Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BD0638

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
29-04-2008
Zaaknummer
245945/ KG ZA 08-286
Rechtsgebieden
Civiel recht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

aanbestedingszaak. Heeft de aanbestedende dienst terecht de inschrijving ongeldig verklaard?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 245945 / KG ZA 08-286

Vonnis in kort geding van 29 april 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WARECO B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

eiseres,

procureur mr. J.M. van Noort,

advocaat mr. B. van der Zijpp te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING BODEMSANERING NS,

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

gedaagde,

procureur mr. L. Böhmer,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam,

en in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARCADIS NEDERLAND B.V.

gevestigd te Arnhem,

tussenkomende partij,

procureurs mr. P.F.C. Heemskerk en S. van Voorst,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WARECO B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

gedaagde sub 1,

procureur mr. J.M. van Noort,

advocaat mr. B. van der Zijpp te Amsterdam,

2. de stichting

STICHTING BODEMSANERING NS,

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

gedaagde sub 2,

procureur mr. L. Böhmer,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam,

en in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WARECO B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

gedaagde sub 1,

procureur mr. J.M. van Noort,

advocaat mr. B. van der Zijpp te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WITTEVEEN + BOS RAADGEVENDE INGENIEURS B.V.,

gevestigd te Deventer,

tussenkomende partij,

procureur mr. P.J. Soede,

advocaat mrs. A.E. Broesterhuizen en G.J. van de Wetering

tegen

de stichting

STICHTING BODEMSANERING NS,

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

gedaagde,

procureur mr. L. Böhmer,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Wareco, SBNS, Arcadis en Witteveen + Bos worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 18 maart 2008,

- de producties 1 tot en met 10 van Wareco,

- de producties 1 en 2 van SBNS,

- de incidentele conclusie tot tussenkomst van Arcadis,

- de incidentele conclusie houdende een verzoek tot tussenkomst (subsidiair voeging) van

Witteveen + Bos,

- productie A van Witteveen + Bos,

- de mondelinge behandeling van 17 april 2008,

- de pleitnota van Wareco,

- de pleitnota van SBNS,

- de pleitnota van Arcadis,

- de pleitnota van Witteveen + Bos.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 11 juli 2007 heeft SBNS in verband met het voorbereiden en uitvoeren van bodemsaneringen op en/of nabij (voormalige) spoorwegemplacementen in Nederland

een Europese niet openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd, waarbij alle gegadigden worden onderworpen aan een preselectie en de daarna overblijvende partijen worden uitgenodigd om een aanbieding in te dienen.

2.2. Deze aanbesteding heeft betrekking op twee kavels. Kavel 1 betreft “bodemonderzoek” en kavel 2 betreft “Begeleiden Saneringstrajecten”. Per kavel worden zeven raamovereenkomsten gesloten.

2.3. Het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (hierna te noemen: “BAO”) is op de onderhavige aanbestedingsprocedure van toepassing.

2.4. Wareco heeft de preselectie met succes doorstaan en vervolgens op uitnodiging van SBNS meegedongen naar kavel 2 “Begeleiden Saneringstrajecten”.

2.5. SBNS heeft de aard en de omvang van de opdracht en de te volgen aanbestedingsprocedure nader omschreven in een Uitnodiging tot Inschrijving, Europese Aanbesteding, “Aanmelding Raamovereenkomst voorbereiding en begeleiding SBNS-saneringswerkzaamheden”, 2007/S134-164991 (hierna te noemen: de Uitnodiging tot inschrijving). In deze Uitnodiging tot inschrijving is voor zover van belang het volgende vermeld:

2.3 Uitleg selectieproces

(…)

Per kavel worden de ingeleverde inschrijvingen beoordeeld aan de hand van het gunningscriterium “economisch meest voordelige aanbieding” zoals beschreven in Hoofdstuk 5. Dit criterium is in het Prijzenblad uitgewerkt door de door Inschrijver geoffreerde eenheidsprijzen door te rekenen naar een gewogen eindbedrag: de zogenaamde laagste, gewogen, fictieve aanneemsom.

