Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BC5147

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-02-2008
Datum publicatie
27-02-2008
Zaaknummer
222354/ HA ZA 2701
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1944
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Fout bij toediening meststof tomatenteelt. Tuinder kan schade niet verhalen op bemestingsadviseur of leverancier van de meststof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 220
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 222354 / HA ZA 06-2701

Vonnis van 27 februari 2008

in de zaak van

de commanditaire vennootschap

[eiseres],

gevestigd te [plaats],

eiseres,

procureur mr. E.H. de Jonge-Wiemans,

tegen

1. de naamloze vennootschap

DLV ADVIESGROEP N.V.,

gevestigd te Wageningen,

gedaagde,

procureur mr. J.J. Degenaar,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NIC. SOSEF B.V.,

gevestigd te Honselersdijk,

gedaagde,

procureur mr. J.M. van Noort.

Partijen zullen hierna [eiseres], DLV en Sosef worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 9 mei 2007

- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 10 juli 2007, alsmede de op voorhand van die zitting aan de rechtbank toegezonden brieven van 21 juni 2007 van de zijde van Sosef en van 28 juni 2007 van de zijde van DLV

- bij brieven van 18 juli 2007, 23 juli 2007 en 17 augustus 2007 hebben [eiseres], DLV en Sosef opmerkingen gemaakt bij het buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte proces-verbaal. Partijen hebben over en weer geen bezwaar tegen de opmerkingen die bij het proces-verbaal zijn gemaakt. Deze brieven worden geacht te behoren tot de processtukken en de rechtbank zal bij de beoordeling van de zaak uitgaan van de juistheid van de door partijen in deze brieven bij het proces-verbaal geplaatste kanttekeningen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] is tuinder en teelt trostomaten. De tomatenplanten groeien op steenwol en zijn daarom voor de groei afhankelijk van vloeibare bemesting die via leidingen door de kas aan de planten worden toegediend. Daartoe worden de meststoffen, waaronder voor de groei van de planten noodzakelijke spoorelementen zoals kopernitraat, met de hand toegevoegd aan grote bakken water en gemixed, waarna de oplossing door de kas wordt rondgepompt.

2.2. DLV is een agrarisch ingenieursbureau. Sinds het teeltseizoen 2002/2003 is de teeltbegeleiding door [eiseres] uitbesteed aan DLV. Onder de teeltbegeleiding is begrepen het verstrekken van bemestingsadviezen, die worden gebaseerd op de resultaten van door een laboratorium onderzochte analyseresultaten van de substraat-oplossing (dit is het met voedingsmiddelen verrijkte water nadat het voor de tomatenplanten beschikbaar is gekomen). Na ontvangst van deze onderzoeksgegevens verstrekte DLV aan [eiseres] een bemestingsadvies.

2.3. Sosef is een groothandelsbedrijf dat zich richt op de tuinbouw. Zij levert, onder meer, meststoffen aan professionele grootverbruikers in de glastuinbouw. Sinds jaar en dag is Sosef de leverancier van [eiseres] voor onder meer alle door haar gebruikte (vloeibare en vaste) meststoffen.

2.4. Het spoorelement koper kwam in 2000 in vloeibare vorm op de markt. De samenstelling van het product was aldus dat zich 12 gram koper per 100 gram vloeibare meststof in de plastic can bevond. Op de can werd daarom aangegeven: kopernitraat 12%. In 2002 heeft de fabrikant een wijziging aangebracht in de samenstelling van het product door de concentratie te verlagen. De samenstelling van het kopernitraat is ten opzichte van de oude versie gewijzigd in de verhouding 1:20, zodat de concentratie vanaf dat moment met twintigvoud was verminderd tot 0,6%. In verband met deze wijziging is de can vergoot van tien naar twintig liter inhoud. Ook is de gewijzigde samenstelling op het etiket van de can vermeld.

2.5. De in december 2004 door [eiseres] geplante tomatenplanten vertoonden in de eerste helft van 2005 groeistoornissen. Vanaf februari 2005 bleek uit de laboratoriumanalyses van de substraatoplossingen dat de kopergehalten constant onder de streefwaarde bleven, hetgeen op een hogere koperbehoefte van de planten wees. DLV heeft dienovereenkomstig in de bemestingsadviezen de aan de planten toe te dienen hoeveelheden kopernitraat telkens naar boven bijgesteld.

