Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BB9519

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
18-10-2007
Datum publicatie
06-02-2008
Zaaknummer
SBR 07-568
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Reïntegratievisie is een besluit. In het onderhavige geval voldoet de reïntegratievisie niet aan de daaraan gestelde eisen omdat de visie geen concrete rechten en verplichtingen bevat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 07/568

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2007

inzake

[eiseres],

wonende te Utrecht,

eiseres,

tegen

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen,

verweerder.

Inleiding

1.1 Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 23 januari 2007 (het bestreden besluit), waarbij verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 10 juli 2006 ongegrond heeft verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder een reïntegratievisie ten behoeve van eiseres vastgesteld.

1.2 Het geding is behandeld ter zitting van 28 augustus 2007, waar eiseres in persoon is verschenen, bijgestaan door haar - daartoe ambtshalve opgeroepen - gemachtigde mr. H. Cornelis, advocaat te Utrecht. Namens verweerder is - daartoe eveneens ambtshalve opgeroepen - verschenen J. Kouveld, werkzaam bij het Uwv.

Overwegingen

Feiten

2.1 Eiseres, geboren op 1 januari 1964, is ten gevolge van psychische en fysieke klachten tijdens haar zwangerschap op 2 oktober 1998 uitgevallen voor haar werkzaamheden als schoonmaakster.

2.2 Met ingang van 1 oktober 1999 heeft verweerder aan eiseres een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

2.3 Op 9 mei 2006 is eiseres in het kader van een herbeoordeling gezien door de verzekeringsarts M. Hamidzai. De verzekeringsarts heeft de bij eiseres geconstateerde mogelijkheden en beperkingen van eiseres neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).

2.4 Met inachtneming van de FML heeft de arbeidsdeskundige J. Deckers, blijkens zijn rapportage van 27 juni 2006, eiseres geschikt geacht voor een aantal door hem geduide functies. Bij besluit van 10 juli 2006 heeft verweerder de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres op grond daarvan per 7 september 2006 vastgesteld op minder dan 15% en haar WAO-uitkering per die datum ingetrokken. Naar aanleiding van het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar heeft verweerder deze datum bij besluit van 23 januari 2007 op arbeidskundige gronden gewijzigd in 1 februari 2007. Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

2.5 De arbeidsdeskundige geeft in genoemde rapportage tevens aan dat eiseres, nadat zij door hem op de hoogte was gebracht van de eventuele gevolgen van zijn conclusies, heeft ingestemd met aanmelding bij het reïntegratiebedrijf Agens ten behoeve van een bemiddelingstraject naar werk.

2.6 Op 27 juni 2006 heeft de arbeidsdeskundige vervolgens een reïntegratievisie opgesteld, die op 10 juli 2006 met een begeleidende brief door verweerder aan eiseres is toegestuurd.

In de begeleidende brief schrijft verweerder onder meer het volgende:

"Kort geleden heeft u een gesprek gehad met onze arbeidsdeskundige de heer J. Deckers over uw mogelijkheden om te werken en uw kans op het vinden van werk te vergroten.

De belangrijkste onderwerpen uit dat gesprek vindt u terug in bijgaande reïntegratievisie. U kunt hierin nalezen wat wij vanaf dit moment van u verwachten én wat u van UWV mag verwachten. (...)

Omgekeerd gaan wij ervan uit dat u er alles aan doet om er een succes van te maken. Wij verwachten van u dat u de afspraken bij het onderdeel "Wat verwacht UWV van cliënt?" nakomt. Als u onvoldoende meewerkt, heeft dat gevolgen voor uw uitkering."

Verweerder wijst in de brief vervolgens op de mogelijkheid om tegen de beslissing bezwaar te maken.

2.7 Voor zover hier relevant, heeft de arbeidsdeskundige in de reïntegratievisie het volgende geschreven:

"In het traject zal dan ook aandacht moeten worden besteed aan het onderscheid tussen het medische en psycho-sociale vlak. Motivatie-interventie zal zeker aan de orde zijn. (...)

Ik ben dan ook van mening dat er met gerichte aandacht voor motivatie-interventie op termijn weer mogelijkheden voor verzekerde ontstaan. Daarna zal zij ondersteund dienen te worden bij het vinden van werk en zal begeleiding tijdens het werk, zeker in het begin, aan de orde zijn.

Productiefuncties met een relatief lage belasting moeten op termijn zeker haalbaar zijn."

