Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BC2786

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
25-01-2008
Datum publicatie
25-01-2008
Zaaknummer
241187 / KG ZA 07-1226
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbestedingszaak. Europese niet-openbare procedure. Grossmann-verweer van aanbestedende dienst slaagt. Om die reden kan de inhoudelijke beoordeling van het bezwaar dat aanbestedingsprocedure onrechtmatig is omdat het een discriminatoir selectiecriterium bevat onbesproken blijven en wordt de primaire vordering strekkende tot heraanbesteding afgewezen.

Subsidiaire vordering strekkende tot herbeoordeling van de aanmelding wordt afgewezen omdat aanbestedende dienst terecht heeft geoordeeld dat de aanmelding ongeldig is.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBO 2008/1 met annotatie van Bos
JAAN 2008/7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 241187 / KG ZA 07-1226

Vonnis in kort geding van 25 januari 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GRONTMIJ NEDERLAND B.V.,

gevestigd te De Bilt,

eiseres,

procureur mr. W.J.W. Engelhart,

advocaat mr. A.A. Geelhoed te Utrecht,

tegen

de stichting

STICHTING BODEMSANERING NS,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

procureur mr. P.J. Soede,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Grontmij en SBNS genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 december 2007,

- de mondelinge behandeling van 11 januari 2008,

- de pleitnota van Grontmij,

- de pleitnota van SBNS.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. SBNS is op 15 juli 1996 opgericht. Haar belangrijkste taak is het aanpakken van gevallen van ernstige bodemverontreiniging op ongeveer 650 NS locaties.

2.2. Op 20 juli 2007 heeft SBNS in verband met het voorbereiden en uitvoeren van bodemsaneringen op en/of nabij (voormalige) spoorwegemplacementen in Nederland

een Europese niet openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd. Deze aanbesteding heeft betrekking op twee kavels. Kavel 1 betreft “bodemonderzoek” en kavel 2 betreft “Begeleiden Saneringstrajecten”. Per kavel worden zeven raamovereenkomsten gesloten.

2.3. Op 25 juli 2007 heeft Grontmij de “Toelichting op de Aanmelding Raamovereenkomst voorbereiding en begeleiding SBNS-saneringswerkzaamheden” (hierna ook wel te noemen: “de Toelichting”) ontvangen. Dit document geeft een toelichting op de

preselectie fase van de aanbestedingsprocedure en een aanvullende beschrijving van de wijze waarop gegadigden een inschrijving kunnen uitbrengen.

2.4. Uit de Toelichting volgt dat het de intentie van SBNS is om na de preselectie per kavel de twaalf best scorende gegadigden uit te nodigen tot het doen van een aanbieding voor de desbetreffende kavel.

2.5. In artikel 2.3 van de Toelichting is vermeld dat:

- er gelegenheid is tot het stellen van vragen, dat deze vragen uiterlijk 7 augustus 2007 voor

18.00 uur door SBNS moeten zijn ontvangen en dat deze vragen uiterlijk 14 augustus 2007

worden beantwoord,

- de aanmelding voor de preselectie uiterlijk 23 augustus 2007 voor 14.00 uur door SBNS

moet zijn ontvangen.

2.6. In de Toelichting is – voor zover van belang – nog het volgende opgenomen:

2.2 Toelichting Opdracht

Ter waarborging van de kwaliteit eist SBNS dat de adviesbureaus werken met vaste teams, die ongewijzigd blijven gedurende de gehele looptijd van de raamovereenkomst (inclusief de optionele verlengingen). De kwaliteit van het vaste team – beoordeeld op basis van de mate van extra ervaring van de vaste teamleden ten opzichte van de minimum ervaring – en de prijs zullen gezamenlijk bepalend zijn voor de gunning van de Raamovereenkomsten per kavel.

(…)

3. Minimum Voorwaarden en Geschiktheidseisen

(…)

3.7 Minimum Ervaring vaste teams

De ervaring wordt uitgevraagd aan de hand van de cv’s van het team dat Gegadigde inzet voor het desbetreffende kavel. Dit team dient ongewijzigd de gehele looptijd van de Raamovereenkomst (inclusief eventueel optionele verlengingen) zorg te dragen voor de uitvoering van de opdrachten van de Aanbesteder.

