Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BC3321

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-01-2008
Datum publicatie
01-02-2008
Zaaknummer
16-711197-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor een vijftal feiten. O.a. voor het meermalen verduisteren van mobiele telefoons.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummers: 16/711197-07; 16/600278-07 (TTZ. GEV); 16/029446-04 (TUL)

Datum uitspraak: 29 januari 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de gevoegde zaken tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] (Soedan),

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Flevoland – HvB Almere Binnen te Almere.

Raadsman: mr. N.P. van Dijk.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 januari 2008.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaardingen is omschreven.

Op vordering van de officier van justitie is wijziging van de onder 16/600278-07, 2 en 3 ten laste gelegde feiten ter terechtzitting van 15 januari 2008 toegestaan.

Van de dagvaardingen en van de vordering tot wijziging van de tenlastelegging zijn kopieën als bijlagen I en II aan dit vonnis gehecht. De inhoud van deze bijlagen geldt als hier ingevoegd.

Vrijspraak

Niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte onder 16/711197-07 feit 1, 2 primair, 4 primair en onder 16/600278-07 feit 1 primair, 2, 3 primair is ten laste gelegd.

De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt omtrent hetgeen onder 16/711197-07 feit 1 en 2 primair is ten laste gelegd als volgt.

Weliswaar is verdachte enige uren na de inbraak in de woning van aangeefster aangetroffen in haar personenauto en in het bezit van een zonnebril, die mogelijk van aangeefster is, maar dat is onvoldoende om verdachte aan te merken als dader van de woninginbraak of als dader van de diefstal van deze personenauto.

De rechtbank overweegt omtrent hetgeen onder 16/711197-07 feit 4 primair, 16/600278-07 feit 1 primair, 3 primair is ten laste gelegd als volgt.

Bij bovengenoemde feiten is verdachte telkens (gekwalificeerde) diefstal ten laste gelegd. Echter telkens blijkt dat verdachte geen enkele “wegneemhandeling” heeft uitgevoerd. Het waren telkens de aangevers die al dan niet vrijwillig het toestel aan verdachte overhandigden. Nu deze “wegneemhandeling” wel vereist is om tot een bewezenverklaarde diefstal te komen zal de rechtbank verdachte vrijspreken van voornoemde feiten.

De rechtbank overweegt omtrent hetgeen onder 16/600278-07 feit 2 is ten laste gelegd als volgt.

Hoewel er weliswaar mogelijk strafbare feiten zijn gepleegd door verdachte dient de verdachte naar het oordeel van de rechtbank –op dezelfde gronden als hiervoor overwogen- wederom vrijgesproken te worden van de diefstal van een mobiele telefoon. Aangever heeft namelijk ook in dit geval op verzoek van verdachte zijn mobiele telefoon afgestaan.

De bewezenverklaring

Verweer raadsman met betrekking tot de fotoconfrontaties

De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat de zich in het dossier bevindende fotoconfrontaties niet op de juiste wijze zijn uitgevoerd. De kern van zijn betoog is dat de recherche gebruik heeft gemaakt van een tweetal duidelijk verschillende foto’s, dat hij geen deelgenoot werd gemaakt van de wijze waarop de aangevers voorafgaande de fotoherkenning werden geïnstrueerd en dat het voor hem -in verband met een defecte intercom- onmogelijk was om mee te luisteren bij de daadwerkelijke fotoconfrontatie. Bovendien is het volgens de raadsman moeilijk voor te stellen dat het vanwege het korte tijdsverloop tussen entree van aangever en het tijdstip van de fotoherkenning de aangever op de juiste wijze is geïnstrueerd.

De rechtbank overweegt omtrent de twee verschillende foto’s als volgt.

Met de raadsman heeft de rechtbank geconstateerd dat bij de fotoconfrontaties gebruik is gemaakt van twee verschillende foto’s van verdachte. Deze foto’s zijn weergegeven op bladzijde 28 van dossiernr. PL0940/07-003545A. De rechtbank heeft -naast hetgeen de politie hierover heeft opgemaakt- ambtshalve waargenomen dat de huidskleur van de verdachte op de bovenste foto weliswaar lichter is dan de huidskleur op de onderste foto, maar dat dit toch overduidelijk een foto van dezelfde verdachte betreft. Derhalve kunnen de fotoconfrontaties waarbij voornoemde foto’s zijn gebruikt gebezigd worden voor het bewijs.

