Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BC0285

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
05-12-2007
Datum publicatie
20-12-2007
Zaaknummer
229952/ HA ZA 07-840
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder. Onrechtmatige daad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 229952 / HA ZA 07-840

Vonnis van 5 december 2007

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. J.M. van Noort,

tegen

[gedaagde],

Bestuurder en bewaarder van boeken en bescheiden van de op 10 juli 2006 opgeheven besloten vennootschap [BV],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. H.S.K. Jap-A-Joe.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 juli 2007;

- het proces-verbaal van comparitie van partijen gehouden op 17 oktober 2007, waaruit blijkt dat [eiser] bij die gelegenheid haar eis heeft verminderd.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] was bestuurder van [BV] (hierna: [BV]), die discotheek [club] exploiteerde. [eiser] is op 1 december 2004 voor onbepaalde tijd in dienst getreden van [BV]. [eiser] verrichte haar werk bij [club].

2.2. Vanwege tegenvallende bedrijfsresultaten is [club] op 1 mei 2006 gesloten. Sindsdien heeft [eiser] geen werkzaamheden meer verricht en is aan haar geen loon meer betaald. Ook is haar vakantietoeslag over de periode van juni 2005 tot juni 2006 onbetaald gebleven.

2.3. [gedaagde] heeft bij brief van 8 mei 2006 aan [eiser] het volgende meegedeeld:

Zoals ik je reeds heb meegedeeld is het resultaat van [club] niet meer op een niveau dat voortzetting van het bedrijf nog verantwoord is. (…) Op dit moment ben je nog in loondienst van [club]. Uit de informatie verkregen bij het CWI is gebleken dat de curator alle lopende zaken, o.a. ontslag zal afhandelen. Dit betekent dat je niet door mij ontslagen zult worden tot de curator zich bij je meldt. Je niet betaalde salaris zal daarna door het UWV worden afgehandeld.

Binnenkort zal het faillissement van de besloten vennootschap worden aangevraagd bij de Rechtbank van Amsterdam.

2.4. Het faillissement van [BV] is niet aangevraagd en met ingang van 10 juli 2006 is [BV] ontbonden wegens een gebrek aan baten. Er heeft geen vereffening van het vermogen plaats gevonden.

2.5. [gedaagde] heeft namens [BV] op 23 juni 2006 aan het CWI een ontslagvergunning aangevraagd voor [eiser]. De aanvraag is buiten behandeling gesteld. [gedaagde] heeft, ondanks toezeggingen van zijn kant, namens [BV] geen verdere stappen ondernomen die konden leiden tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met [eiser].

2.6. [eiser] heeft het UWV om overname van de loondoorbetalingsverplichting verzocht op grond van artikel 61 van de Werkeloosheidswet wegens de betalingsonmacht van [BV]. Het UWV heeft [gedaagde] in dit kader verzocht bepaalde gegevens met betrekking tot de betalingsonmacht toe te sturen. Aan dit verzoek heeft [gedaagde] geen gehoor gegeven.

2.7. Bij vonnis in kort geding van de rechtbank Utrecht van 22 december 2006 heeft de voorzieningenrechter [BV] - kort gezegd - veroordeeld tot betaling van loon uit hoofde van de tussen haar en [eiser] bestaande arbeidsovereenkomst. Ten aanzien van de tegen [gedaagde] ingestelde vordering heeft de voorzieningenrechter zich onbevoegd verklaard.

3. Het geschil

3.1. [eiser] heeft na vermindering van eis kort gezegd - gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van:

- € 9.480,80 bruto aan loon vanaf 1 mei 2006 tot en met 30 november 2006;

- € 1.345,40 bruto aan loon over de periode 1 december 2006 tot en met 31 december 2006;

- € 4.740,40 bruto aan wettelijke verhoging;

- € 1.300,22 bruto aan vakantietoeslag over de periode juni 2005 tot juni 2006;

- € 90 aan kosten voor het indienen van het bezwaar tegen de afwijzing van de uitkering ingevolge de Werkeloosheidswet;

- de wettelijke rente;

- de proceskosten.

3.2. [eiser] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] als bestuurder persoonlijk onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld.

