Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BC6675

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-05-2007
Datum publicatie
13-03-2008
Zaaknummer
515180 AE VERZ 07-167
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ontbinding arbeidsovereenkomst, reintegratieverplichtingen bij arbeidsongeschiktheid, ontbinding o.g.v. dringende reden niet aannemelijk, ontbinding o.g.v. verandering van omstandigheden vergoeding C = 1,6.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0190
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Amersfoort

zaaknummer: 515180 AE VERZ 07-167 PvH

beschikking d.d. 14 mei 2007

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOTEL LEUSDEN B.V.,

gevestigd te Leusden,

verder ook te noemen Hotel Leusden,

(voorwaardelijk) verzoekende partij,

gemachtigde: mr. A. Zuidinga, advocaat te Breda,

tegen:

[naam gedaagde],

[woonplaats’gedaagde],

verder ook te noemen [naam gedaagde],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. P.T. Nieuwstad, advocaat te Lelystad.

Verloop van de procedure

Hotel Leusden heeft op 19 maart 2007 een (voorwaardelijk) verzoekschrift ingediend.

[naam gedaagde] heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 18 april 2007 behandeld, tegelijkertijd met de door [naam gedaagde] ingestelde vordering in kort geding tegen Hotel Leusden, bij deze rechtbank bekend onder rolnr. 513589 AV EXPL 07-27. Van de mondelinge behandeling is aantekening gehouden.

Hierna is uitspraak bepaald.

Motivering

1. De feiten

1.1

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:

- [naam gedaagde], geboren op 15 maart 1962, is in dienst getreden bij Hotel Leusden per 7 juni 1999, aldus Hotel Leusden, althans per 3 januari 2000, aldus [naam gedaagde].

Laatstelijk was [naam gedaagde] werkzaam als medewerkster restaurant tegen een salaris van € 1.611,92 bruto per maand exclusief 8 % vakantietoeslag.

- Op de arbeidsovereenkomst tussen partijen is de CAO voor het horeca- en aanverwant bedrijf van toepassing.

- [naam gedaagde] heeft zich met ingang van 10 augustus 2006 arbeidsongeschikt gemeld in verband met ziekte. Zij had pijnklachten in haar nek en schouder. Op 14 augustus 2006 heeft [naam gedaagde] de bedrijfsarts van Hotel Leusden bezocht. De bedrijfsarts heeft daaromtrent onder meer als volgt gerapporteerd:

“Met mevrouw [naam gedaagde] werd de reden voor het verzuim besproken. Zij wordt voor de klachten behandeld, een behandeling die wellicht tot het verzuim aanleiding heeft gegeven. Tevens werd ingegaan op enkele werkaspecten, zoals de huidige werkdruk, de houding en het gedrag van het publiek, de opstelling van collega’s etc. Deze laatste aspecten zorgen voor een forse belasting. Bedrijfsarts gaf aan een en ander met de Directeur te bespreken. Bedrijfsarts verrichtte lichamelijk onderzoek en gaf adviezen teneinde de belastbaarheid te verbeteren.

Advies betreffende werkzaamheden:

Mevrouw heeft haar werkzaamheden hervat per 14.8.06 (…)”

- In de daaropvolgende periode volgen er wederom ziekmeldingen. Op 4 september 2006 bezoekt [naam gedaagde] de bedrijfsarts en deze adviseert de (eigen) werkzaamheden te hervatten voor 50%, met aantekening dat tilwerkzaamheden en bukken moeten worden voorkomen. De prognose van de bedrijfsarts is dat binnen een termijn van 3 weken tot volledige werkhervatting kan worden gekomen. Op 6 september 2006 heeft [naam gedaagde] haar werkzaamheden (gedeeltelijk) hervat.

- Op 2 oktober 2006 meldt [naam gedaagde] zich weer bij de bedrijfsarts. Deze rapporteert onder meer dat mevrouw [naam gedaagde] aangeeft moeite te hebben met 4 uur werken en dat haar behandelend arts medicijnen voor heeft geschreven. De bedrijfsarts adviseert de (eigen) werkzaamheden voor 50% te continueren en daar een uur vrijblijvende arbeidstherapie aan toe te voegen.

