Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BC9851

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-04-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
561331 UE VERZ 08-207
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst. Dienstverband van 22 jaar. Schending van vertrouwen door medisch acceptant levensverzekeringen die in strijd met de regels de aanvraag van zijn broer beoordeelt zonder de aanvraag aan een collega voor te leggen en voorts in strijd met de regels geen premieverhoging of een medisch onderzoek voorstelt. Geen dringende reden. Wel ontbinding wegens veranderingen in de omstandigheden. Geen vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0286

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Utrecht

zaaknummer: 561331 UE VERZ 08-207 PK

beschikking d.d. 9 april 2008

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Axa Verzekeringen B.V., gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Axa,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. C.N. de Jong,

tegen:

[verweerder], wonende te Den Haag,

verder ook te noemen [verweerder],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. H.J. van Kaauwen.

1. Verloop van de procedure

Axa heeft op 8 februari 2008 een verzoekschrift ingediend. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend. Het verzoek is ter zitting van 19 maart 2008 behandeld. Daarvan is aantekening gehouden. Hierna is uitspraak bepaald.

2. Motivering

2.1. [verweerder], geboren op [geboortedatum], is op 1 oktober 1985 in dienst van (de rechtsvoorganger van) Axa getreden.

Het laatstgenoten brutoloon bedraagt € 2.805,39 per maand, exclusief vakantiebijslag en dertiende maand.

2.2. Axa verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair vanwege een dringende reden, subsidiair vanwege gewijzigde omstandigheden. Zij voert daartoe het volgende aan.

[verweerder] is medisch acceptant binnen de afdeling Medische Acceptatie en Claims. Uit dien hoofde houdt hij zich bezig met de medische acceptatie van aanvragen voor levensverzekeringen en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen door consumenten.

In 2003 heeft de broer van [verweerder] een levensverzekering bij Axa afgesloten. In 2007 is hij overleden. Indien een verzekerde binnen 5 jaar na het afsluiten van de verzekering overlijdt vindt controle plaats naar de totstandkoming van de levensverzekering. Bij de controle naar de totstandkoming van de verzekering van de broer van [verweerder] is op 4 januari 2008 gebleken dat [verweerder] zelf de medische acceptatie heeft uitgevoerd, en wel zonder de aanvraag aan een medeacceptant voor te leggen. Dit in strijd met de richtlijn van het “vier ogen principe”, op grond waarvan [verweerder] een tweede medisch acceptant en/of een medisch adviseur bij de acceptatie had moeten betrekken. In een gesprek op 8 januari 2008 met de Directeur Operations en de Compliance Officer heeft [verweerder] aangegeven dat hij de acceptatie zelf had verricht en dat hij niet wist of een andere acceptant had meegekeken. Hij gaf verder aan dat hij wel een medisch adviseur zou hebben ingeschakeld als de betrokkene niet zijn broer was geweest, zoals hij wel heeft gedaan bij de acceptatie van de echtgenote van zijn broer. Voor deze verschillende behandeling heeft [verweerder] geen verklaring kunnen geven. Voorts heeft [verweerder] toegegeven dat bij een juiste toepassing van de richtlijnen hij een “oversterfte”zou hebben geadviseerd. Dit zou tot een hogere premie hebben geleid. In afwachting van nader onderzoek is [verweerder] vervolgens naar huis gestuurd met behoud van salaris.

Vervolgens heeft nader onderzoek plaatsgevonden. Hieruit bleek dat [verweerder] inderdaad de acceptatie van zijn broer alleen heeft verricht, en dat hij bij de acceptatie van de echtgenote van zijn broer wel een medisch adviseur heeft ingeschakeld.

Op basis van geanonimiseerde gegevens is het dossier aan de medisch adviseur en de leiding van de afdeling Medische Acceptatie voorgelegd. Hieruit bleek dat [verweerder] op grond van het beleid van Axa een aanvullend onderzoek door een medisch adviseur had moeten adviseren. Dit zou een zgn. “kort gericht onderzoek” zijn geweest. Dit onderzoek zou minimaal hebben geleid tot een oversterfteadvies van 50-75% in het geval uitgegaan zou worden van de juistheid van de gegevens op de gezondheidsverklaring. Dit zou weer tot vaststelling van een hogere premie hebben geleid.

