Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BC1777

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-12-2007
Datum publicatie
14-01-2008
Zaaknummer
SBR 07-566
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ambtenaar. Herplaatsing in een lager betaalde functie na een periode van twee jaar arbeidsongeschiktheid. Onzorgvuldig medisch onderzoekr, nu uit informatie van de behandelende sector blijkt dat de klachten zijn afgenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 07/566

uitspraak van de enkelvoudige kamer d.d. 19 december 2007

inzake

J.P.M. Kodoatie,

wonende te Leusden,

eiser,

tegen

de Commandant Landstrijdkrachten,

verweerder.

Inleiding

1.1 Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 26 januari 2007 (het bestreden besluit), waarbij verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 16 juni 2006 ongegrond heeft verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder eiser met ingang van 1 juli 2006 herplaatst in de functie van monteur bewapening/verbindingen.

1.2 Het geding is behandeld ter zitting van 26 september 2007, waar eiser in persoon is verschenen, bijgestaan door - daartoe ambtshalve opgeroepen - mr. A.J. Kiela, advocaat te Amersfoort. Namens verweerder zijn - daartoe eveneens ambtshalve opgeroepen - verschenen mr. F.A.M. Bot en J.P.A.M. Leijten, beiden werkzaam bij het Ministerie van Defensie.

Overwegingen

Feiten

2.1 Eiser is sinds 1 juni 1985 werkzaam bij verweerder, laatstelijk gedurende 38 uur per week in de functie van wapensysteemtechnicus Leopard 2 (hierna: wapensysteemtechnicus) bij het Matlogpel Amersfoort. Deze functie is ingedeeld in salarisschaal 7.

2.2 Op 18 mei 2003 heeft eiser zich voor bovengenoemde werkzaamheden ziek gemeld ten gevolge van rugklachten. Eiser heeft in verband hiermee bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) aangevraagd. Bij besluit van 29 augustus 2005 heeft het Uwv geweigerd aan eiser met ingang van 18 mei 2004 een WAO-uitkering toe te kennen op de grond dat hij per die datum op basis van zijn verdiensten minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt beschouwd. Het Uwv heeft daarbij tevens overwogen dat eiser ongeschikt is voor zijn maatgevende arbeid. Eiser heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt.

2.3 Op 17 februari 2006 heeft het Uwv op verzoek van verweerder een functie-ongeschiktheidsadvies (FOA) uitgebracht. De conclusie van dit advies is dat eiser op de voorgenomen ontslagdatum twee jaar arbeidsongeschikt is voor zijn functie van wapensysteemtechnicus als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte en gebrek en dat hij dat naar verwachting ook nog zal zijn zes maanden na die datum. Voorts blijkt uit het advies dat deze situatie ook van toepassing is op de datum van het spreekuurcontact van verzekeringsarts B.D. van Latenstein in het kader van dit FOA, zijnde 24 januari 2006, alsmede zes maanden daarna. In de verzekeringsgeneeskundige rapportage van dezelfde datum is aangegeven dat er sprake is van een constante medische situatie en dat een heronderzoek op medische gronden niet noodzakelijk wordt geacht.

2.4 Bij brief van 1 mei 2006 heeft verweerder, naar aanleiding van het FOA, eiser in kennis gesteld van het voornemen om hem met ingang van 19 mei 2006 te herplaatsen in de functie monteur bewapening/verbindingen gedurende 38 uur per week bij het Matlogpel Amersfoort. Deze functie is ingedeeld in salarisschaal 4. Eiser heeft bij brief van 6 juni 2006 zijn bedenkingen tegen dit voornemen aan verweerder kenbaar gemaakt.

2.5 Bij besluit van 16 juni 2006 heeft verweerder vastgesteld dat eiser met ingang van 1 juli 2006 herplaatst zal worden in de functie monteur bewapening/verbindingen.

Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt. Hij heeft zijn bezwaren tijdens een hoorzitting op 15 augustus 2006 mondeling toegelicht. Eiser heeft zich ondermeer op het standpunt gesteld dat hij op medische gronden weer in staat kan worden geacht zijn functie als wapensysteemtechnicus uit te oefenen.

2.6 In het kader van de bezwaarprocedure heeft bedrijfsarts G.C. van Buuren op verzoek van verweerder een herhaald geneeskundig onderzoek verricht.