- Bij een vervolgafspraak op 25 oktober 2006 concludeert de bedrijfsarts dat de belasting in uren kan worden opgevoerd. Het advies is per 30 oktober 2006 de (eigen) werkzaamheden uit te breiden naar 5 uur per dag en per 13 november 2006 naar 6 uur per dag. De bedrijfsarts acht [naam gedaagde] per die datum voor 75% arbeidsgeschikt.

- Op 5 november 2006 is [naam gedaagde] niet gaan werken, zij heeft zich telefonisch ziek gemeld bij collega Ademi en stelt zich op het standpunt dat zij niet in staat is om gedurende 5 uur per dag haar eigen werkzaamheden te verrichten.

- [naam gedaagde] heeft op 7 november 2006 een second opinion aangevraagd bij de verzekeringsarts van het UWV.

- Bij brief van 10 november 2006 schrijft Hotel Leusden onder meer het volgende aan [naam gedaagde]:

“De bedrijfsarts heeft de werkgever geadviseerd de belasting op te voeren (…) Vanaf 13 november zou het aantal uren uitgebreid worden naar zes uur per dag (…) Wanneer u het niet eens bent met het oordeel van de bedrijfsarts, dan kunt u een zogenaamde second opinion aanvragen bij het UWV (…) Tot het moment dat het UWV een oordeel heeft gevormd, is de werkgever gerechtigd over te gaan tot het stopzetten van de loonbetaling. Dit betekent in uw situatie dat de werkgever uw loon over 25 uur (per week) (…) mag inhouden.”

- Per 20 november 2006 meldt [naam gedaagde] zich ziek in verband met overspannenheid.

- Een bezoek aan de bedrijfsarts volgt op 21 november 2006. Deze rapporteert onder meer als volgt:

“In verband met een ziekmelding op basis van een andere aandoening (…) Tijdens het gesprek bleek dat mevrouw zich stoort aan de opstelling van een chef /collega op de dag dat zij zich weer ziek meldde begin november. Het gaat om de chef/collega die ook de roosters verzorgt. ([naam betrokkene A] toev. Ktr.) Zij gaf aan dat er geen rekening met haar werd gehouden bij de reïntegratie. Zij moest de 5 uur die zij moest werken volledig meedraaien. Bedrijfsarts gaf aan dat dat ook zijn visie was (…) Bedrijfsarts was en is van mening dat de fysieke klachten die mevrouw aangeeft aanleiding geven tot een manier van werken die zij zelf in de hand heeft, namelijk het minder zwaar maken van de dienbladen. Volgens mevrouw zou dat niet mogelijk zijn geweest vanwege het krappe personeelsbeleid dat volgens haar al jaren bestaat en dat de oorzaak zou zijn van het ontstaan van haar klachten. De relatie van mevrouw met het werk wordt gecompliceerd doordat haar echtgenoot ook in hetzelfde bedrijf werkt. Zij stoort zich aan het feit dat haar salaris deels is gestopt. (…) Mevrouw geeft aan dat zij graag een time out wil vanwege de druk die vanuit het bedrijf op haar wordt uitgeoefend, naast haar indruk dat er te weinig empathie zou uitgaan naar haar tijdens deze arbeidsongeschiktheidsperiode. Na de periode time-out zou zij bereid zijn weer te gaan reïntegreren. (…) Bedrijfsarts overlegde na het gesprek met mevrouw met Directeur Leusden. Ten aanzien van de opstelling van de chef/collega en ten aanzien van de werkdruk heeft het motel een andere visie.

Advies betreffende werkzaamheden:

(…) Per 27.11.06 hervat zij voor 50% in eigen werk, waarbij zij zelf probeert haar belasting af te stemmen op haar belastbaarheid door de dienbladen wat minder zwaar te maken. Bedrijfsarts is van mening dat kan worden opgebouwd met 1 uur per dag per week. Dat betekent dat mevrouw (…) per 25.12.06 haar werkzaamheden weer volledig kan hervatten.”

- Eveneens op 21 november 2006 volgt het deskundigenoordeel van de verzekeringsarts van het UWV. Deze komt tot het volgende oordeel:

“Op grond van de resultaten van ons onderzoek zijn wij van oordeel dat u op 13 november 2006 ongeschikt bent voor uitbreiding van werkzaamheden naar 75%. Naar het oordeel van onze verzekeringsarts bent u geschikt voor 50% lichte werkzaamheden.

