Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BC9667

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-04-2008
Datum publicatie
16-04-2008
Zaaknummer
16-601413-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van ontucht en bezit, vervaardigen en verspreiden van kinderporno tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer(s): 16/601413-07

Datum uitspraak: 16 april 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1947 te [geboorteplaats],

thans verblijvende te [adres].

Raadsman: mr. E.H. Bokhorst.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 april 2008.

De tenlastelegging

Aan bovengenoemde gedagvaarde persoon wordt, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 2 april 2008, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 oktober 2007 te Kootwijk, gemeente Barneveld, althans in het arrondissement Arnhem, in elk geval in Nederland,

een aantal afbeeldingen, althans een afbeelding van één of meer seksuele gedraging(en)

en/althans

een aantal gegevensdragers, althans een gegevensdrager bevattende een aantal afbeeldingen, althans een afbeelding van één of meer seksuele gedraging(en)

bij welke seksuele gedraging(en) (telkens) één of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar betrokken

heeft vervaardigd

te weten

- twee afbeeldingen, althans een afbeelding van het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die voornoemde perso(o)n(en), waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van die/de person(o)n(en) nadrukkelijk de ontblote geslachtdelen in beeld gebracht worden ((ondermeer) afbeelding(en) genaamd [bestandsnaam 1].jpg en/of

[bestandsnaam 2].jpg) en/of

- een afbeelding van het plegen van een ontuchtige handeling door die voornoemde perso(o)n(en), bestaande die ontuchtige handeling uit het met een of meer vingers de schaamlipjes van de vagina van voornoemde perso(o)n(en) uit elkaar trekken

(afbeelding genaamd [bestandsnaam 3].jpg);

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2007 tot en met 7 november 2007 te Overberg, gemeente Heuvelrug, althans in het arrondissement Utrecht ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met [aangeefster 1], geboren op [...] 2002, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen te plegen, zich met een ontbloot geslachtsdeel naar die [aangeefster 1] heeft begeven en/of zich met een ontbloot geslachtsdeel in de onmiddellijke nabijheid van die [aangeefster 1] heeft bevonden en/of (vervolgens) (in de onmiddellijke nabijheid van die [aangeefster 1]) tegen die [aangeefster 1] heeft gezegd "je mag er wel even aanzitten", althans woorden van gelijke strekking, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 31 oktober 2007 te Overberg, gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in het arrondissement Utrecht, door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten de belofte van één euro voor een kusje en/of het (grote) leeftijdsverschil

tussen hem, verdachte, en of [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] en/of de positie van hem, verdachte, als dominee, (een) perso(o)n(en), [aangeefster 2], geboren op [...] 1998 en/of [aangeefster 2], geboren op [...] 1999, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze/zij de leeftijd van achttien jaren nog niet had/hadden bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten

- terwijl verdachte bloot in bed lag aan die [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] vragen of ze bij hem in bed kwam(en) liggen en/of - (toen die [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] niet bij hem, verdachte in bed wilde(en) liggen) het vragen om een kusje voor één euro en/of waarop die [aangeefster 2] en/of [aangeefster 3] hem, verdachte, een kusje heeft/hebben gegeven,

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2002 tot en met 12 december 2007 te Zuidland, gemeente Bernisse, en/of Overberg, gemeente Heuvelrug, in elk geval in Nederland,

een aantal afbeeldingen, althans een afbeelding van één of meer seksuele gedraging(en)

en/althans

een aantal gegevensdragers, althans een gegevensdrager bevattende een aantal afbeeldingen, althans een afbeelding van één of meer seksuele gedraging(en)

bij welke seksuele gedraging(en) (telkens) één of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar betrokken

heeft verspreid en/of in bezit gehad

te weten

- 112 afbeeldingen, althans een of meer afbeelding(en) van het (geheel of gedeeltelijk naakt) (laten) poseren van die voornoemde perso(o)n(en), waarbij deze perso(o)n(en) (gedeeltelijk) gekleed en/of opgemaakt zijn en/of in een omgeving en/of met voorwerpen en/of in (erotisch getinte) houdingen poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten

(gedeeltelijk) van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van deze perso(o)n(en) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en/of

- vijf afbeeldingen, althans een of meer afbeelding(en) van het plegen van (een) ontuchtige handeling(en) door die voornoemde perso(o)n(en), bestaande die ontuchtige handeling(en) uit het met de benen gespreid liggen en het met een hand tegen de vagina drukken en/of het met beide handen uit elkaar trekken van de schaamlipjes en/of

- een afbeelding van het dulden van (een) ontuchtige handeling(en) door die voornoemde perso(o)n(en), bestaande die ontuchtige handeling uit het houden van een stijve penis van een volwassen man in de mond van voornoemde perso(o)n(en).