2.7 Voorts heeft verweerder een arbeidskundig onderzoek laten verrichten naar de passendheid van de functie monteur bewapening/verbindingen. Arbeidsdeskundige G.J. van Assen heeft, na het verrichten van een werkplekonderzoek, in diens rapport van 9 november 2006 geconcludeerd dat de functie van wapensysteemtechnicus nog steeds ongeschikt is voor eiser, omdat in deze functie de fysiek zware elementen structureel deel uitmaken van de functie. De aan eiser aangeboden functie van monteur bewapening/verbinding past daarentegen wel binnen de fysieke mogelijkheden van eiser, omdat er in deze functie slechts sprake is van een incidenteel zware belasting. Naar aanleiding van dit onderzoek is eiser op 18 december 2006 opnieuw in de gelegenheid gesteld zijn bezwaren op een hoorzitting mondeling toe te lichten.

2.8 Het bezwaar van eiser is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Standpunten van partijen

2.9 Eiser heeft aangevoerd dat hij ten onrechte is herplaatst in de functie van monteur bewapening/verbindingen. Eiser meent dat hij op medische gronden (wederom) in staat is om in zijn oude functie van wapensysteemtechnicus te hervatten. Eiser stelt zich op het standpunt dat de functie van monteur bewapening/verbindingen niet passend kan worden geacht, omdat er sprake is van een forse inkomensachteruitgang, te weten van schaal 7 naar schaal 4. Volgens eiser brengen beide functies het plegen van onderhoud aan materiaal met zich, wat een fysieke belasting oplevert die in beide functies gelijk dan wel nagenoeg gelijk is.

Eiser heeft zijn standpunt dat hij weer geschikt kan worden geacht voor zijn oude functie onderbouwd met een overgelegde brief van orthopedisch chirurg H. Sonneveld van 28 maart 2007. Uit deze brief blijkt dat hij sinds twee jaar geen rugklachten meer heeft en dat er naar objectieve maatstaven geen fysieke belemmeringen zijn waargenomen door deze arts. Tevens kan uit de verklaring van de orthopedisch chirurg geïnterpreteerd worden dat een terugval in de toekomst niet te verwachten valt.

Eiser betoogt voorts dat verweerder hem bij besluit van 6 januari 2006 met terugwerkende kracht tot 1 december 2005 heeft geplaatst in functieschaal 7. Dit acht hij merkwaardig, nu verweerder in februari 2005 bij het Uwv een FOA heeft aangevraagd om eiser te plaatsen in functieschaal 4. Het FOA van 17 februari 2006 geeft aan dat eiser ongeschikt is voor zijn oude functie. Een adequaat medisch en arbeidskundig onderzoek heeft hieraan volgens eiser echter niet ten grondslag gelegen. Eisers huisarts J.L. du Boeuff daarentegen heeft in een brief van 5 april 2006 aangegeven dat er geen rugklachten meer zijn en dat plaatsing in de oude functie op therapeutische basis tot de mogelijkheden behoort. Hieraan is door verweerder volledig aan voorbij gegaan. Pas op 9 november 2006 heeft er een arbeidskundig onderzoek plaatsgevonden. In het rapport van arbeidsdeskundige van G.J. van Assen is nadrukkelijk aangegeven dat eerst door de bedrijfsarts moet worden beoordeeld of eiser zijn oude functie weer kan hervatten. Eiser stelt dat dit onderzoek niet heeft plaatsgevonden. De brief van bedrijfsarts in opleiding C.M. Roth van 23 maart 2006 is daartoe volgens eiser onvoldoende redengevend. Bovendien kan eiser zich niet aan de indruk ontrekken dat binnen zijn oude functie van wapensysteemtechnicus wel degelijk voldoende variatie aanwezig is om de fysieke belastbaarheid te beperken. Eisers benadrukt dat hij geen klachten meer heeft. Gelet op het voorgaande is eiser van mening dat de herplaatsing met ingang van 1 juli 2006 in een functie met schaal 4 vanuit een functie met schaal 7 een zorgvuldige motivering ontbeert, zodat het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt.

