Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BG6985

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-10-2007
Datum publicatie
15-12-2008
Zaaknummer
528942 AE VERZ 07-449
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Appartementsrecht. Vernietiging besluit VVE. Bevoegdheid kantonrechter ex artikel 5:130 BW jo. 2:14 en 2:15 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Amersfoort

zaaknummer: 528942 AE VERZ 07-449 MVV

beschikking d.d. 1 oktober 2007

inzake

[L,],

wonende te Amersfoort,

verder ook te noemen: [L.],

en

DE HEER EN MEVROUW [S,],

wonende te Amersfoort,

hierna tezamen ook te noemen: [S.],

[L.] en [S.] hierna tezamen ook te noemen: verzoekers,

Gemachtigde van verzoekers: mr. K. Kroon, advocaat te Amsterdam,

tegen:

DE VERENIGING VAN EIGENAARS DE NIEUWE HOF II,

gevestigd te Amersfoort,

verder ook te noemen: VVE,

gemachtigde mr. F.A. Hoveijn, advocaat te Arnhem,

verwerende partij.

Verloop van de procedure

Verzoekers hebben op 4 juli 2007 een verzoekschrift ingediend.

De VVE heeft een verweerschrift ingediend.

Verzoekers hebben nadere producties ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 17 september 2007 behandeld. Daarvan is aantekening gehouden.

Hierna is uitspraak bepaald.

Motivering

De feiten

1.

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.

1.1

Bij een op 1 december 1997 verleden splitsingsakte is het op het terrein, kadastraal bekend als gemeente Amersfoort, sectie O, [nummer] te bouwen appartementencomplex gesplitst in de volgende vijf appartementsrechten (de hoofdsplitsing):

a. 83 koopwoningen, bergingen en parkeerplaatsen (de stripappartementen),

b. 16 woningen en bergingen (de trommelappartementen),

c. 122 huurwoningen en bergingen (de huurappartementen),

d. parkeerplaatsen en overige ruimten (de parkeerruimten) en

e. commerciële ruimten.

Bij notariële akten van ondersplitsing van eveneens 1 december 1997 zijn de appartementsrechten onder a., b., en e. ondergesplitst in respectievelijk 83, 16 en 3 appartementsrechten.

1.2

De Vereniging van Eigenaars De Nieuwe Hof I (hierna: de VVE De Nieuwe Hof I) heeft als taak de belangen van de eigenaars van de vijf appartementsrechten van de hoofdsplitsing te behartigen.

De VVE heeft tot taak de belangen van de eigenaars van de 83 appartementsrechten van de ondersplitsing onder a. te behartigen. Het deel van het complex waar laatstbedoelde appartementen zijn gelegen wordt "De Nieuwe Hof II" genoemd.

Verzoekers zijn van rechtswege lid van de VVE.

1.3

Op 7 juni 2007 heeft een algemene ledenvergadering van de VVE plaatsgevonden.

In deze vergadering heeft de VVE besluiten genomen, welke besluiten - voor zover hier van belang - zijn geregistreerd onder de besluitnummers NH2-B0607-03, NH2-B0607-04, NH2-B0607-05, NH2-B0607-06, NH2-B0607-12 en NH2-B0607-13.

De besluiten met de nummers NH2-B0607-04, NH2-B0607-05 en NH2-B0607-06 hebben betrekking op de vaststelling van de exploitatierekening van de VVE over het jaar 2006, de vaststelling van de begroting van de VVE voor het jaar 2007, respectievelijk de vaststelling van de servicebijdrage aan de VVE per 1 juli 2007.

Het besluit met nummer NH2-B0607-13 machtigt het bestuur van de VVE tot het aangaan van een vaststellingsovereenkomst terzake herstel- en onderhoudswerkzaamheden aan de Nieuwe Hof II.

Het verzoek

2.

Verzoekers hebben de kantonrechter verzocht de besluiten NH2-B0607-03, NH2-B0607-04, NH2-B0607-05, NH2-B0607-06, NH2-B0607-12 en NH2-B0607-13 nietig te verklaren dan wel te vernietigen.

Verzoekers hebben ter zitting verklaard dat zij hun verzoek tot vernietiging van de besluiten NH2-B0607-03 en NH2-B0607-12 intrekken en dat zij eveneens intrekken hun verzoek tot veroordeling van de bestuursleden van de VVE in privé tot de kosten van deze procedure en hun verzoek tot veroordeling van het bestuur van de VVE tot de inroeping van waarborgen en garanties en de aansprakelijkstelling van - met name - de stichting Alliantie Eemvallei.

