Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BC2788

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
22-01-2008
Datum publicatie
25-01-2008
Zaaknummer
16-601397-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diverse zaken ter zitting gevoegd.Verdachte is veroordeeld voor onder meer: diefstallen, belediging, bedreiging, wederspannigheid, rijden onder invloed

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummers: 16/601397-07; 16/601336-07 (ter terechtzitting gevoegd); 16/601337-07 (ter terechtzitting gevoegd); 16/601361-07 (ter terechtzitting gevoegd);

16/601446-07 (ter terechtzitting gevoegd); 16/611135-07 (ter terechtzitting gevoegd).

Datum uitspraak: 22 januari 2008

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de gevoegde zaken tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] (Marokko),

wonende te [woonadres], [woonplaats],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Utrecht, locatie Huis van Bewaring Nieuwegein.

Raadsman: mr. E.H. Bokhorst te Veenendaal.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 08 januari 2008.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaardingen is omschreven. Een kopie van die dagvaardingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte ten aanzien van het onder 2 op de dagvaarding met parketnummer 16/601446-07 is ten laste gelegd. Uit de processen-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en de aangifte van verbalisant [verbalisant 1] met betrekking tot de bedreigingen d.d. 26 december 2007 blijkt, naar het oordeel van de rechtbank, dat de door verdachte geuite dreigingen gericht waren tot verbalisant [verbalisant 1]. Van bedreigingen gericht tot [verbalisant 2] (de rechtbank begrijpt dat hier wordt bedoeld [verbalisant 2]) zoals is vermeld in de tenlastelegging is niet gebleken.

Voorts acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte ten aanzien de dagvaarding met parketnummer 16/601337-07 is ten laste gelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat verdachte de krasloten heeft weggenomen, nu alleen de getuige [getuige 1] verklaart dat zij krasloten in de tas van verdachte heeft gezien. Voorts blijkt uit het dossier niet dat is komen vast te staan dat de krasloten die getuige verklaart gezien te hebben daadwerkelijk afkomstig zijn van het Kruidvat.

De verdachte moet derhalve ten aanzien van parketnummer 16/601446-07 van het onder 2 en ten aanzien van het onder parketnummer 16/601337-07 tenlastegelegde worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit op de dagvaarding met parketnummer16/601397-07, de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op de dagvaarding met parketnummer 16/601336-07, het ten laste gelegde feit op de dagvaarding met parketnummer 16/601361-07, het onder 1 ten laste gelegde feit op de dagvaarding met parketnummer 16/601446-07 en de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten op de dagvaarding met parketnummer 16/611135-07 heeft begaan op de wijze zoals hieronder is vermeld.

Ten aanzien van parketnummer 16/601397-07:

hij op 12 december 2007 te Leersum, gemeente Utrechtse Heuvelrug, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een schuur gelegen op een besloten erf heeft weggenomen een krat bier en een sixpack 1,5 liter flessen frisdrank en een kettingzaag, toebehorende

aan [aangever 1];

Ten aanzien van parketnummer 16/601336-07:

1.

hij op 22 november 2007 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een overjas, toebehorende aan kledingwinkel [Kledingwinkel X];

2.

hij op 22 november 2007 in het arrondissement Utrecht,[aangever 2], hoofdagent van politie, regio Utrecht, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk voornoemde [aangever 2], meermalen, dreigend de woorden toegevoegd :"ik schiet je kapot" en ik ken wel iemand die jou afmaakt", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Ten aanzien van parketnummer 16/601361-07:

hij op 03 december 2007 te Leersum, gemeente Utrechtse Heuvelrug, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een boek, toebehorende aan de firma [Boekenfirma X];

Ten aanzien van parketnummer 16/601446-07:

1.

hij op 26 december 2007 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan de [adres] aldaar weg te nemen geld en/of goed(eren), toebehorende aan [aangever 3] en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, via een brandtrap op een plat dak is geklommen en vervolgens met een schroevendraaier wrikkende en/of forcerende bewegingen heeft gemaakt bij een kozijn van een toegangsdeur van voormeld pand, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet voltooid;

Ten aanzien van parketnummer 16/611135-07

1.

