Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BG6982

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
17-10-2007
Datum publicatie
15-12-2008
Zaaknummer
525565 UE VERZ 07-943
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Appartementsrecht. Vernietiging besluit décharge bestuur VVE.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Utrecht

zaaknummer: 525565 UE VERZ 07-943

beschikking d.d. 17 oktober 2007

inzake

[de man]

en

[de vrouw]

beiden wonende te Breukelen,

verder tezamen ook te noemen: [D.],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand,

tegen:

DE VERENIGING VAN EIGENAREN VAN HET GEBOUW WIARDI BECKMANSTRAAT 1-125 (ONEVEN NUMMERS) TE BREUKELEN,

gevestigd te Breukelen,

verder ook te noemen: de VVE,

verwerende partij,

gemachtigde mr. J.G. Kabalt, advocaat te Breukelen.

Verloop van de procedure

[D.] heeft op 29 mei 2007 een verzoekschrift ingediend.

De VVE heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 25 juli 2007 behandeld. Daarvan is aantekening gehouden.

Hierna is uitspraak bepaald.

Motivering

De feiten

1.

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.

1.1

Bij een op 7 juni 1991 verleden splitsingsakte is het gebouw, bestaande uit 54 vierkamerwoningen en 9 tweekamerwoningen, ieder met berging in de onderbouw met onder- en nabijgelegen grond gelegen aan de Wiardi Beckmanstraat 1 tot en met 125 (oneven nummers) te Breukelen gesplitst in 63 appartementsrechten.

1.2

[D.] is eigenaar van het appartementsrecht rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de vierkamerwoning op de zevende verdieping en een berging op de begane grond plaatselijk bekend [adres] te Breukelen, kadastraal bekend gemeente Breukelen-Nijenrode, sectie B, c[nummer]. Dit appartementsrecht omvat tevens het 3/180 deel van de gemeenschap, bestaande uit gemeld gebouw.

1.3

Bij gemelde splitsing is tevens de VVE opgericht. De VVE staat ook bekend als "Vereniging van Eigenaars Résidence "Hoog Zicht".

[D.] is van rechtswege lid van de VVE.

1.4

Op 1 mei 2007 heeft een algemene ledenvergadering van de VVE plaatsgevonden.

In deze vergadering heeft de VVE onder meer besloten om het voormalige bestuur van de VVE décharge te verlenen voor de jaren 2005 en 2006.

Van dit voormalige bestuur maakten onder andere deel uit de heer Kappeyne van de Coppelo en de heer Schuiten.

1.5

In 2006 hebben Kappeyne van de Coppelo en Schuiten twee kort geding procedures gevoerd tegen enkele leden van de VVE. Het eerste kort geding is gevoerd tegen de heren De Jong, Van der Kwast, Zondervan en Hettema, het tweede tegen voormelde heren, alsmede tegen de heer Van Leeuwen en verzoekende partij [D.]-[X.].

Deze procedures hebben geleid tot de vonnissen van 30 mei 2006 (nummer HAFA 211868/KG ZA 06-389) respectievelijk 7 september 2006 (nummer HAFA 215442 KG/ZA 06-667). Het tweede kort geding werd mede ingesteld namens de VVE, maar zij werd niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen, omdat - samengevat - de voor het instellen door de VVE van rechtsvorderingen op grond van het splitsingsreglement vereiste machtiging van het bestuur door de VVE ontbrak.

1.6

De door Kappeyne van de Coppelo en Schuiten in het kader van genoemde procedures gemaakte kosten (waaronder de kosten van juridische bijstand) zijn in 2006 ten laste gebracht van het resultaat van de VVE.

1.7

Terzake de onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van de VVE opgemaakte jaarrekening over het jaar 2006 heeft accountantskantoor Van der Post te Breukelen een zogenoemde beoordelingsverklaring opgesteld. Die verklaring luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

"Wij hebben onze beoordeling verricht in overeenstemming met Nederlands recht. De in dit kader uitgevoerde werkzaamheden bestonden in hoofdzaak uit het inwinnen van inlichtingen bij functionarissen van de entiteit en het uitvoren van cijferanalyses met betrekking tot de financiële gegevens. Door de aard en omvang van onze werkzaamheden kunnen deze slechts resulteren in een beperkte mate van zekerheid omtrent de getrouwheid van de jaarrekening. Deze mate van zekerheid is lager dan die welke aan een accountantsverklaring kan worden ontleend.

