Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BC1567

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-01-2008
Datum publicatie
16-01-2008
Zaaknummer
200657/ HA ZA 05-1863
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zorgplicht gemeente bomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 200657 / HA ZA 05-1863

Vonnis van 9 januari 2008

in de zaak van

ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ TVM U.A.,

gevestigd te Hoogeveen,

eiseres,

procureur mr. J.M. van Noort,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE SOEST,

zetelend te Soest,

gedaagde,

procureur mr. I.M. Jebbink.

Partijen zullen hierna TVM en gemeente Soest genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 maart 2006;

- het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 8 juni 2006;

- het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 9 februari 2007;

- de conclusie na getuigenverhoor van de zijde van de gemeente Soest van 11 april 2007;

- de conclusie van antwoord na getuigenverhoor van de zijde van TVM van 4 juli 2007;

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 1 maart 2006 is overwogen en bouwt daarop voort.

2.2. Bij tussenvonnis van 1 maart 2006 heeft de rechtbank de gemeente Soest toegelaten tot het leveren van tegenbewijs van de stelling dat zij binnen redelijke termijn voorafgaand aan het ongeval op 28 mei 2002 de omgevallen boom aan de Beaufortlaan voldoende visueel heeft geïnspecteerd. Voorts is de gemeente Soest toegelaten tot het bewijs van de stelling dat de heer [naam] na het ongeval met de vrachtwagen achteruit is gereden.

2.3. Teneinde het voornoemde tegenbewijs te leveren heeft de gemeente Soest de heer [opzichter], opzichter speciale verrichtingen bij de gemeente Soest, en de heer [boombeheerder], boombeheerder bij de gemeente Soest, als getuige doen horen.

2.4. De heer [boombeheerder] heeft voor zover van belang het volgende verklaard:

Er is één keer per vijf jaar onderhoud en als u mij vraagt wanneer dat voor mei 2002 voor het laatst is geweest, zeg ik u dat dat rond 2000 was.

(…)

Jaarlijks vindt er een visuele inspectie plaats. Dit houdt in dat ik rond de boom loop en kijk of er bijzonderheden zijn. Ik inspecteer dan eigenlijk op alles, zoals bijvoorbeeld de bladbezetting, gebroken hout, scheuren, zwammen en vergroeiingen. Rond 2000 heb ik de hele begroeiing ter plekke en onder meer de betreffende boom visueel geïnspecteerd.

(…)

U houdt mij voor de snoeilijst die als productie 7 bij de dagvaarding is gevoegd. Dit is een lijst die bij de jaarlijkse controle wordt gebruikt en om werk uit te besteden aan een aannemer. Uit deze lijst blijkt dat er visuele inspectie is geweest en slechte bomen worden genoteerd. Zou de betreffende boom slecht zijn geweest dan had deze op de lijst gestaan.

2.5. De rechtbank staat in de eerste plaats voor de vraag of de omgevallen boom binnen redelijke termijn voorafgaand aan 28 mei 2002 is geïnspecteerd. De gemeente heeft aangevoerd dat de heer [boombeheerder] uit het hoofd sprekend dacht dat laatstelijk in 2000 onderhoud was gepleegd en inspectie van de omgevallen boom heeft plaatsgevonden, maar dat uit de bij dagvaarding als productie 7 overgelegde stukken blijkt dat in juli 2001 onderhoud is gepleegd en op 25 maart 2002 inspectie van onder andere de bomen aan de Beaufortlaan heeft plaats gevonden. TVM blijft bij haar stelling dat uit de stukken niet kan worden afgeleid dat er visuele inspectie van de omgevallen boom heeft plaats gevonden. Uit de verklaring van de heer [boombeheerder] blijkt volgens TVM dat de boom laatstelijk in 2000 en derhalve niet binnen een redelijke termijn voorafgaand aan het ongeval is geïnspecteerd.

2.6. Uit hetgeen door gemeente is aangevoerd en door de heer [boombeheerder] is verklaard blijkt volgens de rechtbank dat het bomenbestand waar de omgevallen boom deel van uitmaakt jaarlijks visueel wordt geïnspecteerd. Op de snoeilijst die als productie 7 bij de dagvaarding is overgelegd, is melding gemaakt van overhangende bomen op de Beaufortlaan, waarbij de term ‘opkronen’ is aangevinkt. Voorts is melding gemaakt van een plataan op de Beaufortlaan, waarbij de term ‘vormsnoei’ is aangevinkt en de datum 18 juni 2001 is genoteerd. Gelet op het feit dat op 18 juni 2001 met betrekking tot diverse bomen aan de Beaufortlaan een notitie is gemaakt op de snoeilijst, acht de rechtbank bewezen dat op die datum het bomenbestand, waar de omgevallen boom deel van uitmaakt, aan een visuele inspectie is onderworpen. Het feit dat de heer [boombeheerder] tijdens het verhoor enkele jaren na het ongeval heeft verklaard dat hij de boom rond 2000 heeft geïnspecteerd, maakt dit volgens de rechtbank niet anders. Nadat hij eerst zeer globaal een periode had aangegeven verklaarde de heer [boombeheerder], na het zien van de snoeilijst, immers duidelijk dat deze lijst is gebruikt bij de visuele inspectie en dat de omgevallen boom hier op zou hebben gestaan indien deze iets zou mankeren. Daarbij acht de rechtbank aannemelijk dat uit het oogpunt van efficiëntie niet elke boom afzonderlijk wordt vermeld op de lijst en dat bij de jaarlijkse controle wordt volstaan met het noteren van bomen die onderhoud behoeven.