- Bij brief van 1 december 2006 schrijft Hotel Leusden aan [naam gedaagde] dat zij - kort weergegeven- onrechtmatig afwezig is omdat zij haar (eigen) werkzaamheden op grond van het oordeel van de bedrijfsarts voor 50% moet hervatten. Tevens is daarbij nadere opschorting van loonbetalingen aangekondigd.

- Bij brief van 6 december 2006 schrijft de gemachtigde van [naam gedaagde] aan Hotel Leusden dat er

- samengevat - gelet op het deskundigenoordeel van het UWV onvoldoende rekening wordt gehouden met de belastbaarheid van [naam gedaagde] en dat [naam gedaagde] bereid is haar werkzaamheden te hervatten als Hotel Leusden de toezegging doet dat voldoende rekening zal worden gehouden met die beperkte belastbaarheid. Voorts wordt medegedeeld dat [naam gedaagde] een deskundigenoordeel van het UWV zal vragen omtrent de aanwezigheid van passend werk voor [naam gedaagde] bij Hotel Leusden. Ten slotte wordt aanspraak gemaakt op (volledige) doorbetaling van loon tijdens ziekte.

- Bij brief van 7 december 2006 verwijst Hotel Leusden wederom naar het oordeel van de bedrijfsarts van 21 november 2006 en handhaaft haar oordeel omtrent de opschorting van loondoorbetaling.

- [naam gedaagde] heeft op of omstreeks 20 december 2006 wederom een second opinion bij het UWV aangevraagd.

- Bij brief van 22 december 2006 heeft de gemachtigde van [naam gedaagde] Hotel Leusden gesommeerd tot volledige doorbetaling van het salaris over te gaan en er onder meer op gewezen dat Hotel Leusden niet is ingegaan op de aard en omvang van de (aangepaste) werkzaamheden die [naam gedaagde] zou kunnen verrichten of hetgeen Hotel Leusden zou kunnen ondernemen om [naam gedaagde] succesvol te laten reïntegreren.

- [naam gedaagde] bezoekt op 5 januari 2007 het spreekuur van de bedrijfsarts. Deze handhaaft het advies de werkzaamheden volledig te hervatten.

- Bij schrijven van 7 januari 2007 aan de gemachtigde van [naam gedaagde] verwijst Hotel Leusden naar dit laatste advies van de bedrijfsarts en schrijft dat [naam gedaagde] zal worden uitgenodigd voor een gesprek inzake werkhervatting.

- Uit de verzekeringsgeneeskundige verklaring van het UWV d.d. 10 januari 2007 blijkt onder meer het volgende:

“Beschouwing en belastbaarheid

Belanghebbende (…) die destijds uitviel ten gevolge van linkerschouderklachten. Belanghebbende werkt thans niet en er is inmiddels een stevig arbeidsconflict ontstaan. Doordat er ook geen salaris meer wordt betaald zijn er psychische klachten ontstaan. Er is thans sprake van psychopathologie waardoor de psychische belastbaarheid is verminderd. Derhalve is belanghebbende aangewezen op stressarme arbeid. De fysieke belastbaarheid is beperkt ten gevolge van schouderklachten die worden onderschreven door fysiotherapie in eerdere info die in het dossier aanwezig is en door lichamelijk onderzoek is geobjectiveerd. (…)

Prognose

De verwachting is dat het ziekbeeld verbeterd indien het arbeidsconflict wordt opgelost en belanghebbende adequate therapie krijgt (…)”

- In de rapportage van de arbeidsdeskundige van het UWV van eind januari/begin februari 2007 wordt geconcludeerd dat [naam gedaagde] niet geschikt is voor haar eigen werk. Zij kan wel “weinig stresserende werkzaamheden” verrichten, maar dan moeten er aanpassingen in de functie plaatsvinden.

- Op 5 februari 2007 heeft een gesprek plaats waarbij [naam gedaagde] en haar echtgenoot, de heer [naam echtgenoot], aanwezig zijn alsmede mevrouw [naam PZ-manager], personeelsmanager, namens Hotel Leusden. Hotel Leusden heeft in dat gesprek een voorstel voor reïntegratie gedaan. [naam gedaagde] kon zich daar niet in vinden en heeft aangegeven eerst de (eind)rapportage van het UWV af te willen wachten. Voorts is bij die gelegenheid door Hotel Leusden een voorstel gedaan tot beëindiging van het dienstverband tussen partijen met wederzijds goedvinden.

