Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD1505

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
14-05-2008
Zaaknummer
16-600041-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 310/311

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/600041-08; 16/613344-05 (vordering tenuitvoerlegging)

Datum uitspraak: 29 april 2008

Verkort vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaken tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Utrecht, HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

Raadsvrouwe: mr. M.P. Hilhorst.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

18 april 2008.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan op de wijze als vermeld in bijlage II van dit vonnis. De inhoud van deze bijlage geldt als hier ingevoegd.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 4 januari 2008 in een woning aan de [adres] in [M] samen met anderen heeft ingebroken.

Aangeefster [aangever 1] verklaarde bij de politie dat zij op 4 januari 2008 om 21.25 uur werd gebeld door de buurman met de mededeling dat er was ingebroken in haar woning aan de [adres] te [M]. De deur van de bijkeuken was opengebroken. Er waren moeten in de deur gemaakt. Ook ter hoogte van het slot van de deur was een moet gemaakt. Aangeefster verklaarde dat de daders haar plasma televisie van het merk JVC en haar sieraden hadden weggenomen.

Getuige [getuige 1] verklaarde bij de politie dat hij bij de woning aan de [adres] een jongen achterop een scooter zag zitten met een flatscreen in zijn handen. De bestuurder van de scooter zag hem staan en de bestuurder riep vervolgens ‘wegwezen’. Getuige zag een derde jongen uit de schuifpui komen rennen en hij zag dat deze jongen een geel doosje in zijn rechterhand had. Getuige verklaarde dat de bestuurder een zwarte trainingsbroek droeg en een zwart petje met voorop het zilverkleurige Nike-teken op had. De passagier had een zwart Cool-Cat bomberjack aan. Deze jas glinsterde. Verder verklaarde de getuige dat de passagier ook een zwart petje droeg.

Getuige [getuige 2] verklaarde bij de politie dat zij twee jongens op een scooter zag en dat de achterste een grote lcd televisie vasthield. Getuige zag geen kentekenplaat op de scooter. Getuige verklaarde voorts dat de bestuurder een donker petje, een donkere jas en een donkere broek droeg en dat de passagier een zwart/donkergrijs wollen vest met capuchon aan had. Getuige verklaarde ook dat de scooter donkerblauw of misschien zwart van kleur was.

Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaarde bij de politie dat hij op 4 januari 2008 een donkergrijs wollen vest met capuchon droeg.

Ook getuige [getuige 3] verklaarde bij de politie dat de scooter donkerblauw of zwart van kleur was en dat zij geen kentekenplaat zag. De passagier hield een grote plasma televisie vast. De bestuurder droeg zwarte kleding en een zwarte jas en de passagier droeg een zwart petje en een grijze trui of shirt met capuchon.

Uit het door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen kan worden opgemaakt dat [verbalisant 1] op 4 januari 2008 om 22.00 uur op de Zwanenkamp een scooter zag rijden. [verbalisant 1] herkende voor 100% de opzittenden als [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 2] trad op als bestuurder en [medeverdachte 1] zat achterop. Beiden droegen donkere kleding en een donker petje. Uit het proces-verbaal volgt voorts dat de scooter met hoge snelheid wegreed toen [verbalisant 1] riep dat ze moesten stoppen. De politie zag vervolgens een donkerblauwe scooter, zonder kentekenplaat, staan in de voortuin van [adres]. Vanwege het signalement had de politie het vermoeden dat dit de scooter was waarop [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] waren gezien. De man die daar woonde, genaamd [medeverdachte 3], verklaarde dat de scooter van [medeverdachte 2] was.

De woning aan de [adres] is betreden ter inbeslagname. Uit het door de politie opgemaakte proces-verbaal volgt dat in genoemde woning de sieraden en de lcd televisie zijn aangetroffen die bij de inbraak waren weggenomen. De sieraden zaten los in een plastic tas van supermarkt [supermarkt].

Verbalisant trof tussen de sieraden twee groene kaarten aan van het [opleidingscentrum X], waarop de naam [medeverdachte 2] stond.