Per perceel wordt met de 7 (zeven) Inschrijvers die de laagste fictieve aanneemsom hebben aangeboden een Raamovereenkomst gesloten voor het desbetreffende perceel.

3 Inschrijfprocedure

In dit hoofdstuk zijn de procedurele aspecten van de aanbesteding opgenomen.

3.1 Inschrijvingsvereisten

3.1.7 Kostenopbouw

De kostenopbouw van de inschrijving dient te geschieden conform het bijgevoegde Prijzenblad (Bijlage 7.2 is de versie voor Kavel 1 “Bodemonderzoek” en Bijlage 7.3 is de versie voor Kavel 2 “Begeleiden saneringstrajecten). Inschrijver dient alle relevante kostenposten die samenhangen met de opdracht mee te nemen in zijn inschrijving, zoals verzekeringen, transport, belastingen, heffingen, administratiekosten, kosten voor overleg, etc.

Kosten die niet expliciet in de inschrijving zijn opgenomen komen tijdens de contractduur niet voor vergoeding in aanmerking. Het is niet toegestaan negatieve eenheidsprijzen in te vullen.

(…)

5. BEOORDELING VAN DE INSCHRIJVINGEN

In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de inschrijving wordt beoordeeld.

Bij de beoordeling van de ontvangen inschrijvingen zal eerst worden getoetst of de Inschrijving voldoet aan de gestelde formele en materiële eisen. In dat geval is sprake van besteksconforme inschrijving. Niet besteksconforme inschrijvingen worden geëcarteerd en komen derhalve niet voor gunning in aanmerking.

De SBNS hanteert bij deze aanbesteding als gunningscriterium dat van de economisch meest voordelige inschrijving. Dit criterium is per perceel in het Prijzenblad uitgewerkt door de door Inschrijver geoffreerde eenheidsprijzen door te rekenen naar een gewogen eindbedrag: de zogenaamde laagste, gewogen, fictieve aanneemsom.

Op het moment wanneer u in het elektronische Prijzenblad (bijlage 7.2 en/of 7.3) alle eenheidsprijzen heeft ingevuld, zal het Prijzenblad automatisch de door de Inschrijver geoffreerde gewogen, fictieve aanneemsom berekenen. Per perceel zal er een prijzenblad worden bijgesloten. U dient alleen het prijzenblad in te vullen voor het perceel waarvoor u bent uitgenodigd in te schrijven.

Aan de in het Prijzenblad opgenomen aantallen waarmee de geoffreerde eenheidsprijzen worden vermenigvuldigd kunnen geen rechten worden ontleend ten aanzien van de hoeveelheden die tijdens de looptijd van de raamovereenkomst worden afgenomen. Ofschoon deze aantallen een representatieve inschatting zijn ten behoeve van een zorgvuldige weging van de eenheidsprijzen, zijn de aantallen fictief. Afrekening onder de gegunde Raamovereenkomst vindt plaats door de werkelijke aantallen te vermenigvuldigen met de aangeboden eenheidsprijzen.

6. Toelichting op het prijzenblad (bijlage 7.2 en 7.3)

U dient de kolom tarief excl. BTW (kolom I) geel gekleurd, van prijzenblad in te vullen, u dient overal een bedrag in te vullen dat groter of gelijk is dan 0,01. Negatieve bedragen zijn niet toegestaan.

Daar waar expliciet staat aangegeven dat er een percentage moet worden ingevuld, vult u een percentage in zonder %-teken (een getal groter of gelijk aan 0 (nul))

Wanneer er een cel niet is ingevuld of er een negatief bedrag wordt aangetroffen zal de SBNS Inschrijver uitsluiten.

2.6. De door SBNS met betrekking tot kavel 1 en 2 aangeleverde Prijzenbladen bevatten in alle in te vullen cellen een “0,00”.

De Prijzenbladen waren beveiligd in die zin dat het in beginsel alleen mogelijk was om de cellen in te vullen die daarvoor bedoeld waren.