De rechtbank overweegt omtrent het verweer met betrekking tot de overige punten als volgt.

Er is geen rechtsregel die verplicht dat de raadsman mee dient te kunnen luisteren naar wat er gezegd wordt bij de fotoconfrontatie. Gebruikelijk is dat indien dat niet tot teveel oponthoud leidt de raadsman in de gelegenheid wordt gesteld om via een confrontatiespiegel of videosysteem de reacties van de getuigen tijdens de confrontaties waar te kunnen nemen (artikel 9 Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek). Hetgeen in dit geval ook is geschied.

Verder is de rechtbank van oordeel dat uit de omstandigheid dat vanwege het korte tijdsverloop tussen de entree van de getuigen en het tijdstip van de confrontatie, niet zonder meer volgt dat de getuigen niet op de juiste wijze zouden zijn geïnstrueerd. Getuigen hebben volgens het proces-verbaal de brochure “informatie voor de getuige bij simultane fotobewijsconfrontatie” ontvangen, terwijl ook niet is uit te sluiten dat getuigen in een eerder stadium reeds zijn voorgelicht. De resultaten van deze confrontaties kunnen dan ook als bewijs worden gebruikt. Het verweer van de raadsman met betrekken tot de fotoconfrontaties word daarom verworpen.

Overwegingen ten aanzien van de bewezenverklaring.

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de -navolgende- motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 07-009188B.

T.a.v. parketnummer 16/711197-07 feit 2 subsidiair:

Op 7 juni 2007 heeft [aangever 1] aangifte gedaan van een inbraak in haar woning. Deze zou gepleegd zijn tussen 6 juni 2007 22.00 uur en 7 juni 2007 6.45 uur. Bij deze inbraak zijn onder andere autosleutels gestolen behorende bij haar auto, merk Renault Megane Cabriolet en voorzien van kenteken [kenteken] (pag. 21 t/m 24). Deze auto stond voor haar woning en is tussen eerder genoemde tijdstippen weggenomen (pag. 35). Omstreeks 13.25 uur zien twee verbalisanten voornoemd voertuig rijden in Amersfoort en ambthalve wist een van hen dat de auto die nacht was weggenomen bij een inbraak in Leusden (pag. 39). Nadat de bestuurder en de andere persoon even zijn uitgestapt bij het winkelcentrum aan de Wiekslag en zij daarna weer hun weg vervolgen ontstaat er een korte achtervolging (pag. 40). Deze achtervolging werd ten einde gebracht doordat de bestuurder van de Renault Megane het voertuig tot stilstand bracht. Zowel de bestuurder als de andere inzittende zijn vervolgens weggevlucht.

Vervolgens is er een onderzoek ingesteld bij het winkelcentrum aan de Wiekslag. De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij de bestuurder van de Renault Megane in de richting van cafetaria […] heeft zien lopen (pag. 42). Op beveiligingsbeelden van deze cafetaria hebben twee verbalisanten de bestuurder van de Renault Megan voor 100% herkend als zijnde [verdachte].

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de bestuurder was van de betreffende auto. Volgens verdachte stond de auto met draaiende motor voor zijn woning en na een tijdje gewacht te hebben is hij ingestapt om een rondje te gaan rijden. Hier kreeg hij naar eigen zeggen een kick van. Voorts heeft hij verklaard dat toen hij in de auto zat en werd achtervolgd, hij wel het idee had dat er iets met de auto niet klopte. Daarnaast heeft verdachte zeer wisselend verklaard over een -vermoedelijk bij de inbraak weggenomen- zonnebril die hij op zijn hoofd droeg in cafetaria […]. Eerst heeft hij bij de politie verklaard dat hij deze zonnebril van [medeverdachte 1] had gekregen, bij de rechter-commissaris wist hij niet dat het een zonnebril betrof van het merk Dolce en Gabbana en ter terechtzitting wist hij niet meer hoe hij aan deze zonnebril gekomen was. Voorts wil verdachte niets verklaren omtrent de personalia van [medeverdachte 1] en zijn betrokkenheid bij auto. Hoewel het verdachte vrij staat te verklaren wat hij wil had het toch op zijn weg gelegen om hier een redengevende verklaring over af te leggen.