hij op 19 november 2007 te Leersum, gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in het arrondissement Utrecht, [aangever 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [aangever 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Ga je de politie bellen? Doe maar, ik schiet je neer. Als ik je buiten tegen

kom dan weet je het wel, want je weet hoe gek ik ben", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op 12 augustus 2007 te Veenendaal, toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekte strafbare feit hadden aangehouden en hadden vastgegrepen,

teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden;

3.

hij op 12 augustus 2007 te Veenendaal, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 11], gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "klootzak en teringlijer en kankerlijer en homo en flikker", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

4.

hij op 12 augustus 2007 te Veenendaal, als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit

voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 700 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen op de dagvaarding met parketnummer 16/601397-07, op de dagvaarding met parketnummer 16/601336-07 onder 1 en 2, op de dagvaarding met parketnummer 16/601361-07, op de dagvaarding met parketnummer 16/601446-07 en op de dagvaarding met parketnummer 16/611135-07 onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen:

Ten aanzien van parketnummer 601397-07:

De verklaring van aangeefster [aangever 1]

Aangeefster heeft verklaard dat zij op woensdag 12 december 2007 in de tuin van haar woning gelegen aan de [adres] te Leersum een man aantrof. De man had een fiets met gele fietstassen bij zich. Zij zag uit de rechterfietstas een krat Heineken bier steken, waarvan zij vermoedde dat dit afkomstig was uit de schuur in haar achtertuin. Aangeefster heeft het krat bier uit de fietstas gepakt en heeft vervolgens de linkerzijde van de krantentas geopend en trof daarin een six-pack Spa-rood 1,5 liter flessen en een elektrische kettingzaag aan. Beide afkomstig uit de schuur. De kettingzaag herkende zij als de kettingzaag van haar man.

Nadat de goederen uit de fietstas waren gehaald is de man er vandoor gegaan. Een monteur die even later arriveerde is op zoek gegaan naar de man. Op het moment dat de politie ter plaatste was belde de monteur met aangeefster en vertelde dat hij de man gevonden had.

De bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4]

Naar aanleiding van de melding van aangeefster en de bevindingen van de monteur treffen de verbalisanten verdachte aan in het tankstation [Tankstation X] te Leersum. Verdachte voldoet geheel aan het door aangeefster opgegeven signalement. Verdachte drinkt op dat moment bier, spreekt met dubbele tong en ruikt naar alcohol. Als men verdachte aanhoudt zegt verdachte dat hij wel weet waarvoor hij aangehouden is en zegt: “het gaat om de bierkrat of niet.” of woorden van gelijke strekking.

Voorts hebben beide verbalisanten ter terechtzitting d.d. 8 januari 2008 onder ede verklaard dat verdachte ten tijde van zijn aanhouding (meermalen) aangaf dat het om een bierkrat ging, of woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl zij, verbalisanten, op dat moment nog niet tegen verdachte hadden gezegd dat het om een bierkrat ging.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 8 januari 2008 – zakelijk weergegeven -:

Verdachte heeft verklaard dat hij op 12 december 2007 in de tuin en in de schuur van aangeefster is geweest en dat hij op dat moment op een fiets met gele fietstassen reed.

Ten aanzien van parketnummer 16/601336-07:

Feit 1:

De verklaring van de aangeefster [aangever 6]

Aangeefster verklaart dat zij op 22 november 2007 als assistent filiaalhoudster werkzaam was bij de kledingzaak [kledingwinkel X] te Doorn. Zij werd aangesproken door een voorbijgangster die vertelde dat een man een jas had weggenomen uit het rek voor de winkel en dat zij deze man was gevolgd naar het [café X]. Aangeefster is samen met de vrouw naar het café gelopen, daar heeft de vrouw haar de dief aangewezen. De man zat op de gestolen jas achter een gokkast.

De jas die gestolen is betreft een zwart pilotenjack, met een lichtkleurige bontkraag. Aan de jas zit een prijskaartje met de naam van de zaak er op.

De verklaring van getuige [getuige 1] .