2.7. Wareco heeft de door haar tijdig ingediende inschrijving als productie 4 in het geding gebracht. De fictieve aanneemsom van Wareco bedraagt EUR 2.740.959,96.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat Wareco op het door haar ingediende Prijzenblad in totaal vijftien keer een bedrag tussen de EUR 0,00 en EUR 0,01 heeft ingevuld, meer in het bijzonder heeft zij:

- bij de bestekposten 12.1.3, 12.7.3, 12.7.4, 12.12.3, 12.12.4 en 12.17.1 een eenheidsprijs

van “0,0000095” ingevuld,

- bij de bestekposten 12.1.5, 12.7.2, 12.10.1, 12.10.2, 12.10.4, 12.10.5, 12.12.2 een

eenheidsprijs van “0,000095” ingevuld, en

- bij de bestekposten 12.15.5 en 12.15.6 een eenheidsprijs van “0,0001” ingevuld.

2.8. Bij brief van 25 februari 2008 heeft SBNS het volgende aan Wareco bericht:

(…)

Wareco heeft naar aanleiding van de Uitnodiging tot Inschrijving op tijd een ongeldige Inschrijving voor kavel 2 ingediend op 14 februari 2008. Uw inschrijving is ongeldig daar u bij kavel 2 bij verschillende posten een bedrag van EUR 0,00 heeft ingevuld. Conform hoofdstuk 6 van de uitnodiging tot Inschrijving is dit vanwege het manipulatieve effect daarvan niet toegestaan en moet tenminste een bedrag van EUR 0,01 worden ingevuld. Conform de aankondiging in hoofdstuk 6 van de uitnodiging tot Inschrijving leidt het niet in acht nemen van deze voorwaarden tot terzijdelegging van de inschrijving.

De SBNS is voornemens de raamovereenkomsten te gunnen aan de zeven inschrijvers die de laagste, fictieve aanneemsommen hebben aangeboden. U kunt in de onderstaande tabel zien welke inschrijvers dat zijn.

Ranking Kavel 2, Begeleiden Fictieve

Saneringstrajecten Aanneemsom

1 KWW EUR 2.723.711,44

2 Oranjewoud EUR 2.779.619,40

3 Grondslag BV EUR 2.850.002,42

4 Tauw BV EUR 3.040.008,53

5 Syncera EUR 3.051.395,39

6 Witteveen + BosEUR 3.093.945,60

7 Arcadis EUR 3.165.385,97

8 DHV BV EUR 4.652.708,24

Mocht u naar aanleiding van dit voornemen bezwaren hebben, dan dient u dat – zoals ook staat beschreven in § 3.4 van de Uitnodiging tot inschrijving – binnen zeven dagen na dagtekening van deze mededeling schriftelijk en gemotiveerd kenbaar te maken aan de SBNS.

(…).

2.9. SBNS heeft aan Arcadis kenbaar gemaakt dat zij ten aanzien van perceel 2 als zevende is geëindigd en dat zij voornemens is om met betrekking tot dit perceel een raamovereenkomst met Arcadis te sluiten.

2.10. SBNS heeft aan Witteveen + Bos kenbaar gemaakt dat zij ten aanzien van perceel 2 als zesde is geëindigd en dat zij voornemens is om met betrekking tot dit perceel een raamovereenkomst met Witteveen + Bos te sluiten.

3. De vorderingen

3.1. Wareco vordert dat SBNS bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en alle dagen en uren, wordt geboden om – in geval van gunning – één van de zeven raamovereenkomsten voor kavel 2 “Begeleiden Saneringstrajecten” aan Wareco te gunnen, dit op straffe van verbeurte van een eenmalige direct opeisbare dwangsom van

EUR 300.000,00 en met veroordeling van SBNS in de proceskosten.

3.2. Arcadis vordert in het incident primair dat zij wordt toegelaten als tussenkomende partij in het kort geding tussen Wareco en de SBNS en subsidiair dat zij wordt toegelaten als voegende partij aan de zijde van SBNS, dit met veroordeling van Wareco in de kosten van het incident.