Medeverdachte [medeverdachte 3] verklaarde bij de politie dat op 4 januari 2008 tussen 21.30 uur en 22.00 uur [medeverdachte 1] voor zijn woning op zijn scooter zat. [medeverdachte 1] droeg een zwarte trainingsbroek en een zwart vest met capuchon en bontkraag en [medeverdachte 1] had een zwart Nike petje op. [medeverdachte 1] had een zwarte plasma/lcd van het merk JVC tussen de buddyseat en het stuur staan. [medeverdachte 3] verklaarde voorts dat vijf minuten voordat [medeverdachte 1] aanbelde [verdachte] bij hem kwam. [verdachte] vertelde dat hij binnen op [medeverdachte 1] wilde wachten. [verdachte] had een geelkleurige plastic zak van supermarkt [supermarkt] bij zich. [verdachte] vertelde aan [medeverdachte 3] dat hij samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een woninginbraak had gepleegd. [verdachte] liet aan [medeverdachte 3] zien wat er in de tas zat en [medeverdachte 3] zag dat er sieraden in de tas zaten. [medeverdachte 3] verklaarde dat [medeverdachte 1] de lcd/plasma mee naar binnen nam. [medeverdachte 1] vertelde dat zij moesten uitkijken, omdat er politie in de wijk was. [verdachte] vertelde dat iemand uit Overvecht interesse had voor de lcd/plasma televisie. [medeverdachte 3] verklaarde voorts dat [verdachte] een glimmende zwarte jas aan had.

Getuige [medeverdachte 3] verklaarde voorts bij de politie dat [medeverdachte 1] en [verdachte] de JVC plasma televisie, die vrijdag gestolen was uit een woning op de [adres], aan hem lieten zien in zijn huis, samen met de gele plastic zak van supermarkt [supermarkt], waar sieraden in zaten. Zij wilden naar dit huis teruggaan als alles rustig was, omdat er nog genoeg mooie spullen lagen. [medeverdachte 1] en [verdachte] vertelden aan [medeverdachte 3] dat zij gezien waren door een buurman van dat huis waar zij binnen waren en dat zij daarom waren weggegaan en naar [medeverdachte 3] waren gereden.

Getuige [getuige 4] verklaarde bij de rechter-commissaris dat [verdachte] op de avond van

4 januari 2008 zeker weten bij [medeverdachte 3] thuis is geweest.

De raadsvrouwe van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de verklaring van getuige [medeverdachte 3] onbetrouwbaar moet worden geacht en daarom niet tot het bewijs gebezigd mag worden.

De rechtbank verwerpt dit verweer van de raadsvrouwe. Getuige [medeverdachte 3] heeft bij de politie verklaard dat [medeverdachte 1] en [verdachte] tegen hem hebben gezegd dat ze bij de woninginbraak door de buurman waren gezien en daarom van de woning waren weggegaan. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 1]. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van getuige [medeverdachte 3] betrouwbaar is, nu deze verklaring steun vindt in ander bewijsmateriaal.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte schuldig is aan de hem ten laste gelegde woninginbraak.

De strafbaarheid van het feit

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sanctie

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak, waarbij onder andere een aanzienlijke hoeveelheid sieraden is weggenomen.

Door het plegen van dit delict heeft verdachte blijk gegeven geen enkel respect te hebben voor de privacy van de bewoner van de bewuste woning. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan de gevoelens van onveiligheid die bij het slachtoffer in het bijzonder en bij de maatschappij in het algemeen door dergelijke feiten worden gewekt. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke delicten nog lange tijd angstgevoelens kunnen ondervinden. Verdachte heeft geen rekening gehouden met de gevolgen voor het slachtoffer en heeft alleen gedacht aan zijn eigen gewin.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d.

9 januari 2008, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten;

- een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte van Reclassering Nederland d.d. 16 april 2008, opgemaakt door A. Balfoort, reclasseringswerker.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot -kort gezegd-:

- een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging bekend onder parketnummer 16/613344-05:

De vordering geheel toewijzen:

- gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals deze door de officier van justitie is gevorderd, een passende sanctie is.

Teruggave in beslag genomen goederen:

Met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- Personenauto, Daewoo, kleur rood, [kenteken],

- Mobiele telefoon, kleur zilver, Nokia 6300,

- Kentekenbewijs, kleur groen, Nederlands, [kenteken],

- Frontje autoradio, Sony MP3, kleur zwart,

- Navigatiesysteem, kleur zwart, TomTom,

zal de rechtbank de teruggave gelasten aan verdachte, bij wie deze voorwerpen in beslag zijn genomen.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14g, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld in bijlage II van dit vonnis, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 4 (VIER) MAANDEN.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave van de personenauto, de mobiele telefoon, het kentekenbewijs, het frontje van de autoradio en het navigatiesysteem aan de verdachte.

Heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde vrijheidsstraf.

Ten aanzien van parketnummer 16/613344-05:

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, groot 2 weken, welke voorwaardelijk is opgelegd bij voornoemd vonnis d.d. 11 augustus 2006.

Dit vonnis is gewezen door mrs A.G. Bakker, P. Bender en J.F. Dekking, bijgestaan door

mr. K.F. van Dam als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 april 2008.