Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2008:BC1196

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
04-01-2008
Datum publicatie
04-01-2008
Zaaknummer
242090 KG ZA 08-6
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2009:BL6822, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Enkele politievakbonden hebben een stakingsactie uitgeroepen, waardoor het beveiligingsniveau van ambassades zou worden verminderd. De voorzieningenrechter oordeelt dat de acties niet toelaatbaar zijn, omdat deze kunnen leiden tot ernstige en niet te voorziene gevolgen voor de openbare orde en de veiligheid van mensen en gebouwen.

Wetsverwijzingen
Europees Sociaal Handvest 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2008/32 met annotatie van Mr. R.M. Beltzer
AR-Updates.nl 2008-0015
NJ 2008, 160
RAR 2008, 36
JAR 2008, 32
TAR 2008/34
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 242090 / KG ZA 08-6/YT

Vonnis in kort geding van 4 januari 2008

in de zaak van

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

POLITIE REGIO HAAGLANDEN,

zetelend te 's-Gravenhage,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

zetelend te 's-Gravenhage,

eisers,

procureur mr. J.M. van Noort,

advocaat mr. D. den Hertog te 's-Gravenhage,

tegen

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

ALGEMEEN CHRISTELIJKE POLITIEBOND,

gevestigd te Leusden,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

ALGEMENE NEDERLANDSE POLITIEVERENIGING,

statutair gevestigd te Utrecht,

kantoorhoudende te Zoetermeer,

verweerders,

vrijwillig verschenen,

procureur mr. A.F.A.M. Schellart.

De eisende partijen zullen hierna gezamenlijk de Politieregio c.s. genoemd worden en afzonderlijk Regio Haaglanden en de Staat. De gedaagde partijen worden gezamenlijk de politievakorganisaties genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- concept van de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- pleitnota en een productie van de Politieregio c.s.

- pleitnota en producties van de politievakorganisaties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 4 januari 2008 vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking.

2. De feiten

2.1. Op landelijk niveau vindt overleg plaats over nieuwe collectieve arbeidsvoorwaarden voor politieambtenaren. Aan werkgeverszijde treedt de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties voor de gezamenlijke werkgevers op. Aan werknemerszijde nemen de politievakorganisaties tezamen met enkele andere vakbonden deel aan het overleg. Partijen hebben tot op heden geen overeenstemming kunnen bereiken over met name een loonsverhoging.

2.2. De politievakorganisaties hebben politieambtenaren die werkzaam zijn bij het Bureau Orde en Bewaking van de Regio Haaglanden, hierna te noemen: het Bureau OB, opgeroepen bij wijze van collectieve actie deel te nemen aan een demonstratieve vakbondsvergadering op zaterdag 5 januari 2008 van 8.00 uur tot 18.00 uur. De actie is bij brief van 2 januari 2008 aan de korpsbeheerder van Regio Haaglanden als werkgever aangezegd. Daarbij is onder meer medegedeeld dat gedurende de tijd van de collectieve actie de dienstdoende politieambtenaren de bewaking van bepaalde gebouwen - welke bewaking tot de taken van het Bureau OB behoort - niet volledig zullen uitvoeren.

3. Het geschil

3.1. De Politieregio c.s. vorderen samengevat - dat de politievakorganisaties op straffe van een dwangsom wordt bevolen (i) de oproep voor de geplande stakingsactie in te trekken en (ii) binnen een bepaalde termijn aan de desbetreffende politieambtenaren bekend te maken dat de stakingsactie geen doorgang vindt dan wel dat deze actie wordt beëindigd.

3.2. De politievakorganisaties voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het recht op het voeren van collectieve acties van werknemers of hun vertegenwoordigende vakbonden, waaronder begrepen het stakingsrecht, wordt beheerst door de bepalingen van het ESH (Europees Sociaal Handvest), dat in Nederland in zijn oorspronkelijke vorm van kracht is sedert mei 1980 en in de herziene vorm sinds 1 juli 2006. In artikel 6 aanhef en onder lid 4 van het ESH (herzien) wordt het recht van werknemers of hun vertegenwoordigende vakbonden op collectief optreden erkend in gevallen van belangengeschillen met werkgevers, behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten. Wordt een collectieve actie gedekt door artikel 6 lid 4 ESH (herzien), dan brengt dat mee dat deze in beginsel moet worden geduld als een rechtmatige uitoefening van het in deze verdragsbepaling erkende grondrecht, ondanks de met haar beoogde en op de koop toe genomen schadelijke gevolgen voor de bestaakte werkgever en derden.

