Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BC2588

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
17-01-2008
Datum publicatie
23-01-2008
Zaaknummer
16/611271-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Weekendarrangement" in Amersfoort. De politierechter oordeelde dat de aanhouding en de duur van de inverzekeringstelling op en na 22 december 2007 conform de regels was. Dit in tegenstelling tot het "weekendarrangement" op 4 augustus 2007. (Proces-verbaal van de terechtzitting met de aantekening van het mondeling vonnis.)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer(s): 16/611271-07

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in bovengenoemde rechtbank op 17 januari 2008.

Aanwezig:

mr. E.F. Bueno, politierechter,

mr. A. Dam, officier van justitie,

en mr. E.J. Willekers als griffier.

De politierechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de politierechter te zijn genaamd:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats],

wonende te [woonadres].

Als raadsman van verdachte is mede ter terechtzitting aanwezig mr. R.M. Maanicus, advocaat te Utrecht.

(nader uit te werken)

De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven.

De politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting.

AANTEKENING VAN HET MONDELING VONNIS

1. Inhoud van de tenlastelegging

Overeenkomstig de dagvaarding.

2. Het verweer van de raadsman

De politierechter stelt vast, dat de aanhouding en de daarop volgende in verzekeringstelling van verdachte op zaterdagmiddag 22 december 2007 om 15.00 uur rechtmatig zijn geweest.

Het ter terechtzitting door de raadsman gevoerde verweer komt er in de kern op neer, dat de Officier van Justitie de inverzekeringstelling heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. Dat is naar zijn oordeel een zodanige ernstige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde dat dit moet leiden tot niet-ontvankelijk verklaring.

Dienaangaande.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat voor zover relevant de feitelijke gang van zaken als volgt is geweest.

Verdachte is op zaterdag 22 december 2007 omstreeks 02.26 uur aangehouden. De aangifte is die ochtend opgenomen omstreeks 05.27 uur. Getuigenverklaringen die ochtend omstreeks 02.05 uur, omstreeks 02.31 uur en omstreeks 02.30 uur.

Verdachte is die zelfde ochtend omstreeks 13.53 uur gehoord. Om 15.00 uur die dag is verdachte, na te zijn gehoord, in verzekering gesteld voor de duur van ten hoogste drie dagen.

Op zondagmiddag 23 december 2007 omstreeks 16.16 uur is verdachte voor de laatste maal gehoord.

Op maandag 24 december 2007 is verdachte na overleg met de Officier van Justitie in diens opdracht omstreeks 14.25 uur met een dagvaarding heengezonden.

Uit deze feitelijke gang van zaken blijkt niet, dat verdachte na het laatste verhoor op zondagmiddag 23 december 2007 in verzekering is gebleven louter en alleen in afwachting van het uitreiken van een dagvaarding in persoon. Ook overigens is in deze zaak niet aannemelijk geworden dat verdachte (veel) langer in verzekering heeft doorgebracht dan strikt noodzakelijk met het oog op de nemen vervolgingsbeslissing.

Verdachte werd in deze zaak verdacht van ernstige strafbare feiten en hij was recidivist. Een voorgeleiding zou geen ondenkbare beslissing zijn geweest. Daarom is het in dit geval naar het oordeel van de politierechter in overeenstemming met de wettelijke regeling van de inverzekeringstelling dat de politie op maandag 24 december 2007 met de Officier van Justitie heeft overlegd wat verder diende te gebeuren. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen.

(nader uit te werken)

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de politierechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.