De rechtbank acht gelet op de aangifte van [aangever 1], de bevindingen van de verbalisanten, de korte tijd tussen de inbraak en het moment dat verdachte al rijdende in de auto is aangetroffen, het wegvluchten van zowel verdachte als zijn passagier, de ongeloofwaardige en verhullende verklaring van verdachte en het feit dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven wettig en overtuigend bewezen dat zowel verdachte als de bij hem in de auto zittende passagier wetenschap hebben gehad omtrent de criminele herkomst van de personenauto Renault Megane.

T.a.v. parketnummer 16/711197-07 feit 3:

Aangever [aangever 2] heeft op 13 mei 2007 tegenover de politie verklaard dat hij die ochtend omstreeks 5.45 uur klaar was met zijn werk als barkeeper en richting zijn woning is gefietst in Amersfoort (pag 61). Ter hoogte van het Neptunusplein werd hij door een jongen gemaand om te stoppen. Nadat aangever weigerde om de jongen een sigaret te geven werd hij door deze jongen betast, kennelijk om te controleren of aangever geen sigaretten bij zich had. Aangever was hier niet van gediend en duwde de jongen van zich af. Hierop werd de jongen boos en sloeg een aantal malen met kracht met zijn rechtervuist in het gezicht van aangever (pag. 62). Ook begon de jongen tegen aangever te schreeuwen alvorens hem nog een tweetal vuistslagen in zijn gezicht te geven (pag. 62). Ineens greep de jongen de mobiele telefoon (Sony Ericsson) van aangever uit diens binnenzak. Aangever kon de telefoon nog vasthouden maar na wederom een uithaal naar het gezicht van aangever was laatstgenoemde genoodzaakt de telefoon los te laten (pag. 62). Aangever heeft het signalement van de jongen aan de politie doorgegeven (pag. 62 en 63). De verdachte zou onder andere een gestreept shirt (mogelijk zwart/wit) en een donker vest met een capuchon hebben gedragen (pag. 63)

Verbalisant [verbalisant 1] heeft [verdachte] die nacht omstreeks 5.45 uur gezien in het uitgaansgebied van Amerfoort. Hij zag toen dat verdachte gekleed was in een wit/grijs horizontaal gestreepte trui en dat hij hierover een zwart vest droeg (pag. 67). Verbalisant [verbalisant 2] ziet verdachte om ongeveer half tien die morgen ook gekleed in een zwart/wit horizontaal gestreepte trui (pag. 68). Daarnaast heeft er naar aanleiding van deze straatroof op 17 september 2007 een simultane fotoconfrontatie met de aangever plaatsgevonden (pag. 69). Aangever heeft verdachte daarbij niet voor 100% herkend. Wel gaf hij aan verdachte te herkennen voor 80% maar dat hij op de foto lacht en hij hem zo niet in zijn herinnering heeft (pag. 73).

Weliswaar heeft aangever verdachte niet voor 100% herkend, doch gelet op de hiervoor weergegeven aangifte, de bevindingen van twee verbalisanten betreffende het signalement van verdachte en de 80% herkenning van verdachte bij een fotoconfrontatie acht de rechtbank dit feit wettig en overtuigend bewezen.

T.a.v. parketnummer 16/711197-07 4 subsidiair:

Aangever [aangever 3] heeft op 17 mei 2007 tegenover de politie verklaard dat hij zich eerder die dag, omstreeks 19.30 uur samen met zijn vrienden [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] op de St. Ansfridusstraat te Amersfoort bevond (pag 76). Een man vroeg hen of hij even mocht bellen. Nadat zijn vriend [getuige 3] had gezegd dat hij geen mobiele telefoon had zei de man tegen aangever: “geef je mobiel eens, ik moet even bellen”. De man zei dat hij naar zijn vriendin wilde bellen. Hoewel hij voelde dat het niet goed zat heeft aangever toch zijn mobiele telefoon (Nokia) aan de man afgegeven (pag. 76). Op een gegeven moment heeft aangever de telefoon teruggevraagd waarop de man zei: “nee, nee deze mobiele telefoon is voor één dag van mij” of woorden van gelijke strekking. Nadat aangever nogmaals om zijn telefoon vroeg zei de man: “deze mobiel is nu van mij en je kent me niet”. De man fietste vervolgens weg (pag. 77). De aangifte vindt bevestiging in de verklaring van getuige [getuige 2](pag. 88). Op 7 juni 2007 heeft er een simultane fotoconfrontatie plaatsgevonden waarbij aangever verdachte heeft herkend (pag. 86). Daarnaast heeft ook getuige [getuige 2] verdachte bij een fotoconfrontatie herkend als de jongen die zijn vriend beroofd heeft van een mobiele telefoon (pag. 95).