- Het (tweede) oordeel van het UWV volgt dan op 5 februari 2007 en luidt:

“Op grond van de resultaten van ons onderzoek zijn wij van oordeel dat u op 14 augustus 2006 niet geschikt bent voor het verrichten van het eigen werk.”

Dit advies is (deels) gebaseerd op de hiervoor genoemde geneeskundige verklaring en arbeidskundige rapportage.

- De gemachtigde van [naam gedaagde] reageert op 6 februari 2007 schriftelijk onder meer als volgt op het gesprek van 5 februari 2007:

“U begrijpt (…) dat ik van cliënt heb vernomen, dat u blijkbaar geenszins de intentie had om een plan van aanpak met haar op te stellen. U heeft cliënte voor de keuze gesteld om vanaf morgen voor 50% haar werkzaamheden te hervatten, dan wel het door u opgestelde beëindigingvoorstel in overweging te nemen.

Cliënte wordt door de arbo-arts geacht in staat te zijn haar werkzaamheden te hervatten, mits er rekening wordt gehouden met al haar beperkingen (de inhoud van het rapport van de deskundige veronderstel ik bij u bekend). Daar de verhoudingen tussen u en cliënte inmiddels verstoord zijn geraakt (…)”

- Op 16 februari heeft er op verzoek van [naam gedaagde] om 15:00 uur een gesprek plaats met mevrouw [naam PZ-manager], voornoemd. Daarbij is er gesproken over werkhervatting per 19 februari 2007.

- Vrijwel aansluitend heeft er op die dag eveneens een gesprek met de bedrijfsarts van Hotel Leusden plaatsgevonden. De bedrijfsarts heeft onder meer als volgt gerapporteerd: “Bedrijfsarts handhaaft onverkort zijn eerder afgegeven werkhervattingsadviezen. Er bestaat geen bezwaar hier per 19.2.07 invulling aan te geven. Het UWV adviseert niet zwaarder te tillen dan 5 kg en duw- en trekbelasting te beperken tot 10 kg. Productiepieken en andere stressmomenten dienen te worden vermeden.”

- [naam gedaagde] gebruikt het medicijn oxazepam, dat wordt gebruikt bij de behandeling van angst, spanning en slaapstoornissen. Het middel beïnvloedt onder meer de rijvaardigheid.

- Uit een onderzoek door psycholoog F. Smit van 9 februari 2007 blijkt dat bij [naam gedaagde] klachten spelen die passen bij overbelasting. Er is sprake van spanningsklachten die zich onder andere uiten in lichamelijke klachten. Daarnaast blijkt er sprake van slaapproblematiek. Depressieve klachten en angstproblematiek lijken, aldus Smit, eveneens aanwezig te zijn.

- [naam gedaagde] heeft op 19 februari 2007 haar werkzaamheden niet hervat.

Hotel Leusden heeft [naam gedaagde] op 19 februari 2007 op staande voet ontslagen vanwege ongeoorloofde afwezigheid c.q. werkweigering. Een en ander is schriftelijk bevestigd bij brief van 19 februari 2007 gericht aan (de gemachtigde van) [naam gedaagde].

- Bij brief van 23 februari 2007 heeft de gemachtigde van [naam gedaagde] geprotesteerd tegen het verleende ontslag op staande voet en de nietigheid van het ontslag ingeroepen. In deze brief is - kort gezegd - aan Hotel Leusden medegedeeld dat tussen partijen geen overeenstemming bestond over het plan van aanpak, zodat zij niet verplicht was om zich op 19 februari 2007 te melden voor het verrichten van werkzaamheden.

2. Het verzoek

2.1

Hotel Leusden vraagt de arbeidsovereenkomst tussen partijen zo spoedig mogelijk (voorwaardelijk) te ontbinden voor zover deze nog voortduurt na het op 19 februari 2007 gegeven ontslag. Primair op grond van een dringende reden en subsidiair wegens een verandering van omstandigheden. Hotel Leusden is van mening dat [naam gedaagde] geen vergoeding toekomt.