2.8 Nadat de arbeidsdeskundige de relevante gegevens heeft doorgestuurd naar het reïntegratiebedrijf Agens, is eiseres opgeroepen voor een intakegesprek op 27 juli 2006. In het door Agens opgestelde verslag van dit gesprek wordt geconcludeerd dat het voor eiseres niet mogelijk is aan de eisen en inzet te voldoen die een traject van Agens haar op zal leggen. Agens heeft het dossier vervolgens teruggestuurd naar het Uwv.

2.9 De bezwaararbeidsdeskundige B. Gulmans geeft in zijn rapportage van 29 november 2006 aan dat de reïntegratievisie van de primaire arbeidsdeskundige juist is, nu bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid gebleken is dat eiseres in staat is tot het uitoefenen van de geduide functies.

2.10 Op 30 november 2006 heeft verweerder aan eiseres zijn voornemen tot de beslissing op bezwaar in verband met haar WAO-uitkering kenbaar gemaakt. Bij haar hiertegen gerichte bezwaar heeft eiseres tevens bezwaren geuit tegen het hiervoor beschreven standpunt van de bezwaararbeidsdeskundige. Naar aanleiding daarvan schrijft deze in zijn rapport van 19 januari 2007 dat de bezwaren van eiseres uitsluitend haar belastbaarheid betreffen en dat de arbeidsdeskundige bij het opstellen van een reïntegratievisie uit dient te gaan van de belastbaarheid zoals vastgesteld door de (bezwaar)verzekeringsarts. Met de effecten van de reïntegratie op een eventuele behandeling hoeft de (bezwaar)arbeidsdeskundige zijns inziens geen rekening te houden.

2.11 Het bezwaar van eiseres is op grond hiervan bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Standpunten van partijen

2.12 Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat de ongegrondverklaring door verweerder onder verwijzing naar onder meer artikel 10 en artikel 14 van de Wet op de (Re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) niet mogelijk is, aangezien die wet reeds op 13 december 2005 is ingetrokken en dus niet ten grondslag kan liggen aan een besluit dat na die datum is genomen. Artikel 30a van de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) biedt volgens eiseres evenmin een grondslag voor toetsing van de reïntegratievisie. Voorts voert eiseres aan dat het in de reïntegratievisie weergegeven standpunt van de arbeidsdeskundige niet consistent is met het door hem gegeven advies, omdat hij stelt dat motivatie-interventie dient plaats te vinden voordat eiseres weer kan werken. Zij is dus thans niet in staat tot werken. Ook het reïntegratiebedrijf geeft volgens eiseres aan dat een reïntegratietraject (nu) niet haalbaar is. Omdat het Uwv dit bedrijf heeft ingeschakeld, dient dit standpunt volgens eiseres door verweerder te worden overgenomen.

2.13 Verweerder heeft, naar aanleiding van het beroep van eiseres, gesteld dat het besluit is genomen op de grondslag van artikel 30a van de Wet SUWI. Voorts stelt verweerder dat hij een eigen verantwoordelijkheid heeft bij het vaststellen van een reïntegratievisie, en niet gebonden is aan het standpunt van het ingeschakelde reïntegratiebedrijf. Onder verwijzing naar de reacties van de bezwaararbeidsdeskundige van 16 april 2007 en de bezwaarverzekeringsarts van 12 april 2007 stelt verweerder zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is. De bezwaararbeidsdeskundige schrijft dat de aanbevolen motivatie-interventie niet gezien dient te worden als een voorwaarde voor hervatting in werk, maar als een hulpmiddel om eiseres te laten zien dat zij tot arbeid in staat is. Uit de beoordeling in het kader van haar WAO-uitkering blijkt volgens verweerder dat eiseres per direct belastbaar is voor gangbare arbeid, zodat de conclusie van het reïntegratiebedrijf geen grond kan zijn om de reïntegratie uit te stellen.

De bezwaarverzekeringsarts heeft in genoemd rapport aangegeven dat de bezwaren tegen de reïntegratievisie vooral zien op het besluit in verband met intrekking van de WAO-uitkering, zodat daarop in dit verband niet behoeft te worden ingegaan en voor het overige liggen op het terrein van de arbeidsdeskundige.

Beoordeling van het geschil

2.14 Ingevolge artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van de Wet SUWI heeft het Uwv tot taak uitvoering te geven aan onder meer de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.

Ingevolge onderdeel b van artikel 30, eerste lid, heeft het Uwv tevens tot taak te bevorderen dat personen die recht hebben op een uitkering op grond van de in onderdeel a genoemde wetten, worden ingeschakeld in het arbeidsproces.