Arcadis vordert in de hoofdzaak dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. de vordering van Wareco wordt afgewezen, met veroordeling van Wareco in de kosten

van dit geding, met bepaling dat deze kosten vermeerderd met de nakosten ad

EUR 131,00 binnen twee weken na dagtekening van het vonnis aan Arcadis moeten zijn

voldaan bij gebreke waarvan Wareco zonder nadere aankondiging over die kosten

wettelijke rente zal zijn verschuldigd,

II. primair, SBNS wordt geboden het gunningsvoornemen ten aanzien van perceel 2

ongewijzigd te laten en over te gaan tot het sluiten van de raamovereenkomst ten aanzien

van perceel 2 met Arcadis,

subsidiair, voor het geval de voorzieningenrechter meent dat de inschrijving van Wareco

niet ongeldig is, SBNS wordt verboden over te gaan tot gunning van de onderhavige

opdracht aan Wareco en indien SBNS de onderhavige opdracht nog wenst te vergeven

terzake een nieuwe aanbestedingsprocedure te organiseren conform het toepasselijk

wettelijk kader.

3.3. Witteveen + Bos vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en op alle dagen en uren,

primair:

- Witteveen + Bos wordt toegestaan om tussen te komen in het kort geding dat Wareco

tegen SBNS aanhangig heeft gemaakt,

- Wareco niet-ontvankelijk wordt verklaard, althans haar vorderingen worden afgewezen,

- SBNS wordt geboden de raamovereenkomst voor kavel 2 te gunnen aan de inschrijvers

aan wie zij heeft bericht voornemens te zijn deze te gunnen, waaronder in ieder geval

Witteveen + Bos, indien SBNS deze opdracht niet in eigen beheer wenst uit te voeren

maar aan derden wenst op te dragen,

subsidiair:

- Witteveen + Bos wordt toegestaan om zich te voegen aan de zijde van SBNS in het

kort geding dat Wareco tegen SBNS aanhangig heeft gemaakt,

- Wareco niet- ontvankelijk wordt verklaard, althans haar vorderingen worden afgewezen,

primair en subsidiair:

- Wareco wordt veroordeeld in de kosten van dit geding, waaronder begrepen een redelijke

tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand, een bedrag aan salaris voor de procureur

van Witteveen + Bos en EUR 131,00 aan nasalaris voor de procureur van Witteveen +

Bos.

4. De beoordeling

In het incident

4.1. De vordering van Arcadis en van Witteveen + Bos om in dit kort geding te mogen tussenkomen is tijdens de mondelinge behandeling toegewezen, aangezien Wareco en SBNS daartegen geen bezwaar hadden en deze vordering overigens gegrond is op de wet.

4.2. Ten aanzien van de vordering van Arcadis om Wareco in de proceskosten in het incident te veroordelen is tijdens de mondelinge behandeling nog geen beslissing genomen. Deze vordering zal worden toegewezen. De proceskosten worden daarbij begroot op nihil.

In de hoofdzaken

De vordering van Wareco

4.3. Wareco baseert haar vordering op SBNS – kort gezegd – op de stelling dat SBNS ten onrechte haar inschrijving ongeldig heeft verklaard.

SBNS, Arcadis en Witteveen + Bos betwisten dit.

Beoordeeld dient dan ook te worden of SBNS op goede grond de inschrijving van Wareco ongeldig heeft kunnen verklaren. Hierover wordt het volgende overwogen.

4.4. In hoofdstuk 6 van de Uitnodiging tot inschrijving is onder meer vermeld dat de inschrijver de op het Prijzenblad geel gekleurde kolom dient in te vullen en dat er overal een bedrag moet worden ingevuld dat groter is dan of gelijk is aan 0,01.

Niet in geschil is dat Wareco daaraan niet heeft voldaan. Vaststaat immers dat Wareco op het door haar ingediende Prijzenblad vijftien keer een lager bedrag dan EUR 0,01 heeft ingevuld.

SBNS heeft omdat Wareco niet aan bovengenoemde eis heeft voldaan de inschrijving van Wareco ongeldig verklaard.