3. Het verweer

3.1

[naam gedaagde] heeft zich aanvankelijk verzet zich tegen ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [naam gedaagde] heeft de stellingen van Hotel Leusden geheel dan wel gedeeltelijk betwist, en is van mening dat haar van de ontstane situatie in ieder geval geen verwijt kan worden gemaakt. Primair heeft [naam gedaagde] gesteld dat het ontbindingsverzoek moet worden afgewezen.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [naam gedaagde] echter gesteld dat het gelet op de veranderingen in de omstandigheden niet reëel meer is de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog voort te laten duren. In geval van ontbinding maakt zij aanspraak op een passende vergoeding waarbij zij een vergoeding gebaseerd op de kantonrechtersformule met een factor C=1,75 als redelijke vergoeding aanmerkt omdat de ontbinding aan Hotel Leusden valt te verwijten. Hotel Leusden heeft vanaf het moment dat zij niet meer (volledig) inzetbaar was in verband met ziekte getracht haar op alle mogelijke manieren weer volledig aan het werk te krijgen, in plaats van reïntegratie op een correcte wijze tot stand te brengen. Door de opstelling van Hotel Leusden voelde [naam gedaagde] zich fysiek en mentaal onder druk gezet hetgeen heeft geleid tot de slechte medische conditie van [naam gedaagde] en tot een vertrouwensbreuk tussen partijen.

4. De beoordeling

4.0

Naar aanleiding van het verzoek en hetgeen partijen in dat verband over een weer hebben aangevoerd overweegt de kantonrechter als volgt.

4.1

[naam gedaagde] heeft Hotel Leusden op 16 maart 2007 doen dagvaarden in kort geding en daarbij onder meer loondoorbetaling gevorderd. De mondelinge behandeling van dit verzoek heeft gelijktijdig met de zitting in dit kort geding plaatsgevonden.

4.2.

Naar aanleiding van de door Hotel Leusden aangevoerde primaire reden voor haar verzoek, te weten die van de dringende reden, overweegt de kantonrechter dat bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden in de zin van art. 7:677 lid 1 BW sprake is, alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen.

4.3

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Hotel Leusden, gelet op de omstandigheden van dit geval, het bestaan van de door haar gestelde dringende reden onvoldoende aannemelijk gemaakt. De kantonrechter overweegt daartoe dat ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen in het gesprek van 16 februari 2007 geen overeenstemming hebben bereikt over de wijze waarop [naam gedaagde] haar werkzaamheden zou hervatten en over de inhoud van die werkzaamheden. Hoewel er grenzen zijn aan de mate waarin van een werkgever mag worden verlangd bij het opstellen van een plan van aanpak rekening te houden met de wensen van de betreffende werknemer, zijn die grenzen in het onderhavige geval niet bereikt. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat Hotel Leusden (ook) het laatstelijk door haar voorgestelde plan van aanpak heeft geënt op de conclusies en adviezen van haar bedrijfsarts, terwijl zij bekend was met de bezwaren van [naam gedaagde] tegen die conclusies en adviezen. Bovendien blijkt uit bovenstaand feitencomplex voldoende dat de voortdurende discussie over de arbeids(on)geschiktheid van [naam gedaagde] haar weerslag heeft gehad op de psychische gesteldheid van [naam gedaagde] en dat die weerslag bij Hotel Leusden bekend was. Hotel Leusden had daar meer rekening mee behoren te houden.

Bovendien blijkt uit de voormelde deskundigenoordelen van het UWV dat [naam gedaagde] zich naar het oordeel van de kantonrechter terecht op het standpunt heeft gesteld dat de haar aangeboden werkzaamheden onvoldoende passend waren.

De kantonrechter stelt op grond van het voorgaande vast dat de primaire grond van het verzoek verband houdt met het bestaan van het opzegverbod van artikel 7:670 lid 1 BW en dat zich hier niet de uitzondering op het opzegverbod bij ziekte van artikel 7:670b lid 3 BW voordoet. Gelet op alle omstandigheden van het geval kon Hotel Leusden in redelijkheid niet verlangen dat [naam gedaagde] op 19 februari 2007 haar werkzaamheden zou hervatten.

4.4

Naar aanleiding van de door Hotel Leusden subsidiair aan haar verzoek ten grondslag gelegde reden overweegt de kantonrechter het volgende.