Voorts hebben verzoekers ter zitting verklaard dat zij hun stelling verlaten dat de besluitvorming op de vergadering van 7 juni 2007 niet conform de door de statuten van de VVE daarvoor gegeven wijze tot stand is gekomen, omdat - kort gezegd - een aantal leden zijn stem voorafgaand aan de vergadering schriftelijk heeft uitgebracht door middel van de ondertekening van een machtigingsformulier.

3.

Verzoekers hebben ter onderbouwing van hun verzoek, voor zover gehandhaafd, samengevat en zakelijk weergeven het volgende aangevoerd.

Terzake de besluiten NH2-B0607-04, NH2-B0607-05 en NH2-B0607-06 hebben verzoekers betoogd dat deze besluiten in strijd met de wet, de statuten en het reglement zijn genomen.

Aan de bij deze besluiten vastgestelde exploitatierekening, begroting en bijdrage liggen - mede - de jaarstukken van de VVE De Nieuwe Hof I ten grondslag. Deze jaarstukken voldoen niet aan de wettelijke vereisten en zijn derhalve nog niet goedgekeurd.

De exploitatierekening van de VVE over 2006 en de begroting van de VVE voor 2007, alsmede de op die begroting gebaseerde voorschotbijdrage kunnen in afwachting van de goedkeuring van de jaarstukken van de VVE De Nieuwe Hof I dan ook nog niet worden vastgesteld, zo begrijpt de kantonrechter verzoekers.

Wat betreft het besluit NH2-B0607-04 hebben verzoekers voorts nog betoogd dat aan deze vaststelling een advies van de kascontrolecommissie ten grondslag ligt en dat in die commissie, in strijd met artikel 2:48 BW, een bestuurslid zitting had.

Verzoekers hebben terzake het besluit NH2-B0607-13 betoogd, zo begrijpt de kantonrechter,

dat het wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist op grond van artikel 2:15 lid 1 BW vernietigd dient te worden.

Het verweer

4.

De VVE heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer komt, voor zover voor de beoordeling nodig, hierna aan de orde.

De beoordeling

Wat betreft de besluiten NH2-B0607-04, NH2-B0607-05 en NH2-B0607-06

5.

Wat betreft het verzoek ten aanzien van de besluiten NH2-B0607-04, NH2-B0607-05 en NH2-B0607-06 overweegt de kantonrechter als volgt.

Het verzoek strekt tot vernietiging "c.q." nietigverklaring van deze besluiten.

Door de VVE is aan verzoekers tegen geworpen dat indien deze verzoeken in strijd met de wet en/of de splitsingsakte zijn genomen, sprake is van een nietig besluit als bedoeld in artikel 2:14 BW. Artikel 5:130 lid 1 BW wijst de kantonrechter slechts aan als bevoegde rechter indien de vernietiging als bedoeld in artikel 2:15 BW wordt verzocht van besluiten van een vereniging van eigenaars, zodat in het onderhavige geval niet de kantonrechter, maar de rechtbank bevoegd is te oordelen over de nietigheid van de besluiten, aldus de VVE.

6.

De kantonrechter overweegt naar aanleiding van deze tegenwerping als volgt.

Ingevolge het bepaalde in artikel 2:14 lid 1 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon dat in strijd is met de wet of statuten nietig, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit.

Artikel 2:15 lid 1 BW bepaalt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar is - voor zover hier van belang - wegens strijd met wettelijke bepalingen of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen.

In afwijking van artikel 2:14 lid 1 BW geeft artikel 2:15 lid 1 BW aldus een, in het laatste zinsdeel van artikel 2:14 lid 1 BW bedoelde, bijzondere regeling: indien de strijd met de wet of de statuten ziet op de totstandkoming van het besluit heeft hij niet de nietigheid, maar de vernietigbaarheid van het besluit tot gevolg.

7.

Hetgeen verzoekers ten aanzien van gemelde besluiten hebben aangevoerd ziet niet op de totstandkoming van deze besluiten als bedoeld in artikel 2:15 lid 1 BW, maar op het in artikel 2:14 BW bedoelde geval.

