Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BO3608

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-06-2007
Datum publicatie
07-07-2011
Zaaknummer
491725 CU EXPL 06-10613
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Reiziger vordert compensatie nav annulering vlucht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Utrecht

zaaknummer: 491725 CU EXPL 06-10613 PK

vonnis d.d. 27 juni 2007

inzake

1. [eiser sub 1],

2. [eiseres sub 2],

3. [eiseres sub 3],

allen wonende te [woonplaats],

verder (tezamen in enkelvoud) ook te noemen [eisers],

eisende partij,

gemachtigde: mr. P.N. Meijer,

tegen:

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.,

gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

verder ook te noemen Transavia,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. R.R. Hoftijzer-Schreuder.

Verloop van de procedure

1. De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 21 maart 2007.

Ingevolge dat vonnis heeft Transavia een akte genomen waarop [eisers] schriftelijk heeft gereageerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

De beoordeling

De vaststaande feiten

2. [eisers] had een bevestigde boeking voor de door Transavia op 14 juli 2007 uit te voeren vlucht HV 137 van Amsterdam naar Heraklion (Griekenland) met vertrektijd 05:05 uur. Deze vlucht is geannuleerd en [eisers] is diezelfde dag door Transavia met een ander vliegtuig naar Heraklion vervoerd met vertrektijd 15:15 uur.

De oorzaak van de annulering van de vlucht met vertrektijd 05:05 uur was gelegen in technische problemen met de EEC (Engine Electronic Control), de elektronische besturing van de motor. Na een eerdere opstijging in de nacht van 13 op 14 juli 2005 kreeg de cockpit een foutmelding met betrekking tot de EEC, waarna het toestel naar Schiphol is teruggekeerd voor reparatie. Omdat een storing werd vermoed in de kabelbundel van 300 aders tussen de EEC en de motor, en “draad voor draad”-controle te tijdrovend zou zijn, is besloten de gehele kabelbundel te vervangen. Omdat Transavia moest wachten op een vervangende kabelbundel die aangevoerd moest worden uit de Verenigde Staten, welke diezelfde avond om 21.30 uur zou arriveren, is besloten de eerstvolgende vlucht van het toestel te annuleren en de passagiers om te boeken naar de eerst mogelijke vlucht naar Heraklion. Na de vervanging van de kabelbundel was het toestel in de avond van 14 juli 2005 weer voor het uitvoeren van vluchten beschikbaar.

3. [eisers] vordert veroordeling van Transavia tot betaling van:

a. de hoofdsom van € 1.200, (3 x € 400, );

b. de buitengerechtelijke incassokosten ad € 150, ;

c. de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2005;

d. de proceskosten.

4. [eisers] legt aan zijn vordering ten grondslag dat een luchtvaartmaatschappij verplicht is om bij annulering compensatie uit te keren. In dit geval bedraagt de compensatie € 400, per persoon.

[eisers] beroept zich daarbij op art. 5 in verbinding met art. 7 van EG Verordening nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten (hierna: de verordening).

5. Transavia voert verweer. Voor zover nodig zal de kantonrechter daarop in het navolgende ingaan.

6. De kantonrechter overweegt het volgende.

Artikel 7 van de verordening luidt:

Recht op compensatie

1. Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, krijgen de

passagiers compensatie ten belope van:

(…)

b) 400 EUR voor alle intracommunautaire vluchten van meer

dan 1 500 km, en voor alle andere vluchten tussen 1 500

en 3 500 km;

(…).

Artikel 5 van de verordening luidt:

Annulering

1. In geval van annulering van een vlucht:

(…)

c) hebben de betrokken passagiers recht op de in artikel 7

bedoelde compensatie door de luchtvaartmaatschappij die

de vlucht uitvoert , tenzij (volgen enkele hier niet van belang zijnde gevallen, kantonrechter).

3. Een luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert, is niet

verplicht compensatie te betalen als bedoeld in artikel 7 indien

zij kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone

omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke

maatregelen niet voorkomen konden worden.

(…).

