Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BB8261

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
31-10-2007
Datum publicatie
27-11-2007
Zaaknummer
223401/ FA RK 06-7061
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wijziging geslachtsnaam na huwelijk in buitenland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2008/20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rekestnummer: 223401 / FA RK 06-7061

verbetering akte burgerlijke stand

Beschikking van 31 oktober 2007

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

de vrouw,

procureur mr. drs. A. Boumanjal,

met als belanghebbende

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,

gemeente Utrecht.

1. Verloop van de procedure

Op 2 mei 2007 heeft de rechtbank een eerdere beschikking gegeven tussen partijen. Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar die beschikking.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de nadien ingekomen stukken, waaronder een schriftelijke reactie van de ambtenaar van de burgerlijke stand d.d. 4 mei 2007 en een brief van mr. H.K. Jap-A-Joe, kantoorgenoot van mr. Boemanjal.

De behandeling van de zaak is voortgezet op de meervoudige zitting met gesloten deuren van 18 september 2007.

2. Vaststaande feiten

Hiervoor verwijst de rechtbank naar de op 2 mei 2007 gegeven beschikking.

3. Beoordeling van het verzochte

De onderhavige zaak heeft betrekking op een Nederlandse vrouw die op 6 februari 2002 in Turkije met een Turkse man in het huwelijk is getreden. Overeenkomstig het Turkse namenrecht is haar geslachtsnaam door voornoemd huwelijk gewijzigd van [naam 1] in [naam 2]. Bij terugkomst in Nederland heeft de vrouw haar huwelijksakte ter inschrijving in het GBA bij de gemeente Utrecht aangeboden, waarna zij in het GBA met de geslachtsnaam [naam 2] is opgenomen. Bij latere vermelding betreffende verandering geslachtsnaam geborene als gevolg van huwelijk heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht op de geboorteakte van de vrouw haar geslachtsnaam eveneens gewijzigd in [naam 2]. De vrouw heeft op grond van artikel 1:24 BW een verzoek ingediend tot verbetering van haar geboorteakte. Zij heeft verzocht de doorhaling te gelasten van de latere vermelding houdende naamswijziging bij haar geslachtsnaam in haar geboorteakte. Volgens de vrouw is er naar Nederlands recht sprake van discriminatie. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht heeft zich op het standpunt gesteld dat verbetering van de geboorteakte van de vrouw niet mogelijk is. De wijziging van een geslachtsnaam als gevolg van een buiten Nederland tot stand gekomen wijziging in de persoonlijke staat moet op grond van artikel 5a Wet conflictenrecht namen (WCN) worden erkend en kan niet wegens strijd met de openbare orde achterwege blijven, aldus de ambtenaar van de burgerlijke stand.

De rechtbank overweegt als volgt.

Artikel 5a WCN bepaalt dat indien de geslachtsnaam van een persoon als gevolg van een buiten Nederland tot stand gekomen wijziging in de persoonlijke staat is gewijzigd, deze wijziging in Nederland moet worden erkend. Op grond van deze bepaling heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand de geslachtsnaam van de vrouw in haar geboorteakte gewijzigd. Ingevolge het Turkse recht verkrijgt de vrouw door het huwelijk van rechtswege de geslachtsnaam van de man. De Turkse wet biedt niet de mogelijkheid om als vrouw de eigen naam te behouden. In de zaak √únal Tekeli tegen de Turkse overheid van 16 november 2004 heeft het Europees Hof van de Rechten voor de Mens geoordeeld dat het ontbreken van de keuze van de vrouw om haar eigen geslachtsnaam bij huwelijk te behouden een schending is van artikel 14 juncto artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens. Hoewel deze uitspraak alleen partijen bindt en geen rechtstreekse werking heeft, vormt deze wel een belangrijke bron bij de uitleg van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

In de onderhavige zaak heeft de vrouw op geen enkel moment de keuze gehad om haar eigen geslachtsnaam te behouden. In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot het oordeel dat de wijziging van de geslachtsnaam van de vrouw in haar geboorteakte een ongerechtvaardigd onderscheid is in de behandeling tussen man en vrouw en daardoor in strijd met de Nederlandse openbare orde moet worden geacht. Het feit dat de vrouw op 6 oktober 2005 op de verklaring betreffende naamswijziging van de gemeente Utrecht heeft verklaard dat zij instemt met de wijziging van haar geslachtsnaam doet hier niet aan af, aangezien de ambtenaar van de burgerlijke stand op de zitting uitdrukkelijk heeft verklaard dat dit formulier enkel en alleen betrekking heeft op wijze waarop iemand in de gemeentelijke basisadministratie staat geregistreerd en niet ziet op de vermelding in het geboorteregister. De toepassing van artikel 5a WCN dient naar het oordeel van de rechtbank in dit geval dan ook buiten beschouwing te worden gelaten, nu dat leidt tot een resultaat dat in strijd is met de Nederlandse openbare orde. Aan de vraag of in Turkije al dan niet de juiste regels van het Turkse internationale privaatrecht zijn toegepast komt de rechtbank dan ook niet meer toe. De rechtbank zal de ambtenaar van de burgerlijke stand verbetering gelasten van de latere vermelding betreffende verandering geslachtsnaam geborene als gevolg van huwelijk en wel in die zin dat de wijziging van de geslachtsnaam van de geborene wordt doorgehaald, zodat de geslachtsnaam van de vrouw [naam 1] zal zijn.

4. Beslissing

De rechtbank gelast de doorhaling van de wijziging van de geslachtsnaam geborene welke bij latere vermelding betreffende verandering geslachtsnaam geborene als gevolg van huwelijk op 17 november 2005 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht is opgemaakt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Z.J. Oosting, voorzitter, en mrs. E.A.A. van Kalveen en E. Bongers, leden van de meervoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. drs.

S. Verhoeven, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2007.