2.10 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser nog steeds ongeschikt is voor zijn functie van wapensysteemtechnicus en dat het om die reden aanvaardbaar is dat hij is herplaatst in de functie van monteur bewapening/verbindingen. In de bij het FOA gevoegde verzekeringsgeneeskundige rapportage van 24 januari 2006 is aangegeven dat eiser al meer dan drie jaar zijn eigen functie niet meer uitoefent als gevolg van zijn lichamelijke beperkingen. Eisers gezondheidssituatie laat niet toe dat hij rugbelastende activiteiten uitoefent. Verweerder merkt op dat de werkzaamheden van de functie van wapensysteemtechnicus er uit bestaan dat eiser veel getordeerde houdingen moet aannemen en dat de functie bovenmatig rugbelastend is. Ten aanzien van de brief van de huisarts van 5 april 2006 stelt verweerder dat aan de verklaring van de huisarts geen doorslaggevende betekenis kan worden gehecht, aangezien de huisarts geen objectieve en arbeidskundige kennis heeft van de feitelijke werkzaamheden die de functie van wapensysteemtechnicus met zich brengt. Uit de brief van de orthopedisch chirurg van 28 maart 2007 kan verweerder evenmin de conclusie trekken dat eiser weer geschikt zou zijn voor zijn oude functie. Voorts is verweerder van mening dat uit deze brief geenszins blijkt dat er geen fysieke belemmeringen zijn waargenomen en dat er in de toekomst geen terugval verwacht wordt. Ten aanzien van eisers stelling dat hij in het kader van het FOA nooit is onderzocht, geeft verweerder aan dat een medisch onderzoek niet noodzakelijk is indien er voldoende medische gegevens voorhanden zijn. Verweerder is onder verwijzing naar het arbeidskundige rapport van 9 november 2006, waarin de functies monteur bewapening, monteur verbindingen en wapensysteemtechnicus uitvoerig staan omschreven, van mening dat eisers oude functie niet passend geacht kan worden, omdat de fysiek zware elementen structureel deel uitmaken van de functie. De functie van monteur bewapening/verbinding wordt echter wel geschikt bevonden, omdat deze past binnen de fysieke mogelijkheden van eiser waarbij tevens is betrokken dat hij kan blijven functioneren "als het even niet lukt". Tevens heeft de arbeidsdeskundige uitvoerig gemotiveerd dat deze functie als gangbaar kan worden aangemerkt. Ten slotte stelt verweerder dat een teruggang in salaris op grond van het bepaalde in artikel 8, vijfde lid, van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (IBBAD) toelaatbaar is.

Beoordeling van het geschil

2.11 Ingevolge artikel 58a, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (BARD) kan aan de ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte door het hoofd defensieonderdeel een andere functie worden opgedragen.

Ingevolge het derde lid van dit artikel is de ambtenaar gedurende het tweede jaar dat hij ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht een hem aangeboden betrekking te aanvaarden indien sprake is van gangbare arbeid. Deze verplichting geldt eveneens na afloop van het tweede jaar.

Ingevolge artikel 8, vierde lid, van het IBBAD (Besluit van 12 april 2005, Stb. 2005, 224) kan anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in het BARD zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen lagere salarisschaal van toepassing worden.

Ingevolge artikel 8, vijfde lid, aanhef en onder b, van het IBBAD is het vierde lid niet van toepassing indien de ambtenaar in verband met ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte wordt herplaatst in een andere functie.

2.12 De rechtbank merkt in de eerste plaats op dat verweerder ter zitting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit van 6 januari 2006, waarin verweerder aan eiser heeft meegedeeld dat hij met terugwerkende kracht met ingang van 1 december 2005 is geplaatst in de functie van wapensysteemtechnicus met salarisschaal 7, is genomen in het kader van de reorganisatie en de nieuwe benaming van de functie en dat dit besluit derhalve niet ziet op eisers herplaatsing ten gevolge van zijn arbeidsongeschiktheid.

2.13 Voorts stelt de rechtbank vast dat verweerder in het kader van de beantwoording van de vraag of eiser geschikt kan worden geacht voor de functie van monteur bewapening/verbindingen een arbeidskundig onderzoek heeft laten verrichten. Het is de rechtbank niet gebleken dat voornoemd onderzoek onzorgvuldig is geweest. De rechtbank overweegt daartoe dat uit de rapportage van arbeidsdeskundige G.J. van Assen van 9 november 2006 blijkt dat de arbeidsdeskundige, na een uitvoerig werkplekonderzoek, de belastbaarheid van zowel de functie van wapensysteemtechnicus als de functie van monteur bewapening en monteur verbindingen heeft beschreven. De rechtbank is van oordeel dat uit de functiebeschrijvingen, in tegenstelling tot hetgeen eiser heeft aangevoerd, kan worden geconcludeerd dat de functies wapensysteemtechnicus en monteur bewapening/verbindingen, voor wat betreft de fysieke belasting, niet gelijk te stellen zijn. In de functie van wapensysteemtechnicus maken de fysiek zware elementen structureel deel uit van de functie, terwijl er in de functie van monteur bewapening/verbindingen slechts in incidentele gevallen sprake is van een zware belasting. Gelet op eisers beperkingen voor rugbelasting, zoals weergeven in het FOA van 17 februari 2006, heeft de arbeidsdeskundige gemotiveerd aangegeven waarom de oude functie van wapensysteemtechnicus nog steeds ongeschikt is voor eiser en waarom de functie van monteur bewapening/verbindingen voor hem wel passend wordt geacht. De rechtbank acht deze motivering deugdelijk.