Van elk teamlid dient een cv te worden bijgevoegd.

(…)

De SBNS heeft Nederland verdeeld in 4 regio’s (zie onderstaande kaart). Per regio dient een vast team te worden samengesteld. Eén team mag meerdere regio’s bedienen. Een teamlid mag in meerdere regio’s worden ingezet.

Voor de cv’s geldt een vrij format, voor de extra ervaring dient u gebruik te maken van bijlage 5.5 en deze dient u achter het cv van het betreffende teamlid te voegen.

Samenstelling en minimale ervaringseisen in te zetten team door Gegadigde:

Kavel 1:

Samenstelling team:

? 1 x senior projectleider conform functieprofiel bijlage 5.9

? 2 x projectleider conform functieprofiel bijlage 5.9

? 1 x vaste vervanger senior projectleider

? 2 x vaste vervanger projectleider

(…)

Kavel 2:

Samenstelling team:

? 1 x senior projectleider conform functieprofiel bijlage 5.9

? 2 x projectleider conform functieprofiel bijlage 5.9

? 1 x geo-technicus/civiel-technicus conform functie profiel

? 1 x geo-hydroloog conform functieprofiel

? 1 x bestekschrijver conform functieprofiel

? 2 x milieukundig begeleider (MKB) conform functie profiel

? 1 x vaste vervanger senior projectleider

? 2 x vaste vervanger projectleider

(…)

De cv’s die zijn ingediend voor de minimumeis en de bijlagen met extra ervaring geplaatst achter het cv van het betreffende teamlid dienen als basis voor de beoordeling van de extra ervaring. (…)

De SBNS beoordeelt de extra ervaring van de onderstaande teamleden van de vaste teams.

De Gegadigden die voldoen aan de minimumvoorwaarden en geschiktheideisen van hoofdstuk 3 zullen worden beoordeeld op de mate van extra ervaring van het vaste team voor het desbetreffende kavel. Die Gegadigden die een vast team met daarin de meeste extra ervaring aanbieden, worden geselecteerd voor de inschrijffase.

(…)

2.7. Op 14 augustus 2007 heeft SBNS de aan haar naar aanleiding van de Toelichting gestelde vragen in de vorm van een Nota van Inlichtingen beantwoord.

Er zijn in dit verband verschillende vragen gesteld over de samenstelling van het vaste team.

Deze vragen en de daarop door SBNS gegeven antwoorden luiden, voor zover van belang als volgt:

Vraag 5 : Onder welke omstandigheden mag de samenstelling van een vast team nog worden

gewijzigd na gunning, bijvoorbeeld als gevolg van personeelsverloop?

Antwoord SBNS: Indien er sprake is van aantoonbaar personeelsverloop, is het toegestaan om het

vertrekkende teamlid te vervangen door een persoon die aantoonbaar voldoet aan

de gestelde eisen. Het is aan de SBNS om te beoordelen of deze persoon voldoet

aan de gestelde eisen. Een nadere regeling is opgenomen in de raamovereenkomst.

Vraag 35: Is het mogelijk dat één persoon meerdere functies kan bekleden (bijvoorbeeld

projectleider/bestekschrijver of bestekschrijver/milieukundig begeleider)?

Antwoord SBNS: Een persoon mag wel in verschillende kavels werkzaam zijn en in

verschillende regio’s. Binnen één team mag één persoon niet meerdere

functies bekleden.

Vraag 70: Is het toegestaan bij zowel kavel 1 als kavel 2 om één persoon in te zetten op

verschillende functies?

Antwoord SBNS: Een persoon mag wel in verschillende kavels werkzaam zijn en in

verschillende regio’s. Binnen een team mag één persoon niet meerdere

functies bekleden.

Vraag 76: Mogen medewerkers binnen een regioteam meerdere rollen vervullen. Zo ja,

mogen per rol dezelfde projecten in de telling worden meegenomen?

Antwoord SBNS: Neen, zie antwoord vraag 70.

2.8. Grontmij heeft zich op 23 augustus 2007 tijdig aangemeld als gegadigde voor het ontvangen van een uitnodiging tot inschrijving.