Artikel 30a, eerste lid, van de Wet SUWI bepaalt dat, indien de hiervoor vermelde taak wordt uitgevoerd, het Uwv, nadat het recht op een uitkering op grond van wetten als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, is vastgesteld, in samenspraak met de uitkeringsgerechtigde een reïntegratievisie vaststelt waarin verplichtingen en rechten van de uitkeringsgerechtigde zijn vermeld.

Artikel 28, aanhef en onder i, in samenhang met artikel 25, van de WAO bepaalt dat het Uwv de uitkering (tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk) weigert indien een belanghebbende niet meewerkt aan het opstellen van de reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a van de Wet SUWI.

Artikel 28, aanhef en onder j, in samenhang met artikel 25, van de WAO bepaalt dat het Uwv de uitkering (tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk) weigert indien de belanghebbende de verplichtingen die zijn opgenomen in de reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a van de Wet SUWI niet of niet behoorlijk is nagekomen.

Ingevolge artikel 27, derde lid, in samenhang met artikel 26, eerste lid, onder l, van de Werkloosheidswet (WW) wordt ook een WW-uitkering (tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk) geweigerd indien een belanghebbende niet voldoet aan de verplichtingen die zijn opgenomen in de reïntegratievisie.

2.15 De rechtbank overweegt dat, gelet op artikel 30a van de Wet SUWI, in een reïntegratievisie voor de betrokkene rechten en verplichtingen worden vastgelegd en dat het niet nakomen van de opgelegde verplichtingen ingevolge (onder meer) artikel 28 van de WAO en artikel 27 van de WW gevolgen kan hebben voor diens recht op uitkering. Hieruit volgt dat een reïntegratievisie van invloed is op de rechtspositie van de betrokkene. De reïntegratievisie dient, mede uit het oogpunt van rechtsbescherming, daarom naar het oordeel van de rechtbank te worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

2.16 De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven en overweegt daartoe het volgende. De onderhavige door verweerder opgestelde reïntegratievisie bevat geen concrete rechten en verplichtingen, doch slechts vage aanzetten daartoe. De verwijzing in de begeleidende brief van 10 juli naar het onderdeel "Wat verwacht UWV van cliënt?", ziet volgens verweerder op het, hier niet gebruikte, nieuwe formulier reïntegratievisie. Uit de visie is niet op te maken welke verwachtingen verweerder heeft van eiseres in dit verband. Evenmin is duidelijk of eiseres recht heeft op begeleiding en zo ja, in welke vorm. Uit het primaire besluit blijkt derhalve niet welke rechtsgevolgen de reïntegratievisie voor eiseres heeft, hetgeen ter zitting door verweerder is erkend.

2.17 Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat het primaire besluit niet voldoet aan de daaraan in artikel 30a van de Wet SUWI gestelde eisen. In het bestreden besluit is dit gebrek niet hersteld, zodat dit besluit naar het oordeel van de rechtbank wegens strijd met de wet voor vernietiging in aanmerking komt. Verweerder dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. De overige door eiseres aangevoerde beroepsgronden behoeven daarom thans geen nadere bespreking.

2.18 De rechtbank acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres in beroep. Deze kosten zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 644,- voor verleende rechtshulp (1 punt voor het beroep, 1 punt voor de zitting, waarde per punt € 322,-).

2.19 Eiseres heeft de rechtbank tevens verzocht verweerder te veroordelen in de door haar in de bezwaarfase gemaakte proceskosten. Verweerder dient bij het nemen van een nieuw besluit op het bezwaarschrift van eiseres, met inachtneming van hetgeen de rechtbank in deze uitspraak heeft overwogen, op dit gedeelte van het verzoek van eiseres te beslissen.

De rechtbank beslist als volgt.

Beslissing

De rechtbank Utrecht,

3.1 verklaart het beroep gegrond,

3.2 vernietigt het bestreden besluit,

3.3 draagt verweerder op om binnen zes weken na het onherroepelijk worden van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiseres te nemen,

3.4 bepaalt dat het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht ad € 38,- aan haar vergoedt,

3.5 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres in dit geding ad € 644,- te betalen door het Uwv aan de griffier van de rechtbank.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.J. Overdijk en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2007.

De griffier: De rechter:

mr. A.E. Kneepkens mr. D.A.J. Overdijk

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat, binnen zes weken na de dag van bekendmaking hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Let wel:

Ook als u in deze uitspraak (gedeeltelijk) in het gelijk bent gesteld, kan het van belang zijn hoger beroep in te stellen voor zover de rechtbank gronden uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft verworpen en u daar niet in wilt berusten.