Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BC0486

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
07-12-2007
Datum publicatie
19-12-2007
Zaaknummer
16-600351-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak 285 sr

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/600351-07

Datum uitspraak: 7 december 2007

Verkort vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak

gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats],

wonende te [woonadres], [woonplaats].

Raadsman: mr. Th.A.H. van Blokland.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 november 2007.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2007 tot en met 24 maart 2007

te Zeist, althans in het arrondissement Utrecht,

en/of te Hoogeveen, in elk geval in Nederland,

[aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans

met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

een foto/kaart, althans een afbeelding gemaakt

met (o.a.) de tekst "Ik ga de moeder van mijn kinderen vermoorden. Voor de

ogen van de samenleving. Een beter voorbeeld dan het voorbeeld dan ze nu

krijgen. Het kost me maar 20 jaar cel. Misschien kan ik daarna nog een leven

hebben ", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

[welke foto/kaart/afbeelding en/of tekst bekend is geraakt bij die [aangever]];

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2007 tot en met 24 maart 2007

te Zeist, althans in het arrondissement Utrecht,

en/of te Hoogeveen, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf

om opzettelijk [aangever] te bedreigen met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling,

een foto/ kaart, althans een afbeelding heeft gemaakt,

met (o.a.) de tekst: "Ik ga de moeder van mijn kinderen vermoorden. Voor de

ogen van de samenleving. Een betere voorbeeld dan het voorbeeld dan ze nu

krijgen. Het kost me maar twintig jaar cel. Misschien kan ik daarna nog een

leven hebben.", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2007 tot en met 24 maart 2007 te

Zeist, althans in het arrondissement Utrecht,

(een) wapen(s) van categorie I onder 7°,

te weten (een imitatie van) een zogeheten pistoolmitrailleur,

zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn vorm,

afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s)

en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en)

(immers toonde die imitatie een sprekende gelijkenis met een bestaand wapen te

weten een pistoolmitrailleur Ingramm MAC-11)

voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden,

voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven,

geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

Vrijspraak

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting blijkt dat verdachte bij de Hema te Zeist een kaartje heeft laten afdrukken met de tekst: “Ik ga de moeder van mijn kinderen vermoorden. Voor de ogen van de samenleving. Een beter voorbeeld dan het voorbeeld dat ze nu krijgen. Het kost me maar twintig jaar cel. Misschien kan ik daarna nog een leven hebben”. Door het bijzondere gedrag van de verdachte werd een medewerkster van de Hema alert en is de politie ingeschakeld. Toen verdachte een paar uur later opnieuw de tekst op een kaart liet afdrukken heeft de politie verdachte aangehouden.

Verdachte verklaarde bij de politie en ook ter terechtzitting dat hij het kaartje met de bewuste tekst wilde opsturen naar de rubriek “briefgeheimen”van NRC next. Hij wilde op deze manier een discussie starten over de situatie waarin vaders die geen contact meer mogen hebben met hun kinderen, zich bevinden. Verdachte heeft ontkend door middel van deze tekst zijn ex-vrouw, [aangever], te willen bedreigen.

De officier van justitie heeft betoogd dat verdachte door zijn handelen zoals hiervoor omschreven het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan. De bedreigende tekst heeft de ex-vrouw van verdachte, weliswaar door toedoen van de politie, bereikt. Ook het versturen van de tekst naar de rubriek van de krant is een rechtstreekse bedreiging aan het adres van de ex-vrouw van verdachte, aldus de officier van justitie.

De rechtbank is, met de raadsman, van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken voor onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde en overweegt hieromtrent als volgt.

Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt niet dat verdachte het opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin, zijn ex-partner, [aangever], te bedreigen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij van plan was de kaart te versturen naar de rubriek in de krant aannemelijk. Deze verklaring wordt ondersteund door het aantreffen in de fouillering van verdachte van een label met de adresgegevens van genoemde krantenrubriek. Alhoewel de tekst op het kaartje op zich een onheilspellend karakter heeft, blijkt de identiteit van de opsteller van het bericht niet en wordt ook niet duidelijk wie ‘de moeder van mijn kinderen’ is. Ook bij het afdrukken van de tekst heeft verdachte op alle manieren proberen te voorkomen dat zijn identiteit werd onthuld. Uit dit alles vloeit voort dat ook in het geval [aangever] de tekst onder ogen zou krijgen, zij niet zou hoeven te vermoeden dat de tekst aan haar adres gericht zou zijn. Dat de politie de tekst van de kaart uiteindelijk aan [aangever] heeft voorgelegd is naar het oordeel van de rechtbank gelet op de omstandigheden van het geval niet een gang van zaken waarmee de verdachte rekening hoefde te houden, zodat van opzet in voorwaardelijke vorm evenmin sprake kan zijn.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit als volgt heeft begaan:

2.

hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2007 tot en met 24 maart 2007 te

Zeist, althans in het arrondissement Utrecht,

(een) wapen(s) van categorie I onder 7° voorhanden heeft gehad,

te weten (een imitatie van) een zogeheten pistoolmitrailleur,

zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn vorm,

afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s)

en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en)

(immers toonde die imitatie een sprekende gelijkenis met een bestaand wapen te

weten een pistoolmitrailleur Ingramm MAC-11).

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen op grond van het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het aantreffen van het voorwerp , het proces-verbaal van de afdeling Bijzondere Wetten en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting .

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen onder 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De strafbaarheid van het feit

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid Wet wapens en munitie

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sanctie

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een op een pistoolmitrailleur gelijkend voorwerp voorhanden gehad. Het betreft een metalen replica, die er naar het oordeel van de rechtbank vervaarlijk uit ziet. Dit kan een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen meebrengen.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 26 maart 2007, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van een omtrent verdachte opgemaakt psychologisch rapport d.d. 12 juni 2007 van […], inhoudende als conclusie dat verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten lijdende was aan een ziekelijke stoornis, zodat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank acht deze conclusie echter niet van toepassing op het bewezenverklaarde feit, nu verdachte immers heeft verklaard dat hij het betreffende nepwapen al jarenlang in huis had.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten onder meer wordt veroordeeld tot -kort gezegd-:

- een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van het voorarrest, geheel voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden.

De rechtbank acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze ter terechtzitting, onder andere uit genoemd psychologisch rapport, naar voren zijn gekomen, geen aanleiding bijzondere voorwaarden in de vorm van reclasseringstoezicht op te leggen.

Nu verdachte wordt vrijgesproken voor hetgeen hem onder 1 is ten laste gelegd, kan naar het oordeel van de rechtbank met deze straf worden volstaan.

Onttrekking aan het verkeer:

De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de foto’s met tekst, zullen onttrokken worden verklaard aan het verkeer, aangezien deze aan verdachte toebehorende voorwerpen, bij gelegenheid van het onderzoek naar het misdrijf waarvan hij werd verdacht zijn aangetroffen en deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven, terwijl deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Teruggave in beslag genomen goederen:

Met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- geheugenkaart, merk Compact Flash, 128 mb;

- kassabon;

zal de rechtbank de teruggave gelasten aan verdachte, bij wie deze voorwerpen in beslag zijn genomen.

Met betrekking tot de in beslag genomen videoband, zal de rechtbank de teruggave gelasten aan de rechtmatige eigenaar, te weten Hema te Zeist

De toepasselijke wettelijke voorschriften

Behalve op het reeds vermelde wetsartikel zijn de op te leggen straf en maatregel voorts gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 36d van het Wetboek van Strafrecht en op artikel 55 van Wet wapens en munitie.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 1 (EEN) MAAND.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer: de foto’s.

Gelast de teruggave van de kassabon en het geheugenkaartje aan verdachte.

Gelast de teruggave van de videoband aan de rechthebbende, te weten Hema te Zeist.

Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door mrs P.J.M. Mol, W. Foppen en D.C.P.M. Straver, bijgestaan door D.G.W. van de Haar-Kleijer als griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 07 december 2007.