De getuige heeft telefonisch verklaard dat zij op 22 november 2007 zag hoe een man buiten een jas uit een kledingrek van [kledingwinkel X] wegnam. De man keek op het prijskaartje en liep weg met de jas zonder te betalen. Getuige is de man gevolgd naar het [café X] en heeft vervolgens de bedrijfsleidster van [Kledingwinkel X] er bij gehaald en is samen met haar naar [café X] gelopen. Getuige zag toen dat de man nog achter een gokkast in [café X] zat.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 8 januari 2008 – zakelijk weergegeven -:

Op 22 november 2007 heb ik in Doorn van een jongen op straat een jas gekocht voor €20,00, aan de jas zat een prijskaartje. Ik ben doorgelopen naar het [café X], daar werd ik later aangehouden door de politie.

Feit 2:

De aangifte van [verbalisant 5]

Aangever verklaart dat hij tezamen met zijn collega [verbalisant 6] verdachte op 22 november 2007 had aangehouden ter zake van winkeldiefstal. Verdachte verzette zich daarbij hevig en heeft verbalisant uitgescholden. Tijdens het overbrengen van verdachte bleef deze aangever uitschelden. Verdachte zei tevens tegen aangever: “Ik weet je te vinden. Ik ken jou. Ik schiet je kapot. Je bent niet de enige met een wapen. Ik ken wel iemand die jou afmaakt.” Tijdens het transport bleef verdachte aangever bedreigen met soortgelijke woorden. Aangever voelde zich daardoor bedreigd door verdachte.

Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] .

Verbalisant verklaart dat op 22 november 2007 op het politiebureau te Zeist verdachte tegen collega [aangever 2] hoorde schreeuwen: “Ik maak je kapot.”

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 8 januari 2008 – zakelijk weergegeven -:

Ik was die dag dronken, ik weet niet meer wat ik heb gezegd.

Ten aanzien van parketnummer 16/601361-07:

De aangifte van [aangever 7], namens [Boekenfirma X] te Leersum .

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 8 januari 2008 – zakelijk weergegeven -:

Ik heb op 3 november 2007 een boek weggenomen bij [Boekenfirma X] in Leersum.

Ten aanzien van parketnummer 16/601446-07:

De aangifte van [aangever 3] .

Aangever heeft verklaard dat hij op 26 december 2007 in zijn bovenwoning aan de [adres] te Doorn rumoer hoorde op het platte dak, zijn dakterras. Aangever is via zijn slaapkamer het dak opgelopen en zag een man op het dak staan. Aangever deed de buitenverlichting aan. De man “vloog” weg in de richting van de diverse hekwerken en sprong van het keukendak af. De man is toen gevallen en bleef een poosje liggen. Aangever heeft toen de politie gebeld. Het dakterras is alleen bereikbaar via een brandtrap, men moet dan wel over twee hekken klimmen. Aangever verklaart voorts dat de man wel vaker rond hangt in de buurt van de aangever en vermoedelijk van Marokkaanse afkomst is. Het is de man die later door de politie is aangehouden.

Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 8] .

Verbalisant verklaart dat hij op 26 december 2007 de melding kreeg van een vermoedelijke inbraak aan [adres] te Doorn. De persoon waarom het zou gaan zou vermoedelijk van Marokkaanse afkomst zijn, donker krullend haar hebben en een witte broek dragen. Ter plaatse wordt verbalisant aangesproken door de aangever die vertelt dat de betreffende persoon die hij op zijn dak had aangetroffen, zich nu in de shoarmazaak aan [adres] zou bevinden. Verbalisant ziet dat de aangever op dat moment naar een persoon wijst die uit de shoarmazaak komt lopen. Verbalisant ziet dat de betreffende persoon mank loopt en hoort de aangever zeggen dat dat de persoon was die hij (aangever) op zijn dak had aangetroffen.

Verbalisant spreekt de persoon aan en hoorde hem zeggen dat hij “…” heette.