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de -navolgende- motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0940/07-003545.

T.a.v parketnummer 16/600278-07 feit 1 subsidiair:

Aangever [aangever 4] heeft op 15 januari 2007 tegenover de politie verklaard dat hij die avond samen met een vriend, [getuige 5], op een bankje op het Havik zat, in Amersfoort (pag. 27). Omstreeks 21.30 kwam er een voor hem onbekende jongen naar hen toelopen. De jongen vroeg aan hen of zij beltegoed hadden. Aangever vond dat de jongen boos uit zijn ogen keek en voelde zich bang worden. De jongen bleef maar aandringen tot het moment hij van aangever toestemming kreeg om zijn simkaart in het toestel van aangever te doen (pag. 27). De jongen zei tegen aangever dat hij wel even met de telefoon van aangever naar een telefooncel zou lopen om daar te bellen. Aangever en [getuige 5] zijn nog achter de jongen aangelopen maar hij verdween met de telefoon van aangever uit hun zicht (pag. 28).

De aangifte vindt bevestiging in de verklaring van getuige [getuige 5] (pag. 31 en 32). Op 12 februari 2007 heeft er een fotoconfrontatie plaatsgevonden waarbij aangever verdachte voor 100% heeft herkend (pag. 34).

T.a.v. parketnummer 16/600278-07 feit 5:

Aangever [aangever 5] heeft tegenover de politie verklaard dat hij op 5 maart 2007 werkzaam was als arrestantenbewaker op het politiebureau te Amersfoort (pag. 78). Aangever had die dag arrestant, [verdachte], aangesproken op zijn gedrag. Vervolgens hoorde hij dat [verdachte] een aantal malen tegen hem riep: “Vuile kankerjood”, “Teringlijer” en nog meer woorden van dergelijke strekking (pag. 79). Aangever vond de beledigingen, in hoeveelheid en intentie, zodanig hevig, dat hij vond dat hij dit niet moest pikken en hij daarom aangifte moest doen. Zijn collega’s hebben ook gehoord wat [verdachte] allemaal tegen aangever heeft geroepen en daardoor voelde dit voor aangever nog meer beledigend (pag. 79). De collega van aangever, [verbalisant 3], heeft bovendien een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin hij de verklaring van aangever bevestigt (pag. 81). De verdachte heeft ter terechtzitting een bekennende verklaring afgelegd betreffende dit feit. Hij zou deze beledigingen geuit hebben omdat aangever hem stoorde tijdens het bidden.

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de -navolgende- motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0940/06-011387.

T.a.v. parketnummer 16/600278-07 feit 3 subsidiair:

Aangever [aangever 6] heeft op 1 juni 2006 tegenover de politie verklaard dat hij die dag samen met zijn vrienden [getuige 6], [getuige 7] en [getuige 8] voor het zwembad Liendert te Amersfoort stond (pag. 33). Op een gegeven moment vroeg een onbekende jongen of hij een telefoon kon lenen om te bellen. Aangever heeft toen zijn mobiele telefoon (Samsung) aan deze onbekende jongen afgegeven (pag. 34). Vervolgens is de jongen met de telefoon van aangever weggelopen (pag. 34). De aangifte vindt bevestiging in de verklaring van getuige [getuige 7] (pag. 50).

Op 9 juli 2006 wordt verdachte [verdachte] aangehouden omdat de getuigen [getuige 3] en [getuige 6] hem hadden herkend in een uitgaansgelegenheid in Amersfoort. Beiden gaven aan de verdachte voor 100% ter herkennen als zijnde de persoon welke op 1 juni 2006 een mobiele telefoon van hun vriend had gestolen (pag. 60).