2.6. Op 13 juni 2005 werd Groen Agro Control verzocht de oorzaak van de groeiachterstand te onderzoeken. Daarbij is ook een laboratoriumanalyse uitgevoerd van het met voedingsstoffen verrijkte water vóórdat het in de substraatmatten voor de planten ter beschikking kwam (het zogenaamde uitgangswater).

2.7. Op 23 juni 2005 kwam de laboratoriumanalyse van het uitgangswater beschikbaar. Hieruit bleek dat de koperconcentratie in het uitgangswater veel te laag was.

In augustus 2005 heeft Groen Agro Control haar onderzoeksresultaten in een rapport neergelegd. De conclusie van dat rapport luidt, voor zover relevant:

Het onderzoek heeft aangetoond dat de symptomen niet veroorzaakt worden door een microbiologische factor. (…)

Analyse van de voeding toonde een kopertekort aan. Na onderzoek van water, voeding, mestbaken blad en het historisch analyse-overzicht bleek de koperconcentratie structureel te laag om voldoende groeikracht te kunnen ontwikkelen.

(…)

Geconcludeerd kan worden dat de groeiachterstand verklaard kan worden door een structureel tekort aan koper. Dit wordt bevestigd door het groeiherstel van de tomatenplanten, dat optrad na herstel van de juiste koperconcentratie.

2.8. Agro AdviesBuro heeft in opdracht van (de verzekeraar van) [eiseres] de gestelde teelt-/productieschade berekend op een bedrag van EUR 222.099,--.

2.9. Op de rechtsverhouding tussen [eiseres] en DLV zijn de algemene voorwaarden van DLV van toepassing. Deze algemene voorwaarden behelzen in artikel 8 een aansprakelijkheidsbeperking tot een bedrag van maximaal EUR 11.500,-- voor door een klant van DLV geleden directe schade ten gevolge van een tekortkoming door DLV in de uitvoering van haar verplichtingen. Onder deze directe schade wordt blijkens dit artikel niet begrepen eventuele winstderving van een klant. Deze aansprakelijkheidsbeperking geldt niet in het geval sprake is van opzet of grove schuld aan de zijde van DLV.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert – samengevat – dat DLV en Sosef, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling aan [eiseres] van EUR 224.519,--, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten van EUR 4.000,-- alsmede met de wettelijke rente over EUR 222.099,-- vanaf 1 juli 2005, met veroordeling van gedaagden in de proceskosten, waaronder de kosten van de conservatoire beslagen.

3.2. DLV en Sosef voeren ieder voor zich verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De standpunten van partijen

4.1. [eiseres] houdt DLV en Sosef verantwoordelijk voor het opgetreden kopergebrek en de teeltschade die zij daardoor heeft geleden.

4.1.1. [eiseres] verwijt DLV – in de kern genomen – een toerekenbaar tekortschieten in de teeltbegeleiding en de bemestingsadviezen. Zij stelt dat DLV niet adequaat heeft gereageerd op het vanaf februari 2005 aan de hand van de analyseresultaten geconstateerde en voor DLV bekende kopergebrek. Zij stelt dat ook aan de uiterlijke kenmerken van de planten zichtbaar was dat een kopergebrek in het spel was en dat desondanks DLV heeft nagelaten haar daarop te wijzen en nader onderzoek te verrichten, en zelfs herhaaldelijk een aanbod van [eiseres] om een derde deskundige in te schakelen van de hand heeft gewezen. [eiseres] stelt dat hiermee aan de zijde van DLV sprake is van opzet dan wel grove schuld, zodat aan DLV geen beroep toekomt op de aansprakelijkheidsbeperking in haar algemene voorwaarden. Bovendien is een dergelijk beroep, zo betoogt [eiseres] gemotiveerd, in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

4.1.2. [eiseres] maakt Sosef het verwijt dat zij in 2002 het in samenstelling gewijzigde product koper (Kombispoor) op de markt heeft gebracht en aan [eiseres] heeft verkocht zonder [eiseres] daarbij te waarschuwen voor het feit dat de concentratie twintig maal zo laag was als het product kopernitraat dat zij voor die tijd van Sosef afnam en zonder bij het nieuwe product Kombispoor de juiste omrekentabel te verstrekken. [eiseres] acht Sosef voor de gevolgen van dit nalaten aansprakelijk, ofwel uit hoofde van een tekortkoming in de nakoming ofwel uit hoofde van de schending van een jegens haar in acht te nemen zorgplicht of anderszins onrechtmatig handelen.