Op 21 januari 2008 heeft Axa [verweerder] laten weten het dienstverband niet te willen voortzetten en heeft zij hem een beëindigingvoorstel gedaan. [verweerder] heeft dit voorstel afgewezen.

2.3. [verweerder] voert verweer. Voor zover nodig voor de beslissing zal de kantonrechter daarop in het navolgende ingaan.

2.4. De kantonrechter overweegt het volgende.

[verweerder] heeft niet betwist dat hij het “vier ogen principe” had moeten toepassen. Evenmin betwist hij dat de gegevens op de gezondheidsverklaring van zijn broer aanleiding hadden moeten zijn om een hogere premie voor te stellen. [verweerder] stelt echter dat er sprake is geweest van een fout, of liever van nonchalance. Hij erkent verder dat het “in de wandelgangen” bekend was dat men aanvragen van familie en vrienden niet zelf behoorde te beoordelen.

2.5. Bij de beantwoording van de vraag of de handelwijze van [verweerder] ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt is onder meer van belang of er inderdaad sprake is geweest van een fout of nonchalance, of dat [verweerder] zich ervan bewust moet zijn geweest dat hij in afwijking handelde van de voorschriften.

Hiertoe acht de kantonrechter de volgende omstandigheden van belang:

- [verweerder] heeft ter zitting verklaard dat hij op een gegeven moment met zijn broer naar een hypotheekshop is geweest die offertes voor zijn broer heeft aangevraagd, onder meer bij Axa; [verweerder] heeft deze offertes met zijn broer besproken, waarna zijn broer besloot de hypotheeklening bij Axa als goedkoopste onder te brengen; [verweerder] wist dus dat Axa op korte termijn een aanvraag zou ontvangen;

- [verweerder] heeft de gezondheidsverklaring van zijn broer op 18 februari 2003 beoordeeld;

- de gezondheidsverklaring van de echtgenote van zijn broer heeft [verweerder] eveneens, en wel drie dagen later, beoordeeld, zij het in overleg met een medeacceptant; op het betreffende werkformulier is bij “bijzonderheden” vermeld: “schoonzus [x] ([verweerder], kantonrechter)”; als [verweerder] die vermelding zelf heeft genoteerd volgt daaruit dat hij zich ervan bewust was dat deze familierelatie een relevant gegeven was; voor zover die vermelding niet van [verweerder] afkomstig is volgt daaruit dat er in ieder geval overleg over het bestaan van deze familierelatie is geweest tussen [verweerder] en de medeacceptant;

- [verweerder] is bij de acceptatie van zijn broer afgeweken van de richtlijnen in het lekenhandboek, die voorschrijven dat bij zgn. niet-schone gezondheidsverklaringen een acceptatievoorstel wordt gemaakt door de acceptant dat wordt voorgelegd aan een tweede acceptant en/of medisch adviseur; in een bijlage bij dit handboek is vermeld dat een lekenacceptant een aanvraag mag accepteren, tenzij de verhouding tussen lengte en gewicht van de aanvrager de normen van twee bepaalde tabellen overschrijdt; in het geval van de broer van [verweerder] was dit het geval; [verweerder] heeft weliswaar aangevoerd dat hij als medisch acceptant niet zonder meer aan het lekenhandboek gebonden is en dat de medische acceptant “naar het totaalplaatje kijkt”, maar daaraan gaat de kantonrechter voorbij nu [verweerder] aan dit laatste geen enkele invulling heeft gegeven;

- Axa heeft, door [verweerder] onweersproken, gesteld dat van iedere aanvraag naast een digitaal dossier tevens een papieren dossier wordt aangelegd, dat [verweerder] dat bij de aanvraag van de echtgenote van zijn broer wel heeft gedaan, maar niet bij de aanvraag van zijn broer.

Kort samengevat: [verweerder] heeft zijn broer geadviseerd over een hypotheeklening, hij heeft de aanvraag van zijn broer zonder toepassing van het “vier ogen principe” en in afwijking van de normen beoordeeld, hij heeft drie dagen later de aanvraag van de echtgenote van zijn broer wel met toepassing van het “vier ogen principe” beoordeeld, en hij heeft bij zijn broer nagelaten een papieren dossier te maken.