De aanhef van de verordening vermeldt onder meer:

(14) Evenals in het kader van het Verdrag van Montreal

dienen de verplichtingen die worden opgelegd aan de

luchtvaartmaatschappijen die de vluchten uitvoeren, te

worden beperkt of uitgesloten in gevallen waarin een

gebeurtenis het gevolg is van buitengewone omstandigheden

die zelfs door het treffen van alle redelijke maatregelen

niet voorkomen hadden kunnen worden. Dergelijke

omstandigheden kunnen zich met name voordoen

in gevallen van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden

die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen,

beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen

en stakingen die gevolgen hebben voor

de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de

vlucht uitvoert.

7. Transavia beroept zich er ter afwering van de vordering van [eisers] op dat annulering het gevolg is geweest van de in art. 5 lid 3 van de verordening genoemde “buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden”. Voorts beroept zij zich erop dat sprake is geweest van de in de aanhef van de verordening genoemde onverwachte vliegveiligheidsproblemen.

Zij voert daartoe aan dat het technische probleem zich heeft voorgedaan ondanks dat het vliegtuig regulier, conform de ter zake geldende voorschriften, is onderhouden. Zij heeft daartoe diverse stukken in het geding gebracht, waarvan de inhoud op zich niet door [eisers] is bestreden.

Voorts heeft zij na daartoe door de kantonrechter te zijn uitgenodigd, een schriftelijk bericht van de vliegtuigfabrikant Boeing overgelegd, waarin is vermeld: “After a thorough search, Boeing was unable to retrieve any reliability information for the subject harness (kabelbundel, kantonrechter). The data indicates no known reports of this harness being removed. Per the TAV request, our sales history indicates one harness was sold in Jan 2004 with another sold in July 2005.”

Verder heeft Transavia erop gewezen, op zichzelf niet door [eisers] betwist, dat zij slechts tweemaal een kabelbundel bij Boeing heeft besteld, terwijl zij dit type vliegtuig sinds 1998 gebruikt en zij thans 30 stuks van dit type vliegtuig in haar vloot heeft. Met Transavia leidt de kantonrechter uit dit een en ander af dat er kennelijk zelden problemen zijn met de betreffende kabelbundel.

[eisers] heeft toegegeven dat het mankement niet voorzienbaar was, maar hij heeft aangevoerd dat Transavia er (ten onrechte) geen verklaring voor heeft gegeven waarom geen reserve kabelbundel (op Schiphol) aanwezig was, hetgeen van een professionele partij toch wel verwacht mag worden. Bij een dergelijke commerciële beslissing dient Transavia de daaraan verbonden nadelen (naar de kantonrechter begrijpt: de verplichting om compensatie aan passagiers te betalen als hierdoor vluchten geannuleerd moeten worden) volgens [eisers] voor lief te nemen.

De kantonrechter overweegt dienaangaande dat Transavia, op zichzelf door [eisers] onbetwist, heeft gesteld dat een dergelijke kabelbundel $ 300.000, kost en dat deze daarom niet op voorraad wordt gehouden. Naar het oordeel van de kantonrechter valt het op voorraad houden van een dergelijk kostbaar onderdeel niet onder het “treffen van alle redelijke maatregelen” zoals in art. 5 lid 3 van de verordening bedoeld, mede gelet op de omstandigheid dat problemen met dit onderdeel zich zelden voordoen.

Voor zover [eisers] bedoeld heeft te betogen dat technische mankementen nooit als een buitengewone omstandigheid in de zin van de verordening zijn aan te merken, volgt de kantonrechter dat betoog niet. Tekst noch de geschiedenis van totstandkoming van de verordening geven steun aan die opvatting van [eisers].

8. De vordering van [eisers] zal derhalve worden afgewezen. De proceskosten zullen tussen partijen worden gecompenseerd, nu uit de processtukken blijkt dat Transavia voorafgaand aan de dagvaarding niet is ingegaan op redelijke verzoeken van de gemachtigde van [eisers] om nadere informatie te verstrekken over de aard van het mankement, over de inhoud van het onderhoudsvoorschrift en over het al dan niet opgevolgd hebben van dat voorschrift.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

compenseert de proceskosten aldus, dat elk van partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2007.