2.14 In tegenstelling tot voornoemd arbeidskundig onderzoek is de rechtbank, gelet op de gedingstukken en het verhandelde ter zitting, van oordeel dat de beoordeling van de medische situatie van eiser niet toereikend is. Daartoe overweegt de rechtbank het navolgende.

2.15 In het kader van de bezwaarprocedure heeft verweerder de arbodienst verzocht nader medisch onderzoek te verrichten. Volgens de brief van bedrijfsarts G.C. van Buuren van 25 augustus 2006 bestond het onderzoek uit vier onderdelen, te weten dossierstudie, een voorbespreking in een commissie van drie bedrijfsartsen, een spreekuurcontact en een evaluatiebespreking in voornoemde commissie. De uitkomst van dit onderzoek luidde echter dat het bezwaarschrift van eiser niet in behandeling kon worden genomen, daar het in de onderhavige situatie een uitspraak betrof van het Uwv met betrekking tot eisers arbeidsongeschiktheid voor de functie van wapensysteemtechnicus (op de datum van het voorgenomen ontslag en naar verwachting ook nog zes maanden na die datum) vanwege een blijvende discrepantie tussen de arbeidsbelasting in de functie en de gezondheidstoestand van eiser. Verweerder heeft ter zitting desgevraagd aan de rechtbank meegedeeld dat eiser door de bedrijfsarts niet is onderzocht, omdat alle medische informatie voorhanden was en er voor de bedrijfsarts geen reden bestond om aan te nemen dat de medische situatie van eiser, gezien het voorliggende FOA, gewijzigd was. De rechtbank kan voornoemd standpunt van verweerder niet volgen. Uit de door eiser overgelegde medische informatie van huisarts J.L du Boeuff van 5 april 2006 en de brief van orthopedisch chirurg H. Sonneveld van 28 maart 2007 blijkt dat eiser sinds twee jaar geen rugklachten meer heeft, wat volgens de rechtbank zou kunnen duiden op een toename van eisers belastbaarheid. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het op de weg van de bedrijfsarts had gelegen eiser zelf te onderzoeken, mede gezien het feit dat zowel de huisarts als de orthopedisch chirurg niet in de positie zijn om zich uit te laten over eisers geschiktheid voor de functie van wapensysteemtechnicus en de aan de aan hem opgedragen functie van monteur bewapening/verbinding. De rechtbank merkt in dit kader op dat het FOA dateert van 17 februari 2006 en derhalve is afgegeven vóór de datum van het primaire besluit van 16 juni 2006. Van een medische heroverweging in bezwaar is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake geweest, zodat verweerder ook niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiser niet in staat kan worden geacht zijn oude functie van wapensysteemtechnicus uit te oefenen.

2.16 Op grond van het voorgaande komt het bestreden besluit wegens strijd met het bepaalde in de artikelen 7:11 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor vernietiging in aanmerking. Verweerder dient een nieuw besluit op het bezwaar van eiser te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder zal daarbij tevens in dienen te gaan op eisers verzoek om vergoeding van de kosten in bezwaar ingevolge artikel 7:15 van de Awb.

2.17 Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank aanleiding om verweerder op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 644,- als kosten voor verleende rechtsbijstand. Daarbij wordt 1 punt toegekend voor het indienen van het beroepschrift en

1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt € 322,-.

De rechtbank beslist als volgt.

Beslissing

De rechtbank Utrecht,

recht doende,

3.1 verklaart het beroep gegrond,

3.2 vernietigt het bestreden besluit,

3.3 draagt verweerder op om binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak een nader besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen,

3.4 bepaalt dat het ter zake van het beroep betaalde griffierecht ad € 141,- aan eiser wordt vergoedt,

3.5 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 644,- ter zake van verleende rechtsbijstand, te betalen aan de griffier van deze rechtbank,

3.6 wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die voornoemde bedragen dient te vergoeden.

Aldus vastgesteld door mr. M.P. Gerrits-Janssens en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2007.

De griffier: De rechter:

mr. E.C.J. Mulder mr. M.P. Gerrits-Janssens

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat, binnen zes weken na de dag van bekendmaking hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Let wel

Ook als u in deze uitspraak (gedeeltelijk) in het gelijk bent gesteld, kan het van belang zijn hoger beroep in te stellen voor zover de rechtbank gronden uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft verworpen en u daar niet in wilt berusten.