Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BC9960

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
10-04-2008
Datum publicatie
23-04-2008
Zaaknummer
244788/ JE RK 08-454
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Instemmingsvereiste machtiging gesloten jeugdzorg in een JJI, reparatiewetgeving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

Verlenging machtiging gesloten jeugdzorg

zaaknummer: 244788 / JE RK 08-454

beschikking van 10 april 2008 van de kinderrechter met betrekking tot de jeugdige:

[kind], geboren te [geboorteplaats], op 18 augustus 1992,

kind van

[vader],

en

[moeder], beiden wonende te [woonplaats].

1. Verloop van de procedure

Bureau Jeugdzorg Utrecht heeft op 22 februari 2008 verzocht een machtiging te verlenen om de jeugdige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven.

Daarbij zijn overgelegd het hulpverleningsplan en verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling, afschriften van het indicatiebesluit en van de verklaring van de stichting voorzien van instemming van de gedragskundige.

Tevens is verwezen naar het rechtbankdossier met betrekking tot deze ondertoezichtstelling.

Aangezien verlening van een machtiging in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg is verzocht, is aan de jeugdige als raadsvrouwe toegevoegd mr. A.M.C.J. Klostermann.

Bij beschikking van 6 maart 2008 heeft de kinderrechter een machtiging verlengd om de jeugdige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven met ingang van 7 maart 2008 tot en met 10 april 2008 met aanhouding van het overige.

Op 9 april 2008 heeft Bureau Jeugdzorg te Utrecht overgelegd het tweede individuele verblijfsplan van de Hunnerberg van [kind] van 26 maart 2008.

Op 10 april 2008 heeft de kinderrechter het aangehouden verzoek ter zitting behandeld.

2. Beoordeling van het verzochte

Bij beschikking van 15 januari 2008 van de kinderrechter te Utrecht is de ondertoezichtstelling van voornoemde jeugdige met ingang van 22 januari 2008 verleend voor de duur van een jaar.

De kinderrechter is van oordeel dat naar aanleiding van de verklaringen van de gehoorde personen en uit de overgelegde stukken blijkt dat de jeugdige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de zorg die zij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.

De kinderrechter neemt hierbij in overweging dat er grote zorgen zijn om [kind] terzake met name haar sociaal-emotionele en gewetensontwikkeling, haar oppositionele gedragsstoornis èn haar (psycho)sexuele ontwikkeling. Deze laatste zorgen, welke door de [kind] en haar ouders telkenmale worden ontkend, blijken niet alleen uit het raadsonderzoek van 2 januari 2008 en het persoonlijkheidsonderzoek van 19 februari 2008, maar worden ook ondersteund door de inhoud van het tweede individuele verblijfsplan van de Hunnerberg van 26 maart 2008. De kinderrechter is op basis van vorenbedoelde informatie van oordeel dat het noodzakelijk is dat [kind] in een gesloten setting wordt behandeld. De door de advocaat van de jeugdige naar voren gebrachte mogelijkheid tot het inzetten van MST acht de kinderrechter, mede gelet op de door BJZ bij De Waag ingewonnen informatie daarover, thans onvoldoende, gezien de problematiek van [kind] en de onduidelijkheid over het gezinssysteem. Gelet op de zwaarte van de maatregel zal de machtiging echter worden verleend voor de duur van een half jaar.

Nu gebleken is dat [kind] thans nog in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI) verblijft daar nog geen behandelplaats beschikbaar is in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg (de bedoeling is dat de [kind] zo snel mogelijk wordt overgeplaatst naar de accommodatie voor gesloten jeugdzorg Harreveld) is de vraag aan de orde of op basis van artikel VII, vierde lid van het overgangsrecht behorende bij de Wet op de gesloten jeugdzorg (30.644) onderhavige machtiging ten uitvoer gelegd kan worden in een JJI . De kinderrechter beantwoordt deze vraag anticiperend op de Reparatiewet gesloten jeugdzorg (31.373) bevestigend. Immers daaruit volgt dat het in artikel VII, vierde lid van het overgangsrecht behorende bij de Wet op de gesloten jeugdzorg opgenomen instemmingvereiste van gezagdragende ouders en de jeugdige voor de tenuitvoerlegging van een machtiging gesloten jeugdzorg in een JJI in verband met plaatsgebrek tot 1 januari 2010 op een omissie van de wetgever berust. Dit instemmingsvereiste wordt bij vorengenoemde Reparatiewet dan ook wordt afgeschaft, welke Reparatiewet reeds op 13 maart 2008 zonder beraadslaging en stemming door de Tweede Kamer is aangenomen, op 15 april 2008 door de Eerste Kamer wordt behandeld en naar het zich laat aanzien op zeer korte termijn na deze beraadslaging in werking zal treden.

3. Beslissing

De kinderrechter verlengt de machtiging de jeugdige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg als bedoeld in het indicatiebesluit d.d. 20 februari 2008, kenmerk B-CAM-UGV34, met ingang van 10 april 2008 voor de duur van een half jaar en waarbij de maatregel ten uitvoer kan worden gelegd in een Justitiële Jeugd Inrichting.

Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van

10 april 2008 door mr. E. Bongers, kinderrechter, in bijzijn van M.A. Wiezer als griffier.