Overwegingen omtrent het bewijs

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat de verdachte ter terechtzitting van 2 april 2008 heeft bekend dat hij op 23 oktober 2007 foto’s heeft gemaakt van [slachtoffer 4] in het zwembad te Kootwijk op de wijze zoals in de tenlastelegging is omschreven.

[Slachtoffer 4] heeft bij de politie eveneens verklaard dat verdachte foto’s heeft gemaakt. De foto’s zijn door de politie op de computer van verdachte aangetroffen en waren gemaakt met een fotocamera Sony, type DSC P73H. Bij de doorzoeking van de woning van verdachte is een dergelijke camera in beslag genomen .

[Slachtoffer 4] is blijkens de geboorteakte geboren op 6 juli 2000.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft [aangeefster 1] bij de politie verklaard dat zij op de wc was en toen moest doortrekken, maar dat niet lukte. Ze heeft vervolgens verdachte geroepen en hij kwam zonder kleren naar haar toe. Verdachte heeft volgens [aangeefster 1] de wc doorgespoeld. Ze zag het ontblote geslachtsdeel van verdachte en verdachte heeft vervolgens tegen haar gezegd dat zij wel aan zijn geslachtsdeel mocht zitten, maar zij heeft toen gezegd: “Nee, dat wil ik niet.”

[aangeefster 1] heeft tegen haar ouders en haar zusje gelijkluidend verklaard.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich aan het omkleden was, maar dat [aangeefster 1] telkens binnenkwam. Zij trok een vies gezicht toen zij verdachte naakt zag. Verdachte verklaart dat hij heeft gezegd: “Dat is niet vies, je mag hem wel even aanraken.” Wel heeft verdachte aangegeven dat hij fout heeft gehandeld, maar van een seksuele bedoeling was volgens hem geen sprake.

Bij de rechter-commissaris d.d. 21 december 2007 heeft verdachte verklaard dat hij heeft gezegd: “Je mag er wel aan voelen.” Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij niet wist wat hij gedaan zou hebben als [aangeefster 1] zijn piemel had aangeraakt. Misschien was hij wel de fout ingegaan.

[aangeefster 1] is blijkens de geboorteakte geboren op [...] 2002.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde overweegt de rechtbank het volgende.

Zowel [aangeefster 2] als [aangeefster 3] verklaren tijdens het studioverhoor bij de politie dat verdachte wilde dat zij bij hem in bed kwamen liggen, maar dat zij dit niet wilden. De beide meisjes wisten dat verdachte altijd bloot in bed lag. Vervolgens heeft verdachte aan de meisjes gevraagd of zij hem een kusje wilden geven. Als zij dit zouden doen, dan kregen zij van verdachte een euro.

[Aangeefster 2] heeft verdachte een kusje gegeven, niet op zijn wang of op zijn mond, maar tegen het kussen aan. Volgens haar gaf zij een kusje op het dekbed of net op een stukje van zijn haar.

[Aangeefster 3] gaf verdachte een kusje op zijn voorhoofd.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de meisjes in zijn kamer waren en de portemonnee aan het leeghalen waren. Hij lag op dat moment naakt in bed en is toen uit bed gegaan. Hij heeft gezegd dat als hij zijn spullen terugkreeg, de meisjes allebei een euro zouden krijgen. Vervolgens is, naar de verklaring van verdachte, hij weer in bed gestapt en heeft gezegd: “Ik krijg nu zeker wel een kusje voor de euro.” Verdachte kan zich ter terechtzitting niet herinneren dat hij heeft gevraagd of de meisjes bij hem in bed kwamen liggen. Verdachte beaamt dat hij weer helemaal fout was door naakt uit bed te stappen, terwijl er twee jonge kinderen in de buurt waren.

[Aangeefster 2] is blijkens de geboorteakte geboren op [...] 1998 en [aangeefster 3] op [...] 1999.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde is uit onderzoek van de harde schijf gebleken dat daarop 34 afbeeldingen en thumbnails zijn aangetroffen, die als kinderpornografisch zijn geclassificeerd.