Wareco stelt zich op het standpunt dat SBNS dit ten onrechte heeft gedaan omdat – kort gezegd – :

a) in de Uitnodiging tot inschrijving nergens is bepaald dat het niet voldoen aan

bovengenoemde eis tot ongeldigheid van de inschrijving leidt,

b) het ongeldig verklaren van de inschrijving van Wareco in strijd is met het in het

aanbestedingsrecht geldende beginsel van proportionaliteit.

SBNS, Arcadis en Witteveen + Bos betwisten dit standpunt van Wareco.

4.5. Geconcludeerd wordt dat het voor de behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver op grond van de Uitnodiging tot inschrijving, en meer in het bijzonder van het in rechtsoverweging 2.5 geciteerde gedeelte daarvan in onderlinge samenhang bezien, duidelijk moet zijn geweest dat:

- (onder meer) als eis gold dat op het door SBNS aangeleverde Prijzenblad de geel

gekleurde kolom tarief excl. BTW moest worden ingevuld en dat daarbij overal een

bedrag moest worden ingevuld dat groter is dan of gelijk is aan EUR 0,01, en dat

- het niet voldoen aan deze eis tot ecartering (ongeldigverklaring) van de inschrijving zou

leiden.

Dit wordt als volgt gemotiveerd.

4.5.1. In hoofdstuk 5 van de Uitnodiging tot inschrijving is vermeld dat bij de beoordeling van de ontvangen inschrijvingen eerst zal worden getoetst of de inschrijving voldoet aan de gestelde formele en materiële eisen, in welk geval sprake is van besteksconforme inschrijving. Verder is in dit hoofdstuk vermeld dat niet besteksconforme inschrijvingen worden geëcarteerd en om die reden niet voor gunning in aanmerking komen.

In hoofdstuk 6 van de Uitnodiging tot inschrijving is onder meer vermeld dat de geel gekleurde kolom tarief excl. BTW (kolom I) van het Prijzenblad moet worden ingevuld en dat overal een bedrag moet worden ingevuld dat groter of gelijk is dan 0,01.

Het betreft hier een materiële eis zoals bedoeld in hoofdstuk 5 van de Uitnodiging tot inschrijving. Het niet voldoen aan deze eis leidt, gelet op wat daarover in het hiervoor vermelde hoofdstuk 5 van Uitnodiging tot inschrijving is bepaald, tot ecartering (ongeldigverklaring) van de inschrijving.

4.5.2. De door Wareco aangevoerde omstandigheid, inhoudende dat in hoofdstuk 6 van Uitnodiging tot inschrijving niet uitdrukkelijk is bepaald dat SBNS de inschrijver zal uitsluiten wanneer niet een bedrag is ingevuld dat groter is dan of gelijk is aan 0,01, terwijl dit ten aanzien van de andere in hoofdstuk 6 vermelde eisen wel het geval is (te weten de eis dat geen negatieve bedragen mogen worden ingevuld en de eis dat daar waar expliciet staat aangegeven dat er een percentage moet worden ingevuld een percentage moet worden ingevuld) maakt dit niet anders. Uit hoofdstuk 5 van de Uitnodiging volgt zoals hiervoor is overwogen immers voldoende duidelijk dat het niet voldoen aan in de Uitnodiging tot inschrijving vermelde formele en materiële eisen tot ecartering van de inschrijving (het niet gunnen van de opdracht) leidt.

Daarbij komt dat niet valt in te zien dat SBNS aan het niet nakomen van de in hoofdstuk 6 vermelde eis dat op het Prijzenblad een bedrag moet worden ingevuld dat groter of gelijk is dan 0,01 geen consequenties heeft willen verbinden.

4.6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het standpunt van Wareco zoals weergegeven in rechtsoverweging 4.4 onder a niet opgaat.

4.7. Ook het standpunt van Wareco zoals weergegeven in rechtsoverweging 4.4 onder b, inhoudende dat de ongeldigverklaring van haar inschrijving in strijd is met het in het aanbestedingsrecht geldende beginsel van proportionaliteit, wordt verworpen. Dit wordt als volgt gemotiveerd.