2.9. Toen SBNS met de eerste controle van de aanmeldingen begon, bleek dat veel gegadigden niet aan de gevraagde verzekeringseis voldeden en dat deze gegadigden zich op het standpunt stelden dat deze eis eigenlijk te zwaar was. Omdat te veel partijen afvielen en SBNS niet de bedoeling had dit effect te sorteren achtte SBNS het noodzakelijk de procedure af te breken, een lichtere verzekeringseis te stellen en de procedure opnieuw te publiceren om alle potentiële gegadigden op de hoogte te stellen.

Aan de gegadigden die zich al hadden aangemeld, waaronder Grontmij, is een brief gestuurd waarin de nieuwe aanmeldingstermijn, 23 oktober 2007 uiterlijk 14.00 uur, stond vermeld en waarin is meegedeeld dat desgewenst een nieuwe aanmelding kon worden ingediend, maar dat ook kon worden volstaan met aanvullingen of verbeteringen van de al ingediende documentatie. SBNS heeft er daarbij uitdrukkelijk op gewezen dat zij de aanmeldingen niet had gecontroleerd en dat het aan de gegadigden zelf was om te beoordelen of fouten en/of onvolledigheden moesten worden hersteld en/of aangevuld.

2.10. Grontmij heeft niets aan haar aanvankelijke aanmelding gewijzigd en aan SBNS een brief gestuurd waarin zij aan SBNS meedeelde dat zij zich opnieuw met dezelfde set documenten aanmeldde.

2.11. SBNS heeft op 23 oktober 2007 zestien aanmeldingen voor kavel 1 en vijftien aanmeldingen voor kavel 2 ontvangen.

2.12. Bij brief van 12 november 2007 heeft SBNS aan Grontmij bericht dat de beoordeling ertoe heeft geleid dat Grontmij niet tot de twaalf gegadigden behoort die voor de inschrijvingsfase voor kavel 1 en 2 worden uitgenodigd en dat de reden daarvan is dat Grontmij geen geldige aanmelding voor deze kavels heeft gedaan omdat Grontmij binnen

de teams die zij voor beide kavels heeft opgevoerd verschillende personen een dubbele rol laat uitvoeren terwijl dit, zoals expliciet bij het antwoord op vraag 70 in de Nota van Inlichting is vermeld, niet is toegestaan.

2.13. Bij brief van 15 november 2007 heeft Grontmij bezwaar tegen deze afwijzing gemaakt en SBNS verzocht om haar alsnog tot de inschrijving voor kavel 1 en 2 toe

te laten. Grontmij heeft haar bezwaar als volgt toegelicht:

Weliswaar is bij teams sprake van het twee keer opnemen van een persoon, echter dit gebeurt alleen voor tijdelijke vervanging van een andere functie binnen het team.

Indien vervanging van toepassing is zal ook degene die vervangt weer worden vervangen door een vervanger. Er zal per definitie dus nooit sprake zijn van het vervullen van twee functies binnen het team en dus wordt voldaan aan het gestelde zoals vermeld onder 70 in de Nota van Inlichtingen.”

2.14. Bij brief van 23 november 2007 heeft SBNS dit bezwaar van de hand gewezen. SBNS heeft dit als volgt onderbouwd:

“In de “toelichting op de preselectie” en in de “Nota van Inlichtingen” is zeer duidelijk aangegeven wat dient te worden verstaan onder een “vast team”. De functie van vervanger in het vaste team is een functie op zich en dient daarbij ook expliciet door 1 specifiek persoon te worden ingevuld. Deze persoon mag binnen het vaste team dan ook geen andere functie bekleden. De vervangers zijn dus ook vast en maken dus ook een vast onderdeel uit van het vaste team. Dit is expliciet in de “Toelichting op de preselectie” vermeld en ook nog eens bevestigd in het antwoord op vraag 70 van de nota van toelichting.

Er kan op dit punt dan ook geen onduidelijkheid hebben bestaan, hetgeen ook blijkt uit de overige aanmeldingen waar dit niet verkeerd is gegaan. Uit de door u ingeleverde stukken blijkt dat een en dezelfde persoon in meerdere teams als vervangers staat vermeld. Wij snappen niet waar u de gedachte op baseert dat vaste vervangers wel in meerdere teams mochten zitten.