4.2. In dit geval is tussen partijen niet in geschil dat de stakingsactie een belangengeschil betreft als bedoeld in artikel 6, lid 4, ESH (herzien), zodat de actie in beginsel rechtmatig is. Evenmin is in geschil de vraag of door de politievakorganisaties de procedureregels in acht zijn genomen.

4.3. Aan de orde komt dan of er feiten of omstandigheden zijn die meebrengen dat aan de rechtmatige uitoefening van het bedoelde grondrecht beperkingen gesteld moeten worden als bedoeld in artikel G lid 1 ESH (herzien), welke beperkingen onder meer voortvloeien uit de bescherming van de openbare orde en de (nationale) veiligheid.

4.4. De Politieregio c.s. hebben gesteld, dat er grond voor een dergelijke beperking bestaat, aangezien - kort gezegd - door de actie de preventieve bewaking van enkele gebouwen van internationale organisaties en van een aantal ambassades gedurende tien uur wordt stilgelegd. Die bewaking vormt volgens de Politieregio c.s. een bijzondere, essentiële beveiligingstaak van het Bureau OB en de onderbreking daarvan leidt volgens hen tot onaanvaardbare veiligheidsrisico’s. De politievakorganisaties stellen daartegenover dat die bewaking geen essentiële dienst vormt en dat daarvoor zonodig vervangende politie- of legerambtenaren ingezet kunnen worden. Bovendien wordt slechts een deel van die bewaking door de actie onderbroken, te weten het cabinetoezicht en het zogeheten verscherpt rijdend toezicht, aldus de politievakorganisaties.

4.5. Overwogen wordt dat het Bureau OB - volgens de onbetwiste stelling van de Politieregio c.s. - belast is met taken op het gebied van de handhaving van openbare orde en veiligheid in het kader van de terrorismedreiging, die in de laatste jaren actueel is geworden. Gezien die dreiging is ook een Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding aangesteld, onder wie het Bureau OB mede ressorteert. De taken van het Bureau OB moeten dan ook worden gerekend tot de essentiële politiedienst, die in het kader van artikel G lid 1 ESH (herzien) een beperking op het stakingsrecht kan rechtvaardigen.

4.6. Anders dan de politievakorganisaties stellen, kan daaraan niet afdoen dat de bewaking die het Bureau OB uitvoert, als “preventief toezicht” wordt aangemerkt. Het gaat immers om gebouwen waarvoor volgens het oordeel van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en de met hem samenwerkende veiligheidsdiensten een (potentiële) terrorismedreiging bestaat. Evident is dat het - mede gelet op de voor de Staat onder meer uit het Weens Verdrag inzake diplomatieke betrekkingen voortvloeiende verplichtingen tot bescherming van personen en goederen van vreemde mogendheden - van essentieel belang is om te trachten te voorkomen dat dit risico zich verwerkelijkt.

4.7. De bewaking die voor de gebouwen in kwestie is ingesteld, wordt ononderbroken, dat wil zeggen 24 uur per dag en 7 dagen per week, verricht en bestaat thans uit permanent toezicht vanuit cabines ter plaatse (voor acht gebouwen) en zogeheten verscherpt rijdend toezicht (voor tien gebouwen), met daarnaast camerabewaking. Van de gedane waarnemingen wordt verslag opgemaakt. Op basis daarvan wordt door of met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding zeer regelmatig de inschatting van de risico’s geëvalueerd en het niveau van het toezicht voor elk van de gebouwen opnieuw vastgesteld. Door de stakingsactie zal het cabinetoezicht en het verscherpt rijdend toezicht gedurende tien uur niet worden uitgevoerd, terwijl er daarnaast slechts ten aanzien van enkele objecten cameratoezicht bestaat. Deze verlaging van het beveiligingsniveau kan volgens de politievakorganisaties niet tot daadwerkelijke risico’s voor de openbare orde en veiligheid leiden en voor zover dergelijke risico’s volgens de werkgever wél zouden ontstaan, kan deze het bedoelde toezicht door vervangende politie- of legerambtenaren laten uitvoeren, aldus de politievakorganisaties.