4.7.1. Wareco voert ter onderbouwing van dit standpunt het volgende aan.

Er is slechts sprake van een foutje van te verwaarlozen omvang, welk foutje niet tot vervalsing van de mededinging kan leiden. Indien Wareco bij de vijftien posten waar zij een lager bedrag dan EUR 0,01 heeft ingevuld een eenheidsprijs van EUR 0,01 zou hebben ingevuld dan zou de fictieve aanneemsom van Wareco slechts EUR 53,41 hoger zijn uitgevallen. Een verschil van 0,001948587%. Wareco zou dan op de tweede plaats zijn geëindigd. De huidige nummer zeven (Arcadis) zou dan op nummer acht zijn geëindigd en buiten de boot zijn gevallen. Alsdan zou Arcadis slechts met vrucht kunnen aanvoeren dat de eerlijke mededinging niet is gewaarborgd in geval het verschil tussen nummer twee (Wareco) en nummer acht (Arcadis) kleiner is dan ofwel gelijk is aan EUR 53,41. Het is echter de facto uitgesloten dat bij een aanbesteding met een gemiddelde inschrijfsom van ongeveer

EUR 3.000.000,00 zeven aanbiedingen worden ingediend binnen een bandbreedte van

EUR 53,41.

4.7.2. In tegenstelling tot wat Wareco lijkt te suggereren is haar “foutje” (het op het Prijzenblad op vijftien posten invullen van een eenheidsprijs die lager is dan EUR 0,01) niet voor herstel vatbaar. Het bieden van de mogelijkheid aan inschrijvers om een fout te herstellen verdraagt zich in het algemeen niet met het gelijkheidsbeginsel. Alleen indien voor een ieder duidelijk is dat in een aanbieding onbedoeld een fout is geslopen, alsook dat herstel van die fout niet tot vervalsing van de concurrentie kan leiden, verzet het gelijkheidsbeginsel zich er niet tegen dat de inschrijver in staat wordt gesteld zijn fout te herstellen. Dat deze uitzonderingssituatie zich in dit geval voordoet, is – mede gelet op de gemotiveerde betwisting van SBNS, Arcadis en Witteveen + Bos – onvoldoende aannemelijk geworden.

Het is zoals – SBNS, Arcadis en Witteveen + Bos aanvoeren – de vraag of sprake is van een onbedoelde fout van Wareco. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat Wareco op het door haar ingediende Prijzenblad in totaal vijftien keer een bedrag tussen de

EUR 0,00 en EUR 0,01 (zoals weergegeven in rechtsoverweging 2.7) heeft ingevuld terwijl op het door SBNS aangeleverde Prijzenblad bij al deze posten EUR 0,00 stond vermeld. Verder geldt dat het niet is uitgesloten dat het herstel van de fout (zijnde het opgeven van een onjuiste eenheidsprijs) tot concurrentievervalsing zal leiden.

4.7.3. De door Wareco ingediende inschrijving kan gelet op het transparantie- en gelijkheidsbeginsel – zoals Arcadis terecht aanvoert – ook niet worden gewijzigd (zie onder meer HvJ EG 25-04-1996, C-87/94, Waalse bussen).

4.8. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat SBNS op goede grond de inschrijving van Wareco ongeldig heeft verklaard en dat de vordering van Wareco moet worden afgewezen.

4.9. Wareco zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SBNS worden begroot op:

- vast recht EUR 254,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.070,00

De vorderingen van Arcadis

4.10. In wat hiervoor onder “de vordering van Wareco” is overwogen, ligt besloten dat de vordering van Arcadis die ertoe strekt dat de vordering van Wareco op SBNS wordt afgewezen (3.2 onder I) toewijsbaar is. Ook de in dit verband door Arcadis gevorderde proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen twee weken na dagtekening van dit vonnis door Wareco aan Arcadis wordt betaald, zijn toewijsbaar. Deze proceskosten worden begroot op EUR 816,00 aan salaris procureur.

De door Arcadis gevorderde nakosten zullen worden afgewezen omdat daarvoor de in artikel 237 lid 4 Rv vermelde procedure moet worden gevolgd.