Hoe dan ook, door deze wijze van aanmelding heeft u zich niet aan de voorwaarden gehouden en een onvolledig team ingediend. U voldoet om die reden niet aan de gestelde minimumeisen.”

SBNS heeft deze brief afgesloten met de volgende opmerking:

“Mocht u naar aanleiding van deze toelichting uw bezwaar willen handhaven, dan dient u binnen 15 dagen na dagtekening van deze brief een kort geding aanhangig te maken comform de regeling in het selectiedocument.“

3. Het geschil

3.1. Grontmij vordert dat SBNS bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,:

Primair

a) wordt verboden om de reeds geselecteerde partijen uit te nodigen tot inschrijving, dit op

straffe van een dwangsom,

b) wordt geboden om, voor zover de geselecteerde partijen al een uitnodiging tot

inschrijving hebben ontvangen, de onderhavige aanbestedingsprocedure te staken en

gestaakt te houden, dit op straffe van een dwangsom,

c) wordt geboden om de opdracht niet te gunnen anders dan op grond van een nieuwe

aanbestedingsprocedure die volledig beantwoordt aan de algemene beginselen van het

aanbestedingsrecht,

Subsidiair

d) wordt geboden om over te gaan tot herboordeling van de aanmeldingen van gegadigden

in de preselectiefase van de onderhavige aanbestedingsprocedure, waarbij zal worden

toegestaan dat Grontmij als vervangend (senior) projectleider (1 dan wel 2) een zelfde

naam kan invullen als voor de (senior)projectleider (1 dan wel 2),

Primair en subsidiair

e) wordt veroordeeld in de proceskosten.

3.2. SBNS voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De primaire vordering

4.1. De primaire vordering van Grontmij strekt tot het staken van de aanbestedingsprocedure en het uitschrijven van een nieuwe aanbestedingsprocedure.

4.2. Grontmij legt – samengevat – het volgende aan deze vordering ten grondslag.

Ten aanzien van kavel 1 geldt dat extra punten kunnen worden verdiend indien de (senior)projectleiders projecten hebben aangestuurd aan het spoor. Het betreft hier een onrechtmatig selectiecriterium omdat het discriminatoir is. SBNS is in Nederland de enige aanbestedende dienst die opdrachten met betrekking tot bodemsanering aan het spoor heeft te vergeven (met uitzondering van enkele kleine rangeerterreinen/stukjes spoor die op privéterrein liggen). Door punten te laten scoren op ervaring aan het spoor favoriseert SBNS opdrachtnemers die al eerder werkzaamheden voor SBNS hebben verricht. Alleen deze opdrachtnemers zullen namelijk de extra punten kunnen scoren. Dit is in strijd met het beginsel van gelijke behandeling dat waarborgt dat deelnemers in een aanbestedings-procedure door een aanbestedende dienst niet bevoordeeld of benadeeld mogen worden ten opzichte van elkaar. Aangezien het selectiecriterium in strijd is met beginsel van gelijke behandeling had dit criterium niet mogen worden gesteld. Dit betekent dat de onderhavige aanbestedingsprocedure onregelmatig is verlopen en dient te worden ingetrokken, althans te worden stopgezet. Daarnaast is, in het verlengde hiervan, het feit dat gevraagd wordt om cv’s van de personen die de uiteindelijke opdracht gaan uitvoeren gelet op artikel 48 van de Algemene Richtlijn ongeoorloofd.

4.3. SBNS stelt zich op het standpunt dat deze vordering moet worden afgewezen, althans dat Grontmij ten aanzien van deze vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard, onder meer, omdat Grontmij niet tijdig de thans in dit kort geding opgeworpen bezwaren tegen de aanbestedingsprocedure aan SBNS kenbaar heeft gemaakt.

SBNS beroept zich in dit verband op de zogenaamde Grossmann-jurisprudentie, welke jurisprudentie volgens haar laat zien dat van bezwaarden wordt verwacht dat zij pro-actief handelen en zowel in het belang van de aanbestedende dienst als in dat van de overige gegadigden tijdig aan de bel trekken.