3.3. Volgens [gedaagde] is de vordering van [eiser] niet voor toewijzing vatbaar nu aan de voorwaarden voor het aannemen van persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder uit hoofde van onrechtmatige daad niet is voldaan en voorts geen causaal verband bestaat tussen de verweten handelswijze van [gedaagde] en de gevorderde schade.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank stelt voorop dat in beginsel alleen de rechtspersoon zelf kan worden aangesproken indien die rechtspersoon - in dit geval [BV] - haar verplichtingen niet nakomt. Een bestuurder kan echter persoonlijk aansprakelijk zijn voor schade die een derde heeft geleden indien hem er een ernstig persoonlijk verwijt van kan worden gemaakt dat de vennootschap waar hij bestuurder van is haar verplichtingen jegens die derde niet nakomt.

4.2. In de eerste plaats kan van persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder sprake zijn indien deze bij het aangaan van een overeenkomst namens de vennootschap wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet (tijdig) zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden voor de schade die de wederpartij tengevolge van de wanprestatie zou lijden. Het gaat er volgens de rechtbank derhalve om of de bestuurder onterecht de schijn van kredietwaardigheid van de vennootschap heeft gewekt en de wederpartij op basis van die schijn heeft gehandeld en hierdoor in een ongunstiger positie is komen te verkeren. In deze zaak is niet gesteld of gebleken dat [gedaagde] ten tijde van het aangaan van de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en [BV] wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat [BV] haar verplichting tot loonbetaling niet zou kunnen nakomen en hiervoor geen verhaal zou bieden. Bij het ontbreken van een dergelijk verwijt kan op deze grond geen persoonlijke aansprakelijkheid van [gedaagde] worden aangenomen.

4.3. In de tweede plaats kan van persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder sprake zijn indien deze heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar verplichtingen uit hoofde van een eerder door haar aangegane overeenkomst niet is nagekomen en de wederpartij daardoor schade heeft geleden. [eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat een dergelijke situatie zich in deze zaak voordoet. Zij heeft daartoe aangevoerd dat [gedaagde] heeft nagelaten om passende maatregelen te nemen toen hij wist of behoorde te weten dat [BV] de salarissen niet meer kon voldoen. [gedaagde] had er volgens [eiser] voor moeten zorgen dat de arbeidsovereenkomst werd beëindigd, door bijvoorbeeld een ontslagvergunning of het faillissement van de vennootschap aan te vragen, zodat [eiser] een uitkering had kunnen krijgen. Waar hij dat heeft nagelaten had hij in ieder geval de onder 2.5 bedoelde relevante gegevens betreffende de betalingsonmacht van [BV] aan het UWV moeten overhandigen. Als gevolg van de nalatigheid van [gedaagde] heeft [eiser] - zo stelt zij - geen loon ontvangen over de periode tot 31 december 2006 en ook geen uitkering ontvangen.

4.4. [gedaagde] heeft in dit kader aangevoerd dat hij er van uit ging dat de arbeidsovereenkomst bij ontbinding van de vennootschap vanzelf zou eindigen. [gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat hij de door het UWV gevraagde gegevens betreffende de betalingsonmacht alleen met behulp van een accountant kon opstellen en dat hij daar om financiële redenen niet toe in staat was. Bovendien lag het volgens [gedaagde] op de weg van [eiser] om zonodig het faillissement van [BV] aan te vragen en om de betalingsonmacht van [BV] aannemelijk te maken.

4.5. De rechtbank merkt op dat gedragingen van [gedaagde] als bestuurder alleen persoonlijke aansprakelijk van [gedaagde] kunnen opleveren, indien deze gedragingen tot gevolg hebben gehad dat [BV] haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst met [eiser] niet is nagekomen. Daarvan is volgens de rechtbank in dit geval geen sprake. Het niet beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het niet overhandigen van de relevante gegevens aan het UWV hebben niet tot gevolg gehad dat [BV] haar verplichting tot loonbetaling niet is nagekomen. Het feit dat [eiser] door gedragingen van [gedaagde] wellicht in een nadelige positie is geraakt, te weten een positie waarin zij geen inkomen ontving wegens betalingsonmacht van [BV] en voorts geen uitkering ontving wegens instandhouding van een arbeidsovereenkomst, rechtvaardigt niet de conclusie dat [gedaagde] in zijn hoedanigheid van bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat [BV] haar verplichting tot loonbetaling jegens [eiser] niet is nakomen. Voor zover [eiser] heeft willen betogen dat [gedaagde], afgezien van zijn hoedanigheid als bestuurder, persoonlijk onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, heeft zij deze stelling onvoldoende onderbouwd. Dit betekent dat hetgeen [eiser] aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd niet tot toewijzing kan leiden, zodat de vordering zal worden afgewezen.

4.6. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- vast recht € 350,00

- salaris procureur € 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.254,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.254,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2007.

w.g. griffier w.g. rechter