Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BC0939

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-12-2007
Datum publicatie
28-12-2007
Zaaknummer
240089 KG ZA 07-1129
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Deze zaak betreft een vervolg op een eerdere veroordeling van gedaagde om zich te onthouden van contacten met functionarissen en studenten van de instelling. Gedaagde wordt opnieuw veroordeeld aangezien zij het eerste vonnis onvoldoende heeft nageleefd. Daarbij wordt een hogere dwangsom opgelegd en bestaat ook de mogelijkheid voor gijzeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 240089/ KG ZA 07-1129

Vonnis in kort geding van 28 december 2007

in de zaak van

1. de instelling [naam instelling]

2. [eiser sub 2],

wonende te …,

eisers,

procureur mr. E.J.A. Vilé,

tegen

[gedaagde],

wonende te …,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eisers].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] is door de voorzieningenrechter te Utrecht bij vonnis van 2 februari 2007 (zaaknr./rolnr. 223563/ KGZA 06-1238) onder meer veroordeeld om zich van diverse contacten met functionarissen en studenten van [de instelling], alsmede met [eiser sub 2] te onthouden op straffe van een dwangsom van EUR 100,-- per overtreding.

2.2. [gedaagde] heeft het vonnis meerdere malen overtreden. De tot oktober 2007 verbeurde dwangsommen ad EUR 1.400,-- zijn door haar betaald. Nadien heeft zij het vonnis wederom een aantal malen overtreden, laatstelijk op 14 november 2007.

3. Het geschil

3.1. [eisers] vorderen samengevat - [gedaagde] te verbieden om met functionarissen, voormalig functionarissen, studenten en oud-studenten van [de instelling] en met [eiser sub 2], contact op te nemen en haar te verbieden zich te bevinden of op te houden in een van de gebouwen dan wel op de terreinen van [de instelling]. Alles op straffe van een dwangsom van EUR 2000,-- per overtreding zulks tot een maximum van EUR 10.000,--, na welk bedrag lijfsdwang mag worden toegepast. Alles met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eisers] leggen aan hun vorderingen de stelling ten grondslag dat [gedaagde] door de wijze waarop zij contact zoekt alsmede door de inhoud van die contacten met functionarissen van [de instelling], onrechtmatig jegens hen handelt omdat zij daarmee inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van deze personen, waaronder in het bijzonder [eiser sub 2]. [eisers] stellen dat [gedaagde] ondanks het vonnis van 2 februari 2007 onverminderd doorgaat met het benaderen van [eiser sub 2] en inmiddels ook contact heeft gezocht met een oud-studente. [eisers] stellen dat [gedaagde] zich kennelijk onvoldoende van de veroordeling aantrekt en haar onrechtmatig handelen blijft voortzetten. Op grond daarvan vorderen zij een hogere dwangsom en lijfsdwang.

4.2. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij een dwangneurose heeft ontwikkeld waarvoor zij enige tijd in therapie is geweest. [gedaagde] heeft spijt betuigd van haar handelen en heeft toegezegd zich opnieuw onder behandeling te stellen en [eiser sub 2] of andere personen die met [de instelling] kunnen worden geassocieerd, niet meer te benaderen.

4.3. Tegenover het belang van [eisers] om van de activiteiten van [gedaagde] verstoken te blijven, heeft [gedaagde] geen enkel concreet belang gesteld om de gevraagde verboden op enig punt te beperken. [gedaagde] heeft immers op geen enkele wijze aangegeven om welke reden zij (voormalig) functionarissen of (voormalig) studenten van [de instelling] in het algemeen dan wel om meer specifieke redenen, zou moeten kunnen benaderen. De vorderingen van [de instelling] zullen, nu ook aannemelijk is dat een verbod strekkende tot een contactverbod met voormalig functionarissen en oud studenten eveneens noodzakelijk is, als na te melden worden toegewezen. Aangezien de laatste overtreding heeft plaatsgevonden in november 2007, zullen aan de in dit vonnis opgelegde verboden nieuwe termijnen worden verbonden.

4.4. Ook is in dit geding genoegzaam gebleken dat de bij vonnis van 2 februari 2007

opgelegde dwangsommen kennelijk onvoldoende druk op [gedaagde] uitoefenen om de in dat vonnis uitgesproken veroordelingen na te komen. Daarom zal [gedaagde] thans worden veroordeeld om een hogere dwangsom per overtreding te voldoen zulks tot een maximum bedrag van EUR 10.000,--. Indien echter dit maximum is bereikt, en daarmee duidelijk is geworden dat deze prikkel tot nakoming niet werkt, dan kan [gedaagde] worden gegijzeld voor een periode van 14 dagen bij iedere volgende overtreding.

4.5. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 84,31

- vast recht 251,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.151,31

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt [gedaagde] gedurende twee jaar na betekening van dit vonnis anders dan via haar advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact te zoeken met functionarissen, voormalig functionarissen, studenten en voormalig studenten van [de instelling],

5.2. verbiedt [gedaagde] gedurende twee jaar na betekening van dit vonnis in de ruimste zin van het woord contact te zoeken met [eiser sub 2], in het bijzonder door mondeling of schriftelijk waaronder telefonisch of per e-mail, contact te leggen;

5.3 verbiedt [gedaagde] gedurende een jaar na betekening van dit vonnis zich te bevinden of op te houden in een van de gebouwen van, dan wel op de terreinen van [de instelling],

5.4. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere keer dat zij in strijd handelt met het hiervoor bepaalde, aan [de instelling] dan wel aan [eiser sub 2], naargelang de aard van de overtreding, een dwangsom verbeurt van EUR 2.000,00, tot een maximum van EUR 10.000,00, en bepaalt dat indien dit maximum is bereikt [gedaagde] kan worden gegijzeld voor een periode van 14 dagen voor iedere overtreding van een van de bovenstaande verboden,

5.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op EUR 1.151,31

5.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Delft-Baas en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2007.?