Op een cd-rom zijn bestanden gevonden met afbeeldingen welke door [chat-naam verdachte] (de rechtbank begrijpt dat verdachte onder deze naam heeft opgetreden) en [chat-naam 2] gezamenlijk werden gedeeld. Van deze 126 bestanden zijn er 72 als kinderpornografisch geclassificeerd.

Blijkens het D-proces-verbaal heeft verdachte daarnaast nog 32 andere bestanden gedeeld met [chat-naam 2], waarvan 12 bestanden kinderpornografisch waren.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het aantal op de tenlastelegging vermelde afbeeldingen kan kloppen.

Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan op de wijze zoals hieronder vermeld, dat:

1.

hij op 23 oktober 2007 te Kootwijk, gemeente Barneveld, een aantal afbeeldingen van seksuele gedragingen,

bij welke seksuele gedragingen telkens één persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, was betrokken,

heeft vervaardigd,

te weten

- twee afbeeldingen van het geheel naakt (laten) poseren van die voornoemde persoon, waarbij door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose van die persoon nadrukkelijk de ontblote geslachtdelen in beeld gebracht worden (afbeeldingen genaamd [bestandsnaam 1].jpg en [bestandsnaam 2].jpg) en

- een afbeelding van het plegen van een ontuchtige handeling door die voornoemde persoon, bestaande die ontuchtige handeling uit het met vingers de schaamlipjes van de vagina van voornoemde persoon uit elkaar trekken (afbeelding genaamd [bestandsnaam 3].jpg);

2.

hij in de periode van 1 augustus 2007 tot en met 7 november 2007 te Overberg, gemeente Utrechtse Heuvelrug, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met [aangeefster 1], geboren op [...] 2002, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling te plegen, zich met een ontbloot geslachtsdeel naar die [aangeefster 1] heeft begeven en zich met een ontbloot geslachtsdeel in de onmiddellijke nabijheid van die [aangeefster 1] heeft bevonden en vervolgens in de onmiddellijke nabijheid van die [aangeefster 1] tegen die [aangeefster 1] heeft gezegd "je mag er wel even aanzitten", zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

3.

hij in de periode van 1 oktober 2007 tot en met 31 oktober 2007 te Overberg, gemeente Utrechtse Heuvelrug, door giften of beloften van geld of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten de belofte van één euro voor een kusje en het grote leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en de positie van hem, verdachte, als dominee, personen, [aangeefster 2], geboren op [...] 1998 en [aangeefster 3], geboren op [...] 1999, waarvan verdachte wist dat zij de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten

- terwijl verdachte bloot in bed lag aan die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] vragen of ze bij hem in bed kwamen liggen en - toen die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] niet bij hem, verdachte in bed wilden liggen - het vragen om een kusje voor één euro en waarop die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] hem, verdachte, een kusje hebben gegeven,

te plegen;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2002 tot en met 12 december 2007 te Zuidland, gemeente Bernisse, en Overberg, gemeente Utrechtse Heuvelrug, een aantal afbeeldingen van seksuele gedragingen

en

een aantal gegevensdragers bevattende een aantal afbeeldingen van seksuele gedragingen

bij welke seksuele gedragingen telkens één of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar betrokken

heeft verspreid en/of in bezit gehad

te weten

- 112 afbeeldingen van het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van die voornoemde personen, waarbij deze personen (gedeeltelijk) gekleed en/of opgemaakt zijn en/of in een omgeving en/of met voorwerpen en/of in (erotisch getinte) houdingen poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze personen zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten (gedeeltelijk) van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van deze personen nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en

- vijf afbeeldingen van het plegen van ontuchtige handelingen door die voornoemde personen, bestaande die ontuchtige handeling(en) uit het met de benen gespreid liggen en het met een hand tegen de vagina drukken en/of het met beide handen uit elkaar trekken van de schaamlipjes en

- een afbeelding van het dulden van een ontuchtige handeling door die voornoemde persoon, bestaande die ontuchtige handeling uit het houden van een stijve penis van een volwassen man in de mond van voornoemde persoon.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De strafbaarheid van de feiten

De rechtbank overweegt omtrent het onder 2 bewezenverklaarde het volgende.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van vrijwillige terugtred, zodat geen sprake is geweest van een strafbaar feit. De verdachte heeft immers, na de weigering van het slachtoffer om in te gaan op verdachte’s verzoek zijn penis aan te raken, niets ondernomen om de ontucht te voltooien terwijl hij daartoe wel de mogelijkheid had, aldus de raadsman.