De vraag of de exploitatierekening, de begroting en de voorschotbijdrage van de VVE kunnen worden vastgesteld voordat de jaarstukken van de hoofdvereniging zijn vastgesteld en/of goedgekeurd heeft geen betrekking heeft op de totstandkoming van de desbetreffende besluiten, maar op de inhoudelijke juistheid van die besluiten.

Ook de vraag of de kascommissie correct was samengesteld is geen vraag met betrekking tot de totstandkoming van een besluit.

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat hij niet bevoegd is op het verzoek te beslissen, nu geen sprake is van een verzoek als bedoeld in artikel 5:130 lid 1 BW juncto 2:15 lid 1 BW.

8.

De zaak wordt daarom verwezen naar de rolzitting van de enkelvoudige kamer van de sector handels- en familierecht van deze rechtbank, Vrouwe Justitiaplein 1, 3511 EX Utrecht. De kantonrechter wijst partijen erop dat verder alleen bij procureur geprocedeerd kan worden.

De procedure dient te worden voortgezet volgens de regels van een dagvaardingsprocedure.

Met inachtneming van artikel 69 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt daarom hierna voorzover het verzoek betreft de NH2-B0607-04, NH2-B0607-05 en NH2-B0607-06 beslist als volgt.

Wat betreft het besluit NH2-B0607-13

9.

Voor zover het verzoek strekt tot vernietiging van het besluit NH2-B0607-13 overweegt de kantonrechter als volgt.

De kantonrechter verstaat dit verzoek zo dat verzoekers hem verzoeken het besluit te vernietigen met een beroep op artikel 2:15 lid 1 BW dat bepaalt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar is - voor zover hier van belang - wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist. De kantonrechter is bevoegd om op dit verzoek te beslissen.

Het onderhavige besluit is nagenoeg gelijk aan het besluit tot machtiging van het bestuur tot het aangaan van een vaststellingsovereenkomst dat op de vergadering van de VVE van 26 oktober 2006 is genomen. De rechtsgeldigheid van dat besluit is reeds ter beoordeling aan de kantonrechter voorgelegd in de procedure welke heeft geleid tot de beschikking van de kantonrechter van 4 juli 2007. Bij die beschikking heeft de kantonrechter het verzoek tot vernietiging van het besluit van 26 oktober 2006 afgewezen. Daarbij heeft de kantonrechter onder meer overwogen dat de VVE haar wens om tot beëindiging van het aan partijen genoegzaam bekend veronderstelde geschil met de projectontwikkelaar/aannemer te komen, zodat op korte termijn over kan worden gegaan tot het, naar niet in geschil is, zeer noodzakelijke herstel en onderhoud van gevels en houtwerk heeft mogen laten prevaleren boven de belangen van verzoekers om de, ten tijde van dit geding nog ongewisse, uitkomst van de GIW-procedure af te wachten.

Tegen deze beschikking is geen hoger beroep ingesteld, zodat het besluit van 26 oktober 2006 in rechte onaantastbaar is geworden.

Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de onderbouwing van het verzoek terzake het onderhavige besluit nagenoeg gelijkluidend is aan de onderbouwing van het verzoek met betrekking tot het besluit van 26 oktober 2006.

De VVE heeft ter zitting uitdrukkelijk verklaard dat het besluit van 7 juni 2007 uitsluitend is genomen, teneinde te voldoen aan het formele vereiste van voorafgaande machtiging van het bestuur door de VVE tot het aangaan van een vaststellingsovereenkomst en dat de vaststellingsovereenkomst zal worden aangegaan met inachtneming van de grenzen zoals die uit het besluit van 26 oktober 2006 volgen.

Gelet op de het bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de VVE bij afweging van de belangen van (ook) verzoekers bij het besluit NH2-B0607-13 in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.

10.

Het verzoek tot vernietiging van het besluit NH2-B0607-13 zal op grond van het voorgaande worden afgewezen. De kantonrechter ziet aanleiding verzoekers, als in het ongelijk gestelde partij, te veroordelen in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

wat betreft de besluiten NH2-B0607-04, NH2-B0607-05 en NH2-B0607-06:

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van woensdag 31 oktober 2007 te 10.00 uur van de enkelvoudige kamer van de sector handels- en familierecht van deze rechtbank;

wat betreft het besluit NH2-B0607-13

wijst het verzoek af;

veroordeelt verzoekers in de proceskosten aan de zijde van de VVE, tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 500,-- aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.H.F. van Vugt, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2007.