4.2. DLV stelt zich op het standpunt – samengevat – dat uit de laboratoriumanalyseresultaten vanaf februari 2005 inderdaad bleek dat de kopergehalten constant onder de streefwaarden bleven. Daaruit is geconcludeerd dat de planten een hogere koperbehoefte hadden en dienovereenkomstig heeft DLV de bemestingsadviezen vanaf die tijd aangepast door telkens toediening van een hogere dosis koper te adviseren. Zij wist niet en kon niet bevroeden dat [eiseres] was gaan werken met een meststof met een sterk verminderde concentratie koper in combinatie met een verouderde omrekentabel, waardoor veel te weinig koper aan het substraat werd toegevoegd en waardoor in feite de bemestingsadviezen van DLV niet werden opgevolgd. Zij stelt dat de fout dus gemaakt is bij het aanmaken van de meststoffen op welk punt DLV geen enkele betrokkenheid of verantwoordelijkheid had. DLV stelt voorts dat er tot mei 2005 acceptabele verklaringen voor de groeiafwijkingen bestonden (zoals de preventieve besmetting met het pepino-mozaïekvirus) en dat zij in juni 2005 heeft geadviseerd nader onderzoek te doen naar het uitgangswater omdat ondanks verhoging van de concentratie koperoplossing de concentratie koper in de substraatmatten te laag bleef. Zij betwist dus fouten te hebben gemaakt in de teeltbegeleiding of in de bemestingsadviezen.

DLV doet subsidiair een beroep op de aansprakelijkheidsbeperking in haar algemene voorwaarden. Voorts betwist DLV gemotiveerd de omvang van de gevorderde schade.

4.3. Sosef heeft aansprakelijkheid weersproken, samengevat, primair onder verwijzing naar haar algemene voorwaarden en naar de klachttermijn van artikel 7:23 BW, waarvan zij stelt dat [eiseres] die niet in acht heeft genomen. Voorts betoogt Sosef dat zijzelf op geen enkele wijze invloed heeft gehad op de samenstelling van het product en dat het bij uitstek de verantwoordelijkheid is van de bedrijfsmatige gebruiker om te bepalen welke meststoffen hij gebruikt en in welke mate. Voor zover er een informatieplicht op Sosef rustte vanwege de gewijzigde samenstelling van het product kopernitraat – hetgeen zij betwist omdat het verschil in samenstelling op de can voldoende duidelijk was aangegeven en ook de verandering in de omvang van de can zelf goed zichtbaar was – stelt Sosef dat zij daaraan voldaan heeft omdat zij in 2002 op de gebruikelijke wijze al haar klanten van de wijziging op de hoogte heeft gebracht en daarbij de nieuwe omrekentabel heeft overhandigd. Zij doet voorts een beroep op artikel 6:101, eerste lid, BW en betwist gemotiveerd de omvang van de schade.

5. De beoordeling

5.1. De rechtbank is van oordeel dat de teeltschade die [eiseres] heeft geleden ten gevolge van het tekortschietende kopergehalte in het uitgangswater en de financiële gevolgen daarvan, geen schade is die DLV en/of Sosef dienen te dragen.

[eiseres] heeft gesteld dat het slechts de taak van de tuinder is om de omrekentabel, die zij van de leverancier van het mestproduct ontvangt, te combineren met de bemestingsadviezen, die zij van derden als DLV betrekt, om goed te kunnen telen, zodat het niet tot de verantwoordelijkheden van de tuinder behoort om fouten als deze te vermijden. Zij relativeert daarmee ten onrechte het gegeven dat zij als professionele gebruiker primair zelf verantwoordelijk is voor zowel de keuze van de mest- en voedingsstoffen als voor het juiste gebruik daarvan. Vast staat dat de schade is ontstaan door een structurele fout in de toediening aan het uitgangswater van het spoorelement koper door (een medewerker van) [eiseres]. [eiseres] kan alleen anderen (mede) verantwoordelijk houden voor het ontstaan van de schade indien deze schade ook een direct gevolg is van enig (toerekenbaar) handelen of nalaten van die derden. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank hier geen sprake.