Conclusie

Op grond van onze beoordeling is ons niets gebleken op basis waarvan wij zouden moeten concluderen dat de jaarrekening geen getrouw beeld geeft van de grootte en samenstelling van het vermogen (...) in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.

Toelichting

Wij vestigen de aandacht op punt 2.4 in de brief met kenmerk 140840/kvd/rb (..) die als bijlage is gevoegd (...) waarin de onzekerheid uiteengezet is met betrekking tot de kosten die verhaald zouden worden als gevolg van de uitkomst van een rechtszaak, alsmede punt 2.3 in verband met de werkzaamheden die zijn verricht door of namens het bestuur, Deze situatie doet geen afbreuk aan onze conclusie."

1.8

Op 12 juli 2007 heeft [D.] Kappeyne van de Coppelo en Schuiten doen dagvaarden.

[D.] vordert in die procedure - kort weergegeven - verklaring voor recht dat de sub 1.6 bedoelde kosten direct noch indirect ten laste van de VVE kunnen worden gebracht, primair veroordeling van gedaagden om een bedrag ad € 17.100,-, althans het bedrag dat ten laste van de VVE is gebracht aan procedurekosten, terug te betalen aan de VVE, subsidiair om het aandeel van [D.] in die kosten aan [D.] te voldoen.

Het verzoek

2.

[D.] heeft de kantonrechter verzocht het besluit van 1 mei 2007 om het voormalige bestuur van de VVE décharge te verlenen voor de jaren 2005 en 2006 te vernietigen.

3.

[D.] heeft ter onderbouwing van zijn verzoek - verkort en zakelijk weergegeven - aangevoerd, onder verwijzing naar hetgeen hij in genoemde (concept) dagvaarding van 12 juli 2007 terzake stelt, dat de VVE ten onrechte de kosten van juridische bijstand van Kappeyne van de Coppelo en Schuiten ten laste van haar exploitatie heeft gebracht. Deze kosten hebben betrekking op procedures die door Kappeyne van de Coppelo en Schuiten in privé tegen leden van de VVE zijn gevoerd.

De eerste procedure is niet namens de VVE gevoerd. De voorzieningenrechter heeft de VVE in de tweede kort geding procedure niet-ontvankelijk in haar vorderingen geacht, omdat het bestuur de voor het instellen van die procedure statutair vereiste machtiging ontbeerde. Bovendien ligt aan de vergoeding van die kosten geen rechtsgeldig besluit van de VVE ten grondslag.

Het verweer

4.

De VVE heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer komt, voor zover voor de beoordeling nodig, hierna aan de orde.

De beoordeling

5.

Door de VVE is aan [D.] tegen geworpen dat hij niet duidelijk heeft gemaakt of hij zijn verzoek baseert op één van de in artikel 2:15 lid 1 BW bedoelde gronden.

De kantonrechter overweegt naar aanleiding van deze tegenwerping als volgt.

Artikel 2:15 lid 1 BW bepaalt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar is wegens strijd met wettelijke bepalingen of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist, dan wel wegens strijd met een reglement.

De kantonrechter verstaat het verzoek van [D.] zo dat het strekt tot vernietiging van het besluit van 1 mei 2007 wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist.

Voor zover de VVE met de tegenwerping betoogt dat de kantonrechter niet bevoegd is over het geschil te oordelen, slaagt die tegenwerping niet. De kantonrechter is van oordeel dat hij ingevolge artikel 5:130 lid 1 BW bevoegd is te oordelen over het onderhavige verzoek.

6.

Met betrekking tot het verzoek tot vernietiging overweegt de kantonrechter als volgt. Artikel 2:15 lid 1 BW dat bepaalt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar is - voor zover hier van belang - wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist.

Artikel 2:8 lid 1 BW bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkander moeten gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.

Wanneer deze artikelen worden ingevuld voor het onderhavige geschil geven zij als toetsingskader de vraag of de vergadering (als orgaan van de VVE) bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen, waaronder de belangen van [D.] (als lid van de VVE bij haar organisatie betrokken) in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.

7.

De woorden "als zodanig" in artikel 2:8 lid 1 BW brengen met zich mede dat het antwoord op de vraag of de vergadering bij afweging van (ook) alle bij het besluit betrokken belangen van het betrokken lid in redelijkheid en naar billijkheid tot die besluiten heeft kunnen komen niet los kan worden gezien van de tussen de vergadering en dat lid bestaande relatie.