4.11. De primaire vordering van Arcadis die ertoe strekt dat SBNS wordt geboden het gunningsvoornemen ten aanzien van perceel 2 ongewijzigd te laten en over te gaan tot het sluiten van de raamovereenkomst ten aanzien van perceel 2 met Arcadis, zal worden afgewezen omdat onvoldoende is gebleken dat Arcadis een rechtens te respecteren belang bij deze vordering heeft. Gesteld noch gebleken is dat SBNS voornemens is om haar gunningsvoornemen ten aanzien van perceel 2 te wijzigen.

4.12. Aan de beoordeling van de subsidiaire vordering van Arcadis (zoals weergegeven in 3.2 onder II) wordt niet toegekomen omdat de voorwaarde waaronder deze vordering is ingesteld, te weten dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat de inschrijving van Wareco niet ongeldig is, niet is vervuld. Uit wat onder “de vordering van Wareco” is overwogen, volgt immers dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat SBNS op goede grond de inschrijving van Wareco ongeldig heeft verklaard.

De vorderingen van Witteveen + Bos

4.13. In wat hiervoor onder “de vordering van Wareco” is overwogen, ligt besloten dat de vordering van Witteveen + Bos die ertoe strekt dat de vordering van Wareco op SBNS wordt afgewezen (3.3) toewijsbaar is.

4.14. Wareco zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten aan de zijde van Witteveen + Bos worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op EUR 816,00 aan salaris procureur.

Deze proceskostenveroordeling zal – anders dan Witteveen + Bos heeft gevorderd – niet uitvoerbaar op de minuut worden verklaard omdat zij daarbij geen belang heeft aangezien voor Witteveen + Bos terstond na deze uitspraak een grosse beschikbaar zal zijn.

Dit vonnis zal – anders dan gevorderd – niet uitvoerbaar worden verklaard op alle dagen en uren omdat de noodzaak daarvan niet is gebleken.

De door Witteveen + Bos gevorderde nakosten zullen worden afgewezen omdat daarvoor de in artikel 237 lid 4 Rv vermelde procedure moet worden gevolgd.

4.15. De vordering van Witteveen + Bos die ertoe strekt dat SBNS wordt geboden de raamovereenkomst voor kavel 2 te gunnen aan de inschrijvers aan wie zij heeft bericht voornemens te zijn deze te gunnen, waaronder in ieder geval Witteveen + Bos, zal worden afgewezen omdat onvoldoende is gebleken dat Witteveen + Bos een rechtens te respecteren belang bij deze vordering heeft. Gesteld noch gebleken is dat SBNS voornemens is om haar gunningsvoornemen ten aanzien van kavel 2 te wijzigen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in het incident:

5.1. veroordeelt Wareco in de proceskosten in het incident tot tussenkomst, aan de zijde van Arcadis tot op heden begroot op nihil,

in de hoofdzaken:

5.2. wijst af de vordering van Wareco tegen SBNS,

5.3. veroordeelt Wareco in de proceskosten, aan de zijde van SBNS tot op heden begroot op EUR 1.070,00,

5.4. veroordeelt Wareco in de proceskosten, aan de zijde van Arcadis tot op heden begroot op EUR 816,00, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen twee weken na dagtekening van dit vonnis door Wareco aan Arcadis worden betaald,

5.5. veroordeelt Wareco in de proceskosten, aan de zijde van Witteveen + Bos tot op heden begroot op EUR 816,00,

5.6. wijst af de vordering van Arcadis tegen SBNS, inhoudende dat SBNS wordt geboden het gunningsvoornemen ten aanzien van perceel 2 ongewijzigd te laten en over te gaan tot het sluiten van de raamovereenkomst ten aanzien van perceel 2 met Arcadis,

5.7. wijst af de vordering van Witteveen + Bos tegen SBNS, inhoudende dat SBNS wordt geboden de raamovereenkomst voor kavel 2 te gunnen aan de inschrijvers aan wie zij heeft bericht voornemens te zijn deze te gunnen, waaronder in ieder geval Witteveen + Bos,

5.8. verklaart dit vonnis wat betreft 5.3, 5.4 en 5.5 uitvoerbaar bij voorraad,

5.9. wijst af hetgeen door partijen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Delft-Baas en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2008.?