2.7. Dat op 25 maart 2002 een visuele inspectie van de omgevallen boom heeft plaatsgevonden kan vindt geen steun in de door de gemeente overgelegde stukken. Bij deze datum wordt namelijk slechts melding gemaakt van ‘Am Eiken’ (de rechtbank begrijpt dat hiermee Amerikaanse eiken bedoeld worden) en van ‘Van Leyndelaan’. Er wordt op geen enkele wijze verwezen naar de omgevallen boom of de straat waarin deze zich bevindt.

2.8. De rechtbank gaat er gelet op het bovenstaande van uit dat de omgevallen boom op 18 juni 2001 en derhalve minder een jaar voorafgaand aan het ongeval visueel is geïnspecteerd. Een dergelijke termijn acht de rechtbank redelijk en in dit opzicht is de gemeente Soest niet tekortgeschoten in haar zorgplicht.

2.9. Ter beoordeling van de vraag of de gemeente aan haar zorgplicht heeft voldaan dient voorts te worden beoordeeld of de visuele inspectie zoals deze is uitgevoerd voldoende was. Volgens de rechtbank is daarbij van belang dat de omgevallen boom aan de openbare weg stond. Door de gemeente dient ten aanzien van bomen aan de openbare weg, ter beperking van de risico’s voor weggebruikers, een grote mate van zorgvuldigheid te worden betracht. Uit de verklaring van de heer [boombeheerder] blijkt dat hij tijdens de voornoemde inspectie om de omgevallen boom heen gelopen is en gekeken heeft of de boom bijzonderheden vertoonde. Daarbij heeft hij gelet op allerlei afwijkingen waaruit iets over de conditie van een boom kan worden opgemaakt. Volgens de gemeente heeft zij hiermee aan haar zorgplicht voldaan. Volgens TVM waren de uitgevoerde visuele controle en het onderhoud echter onvoldoende en leed de omgevallen boom zichtbaar aan wortelrot, hetgeen bij een afdoende controle duidelijk had moeten worden.

2.10. De rechtbank is van oordeel dat [boombeheerder] de omgevallen boom, door op bovenstaande wijze te werk te gaan, zorgvuldig heeft gecontroleerd. [boombeheerder] heeft uitvoering gegeven aan de Visual Tree Assessment methode (hierna: VTA-methode). Dit is een algemeen erkende inspectiemethode die door meerdere gemeenten wordt gehanteerd. De VTA-methode schrijft niet voor dat, ook indien een boom geen bijzonderheden vertoont, nader onderzoek dient te worden verricht. Volgens de rechtbank is niet gebleken dat de boom bijzonderheden vertoonde die de aanleiding hadden moeten vormen voor nader onderzoek. Uit hetgeen door de heer Geijs is verklaard blijkt weliswaar dat hij de VTA-methode onvoldoende acht, maar niet dat de omgevallen boom gebreken vertoonde die tijdens een dergelijke controle van de boom hadden moeten worden waargenomen. Voorts kan, uit hetgeen is aangevoerd met betrekking tot de conditie van bomen in de omgeving van de omgevallen boom, zo al bewezen, niet worden afgeleid dat de omgevallen boom zichtbare gebreken vertoonde. Volgens de rechtbank is niet komen vast te staan dat de visuele inspectie van de omgevallen boom aanleiding heeft gegeven, of had behoren te geven, tot nader onderzoek aan de boom en kan de gemeente daarom niet worden verweten dat zij geen nadere maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat deze boom een gevaar zou opleveren. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat van de gemeente Soest niet kan worden gevergd dat zij het gehele bomenbestand tijdens de reguliere controle aan een nader onderzoek onderwerpt. De rechtbank komt gelet op het voorgaande tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gemeente Soest niet aan haar zorgplicht heeft voldaan. De gemeente Soest is derhalve niet aansprakelijk voor de schade die door het omvallen van de boom is ontstaan en de vordering zal worden afgewezen.

2.11. De rechtbank komt gelet op het bovenstaande niet toe aan de beoordeling van het beroep van de gemeente op eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW.

2.12. TVM zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gemeente Soest worden begroot op:

- vast recht 410,00

- getuigenkosten 10,00

- salaris procureur 2.034,00 (4,5 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 2.454,00

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. wijst de vordering af,

3.2. veroordeelt TVM in de proceskosten, aan de zijde van gemeente Soest tot op heden begroot op EUR 2.454,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Killian en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2008.