De bescherming van de arbeidsongeschikte werknemer bij ziekte, gedurende twee jaar, loopt parallel met de verplichting van werkgever en werknemer om zich gedurende twee jaar, in het kader van de wet verbetering poortwachter, in te spannen om tot reïntegratie te komen. In dit geval zijn er, naar het oordeel van de kantonrechter, echter voldoende gewichtige redenen om de reïntegratie-inspanningen niet door te laten lopen en de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De kantonrechter heeft, mede op grond van hetgeen [naam gedaagde] ter zitting heeft verklaard, de overtuiging gekregen dat tussen partijen een zodanige vertrouwensbreuk is ontstaan dat voor verdere pogingen om tot reïntegratie te komen iedere basis ontbreekt, zodat voortzetting van de arbeidsovereenkomst weinig zinvol is. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal dan ook worden toegewezen op grond van een zodanige verandering in de omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen na korte tijd hoort te eindigen.

4.5

De vraag rijst vervolgens of bij ontbinding op genoemde grondslag aan [naam gedaagde] ten laste van Hotel Leusden een vergoeding moet worden toegekend. Daarvoor is bepalend in wiens risicosfeer de ontbindingsgrondslag ligt en aan wie (daarnaast eventueel) moet worden verweten zich niet als een goed werknemer respectievelijk werkgever te hebben gedragen. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

De kantonrechter acht de verandering van omstandigheden allerminst te wijten aan [naam gedaagde]. Zij heeft diverse pogingen gedaan om tot reïntegratie te komen. Die pogingen zijn gestrand op het feit dat de werkzaamheden voor [naam gedaagde] te zwaar waren, zoals zij telkens bij de bedrijfsarts heeft aangegeven. [naam gedaagde] wordt daarin voor een groot deel gesteund door de deskundigenoordelen van het UWV.

De opstelling van Hotel Leusden met betrekking tot de reintegratieinspanningen van [naam gedaagde] in de periode augustus 2006 tot en met 21 november 2006 acht de kantonrechter in aanvang terecht nu deze volledig werd ondersteund door het oordeel van haar bedrijfsarts. Op dat oordeel mocht Hotel Leusden in beginsel af gaan.

Na het eerste deskundigenoordeel van het UWV had van Hotel Leusden echter een gematigder opstelling mogen worden verwacht. Niettemin is [naam gedaagde] onder (steeds grotere) druk gezet om tot reïntegratie te komen op de door Hotel Leusden voorgestane wijze. De kantonrechter is van oordeel, mede onder verwijzing naar hetgeen hiervoor (met name onder 4.3) is overwogen, dat Hotel Leusden door voor die opstelling te kiezen jegens [naam gedaagde] verwijtbaar heeft gehandeld.

4.6

Gelet op genoemde omstandigheden en rekening houdend met het feit dat door de ontbinding het opzegverbod bij ziekte wordt doorbroken, waardoor het reïntegratietraject vroegtijdig wordt beëindigd, acht de kantonrechter een vergoeding gebaseerd op de kantonrechtersformule en met een correctiefactor C= 1,6 passend. Uitgaande van een brutosalaris (inclusief vakantiegeld) van € 1740,87 per maand en een gewogen en afgerond dienstverband van 11 jaren komt dat neer op een vergoeding van (afgerond) € 30.639,38 bruto.

4.7

Voor toekenning van een vergoeding ten laste van Hotel Leusden aan [naam gedaagde] van de door haar gemaakte kosten van rechtsbijstand hoger dan het hierna te melden in de proceskosten begrepen salaris gemachtigde ziet de kantonrechter geen aanleiding.

4.8

Omdat aan [naam gedaagde] een vergoeding wordt toegekend zal Hotel Leusden in de gelegenheid worden gesteld het verzoek in te trekken.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt Hotel Leusden in de gelegenheid tot uiterlijk 25 mei 2007 het verzoek in te trekken;

en voor het geval het verzoek niet tijdig wordt ingetrokken:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen, voor zover in rechte onherroepelijk mocht komen vast te staan dat deze niet reeds door het op 19 februari 2007 gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is geëindigd, met ingang van 1 juni 2007;

kent aan [naam gedaagde] ten laste van Hotel Leusden een vergoeding toe van € 30.640,-- bruto en veroordeelt Hotel Leusden tot betaling van deze vergoeding aan [naam gedaagde];

veroordeelt Hotel Leusden in de proceskosten aan de zijde van [naam gedaagde], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 500,-- aan salaris gemachtigde;

en voor het geval het verzoek tijdig wordt ingetrokken:

veroordeelt Hotel Leusden in de proceskosten aan de zijde van [naam gedaagde], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 500,-- aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.H.F. van Vugt, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2007.