T.a.v. parketnummer 16/600278-07 feit 4:

Aangever [aangever 7] heeft op 8 juli 2006 tegenover de politie verklaard dat hij eerder die dag samen met twee vrienden, [getuige 9] en [getuige 10], is ingestapt in de auto van een onbekende jongen (pag. 77). Bij een tankstation aangekomen zei de jongen dat hij geen geld had om te tanken en dat zij hem geld moesten geven. De jongen zei tegen hen dat hij daar een pistool had liggen. Aangever zag dat de jongen in de richting van het dashboardkasje van de auto wees. Ook hoorde hij dat de jongen zei dat hij hen zou schieten als zij moeilijk gingen doen (pag. 78).

[Getuige 9] heeft tegenover de politie verklaard dat hij met twee vrienden in de auto zat en dat de jongen zei dat zij daar in een ghettobuurt waren en dat hij hen zo neer kon schieten. Ook hoorde deze getuige dat de jongen zei dat hij het pistool in de auto had liggen (pag. 89 en 90). Zowel aangever (pag. 84) als getuige [getuige 9] (pag. 91) hebben verdachte bij een fotoconfrontatie voor 100% herkend.

De rechtbank acht -gelet op het vorenstaande- wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 16/711197-07 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en de onder parketnummer 16/600278-07 1 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan op de wijze als hieronder is vermeld.

T.a.v. 16/711197-07 feit 2 subsidiair

hij op of omstreeks 07 juni 2007 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, een personenauto (Renault Megane Cabriolet) heeft

verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of

zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

voornoemde personenauto wist(en) althans redelijkerwijs had(den) moet(en)

vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

T.a.v. 16/711197-07 feit 3

hij op of omstreeks 13 mei 2007 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op

of aan het Neptunusplein, in elk geval op de openbare weg, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Sony

Ericsson), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 2], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- meermalen met zijn vuist(en) in het gezicht van die [aangever 2] heeft

geslagen (waardoor die [aangever 2] zijn mobiele telefoon los heeft gelaten) en/of

- (vervolgens) die mobiele telefoon heeft (af)gepakt. en/of

- (vervolgens) tegen die [aangever 2] op dreigende toon heeft gezegd "fietsen,

snel, ga weg" en/of vervolgens achter die [aangever 2] aan heeft gerend en heeft

gezegd "sneller doorfietsen";

T.a.v. 16/711197-07 feit 4 subsidiair

hij op of omstreeks 17 mei 2007 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Utrecht, opzettelijk een mobiele telefoon ((Nokia), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door

misdrijf, te weten te leen en/of onder de gehoudenheid deze goederen terug te

geven, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

T.a.v. 16/600278-07 feit 1 subsidiair

hij op of omstreeks 15 januari 2007 te Amersfoort, althans in het

arrondissement Utrecht, opzettelijk een mobiele telefoon, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 4], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan

door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

T.a.v. 16/600278-07 feit 3 subsidiair

hij op of omstreeks 1 juni 2006 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, opzettelijk een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

T.a.v. 16/600278-07 feit 4

hij op of omstreeks 08 juli 2006 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Utrecht, [aangever 7] en/of [getuige 9] en/of [getuige 10] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers

heeft verdachte opzettelijk voornoemde [aangever 7] en/of [getuige 9] en/of

[getuige 10] dreigend de woorden toegevoegd :"ik heb een pistool en ga schieten

als jullie moeilijk gaan doen", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking.

T.a.v. 16/600278-07 feit 5

hij op of omstreeks 05 maart 2007 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Utrecht, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [aangever 5],

gedurende en / of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,

te weten arrestantenbewaker in dienst van het politiebureau te Amersfoort, in

het openbaar, althans in diens tegenwoordigheid, mondeling heeft toegevoegd de

woorden "vuile kankerjood" en/of "teringlijer". althans woorden van gelijke

beledigende aard en / of strekking;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen onder meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De strafbaarheid van de feit

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

T.a.v. parketnummer 16/711197-07 onder feit 2 subsidiair:

Medeplegen van opzetheling.