Dit verweer wordt verworpen. Er zijn vele wijzen denkbaar waarop ontuchtige handelingen in de zin van artikel 247 Sr kunnen worden gepleegd. De wijze die de verdachte kennelijk voor ogen stond was om het slachtoffer, na daartoe te zijn uitgenodigd, zijn ontblote en geërecteerde penis te laten betasten. Vastgesteld kan worden dat de verdachte van zijn kant het nodige in het werk gesteld heeft om dit delict te voltooien. Voor die voltooiing was hij uiteindelijk afhankelijk van de medewerking van het slachtoffer. Die medewerking is niet verleend. Aldus is het feit niet niet voltooid tengevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk. Uiteraard had de verdachte (nog) meer kunnen aandringen en de aanraking wellicht kunnen afdwingen, maar dat zou hebben geresulteerd in feitelijk een andere wijze van ontucht dan de verdachte op dat moment kennelijk voor ogen stond.

De rechtbank overweegt omtrent het onder 3 bewezenverklaarde het volgende.

De raadsman heeft betoogd dat het geven van een kusje in de gegeven context niet aangemerkt kan worden als ontucht.

Dit verweer wordt verworpen.

De rechtbank stelt voorop dat het bij ontuchtige handelingen als bedoeld in - onder meer - art. 248a Sr moet gaan om handelingen van seksuele aard, die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. (voetnoot: Kamerstukken II, 1988-1989, 20 930, nr.3, p. 2.)

Voor de weging van de seksuele lading die aan de door de meisjes aan verdachte gegeven kusjes dient te worden toegekend, komt naar het oordeel van de rechtbank betekenis toe aan setting, waarin verdachte de meisjes om een kusje vroeg. De rechtbank neemt allereerst in aanmerking dat het incident zich heeft afgespeeld in de intimiteit van verdachte’s slaapkamer, waar verdachte bloot in bed lag, hetgeen de meisjes zich bewust waren. Voorts neemt de rechtbank mee dat verdachte volgens de meisjes het er naar eigen zeggen bewust op heeft laten aankomen dat zij, na aanvankelijk te hebben aangebeld, naar boven naar de slaapkamer zijn gekomen en dat verdachte hen toen gevraagd heeft bij hem in bed te komen liggen. Ook de reactie van verdachte door na het geven van de kusjes direct het bed uit te stappen en de meisjes te confronteren met zijn volle naaktheid geeft kleuring aan de kusjes in kwestie.

Deze aspecten in onderling verband beschouwd, maken naar het oordeel van de rechtbank dat de door de meisjes gegeven kusjes aangemerkt dienen te worden als seksueel getinte handelingen. Mede gelet op de zeer jeugdige leeftijd van de meisjes – destijds respectievelijk 7 en 9 jaar - is volgens de rechtbank volstrekt helder dat verdachte, een 60 jarige man, die in geen enkele familierelatie tot de meisjes stond en ook overigens de meisjes en hun ouders nauwelijks kende, hiermee een sociaal-ethische norm heeft overschreden.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van feit 1:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Poging tot het misdrijf:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Ten aanzien van feit 3:

Door giften of beloften van geld of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden en/of in bezit hebben, meermalen gepleegd.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sancties

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft drie pornografische foto’s gemaakt van een 7-jarig meisje dat door haar ouders, in het kader van een logeerpartij, aan hem was toevertrouwd. De verdachte is in zijn woning een 4-jarig meisje naakt tegemoet getreden en heeft het kind uitgenodigd zijn ontblote geërecteerde penis aan te raken. Voorts heeft de verdachte twee meisjes van respectievelijk 7 en 9 jaar gevraagd om bij hem in bed te komen liggen. Verdachte lag op dat moment zelf naakt in bed. Toen de meisjes niet op zijn verzoek ingingen, heeft hij hun gevraagd of zij hem een kusje wilden geven tegen betaling van een euro. Nadat de meisjes aan dit verzoek wel hadden voldaan, is de verdachte voor de ogen van de meisjes naakt uit bed gestapt waarna hij hun vervolgens de beloofde euro’s gaf. Tot slot heeft de verdachte ruim 100 kinderpornografische afbeeldingen van met name naakt poserende meisjes in de leeftijd van 3 tot 13 jaar in zijn bezit gehad en deze deels verspreid. De verdachte bekleedde ten tijde van het plegen van deze feiten het kerkelijk ambt van dominee in een relatief klein en als ‘kerkelijk’ te boek staand dorp. In die hoedanigheid genoot de verdachte, zo blijkt uit meerdere afgelegde verklaringen, groot aanzien en vertrouwen bij de inwoners van het dorp en ook bij de ouders van de slachtoffertjes. De verdachte heeft dit aanzien en vertrouwen ernstig beschaamd.