Verbalisant heeft bekeken welke route de verdachte had genomen om het dak te betreden. Verbalisant heeft geconstateerd dat men via een brandtrap in de eerste steeg van de [adres] naar boven gaat en vervolgens over een gesloten hek naar een plat dak dat zich naast het platte dak van de aangever bevindt. Het dakterras van de aangever is vervolgens bereikbaar via een klein trapje dat afgesloten is met een hekje, welk hekje op dat moment op het dak ligt en door de verdachte uit de sponning is getrokken. Op de deur die op het dakterras van aangever uitkomt zijn ter hoogte van het slot braaksporen zichtbaar. In de directe nabijheid van de deur ligt een schroevendraaier. Tussen de kozijnen van de deur ziet verbalisant een stuk afgebroken ijzer, afkomstig van een steun. Deze steun ligt naast de schroevendraaier en is afkomstig van de schutting van aangever.

De rechtbank heeft geconstateerd dat de verbalisant in zijn proces-verbaal van bevindingen wisselend spreekt over “melder” en “aangever”. De rechtbank is van oordeel dat dit één en dezelfde persoon betreft, namelijk de aangever [aangever 3], nu uit het proces-verbaal blijkt dat de “melder” aangeeft dat hij de genoemde persoon op zijn dak had aangetroffen en voorts dat uit de aangifte blijkt dat [aangever 3] zelf de politie heeft gebeld.

Het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 8] .

Verbalisant verklaart dat de aangever op 26 december 2007 tegen hem heeft gezegd dat de persoon die hij (aangever) op zijn dak had aangetroffen hem in het verleden eens bedreigd had. Aangever zou toen van anderen de naam en het adres van deze persoon hebben gekregen. Aangever overhandigt verbalisant een briefje met daarop “[naam]” en “[adres[, [plaats]”.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 8 januari 2008 – zakelijk weergegeven -:

Ik had op 26 december 2007 bij mijn aanhouding dezelfde witte broek aan die ik nu ook aan heb. Ik loop nu met krukken omdat ik een scheurtje in mijn knie heb. Ik ben gevallen met mijn fiets.

Ten aanzien van parketnummer 16/611135-07:

Feit 1:

De aangifte van [aangever 4] .

Aangeefster verklaart dat zij op 19 november 2007 werkzaam was als bedrijfsleidster van de supermarkt Albert Heijn te Leersum. Een man wilde potjes crème ruilen. Zij vertelde de man dat zij deze potjes niet kon terugnemen omdat dergelijke potjes niet bij deze winkel werden verkocht. De man ontstak daarop in woede en schold tegen haar. Daarna hoorde zij dat de man riep: “Ga je de politie bellen? Doe maar, ik schiet je neer. Als ik je buiten tegenkom dan weet je het wel want je weet hoe gek ik ben.” Aangeefster verklaart vervolgens dat de man bedreigend op haar over kwam en dat zij bang was dat zij de man tegen zou komen op straat als zij ’s avonds de winkel had afgesloten en dat hij haar kwaad zou doen.

De verklaring van getuige [getuige 3]

Getuige verklaart dat zij een man tegen haar chef [aangever 4] hoorde schelden. Vervolgens bedreigde de man de bedrijfsleidster met de woorden: “Als je buiten komt dan vind ik wel iemand die je kapot schiet. Ik schiet je dood, anders laat ik het iemand anders doen.” De man stelde zich dreigend op, maakte zich breed, nam een agressieve houding aan en zwaaide wild om zich heen.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 8 januari 2008.

Ik ben op 19 november 2007 in de Albert Heijn in Leersum geweest en ik heb verkeerde dingen gezegd tegen die vrouw. Ik was toen dronken. Ik ben de volgende dag terug gegaan en heb haar mijn excuses aangeboden. De vrouw vertelde dat zij heel erg geschrokken was.

Feit 2

Het proces-verbaal van [verbalisant 11]

De verbalisant verklaart dat hij verdachte op 12 augustus 2007 te Veenendaal heeft aangehouden. Om de verdachte te kunnen boeien heeft verbalisant de verdachte gevraagd zich om te draaien maar verdachte draait zich niet om. Verdachte verzet zich als verbalisant hem vervolgens vastpakt om hem om te draaien. Verbalisant heeft samen met zijn collega [verbalisant 9] verdachte vastgepakt en wilde verdachte omdraaien. Verdachte verzette zich hier tegen en wilde in een andere richting gaan dan waarin verbalisant hem wilde brengen. Verbalisant heeft de linkerarm van verdachte vastgepakt en probeerde deze op de rug van verdachte te plaatsen, maar verdachte bleef zich verzetten. Verbalisant zag dat zijn collega [verbalisant 9] hetzelfde deed met de rechterarm van verdachte, maar dat dit niet lukte door het verzet van verdachte. Collega [verbalisant 9] plaatst een arm om de keel van verdachte en krijgt zo controle over verdachte. Op het moment dat collega [verbalisant 9] de druk op de hals van verdachte iets verminderde begon verdachte zich hevig te verzetten en probeerde zich los te rukken.

Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 10] en [verbalisant 9] inhoudende een bevestiging van de bevindingen van [verbalisant 11].

Feit 3

Het proces-verbaal van [verbalisant 11]

Verbalisant verklaart dat verdachte hem heeft beledigd vanaf het moment dat verbalisant verdachte had aangehouden en hem vastpakte. Verbalisant hoorde dat verdachte hem in het openbaar, meerdere malen uitmaakte voor “Klootzak, teringlijer, kankerlijer, homo en flikker.”

In een proces-verbaal van bevindingen geeft verbalisant aan dat verdachte de beledigingen uitte ten overstaan van een groot publiek en dat hij (verbalisant) zich in zijn eer en goede naam aangetast voelde.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 8 januari 2008 – zakelijk weergegeven -:

Ik ben op 12 augustus 2007 aangehouden in Veenendaal. Ik zou nooit kankerlijer zeggen, de rest van de scheldwoorden kan ik allemaal gezegd hebben.

Feit 4:

Het proces-verbaal van [verbalisant 11] met als bijlage het ademanalyse formulier .

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 8 januari 2008 – zakelijk weergegeven -:

Ik had op 12 augustus 2007 bier gedronken voordat ik in Veenendaal in mijn auto werd aangehouden.

De strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 16/601397-07, 16/601336-07 feit 1 en feit 2, 16/601361-07, 16/601446-07 en 16/611135-07 feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 16/601397-07, 16/601336-07 feit 1 en feit 2, 16/601361-07, 16/601446-07 en 16/611135-07 feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van 16/601397-07, 16/601336-07 feit 1, 16/601361-07;

Diefstal, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van 16/601336-07 feit 2, 16/611135-07 feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van 16/601446-07 feit 1:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van16/611135-07 feit 2:

Wederspannigheid.

Ten aanzien van 16/611135-07 feit 3:

Eenvoudige belediging, terwijl die belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Ten aanzien van 16/611135-07 feit 4:

Overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sancties

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een zeer korte periode schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten: een poging woning inbraak, tweemaal verbale bedreiging aldan niet van een politieambtenaar, belediging en wederspannigheid, meerdere diefstallen en dronken rijden.

Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de gevoelens van onveiligheid die bij de slachtoffers in het bijzonder en bij de maatschappij in het algemeen door dergelijke feiten worden gewekt.

Het is algemeen bekend dat slachtoffers van delicten die gepaard gaan met bedreiging tegen het leven gericht, nog lange tijd angstgevoelens kunnen ondervinden. Dat in één geval de bedreigingen zijn geuit tegen een politieambtenaar doet daar, gelet op de aard en de ernst van de bedreigingen, de persoon van verdachte en de omstandigheden waaronder deze geuit zijn, niet aan af.

Verdachte heeft zich bij de poging inbraak in de woning totaal niet bekommerd om de impact die dergelijk handelen heeft op het gevoel van veiligheid dat mensen in hun eigen woning behoren te mogen hebben en de privacy van de bewoners van de bewuste woning, afgezien nog van de materiële schade die met dergelijke delicten gepaard gaat.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging en wederspannigheid.

Het beledigen van de politieagent vormt een inbreuk op en ondermijning van het respect en gezag dat ten aanzien van ambtenaren die een publieke taak verrichten, dient te worden betracht en gerespecteerd.

De rechtbank bestempelt het gedrag van verdachte als volstrekt onacceptabel.

De bewezenverklaarde feiten geven er naar het oordeel van de rechtbank blijk van dat verdachte de regels van de wet en die van fatsoen aan zijn laars lapt.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een drietal diefstallen.

Ook door deze handelingen toont verdachte weinig respect voor andere mensen en hun eigendommen.