T.a.v. parketnummer 16/711197-07 onder feit 3:

Diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

T.a.v. parketnummer 16/711197-07 onder feit 4 subsidiair en t.a.v. parketnummer 16/600278-07 onder feit 1 subsidiair en 3 subsidiair:

Verduistering, meermalen gepleegd.

T.a.v. parketnummer 16/600278-07 onder feit 4

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

T.a.v. parketnummer 16/600278-07 onder feit 5

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sancties

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gereden in een personenauto terwijl hij wist dat deze van criminele herkomst was.

Voorts heeft de verdachte op een doortrapte wijze diverse slachtoffers hun mobiele telefoon afhandig gemaakt. Hierdoor heeft verdachte het gevoel van veiligheid op straat in het algemeen en dat van de slachtoffers in het bijzonder ernstig aangetast. Het wegnemen van een mobiele telefoon vormt ook een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, aangezien dergelijke telefoons vaak persoonlijke informatie bevatten.

Verder heeft de verdachte drie jongens bedreigd, dit terwijl zij hem net geld hadden gegeven om te tanken. Voor hen -zoals ook uit hun verklaringen blijkt- is deze situatie zeer bedreigend en beangstigend geweest.

Ten slotte heeft de verdachte een politieman beledigd.

De door verdachte gepleegde feiten getuigen naar het oordeel van de rechtbank van een ernstig gebrek aan respect voor personen en voor andermans eigendommen.

Voornoemde feiten zijn ergerlijke feiten en dienen naar het oordeel van de rechtbank krachtig bestreden te worden, temeer nu verdachte kennelijk niet geleerd heeft van een recent opgelegde forse gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 7 augustus 2005, waaruit blijkt dat de verdachte op 7 juni 2005 is veroordeeld voor soortgelijke feiten;

- een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte van de Reclassering Nederland d.d. 16 oktober 2007, opgemaakt door mevr. L. Boelstra, reclasseringswerker, waarin wordt geadviseerd verdachte een verplicht contact op te leggen;

- een omtrent verdachte opgemaakt rapport d.d. 5 november 2007 van drs. H. Scharft, psycholoog, inhoudende als conclusie dat verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten onder parketnummer 16/711197-07 - indien bewezen - lijdende was aan een ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens, zodat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

De rechtbank neemt de conclusie van deze deskundige over en maakt deze tot de hare.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte voor feit 2 onder parketnummer 16/600278-07 wordt vrijgesproken en ter zake van de onder parketnummer 16/711197-07 feit 1, 2 primair, 3, 4 primair en onder parketnummer 16/600278-07 feit 1 primair, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten onder meer wordt veroordeeld tot -kort gezegd-:

- een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan

6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde, dat verdachte zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering;

- niet-ontvankelijkverklaring van de civiele vordering van benadeelde partij [aangever 6];

- gedeeltelijke toewijzing van de civiele vordering van benadeelde partij [aangever 4] tot een bedrag van € 50,00, alsmede de schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank acht, alles afwegende, een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan met deze straf, die lager is dan door de officier van justitie is gevorderd, worden volstaan, nu de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie. Een verplicht contact met de reclassering zal in dit geval niet alleen worden opgelegd in het belang van verdachte, maar komt grotendeels voort uit het belang dat de samenleving heeft bij toezicht op verdachte. De samenleving heeft er immers baat bij dat verdachte minder eenvoudig zal recidiveren.

Teruggave in beslag genomen goederen:

Met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- schoenen, merk Nike (nr. 1);

- jas, merk Nike (nr. 2);

- ketting en 2 paar oorbellen (nr. 3);

- 6 mobiele telefoons (nr. 7 t/m 9 en 11 t/m 13);

- autosleutel (nr. 10),

zal de rechtbank -overeenkomstig de vordering van de officier van justitie- de teruggave gelasten aan verdachte, bij wie deze voorwerpen in beslag zijn genomen.