De verdachte heeft als verweer aangevoerd dat het initiatief tot de hiervoor beschreven gedragingen steeds van de kinderen is uitgegaan, dat hij onvoldoende assertief is geweest om weerstand te bieden aan de brutaliteit van de kinderen en dat zijn belangstelling voor de naakte lichamen van jonge meisjes niets met seksualiteit of lustbeleving te maken had maar slechts werd ingegeven door zijn oprechte bewondering voor de ‘puurheid’, ‘schoonheid’ of ‘paradijslijkheid’ die uit de afbeeldingen zou spreken.

Dit verweer baart de rechtbank grote zorgen. Naast de bewezenverklaarde feiten behelst het dossier immers tal van aanknopingspunten dat de verdachte zich al langere tijd seksueel aangetrokken voelt tot jonge, prepuberale meisjes (1) en dat hij tot die meisjes ook actief toenadering zoekt (2). Het gestelde inzake de seksuele aantrekkingskracht (1) vindt met name steun in het tijdens het onderzoek ter terechtzitting besproken email-verkeer dat de verdachte heeft onderhouden en waarin hij zijn seksuele fascinatie voor de hiervoor bedoelde doelgroep niet onder stoelen of banken steekt. Dat dit slechts om onschuldige ‘grapjes’ ging, zoals de verdachte heeft betoogd, is volstrekt ongeloofwaardig. Het in combinatie met die seksuele aantrekkingskracht onheilspellend aspect van actief-toenadering-zoeken (2) vindt eveneens bevestiging in dit email-verkeer –vgl. bijvoorbeeld verdachte’s mededeling over de “vele kleine kinderen (vooral meisjes)” met wie de verdachte in augustus 2005 op het naturistenstrand op de Maasvlakte een praatje heeft gehouden (blz. 700 van het proces-verbaal)-, maar wordt vanzelfsprekend vooral gevoed door de gebeurtenissen in Overberg. Daar heeft de verdachte zich immers veel moeite getroost om, onder meer door het kennelijk veelvuldig en met overgave spelen van spelletjes als verstoppertje en blindemannetje, in enkele maanden tijd voor (naar uit het dossier blijkt) in elk geval een stuk of tien jonge kinderen een reputatie op te bouwen van uitzonderlijke kindvriendelijkheid. De rapporterend psycholoog S.G.K. Hartman spreekt in dit verband van “ ‘grooming’, een deels onbewuste benadering van kinderen die resulteerde in het ten laste gelegde”. Ter terechtzitting heeft de verdachte niet de indruk gewekt te begrijpen c.q. te willen begrijpen hoe dit proces van grooming werkt en nog minder dat hij inziet dat hij zichzelf met grooming heeft beziggehouden. Dit niet omdat hij de feitelijke gedragingen als zodanig ontkent, maar omdat hij –naar de overtuiging van de rechtbank: ten onrechte en tegen beter weten in- de seksuele betekenis of lading ervan ontkent.

Het hiervoor overwogene leidt tot het oordeel dat uit het oogpunt van recidiverisico in elk geval een intensieve behandeling aangewezen is. Dat de hiervoor genoemde psycholoog de recidivekans als klein aanmerkt, doet hieraan niet af. Dit teminder nu het ervoor moet worden gehouden dat deze deskundige geen kennis heeft genomen van het zgn. C-proces-verbaal (waarin het hiervoor bedoelde email-verkeer opgenomen is) dat immers is opgemaakt en gesloten eerst nadat de deskundige de verdachte heeft onderzocht.