2.6. Op grond van voormelde omstandigheden acht de kantonrechter het betoog van [verweerder] dat sprake is van een fout of nonchalance ongeloofwaardig, maar acht hij voldoende aannemelijk dat [verweerder] zich er bewust van is geweest dat hij bij de aanvraag van zijn broer een premieverhoging dan wel een medische keuring had moeten voorstellen, en dat hij dit bewust heeft nagelaten.

2.7. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of het voorgaande een dringende reden oplevert voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hierbij dient de kantonrechter acht te slaan op alle omstandigheden van het geval. De kantonrechter neemt hierbij enerzijds in aanmerking dat [verweerder] het vertrouwen wat Axa in hem behoort te kunnen hebben (immers niet alle transacties kunnen gecontroleerd worden en er kunnen grote financiële belangen op het spel staan) heeft beschaamd. Anderzijds moet worden vastgesteld dat sprake is van een dienstverband van ruim 22 jaar en dat [verweerder] voor het overige naar tevredenheid heeft gefunctioneerd. Gelet hierop acht de kantonrechter geen sprake van een dringende reden. Deze vertrouwensbreuk rechtvaardigt echter wel ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

2.8. Of aan [verweerder] een ontbindingsvergoeding toekomt hangt af van de vraag in wiens risicosfeer de vertrouwensbreuk ligt en of aan een van partijen voor het ontstaan daarvan een verwijt kan worden gemaakt. Uit het vorenoverwogene volgt dat de oorzaak in de risicosfeer van [verweerder] ligt, nu hij bewust de regels niet heeft nageleefd. Daaruit volgt tevens dat Axa geen verwijt treft. [verweerder] heeft weliswaar aangevoerd dat in 2003 nog geen sancties waren gesteld op het niet opvolgen van de acceptatieregels, maar dat kan [verweerder] niet baten. Het spreekt immers vanzelf dat deze regels niet bewust mogen worden geschonden gelet op de mogelijk grote financiële belangen.

De slotsom is dat aan [verweerder] geen vergoeding naar billijkheid toekomt.

2.9. [verweerder] heeft nog aangevoerd dat hij geen voordeel heeft genoten van zijn handelwijze. Hieraan gaat de kantonrechter voorbij, nu sprake is geweest van benadeling door [verweerder] van Axa. [verweerder] heeft ook nog aangevoerd dat er geen verband was tussen de overlijdensoorzaak en de verhouding tussen lengte en gewicht van zijn broer. Dit is niet relevant, omdat het erom gaat dat thans een te lage premie vastgesteld is geweest. Verder heeft [verweerder] zich erop beroepen dat bij overschrijding van de normen voor de verhouding tussen lengte en gewicht bij beide partners het voorkomt dat slechts één van de twee aanvragers als verhoogd risico wordt beschouwd, maar dat argument gaat niet op. Uit het rapport dat op basis van geanonimiseerde gegevens van de aanvraag van de broer van [verweerder] is opgesteld blijkt dat op basis van de gezondheidsverklaring een geneeskundig onderzoek zou hebben plaatsgevonden. Nu dat niet is gebeurd is niet bekend welke medische gegevens daaruit nog naar voren zouden zijn gekomen en dus ook niet of alleen de echtgenote van [verweerder] als verhoogd risico zou worden gezien. Ook het betoog van [verweerder] dat op het computerscherm geen plaats is voor de naam van de tweede acceptant gaat niet op. [verweerder] heeft niet aangegeven hoe dit te rijmen is met de door hem niet betwiste regel bij Axa dat een tweede acceptant moet worden ingeschakeld. Bovendien heeft [verweerder] bij de echtgenote van zijn broer kennelijk zonder problemen wel een tweede acceptant ingeschakeld.

[verweerder] stelt voorts dat hij graag de originele gezondheidsverklaring van zijn broer overgelegd wil zien in plaats van de verklaring waarin (naar Axa stelt om redenen van privacy) diverse gegevens onleesbaar zijn gemaakt. De kantonrechter gaat hieraan voorbij omdat [verweerder] de uitkomst van het eerdergenoemd rapport niet heeft betwist.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 mei 2008;

compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 april 2008.