4.4. Dit verweer van SBNS slaagt. Dit wordt als volgt gemotiveerd.

4.4.1. In het Grossmann-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (12 februari 2004, zaak C-230/02) is onder meer het volgende overwogen:

Vastgesteld moet worden dat wanneer een persoon geen beroep instelt tegen een

besluit van de aanbestedende dienst houdende vaststelling van de specificaties van een oproep tot inschrijving, ofschoon hij zich daardoor gediscrimineerd acht omdat zij hem beletten op zinvolle wijze deel te nemen aan de betrokken aanbestedingsprocedure, en de kennisgeving van het besluit tot gunning van de opdracht afwacht vooraleer deze juist op grond van de discriminerende aard van genoemde specificaties aan te vechten voor de verantwoordelijke instantie, zulks niet beantwoordt aan de doelstellingen van snelheid en doeltreffendheid van richtlijn 89/665.

Een dergelijke handelwijze belemmert immers de daadwerkelijke toepassing van de communautaire richtlijnen inzake het plaatsen van overheidsopdrachten, omdat zij de instelling van beroepsprocedures, waarvoor de lidstaten ingevolge richtlijn 89/665 moeten zorgen, zonder objectieve reden kan vertragen.

4.4.2. Uit deze overwegingen kan worden afgeleid dat van een (potentiële) inschrijver een pro-actieve houding wordt verwacht, op grond waarvan hij tegen eventuele onduidelijkheden of onvolkomenheden in aanbestedingsdocumenten opkomt in een stadium waarin die onduidelijkheden of onvolkomenheden nog ongedaan kunnen worden gemaakt. Ook mag van hem worden verwacht dat hij behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettend is (vgl. HvJ EG 29 april 2004, zaak C-496/99 P, Succhi di Frutta).

4.4.3. Vaststaat dat Grontmij vóór 23 augustus 2007 in het bezit was van alle voor de aanbesteding relevante documenten, te weten de aankondiging, de Toelichting en de Nota van Inlichtingen.

4.4.4. Grontmij voert aan dat de aanbestedingsprocedure onrechtmatig is omdat:

a) het op pagina 13 van de Toelichting vermelde selectiecriterium, inhoudende dat extra

punten kunnen worden verdiend indien de (senior)projectleider ervaring heeft aan het

spoor, discriminatoir is;

b) de in de Toelichting vermelde eis, inhoudende dat de cv’s van de personen die de

opdracht gaan uitvoeren moeten worden meegestuurd, ongeoorloofd is.

4.4.5. Aangenomen kan worden dat de in rechtsoverweging 4.4.4 onder a en b vermelde bezwaren bij Grontmij – als een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende (potentiële) gegadigde – zijn ontstaan toen zij de Toelichting heeft gelezen. Dit zal gelet op het feit dat zij de Toelichting op 25 juli 2007 heeft ontvangen omstreeks die datum zijn geweest. Grontmij had deze bezwaren dan ook in ieder geval vóór 23 oktober 2007 (de datum waarop haar aanmelding door SBNS ontvangen moest zijn, zie rechtsoverweging 2.9) aan SBNS kenbaar kunnen maken en, gelet op de in het Grossmann-arrest genoemde doelstellingen van snelheid en doeltreffendheid, dat ook moeten doen. Grontmij heeft dat echter nagelaten; zij heeft deze bezwaren namelijk pas voor het eerst in deze procedure aan SBNS kenbaar gemaakt.

4.4.6. Voor zover niet zou kunnen worden aangenomen dat Grontmij omstreeks 25 juli 2007 met de bovengenoemde bezwaren bekend was, geldt dat Van Grontmij – als een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende (potentiële) gegadigde – in ieder geval kan worden verwacht dat zij vóór 23 oktober 2007 (de datum waarop haar aanmelding door SBNS ontvangen moest zijn, zie rechtsoverweging 2.9) met deze bezwaren (onvolkomenheden) bekend had kunnen en behoren te zijn. Grontmij heeft daar immers gelet op het feit dat zij de Toelichting op 25 juli 2007 heeft ontvangen bijna drie maanden de tijd voor gehad.

4.4.7. Het voorgaande leidt ertoe de in rechtsoverweging 4.4.4 onder a en b genoemde bezwaren van Grontmij niet ten grondslag kunnen liggen aan haar vordering. Een inhoudelijke beoordeling van die bezwaren kan daarom achterwege blijven.