De redelijkheid en billijkheid in de relatie tussen vergadering en lid wordt mede ingevuld door het feit dat (ook) het lidmaatschap van een vereniging van eigenaars met zich mee kan brengen dat een minderheid van de leden van die vereniging zich geconfronteerd ziet met een haar onwelgevallig besluit. Die mogelijke confrontatie is inherent aan het democratische karakter van de vereniging. Dat karakter brengt bovendien met zich mee dat de minderheid zich in beginsel, ook al is ze het er niet mee eens, heeft te voegen naar het besluit. Bij de belangenafweging door de vergadering dient daar rekening mee te worden gehouden.

De vergadering van een vereniging van eigenaars dient er bovendien rekening mee te houden dat het lidmaatschap van haar vereniging voor een appartementseigenaar verplicht is. Het lid dat zich niet met het besluit kan verenigen heeft, zolang het eigenaar is van een appartementsrecht, geen mogelijkheid zich aan verdere onwelgevallige besluitvorming te onttrekken door zijn lidmaatschap op te zeggen.

8.

De kantonrechter is van oordeel dat de vergadering bij een juiste afweging van de bij het besluit betrokken belangen van [D.] in redelijkheid en naar billijkheid niet tot het besluit van 1 mei 2007 had kunnen komen.

(Het bestuur van) de VVE heeft - zakelijk weergegeven - betoogd dat zij de gewraakte kosten ten laste van haar exploitatie heeft gebracht, omdat deze kosten zijn gemaakt door voormalige bestuursleden die vanwege die hoedanigheid door enkele leden van de VVE onheus werden bejegend. Wanneer dergelijke kosten niet kunnen worden afgewenteld op de VVE zullen weinig leden meer bereid zijn om zitting te nemen in het bestuur, zo begrijpt de kantonrechter het belang van de VVE.

Tegenover dat belang staat het belang van [D.] bij een vooraf zoveel mogelijk kenbare en juiste doorberekening van de (algemene) kosten van de VVE. Het splitsingsreglement onderschrijft dat belang door een in beginsel gesloten systeem voor de (door)berekening van kosten van de VVE te bieden. De zeggenschap van de leden bij de realisering van die kosten wordt eveneens in het splitsingsreglement gewaarborgd. Zo schrijft het splitsingsreglement voor handelingen van het bestuur die hoge of lastig overzienbare kosten voor de leden met zich mee kunnen brengen, zoals bijvoorbeeld het instellen van rechtsvorderingen namens de VVE, voorafgaande machtiging van het bestuur door de vergadering voor.

In het onderhavige geval staat vast dat de doorberekende kosten geen betrekking hebben op namens de VVE (rechtsgeldig) ingestelde rechtsvorderingen. De VVE was immers geen partij bij de eerste door Kappeyne van de Coppelo en Schuiten aangespannen kort gedingprocedure en bij de tweede werd zij niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen omdat de voorafgaande machtiging door de vergadering ontbrak. Door deze kosten toch ten laste van de exploitatie te brengen, doorbreekt de vergadering genoemd gesloten systeem. [D.] heeft zijn bezwaren tegen deze doorbreking duidelijk en onder opgave van redenen aan de vergadering kenbaar gemaakt. De vergadering heeft met het enkele noemen van haar vrees dat geen nieuwe bestuursleden meer zullen worden gevonden indien de kosten niet worden doorberekend onvoldoende onderbouwd waarom zij haar belangen zwaarder laat wegen dan die van [D.]. De vergadering kon gezien een en ander bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid dan ook niet tot het besluit van 1 mei 2007 komen.

9.

Het betoog van de VVE dat de VVE reeds eerder heeft besloten de kosten van juridische bijstand van Kappeyne van de Coppelo en Schuiten ten laste van haar exploitatie te brengen vindt geen steun in de overgelegde stukken. De door de VVE aangegeven passages in het besprekingsverslag van 14 november 2006 zijn zeer algemeen gesteld en lijken bovendien betrekking te hebben op verhaal van door de VVE geleden schade op enkele van haar leden en niet op verhaal van kosten door derden gemaakt. Dit betoog slaagt dan ook niet.

10.

Het verzoek tot vernietiging van het besluit van 1 mei 2007 zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding de VVE te veroordelen in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

vernietigt het besluit van 1 mei 2007 van de VVE strekkende tot décharge van het voormalige bestuur voor de jaren 2005 en 2006;

veroordeelt de VVE in de proceskosten aan de zijde van [D.], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 500,-- aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.H.F. van Vugt, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2007.