5.2. Aanvankelijk (in de dagvaarding) heeft [eiseres] gesteld dat DLV, ondanks de uit de laboratoriumanalyses blijkende koperbehoefte van de planten, heeft volstaan met de standaard bemestingsadviezen en dat zij die niet heeft bijgesteld aan de hand van de bevindingen en dat zij heeft nagelaten [eiseres] te waarschuwen dat zij haar kopergift moest vertwintigvoudigen. Uit de door [eiseres] zelf overgelegde bemestingsadviezen van DLV – waarnaar ook DLV gemotiveerd heeft verwezen – blijkt echter dat DLV wel degelijk toediening van steeds hogere concentraties koper heeft geadviseerd vanaf omstreeks half februari 2005 op grond van juist die geconstateerde koperbehoefte bij de planten. Dit verwijt mist dus feitelijke grondslag.

5.3. Goed beschouwd resteert dan het verwijt dat de bemestingsadviezen kennelijk ondeugdelijk waren omdat zij niet hielpen het probleem op te lossen, dat DLV had moeten adviseren de kopergift te vertwintigvoudigen en dat DLV het er (eerder) toe had moeten leiden dat de oorzaak van het kopertekort werd onderzocht. De oorzaak bleek echter te zijn gelegen in het feit dat [eiseres] in feite de bemestingsadviezen van DLV niet uitvoerde, omdat zij in een onjuiste veronderstelling verkeerde omtrent de samenstelling van haar koperproduct. Op het feit dat haar bemestingsadviezen ten aanzien van de kopergift niet juist werden uitgevoerd hoefde DLV echter niet bedacht te zijn. DLV heeft immers onweersproken gesteld dat zij bij de toediening van de voedingsstoffen geen betrokkenheid en geen verantwoordelijkheid had. Evenmin is gesteld of gebleken dat DLV ter zake het door [eiseres] gebruikte koperproduct een adviserende rol heeft gespeeld, of dat zij op de hoogte was van het koperproduct waarmee [eiseres] werkte, dat dit product in 2002 van samenstelling was veranderd of wat de concentratie van de samenstelling ervan was. Onder deze omstandigheden valt, zonder nadere daarop toegesneden stellingen, niet in te zien dat DLV in strijd heeft gehandeld met hetgeen op grond van de in haar branche gebruikelijke professionele standaard mocht worden verwacht, door te volstaan met het steeds verder ophogen van de geadviseerde hoeveelheid kopergift en door niet (eerder) een onderzoek naar de blijvende koperbehoefte te adviseren.

Tussen partijen is in geschil door wie het onderzoek op 13 juni 2005 is geïnitieerd. Ook indien er veronderstellenderwijs van wordt uitgegaan dat dit niet op initiatief van DLV was, maakt dit het voorgaande oordeel niet anders. Een onderzoek in een vroeger stadium had de fout van [eiseres] waarschijnlijk eerder aan het licht gebracht en daarmee wellicht de schade beperkt of voorkomen, maar het enkele uitblijven van dat eerdere onderzoek maakt omgekeerd DLV niet (mede) aansprakelijk voor de gevolgen van die fout. Dat zou alleen anders zijn indien DLV eerder dan begin juni 2005 had moeten inzien dat aan de koperbehoefte van de planten door het ophogen van de kopergift onvoldoende tegemoet werd gekomen. Dat en waarom dit zo is, is door [eiseres] onvoldoende onderbouwd naar voren gebracht. Dat de planten ook de uiterlijke kenmerken van kopergebrek vertoonden is daartoe onvoldoende, omdat door DLV niet is miskend dat er een koperbehoefte was, zoals uit de bemestingsadviezen blijkt.