4.8. Deze stelling van de politievakorganisaties kan niet worden aanvaard. Zoals de Politieregio c.s. onweersproken hebben gesteld, gaat het bij de gerapporteerde waarnemingen niet alleen om het signaleren van voorvallen die als zodanig afwijkend zijn en aldus ook door vervangende personen opgemerkt kunnen worden, maar ook om het signaleren van gewone gebeurtenissen die afwijken van de gebruikelijke gang van zaken rondom de gebouwen in kwestie en die aldus aanleiding kunnen geven tot nadere aandacht of actie. Evident is dat voor de laatstgenoemde signalering bekendheid met de gebruikelijke gang van zaken vereist is en dat de continuïteit van de waarnemingen door personen met die specifieke kennis een belangrijke peiler vormt voor het inschatten van het risiconiveau en het daaraan te koppelen beveiligingsniveau. Aannemelijk is derhalve dat het toezicht niet op korte termijn op adequate wijze door vervangende ambtenaren of derden kan worden verricht. Gezien de genoemde aspecten zal door de stakingsactie het waarnemingsniveau van het toezicht zodanig worden verlaagd dat daaruit ernstige en niet te overziene gevolgen voor de veiligheid van mensen en gebouwen kunnen voortvloeien. Bij afweging van het belang van het recht op staking en het belang van de openbare orde en veiligheid dient in dit geval het laatstgenoemde belang te prevaleren.

4.9. Hieruit volgt dat een beperking van het stakingsrecht van de politieambtenaren van het Bureau OB noodzakelijk moet worden geacht ter bescherming van de in artikel G ESH (herzien) aangewezen belangen, met name de openbare orde en veiligheid. Het gevorderde bevel om de stakingsactie af te gelasten is derhalve toewijsbaar.

4.10. De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, nu de politievakorganisaties uitdrukkelijk hebben toegezegd aan dit vonnis te zullen voldoen en niet gesteld of gebleken is dat er grond bestaat om aan die toezegging te twijfelen.

4.11. De gevorderde uitvoerbaarverklaring op de minuut zal worden afgewezen, nu de Politieregio c.s. daarbij geen belang hebben, aangezien voor hen terstond na de uitspraak van dit vonnis de grosse ervan beschikbaar zal zijn. Dit vonnis zal evenmin uitvoerbaar worden verklaard op alle dagen en uren, nu de noodzaak daarvan niet is gebleken.

4.12. Al het voorgaande leidt ertoe dat de vordering op de hierna te vermelden wijze zal worden toegewezen.

4.13. De politievakorganisaties zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Politieregio c.s. worden begroot op:

- vast recht EUR 251,--

- salaris procureur 816,--

Totaal EUR 1.067,--

DE BESLISSING

De voorzieningenrechter

a) beveelt de politievakorganisaties (i) de oproep tot het voeren van acties in te trekken voor zover door die acties de normale gang van zaken bij het Bureau Orde en Bewaking van de Regio Haaglanden op zaterdag 5 januari 2008 in het tijdvak van 8.00 uur tot 18.00 uur zal zijn onderbroken, en (ii) hun medewerking aan het voeren van die acties en hun bijdrage daaraan te beëindigen;

b) beveelt de politievakorganisaties binnen twee uur na deze uitspraak aan alle betrokken politieambtenaren bekend te maken dat de aangekondigde acties als hiervoor onder a) bedoeld geen doorgang zullen vinden;

c) veroordeelt de politievakorganisaties in de proceskosten, aan de zijde van de Politieregio c.s. tot op heden begroot op EUR 1.067,--;

d) verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

e) wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schepen en is in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2008.?

w.g. griffier w.g. rechter