heeft vervolgens een zwaard gepakt om [aangever] zijn kamer uit te krijgen. Verdachte is met het zwaard in zijn hand achter [aangever] aangerend. Nadat [aangever] de kamer van [getuige 1] was binnengerend, heeft hij, verdachte, uit wanhoop een aantal malen in de deur gestoken.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ongeveer tien keer in de deur gestoken heeft. Voorts heeft hij ter terechtzitting aangegeven dat hij begrijpt dat deze situatie bedreigend moet zijn geweest voor [aangever].

Verdachte ontkent zowel bij de politie als ter terechtzitting het uiten van verbale dreigementen. Naast de aangever verklaart echter ook huisgenoot [getuige 2] dat hij [verdachte] hoorde roepen: “Ik maak je dood en wacht maar af”. Bij de rechter-commissaris verklaart hij honderd procent zeker te weten dat het de stem van [verdachte] was waarmee de bedreigingen werden geuit. De rechtbank acht derhalve ook het uiten van de verbale dreigementen wettig en overtuigend bewezen op de hierna vermelde wijze.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan in dier voege dat

hij op 06 januari 2008 te Utrecht [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk

dreigend een zwaard ter hand genomen en vervolgens met dat zwaard achter die [aangever] aangerend en met dat zwaard meermalen door een deur gestoken, terwijl die [aangever] zich in een kamer achter

die deur bevond en daarbij voornoemde [aangever] dreigend de woorden

toegevoegd: "Ik maak je kapot, ik ga je neersteken, als je die kamer uit durft

te komen steek ik je overhoop", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen onder 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De strafbaarheid van het feit

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sancties

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft een vriend van zijn huisgenoot, waarmee hij op gespannen voet leefde, bedreigd door meermalen met een zwaard door een deur heen te steken, terwijl hij wist dat deze vriend zich in het vertrek achter deze deur bevond. Verdachte heeft tijdens het steken ook verbale dreigementen geuit, waardoor een beangstigende situatie voor het slachtoffer is ontstaan. Deze gedragingen hebben bovendien binnenshuis plaatsgevonden, wat bij uitstek de plaats moet zijn waar men zich veilig terug zou moeten kunnen trekken.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d.

8 januari 2008 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict;

- een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte van de Reclassering Nederland d.d.

8 februari 2008, opgemaakt door de heer C. Kater, reclasseringswerker;

- een omtrent verdachte opgemaakt psychologisch rapport d.d. 28 februari 2008 van dr. P.G.J. Greeven, GZ psycholoog-psychotherapeut, inhoudende als conclusie dat verdachte ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten - indien bewezen - niet lijdende was aan een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, zodat verdachte toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

De rechtbank neemt de conclusie van deze deskundige over en maakt deze tot de hare.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten onder meer wordt veroordeeld tot -kort gezegd-:

- een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 80 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt behandeling bij De Waag, Het Dok en/of Centrum Maliebaan;

- een werkstraf van 120 uur.

De rechtbank acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur als na te melden passend en geboden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan met deze straf, die lager is dan door de officier van justitie is gevorderd, worden volstaan, omdat verdachte van het onder 1 tenlastegelegde wordt vrijgesproken.

Onttrekking aan het verkeer:

Het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een zwaard, kleur: zilver, korte uitvoering Samoerai-zwaard, met wit handvat omringd door zwart veter-touw, lemmet ongeveer 40 cm, handvat 20 cm, zal onttrokken worden verklaard aan het verkeer, aangezien

met behulp van dit voorwerp het onder 2 bewezenverklaarde is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een mes, kleur zilver, knipmes, ongeveer 15 cm groot, lemmet 7,5 cm en handvat 7,5 cm, rood handvat, zal onttrokken worden verklaard aan het verkeer, aangezien dit aan verdachte toebehorende voorwerp, bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane misdrijf is aangetroffen en dit voorwerp kan dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven, terwijl dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 36d en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde feit, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van

120 (ÉÉNHONDERDTWINTIG) dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 80 (TACHTIG) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde (één of meer van) na te melden bijzondere voorwaarde niet naleeft:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de door of namens de Reclassering Nederland te geven aanwijzingen, zolang die reclasseringsinstelling dat nodig acht, met opdracht aan voornoemde instelling de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen, ook als dit inhoudt een behandeling bij Het Dok, De Waag en/of Centrum Maliebaan.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- 1 zwaard, kleur: zilver, korte uitvoering Samoerai-zwaard, met wit handvat omringd door zwart veter-touw, lemmet ongeveer 40 cm, handvat 20 cm;

- 1 mes, kleur zilver, knipmes, ongeveer 15 cm groot, lemmer 7,5 cm en handvat

7,5 cm, rood handvat.

Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door mrs M.P. Gerrits-Janssens, A. Wassing en W.P.H. Pronk, bijgestaan door mr. E.R. Koster-Nieuwenhuis als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 april 2008.

Mr W.P.H. Pronk is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.