Wel zal de rechtbank de deskundige volgen in haar voorstel om de verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Niettemin verdient de verdachte, naast een gedwongen behandeling om het recidivegevaar voor de toekomst te verkleinen, straf voor hetgeen hij reeds heeft misdaan. Verdachte’s misdragingen hebben veel angst, schrik en verdriet teweeggebracht in de gezinnen van zijn slachtoffers en, naar mag worden aangenomen, in dat van hemzelf. Daarnaast valt niet moeilijk in te zien dat de misstappen van de verdachte vanwege zijn status als predikant in geheel Overberg, maar ook in zijn vorige standplaatsen, een schok teweeg zullen hebben gebracht. Dit alles valt de verdachte aan te rekenen. Daarbij moet tevens worden bedacht dat feiten als de onderhavige niet in een opwelling plegen te worden begaan, zeker niet als er sprake is van een veelvoud van feiten, en dat er in de media al jarenlang veel aandacht bestaat voor de schadelijke gevolgen van seksueel misbruik van kinderen, in welke vorm dan ook – ook de schadelijke gevolgen van kinderporno zijn inmiddels algemeen bekend. Al deze maatschappelijke aandacht kan de verdachte als intellectueel, levenswijs en maatschappelijk geëngageerd man niet zijn ontgaan. Niettemin heeft hij zich, met veronachtzaming van de belangen van jonge kinderen, meermalen laten meevoeren door zijn begeerte waarbij hij zich heeft schuldig gemaakt aan de hiervoor beschreven misdrijven van pedoseksuele aard.

Mede met het oog op verdachte’s ontkenning van de bij hem onmiskenbaar bestaande pedofiele neigingen, komt de eis van de officier van justitie niet ongerijmd voor. Niettemin –en dit is een vraag waarbij in de beraadslaging lang is stilgestaan- zal de rechtbank de verdachte niet opnieuw naar de gevangenis sturen. Daarvoor is van belang dat hij inmiddels ongeveer anderhalve maand gedetineerd is geweest en dus geacht kan worden te weten hoe onaangenaam het verblijf in een justitiële inrichting kan zijn. Verwacht mag worden dat deze ervaring het effect van een voorwaardelijke gevangenisstraf met de daaraan verbonden door de verdachte na te leven bijzondere voorwaarde ten goede zal komen. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat, hoe verwerpelijk de bewezenverklaarde feiten ook mogen zijn geweest, deze feiten binnen de bandbreedte van de pedoseksuele delinquentie tot een relatief lichtere categorie moeten worden gerekend. Voor wat betreft de afbeeldingen geldt dat het met name om poseren ging en niet om expliciet seksuele handelingen, al of niet met derden. Voor wat betreft –kortweg- de ontucht kan worden vastgesteld dat de verdachte niet zelf kinderen heeft betast of anderszins in seksuele zin heeft aangeraakt. Tot slot neemt de rechtbank in aanmerking dat de wijze waarop en de mate waarin zijn sociale omgeving met hem heeft afgerekend c.q. afgedaan, voor de verdachte eveneens een punitief effect teweeg zal hebben gebracht; de redenen waarom de verdachte vervroegd zijn emeritaat heeft bereikt, zijn immers bepaald diffamerend.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d.

20 december 2007, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld;

- een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte van de Reclassering Nederland d.d.

18 maart 2008, opgemaakt door F. van der Groep, reclasseringswerker;

- een omtrent verdachte opgemaakte psychologische rapportage d.d. 27 maart 2008 van S.G.K. Hartmann, waaruit blijkt dat verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, zodat verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd;

De rechtbank neemt deze conclusie over en maakt deze tot de hare.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot -kort gezegd-:

- een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren, met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact, ook als inhoudt de voortzetting van de behandeling bij psycholoog Scheffer, en/of een behandeling bij De Waag en/of Het Dok.

De rechtbank acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf van na te melden duur passend en geboden.

Aangezien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zal de rechtbank een langere proeftijd dan gebruikelijk vaststellen.

De vordering van de benadeelde partij [aangeefster 2]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 3 ten laste gelegde feit, te weten een bedrag van € 1939,48 wegens materiële schade en een bedrag van

€ 1000,00 wegens immateriële schade.

Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op de bezoeken aan de zedenpolitie en de behandelaar van de ouders is niet van zo eenvoudige aard dat dit onderdeel van de vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard met bepaling dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De vordering van de benadeelde partij is voor het overige van zo eenvoudige aard dat dit zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het ten aanzien van verdachte onder 3 bewezenverklaarde feit.