5.4. Ook Sosef valt geen rechtens relevant verwijt te maken van de opgetreden teeltschade. Ook hierbij staat het feit voorop dat [eiseres] een professionele gebruiker is die primair zelf verantwoordelijk is voor de keuze van de in haar bedrijfsvoering gebruikte producten en voor de juiste toepassing daarvan. Nu hier sprake is van twee professionele partijen rustte op Sosef geen contractuele of op hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt berustende algemene waarschuwingsplicht voor de gewijzigde samenstelling van het product Kombispoor koper. Dit zou anders zijn indien de gewijzigde samenstelling niet kenbaar zou zijn geweest uit het product zelf. Dan hoefde zij op een cruciale wijziging inderdaad niet bedacht te zijn, zoals zij stelt. [eiseres] heeft wel gesteld dat de wijziging niet of nauwelijks kenbaar was, maar zij heeft dit in het licht van de gemotiveerde betwisting door Sosef en de op dat punt beschikbare informatie in het dossier onvoldoende onderbouwd. Immers, vast staat dat de nieuwe concentratie van 0,6% op het etiket van de can Kombispoor koper stond aangegeven. Uit de overgelegde foto’s van de verpakkingen blijkt verder dat de cans tegelijk met de gewijzigde samenstelling in grootte toenamen, omdat de inhoud verdubbelde, en dat de etiketten anders waren vormgegeven en een andere tekst bevatten. Dit betrof niet alleen het product koper, maar ook de overige spoorelementen (zink, boor, molybdeen en mangaan), die blijkens de laboratoriumanalyses door [eiseres] ook bij de tomatenteelt werden gebruikt. Over de hele linie is dus door de betreffende fabrikant zowel de samenstelling als de verpakking van de spoorelementen veranderd. Door [eiseres] is ter voorbereiding op de comparitie bovendien een voorbeeld overgelegd van het etiket op het product Kombispoor Boor. Daarop valt te lezen: “Let op! i.v.m. de aangepaste concentratie van Kombispoor Boor is alleen de omrekentabel met Kombispoor Boor 2,5% bruikbaar. Doseren van Kombispoor Boor, volgens de oude omrekentabel, zal leiden tot een veel te lage dosering Borium.”. Aannemelijk is dat de fabrikant soortgelijke waarschuwingen op de verpakkingen van de overige spoorelementen heeft aangebracht, en stellingen waaruit het tegendeel volgt zijn niet concreet betrokken.

5.5. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat de wijziging in de concentratie voor [eiseres] als professionele gebruiker kenbaar was. Zij had dan ook zelf bedacht moeten zijn op het gebruik van de juiste bijbehorende omrekentabel. Dit is kennelijk aan haar aandacht ontsnapt, maar dat moet voor haar eigen rekening blijven. Dat Sosef in het verleden een wijziging in de samenstelling van dit product al eens onder de aandacht van [eiseres] had gebracht, is, wat er ook zij van de vraag of dat deze keer is gebeurd, onvoldoende om hierover anders te oordelen. Dit ontslaat [eiseres] niet van haar eigen verantwoordelijkheden ten aanzien van keuze, controle en juist gebruik van het door haar bedrijfsmatig toegepaste product.

De vraag of Sosef de bijbehorende omrekentabel heeft meegeleverd bij de eerste levering van het nieuwe product is daarom niet doorslaggevend. Ook indien zou moeten worden aangenomen – hetgeen door Sosef is betwist – dat de omrekentabel een toebehoren is als bedoeld in artikel 7:9, eerste lid, BW moet worden geoordeeld dat een tekortschieten in de verplichting tot het verstrekken van de omrekentabel niet de schade heeft veroorzaakt zoals thans gevorderd.

5.6. Op grond van het bovenstaande wordt de vordering van [eiseres] tegen DLV en Sosef afgewezen. Hetgeen partijen overigens nog naar voren hebben gebracht kan buiten bespreking blijven, omdat dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

5.7. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kostenveroordeling ten gunste van Sosef wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, nu dit niet is gevorderd.

De kosten aan de zijde van DLV worden begroot op:

- explootkosten EUR 0,00

- vast recht 4.667,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 4.000,00 (2,0 punten × tarief EUR 2.000,00)

Totaal EUR 8.667,00

De kosten aan de zijde van Sosef worden begroot op:

- explootkosten EUR 0,00

- vast recht 4.667,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 4.000,00 (2,0 punten × tarief EUR 2.000,00)

Totaal EUR 8.667,00

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. wijst de vorderingen af,

6.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van DLV tot op heden begroot op EUR 8.667,00, en aan de zijde van Sosef tot op heden begroot op EUR 8.667,00,

6.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling in de kosten van DLV uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Willems en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2008.

w.g. griffier w.g. rechter