Bewaring in beslag genomen goederen:

Met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- autosleutel, merk VW (nr. 4);

- autosleutel, merk Renault en 2 deursleutels (nr. 5);

- sleutelhanger van een VW (nr. 6);

- sokken, kleur zwart (nr. 15),

kan thans geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt. De rechtbank zal

de bewaring van deze voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Teruggave in beslag genomen goederen:

Met betrekking tot het in beslag genomen voorwerp, te weten een cd (nr. 14), acht de rechtbank [rechthebbende] wonende aan de [adres] te [plaats] degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. De rechtbank zal gelasten dat dit voorwerp aan genoemde persoon wordt teruggegeven.

De vordering van de benadeelde partij ([aangever 4])

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van € 280,00 voor geleden schade ten gevolge van het onder 16/600278-07 feit 1 ten laste gelegde.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het ten aanzien van verdachte bewezenverklaarde feit. De materiële schade wordt begroot op € 50,00. De vordering zal daarom tot dat bedrag worden toegewezen.

Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking is niet van zo eenvoudige aard dat dit zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard met bepaling dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte zal worden verwezen in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten, die worden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Na te noemen maatregel wordt opgelegd omdat verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De vordering van de benadeelde partij ([aangever 6])

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering. De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van het onder 16/600278-07 feit 3 ten laste gelegde.

De vordering van de benadeelde partij is niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Daarom zal de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard met bepaling dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De benadeelde partij en de verdachte moeten ieder de eigen kosten dragen.

De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 16/029446-04

Bij onherroepelijk geworden vonnis van deze rechtbank van 7 juni 2005 is de verdachte veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf voor de tijd van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Blijkens een kennisgeving als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is de proeftijd ingegaan op 22 juni 2005.

De officier van justitie vordert thans dat de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke gevangenisstraf wordt gelast.

Nu de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd opnieuw aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, te weten de hiervoor bewezen verklaarde feiten, heeft de veroordeelde voornoemde voorwaarde overtreden.

De rechtbank zal de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden gelasten.

De rechtbank heeft acht geslagen op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 24c, 36f, 47, 57, 266, 267, 285, 310, 312, 321 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 16/711197-07 1, 2 primair, 4 primair en de onder 16/600278-07 1 primair, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 16/711197-07 2 subsidiair, 3 en

4 subsidiair en de onder 16/600278-07 1 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 24 (vierentwintig) MAANDEN.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde na te melden bijzondere voorwaarde niet naleeft:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de door of namens de Reclassering Nederland te geven aanwijzingen, zolang die reclasseringsinstelling dat nodig acht, met opdracht aan voornoemde instelling de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

- schoenen, merk Nike (nr. 1);

- jas, merk Nike (nr. 2);

- ketting en 2 paar oorbellen (nr. 3);

- 6 mobiele telefoons (nr. 7 t/m 9 en 11 t/m 13);

- autosleutel (nr. 10).

Gelast de teruggave van de cd (nr. 14) aan [rechthebbende].

Gelast de bewaring van de volgende goederen ten behoeve van de rechthebbende:

- autosleutel, merk VW (nr. 4);

- autosleutel, merk Renault en 2 deursleutels (nr. 5);

- sleutelhanger van een VW (nr. 6);

- sokken, kleur zwart (nr. 15).

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 4], wonende te Leusden, ten dele toe tot een bedrag van € 50,00 (zegge vijftig euro).

Veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen.

Verwijst de veroordeelde in de kosten door de benadeelde partij tot op heden gemaakt, vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering voor wat betreft het overige gedeelte van de vordering en dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt aan de veroordeelde de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen € 50,00 (zegge vijftig euro) bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Indien en voor zover door de veroordeelde dit bedrag aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij is betaald, vervalt daarmee de verplichting van de veroordeelde om voormeld bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Andersom vervalt de verplichting tot betaling aan de Staat indien en voor zover door de veroordeelde voormeld bedrag aan de benadeelde partij is betaald.

Bepaalt dat de benadeelde partij [aangever 6] niet ontvankelijk is in de vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van parketnummer 16/029226-04:

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) MAANDEN, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij voornoemd vonnis d.d. 7 juni 2005.

Dit vonnis is gewezen door mrs. A. Muller, P.K. van Riemsdijk en M. Gerrits-Janssens, bijgestaan door J.J. Veldhuizen als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 oktober 2008.

Mr. M. Gerrits-Janssens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.