De materiële schade betreffende de hulpverlening aan de benadeelde partij, ten bedrage van

€ 910,00, kan worden toegewezen. De immateriële schade wordt begroot op € 500,00.

De vordering zal daarom tot een totaalbedrag van € 1410,00 worden toegewezen.

De verdachte zal worden verwezen in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten, die worden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Na te noemen maatregel wordt opgelegd omdat verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De vordering van de benadeelde partij [aangeefster 3]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 3 ten laste gelegde feit, te weten een bedrag van € 2139,48 wegens materiële schade en een bedrag van

€ 1000,00 wegens immateriële schade.

Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op de bezoeken aan de zedenpolitie en de behandelaar en de hulpverlening van de ouders is niet van zo eenvoudige aard dat dit onderdeel van de vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard met bepaling dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De vordering van de benadeelde partij is voor het overige van zo eenvoudige aard dat dit zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het ten aanzien van verdachte onder 3 bewezenverklaarde feit.

De materiële schade betreffende de hulpverlening aan de benadeelde partij, ten bedrage van

€ 910,00, kan worden toegewezen. De immateriële schade wordt begroot op € 500,00.

De vordering zal daarom tot een totaalbedrag van € 1410,00 worden toegewezen.

De verdachte zal worden verwezen in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten, die worden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Na te noemen maatregel wordt opgelegd omdat verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De onttrekking aan het verkeer:

De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een computer (harde schijf, merk Maxtor 80 GB);

- een fototoestel (Sony DSC P73, kleur grijs);

- een memory-stick (Scandisc SDMSV 256),

zullen onttrokken worden verklaard aan het verkeer, aangezien met behulp van deze voorwerpen het onder 1 en 4 bewezenverklaarde is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 36b, 36c, 36f, 45, 57, 240b, 247 en 248a van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 300 DAGEN

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 253 DAGEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Stelt een proeftijd vast van vijf jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde na te melden bijzondere voorwaarde niet naleeft:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de door of namens de Reclassering Nederland te geven aanwijzingen, zolang die reclasseringsinstelling dat nodig acht, met opdracht aan voornoemde instelling de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen, ook als dat inhoudt de voortzetting van de behandeling bij psycholoog Scheffer en/of een behandeling bij De Waag en/of Het Dok.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt de verdachte voorts tot een TAAKSTRAF, bestaande deze straf uit:

een werkstraf voor de duur van 240 UREN, te vervangen door hechtenis voor de duur van 120 DAGEN indien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangeefster 2] wonende te [woonplaats], toe tot een bedrag van € 1.410,00 (zegge eenduizendvierhonderdtien euro en nul eurocent).

Verwijst de veroordeelde in de kosten door de benadeelde partij tot op heden gemaakt, vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering voor wat betreft het overige gedeelte van de vordering en dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt aan de veroordeelde de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen € 1.410,00 (zegge eenduizendvierhonderdtien euro en nul eurocent) bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 28 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Indien en voor zover door de veroordeelde dit bedrag aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij is betaald, vervalt daarmee de verplichting van de veroordeelde om voormeld bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Andersom vervalt de verplichting tot betaling aan de Staat indien en voor zover door de veroordeelde voormeld bedrag aan de benadeelde partij is betaald.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangeefster 3] wonende te [woonplaats], toe tot een bedrag van € 1.410,00 (zegge eenduizendvierhonderdtien euro en nul eurocent).

Verwijst de veroordeelde in de kosten door de benadeelde partij tot op heden gemaakt, vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering voor wat betreft het overige gedeelte van de vordering en dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt aan de veroordeelde de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen € 1.410,00 (zegge eenduizendvierhonderdtien euro en nul eurocent) bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 28 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Indien en voor zover door de veroordeelde dit bedrag aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij is betaald, vervalt daarmee de verplichting van de veroordeelde om voormeld bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Andersom vervalt de verplichting tot betaling aan de Staat indien en voor zover door de veroordeelde voormeld bedrag aan de benadeelde partij is betaald.

Gelast de onttrekking aan het verkeer van:

- een computer (harde schijf, merk Maxtor 80 GB);

- een fototoestel (Sony DSC P73, kleur grijs);

- een memory-stick (Scandisc SDMSV 256).

Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door mrs N.V.M. Gehlen, voorzitter, W. Foppen en Y.A.T. Kruijer, bijgestaan door mr. A. van Beek als griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 april 2008.