Door onder invloed van alcohol een auto te besturen heeft verdachte bovendien een gevaarlijke situatie gecreëerd voor mede-weggebruikers.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 13 december 2007, waaruit blijkt dat de verdachte terzake overtreding van artikel 8 WVW 1994 en terzake van belediging van een ambtenaar in functie op 29 augustus 2007 is veroordeeld.

De rechtbank overweegt dat uit het uittreksel van de justitiële documentatie blijkt voorts dat verdachte vanaf 2000 een langere periode geen politiecontacten heeft gehad.

De rechtbank overweegt dat uit de dossiers en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het alcoholgebruik van verdachte een rol speelde ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting d.d. 8 januari 2008 verklaard dat hij een probleem met alcohol heeft en dat hij daar vanaf wil, maar dat hij daarbij wel hulp nodig heeft. De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat verdachte gelet op het bovenstaande gebaat is bij verplicht reclasseringscontact teneinde zijn problemen met alcohol onder controle te krijgen.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten onder meer wordt veroordeeld tot -kort gezegd-:

- een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en verplicht reclasseringscontact;

- ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 7 maanden;

- teruggave van de onder verdachte in beslag genomen Volkswagen Golf aan de rechthebbende.

De rechtbank acht, gelet op het grote aantal feiten, gepleegd in een zeer korte periode en de aard van de bewezenverklaarde feiten, een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur, alsmede een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen als na te melden, passend en geboden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan met deze straf, die lager is dan door de officier van justitie is gevorderd, worden volstaan nu verdachte wordt vrijgesproken van de hem ten aanzien van parketnummer 16/601337-07 en parketnummer16/601446-07 onder 2 ten laste gelegde feiten.

Teruggave in beslag genomen goederen:

Met betrekking tot het in beslag genomen voorwerp, te weten een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken], kleur wit acht de rechtbank dat [eigenaar Golf] wonende aan de [adres], [plaats] degene is die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. De rechtbank zal gelasten dat dit voorwerp aan genoemde persoon wordt teruggegeven.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 57, 63, 180, 266, 267, 285, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht en op artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit op de dagvaarding met parketnummer 16/601337-07 en het onder 2 ten laste gelegde feit op de dagvaarding met parketnummer 16/601446-07 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit op de dagvaarding met parketnummer16/601397-07, de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op de dagvaarding met parketnummer 16/601336-07, het ten laste gelegde feit op de dagvaarding met parketnummer 16/601361-07, het onder 1 ten laste gelegde feit op de dagvaarding met parketnummer 16/601446-07 en de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten op de dagvaarding met parketnummer 16/611135-07, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte op de dagvaarding onder parketnummer 16/601397-07, onder 1 en 2 op de dagvaarding met parketnummer 16/601336-07, op de dagvaarding met parketnummer 16/601361-07, onder 1 op de dagvaarding met parketnummer 16/601446-07 en onder 1, 2, 3 en 4 op de dagvaarding met parketnummer 16/611135-07 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte ten aanzien van de op de dagvaarding onder parketnummer 16/601397-07, de onder 1 en 2 op de dagvaarding met parketnummer 16/601336-07, op de dagvaarding met parketnummer 16/601361-07, het onder 1 op de dagvaarding met parketnummer 16/601446-07 en de onder 1, 2,3 en 4 op de dagvaarding met parketnummer 16/611135-07 bewezen verklaarde feiten,

tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 6 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 3 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde na te melden bijzondere voorwaarde niet naleeft:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de door of namens de

Reclassering Nederland te geven aanwijzingen, zolang die reclasseringsinstelling dat

nodig acht.

Met opdracht aan voornoemde instelling de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt de verdachte wegens het onder 4 op de dagvaarding met parketnummer 16/61135-07 bewezen verklaarde feit voorts tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 7 maanden.

Gelast de teruggave van een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] aan [eigenaar].

T.a.v. parketnummer 16/601336-07:

Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

T.a.v. parketnummer 16/601397-07:

Heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door mrs M.J. Veldhuijzen, A.G. Bakker en D.A.C. Koster bijgestaan door G. van Engelenburg als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 januari 2008.