4.5. De primaire vordering van Grontmij zal worden afgewezen.

De subsidiaire vordering

4.6. Grontmij baseert haar subsidiaire vordering zoals weergegeven in rechtsoverweging 3.1 onder d – kort gezegd – op de stelling dat zij een geldige aanmelding heeft gedaan. SBNS betwist dit.

4.7. Geconcludeerd wordt dat de stelling van Grontmij dat zij een geldige aanmelding heeft gedaan niet opgaat. Dit wordt als volgt gemotiveerd.

4.7.1. Tussen partijen is niet in geschil dat Grontmij in haar aanmelding met betrekking tot de kavels 1 en 2 binnen één team een aantal personen een dubbele rol laat uitvoeren.

Grontmij heeft bijvoorbeeld met betrekking tot kavel 1 regio 1 tot en met 3 Niels van Geuijen vermeld als “projectleider 2” en als “vervanger Senior projectleider” en met betrekking tot kavel 2 regio 3 heeft Grontmij Geerten Clerkx als “projectleider 2” en als “vervanger Senior projectleider” vermeld.

Grontmij erkent – terecht – dat uit de Toelichting en de Nota van Inlichtingen duidelijk volgt dat het niet is toegestaan dat één en dezelfde persoon twee functies binnen één team vervult. Dat dit het geval is, volgt uit de in rechtsoverweging 2.6 geciteerde artikelen 2.2 en 3.7 van de Toelichting en uit de in de Nota van Inlichtingen antwoorden op de vragen 35,70 en 76 zoals geciteerd in rechtsoverweging 2.7).

Grontmij stelt zich echter op het standpunt dat de vervangers binnen het team niet een functie bekleden, maar een rol vervullen en dat het om die reden wel is toegestaan om – zoals Grontmij heeft gedaan – voor de vaste vervanger van de seniorprojectleider of de projectleider eenzelfde naam te hanteren als één van de twee projectleiders.

4.7.2. Grontmij kan – zoals SBNS aanvoert – niet in dit standpunt worden gevolgd. In tegenstelling tot wat Grontmij stelt, volgt uit wat op pagina 12 van de Toelichting onder “Samenstelling en minimale ervaringseisen in te zetten team door Gegadigde” (zie rechtsoverweging 2.6) is vermeld niet dat de vervangers van de senior projectleider en de projectleiders geen functieprofiel hebben en om die reden geen functie binnen het team vervullen. De enkele omstandigheid dat slechts bij de senior projectleider en de projectleider wordt verwezen naar een functieprofiel is ontoereikend om die conclusie te dragen. Uit de Toelichting volgt voldoende duidelijk dat – zoals SBNS aanvoert – de vaste vervanger een teamlid is en dat deze vervanger aan hetzelfde functieprofiel dient te voldoen als van de functie waarvoor hij de vaste vervanger is. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat – zoals SBNS onweersproken heeft aangevoerd – de andere gegadigden die zich hebben aangemeld dit ook zo hebben begrepen.

4.7.3. De door Grontmij aangevoerde omstandigheid dat zij haar aanmelding zo heeft ingekleed dat uiteindelijk nooit iemand twee verschillende functies tegelijk zal uitoefenen, in die zin dat een persoon nooit bijvoorbeeld senior projectleider en projectleider tegelijk zal zijn, omdat in het geval van vervanging functies zullen rouleren, maakt het voorgaande niet anders. Feit is dat uit de Toelichting en de Nota van Inlichtingen voldoende duidelijk blijkt dat dit nu juist niet is toegestaan. Grontmij heeft door de wijze waarop zij de teams heeft ingedeeld minder mensen in team en dat is nou precies wat SBNS wilde voorkomen door te stellen dat het niet is toegestaan dat één en dezelfde persoon twee functies binnen één team vervult.

4.8. Het voorgaande leidt ertoe dat ook de subsidiaire vordering zal worden afgewezen.

4.9. Grontmij zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SBNS worden begroot op:

- vast recht EUR 251,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.067,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Grontmij in de proceskosten, aan de zijde van SBNS tot op heden begroot op EUR 1.067,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2008.?