Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BB4898

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
05-10-2007
Datum publicatie
05-10-2007
Zaaknummer
233334
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Betreft vervolg op LJN BB4896. De vordering wordt bij verstek toegewezen. Gedaagden dienen met onmiddellijke ingang deelname aan kansspelen en sportprijsvragen via internet of anderszins, die door hen zonder vergunning in Nederland worden aangeboden, voor ingezetenen in Nederland onmogelijk te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 233334 / KG ZA 07-639

Vonnis in kort geding van 5 oktober 2007

in de zaak van

de stichting

DE NATIONALE SPORTTOTALISATOR,

gevestigd te Rijswijk,

eiseres,

hierna te noemen: “De Lotto”

procureur mr. P.J. Soede,

advocaat mr. A.P. Groen te Amsterdam,

tegen

1. de vennootschap naar buitenlands recht

UNIBET INTERNATIONAL LTD,

gevestigd te Sliema, Malta,

hierna te noemen: : “Unibet International”,

2. de vennootschap naar buitenlands recht

UNIBET GROUP PLC,

gevestigd te Valletta, Malta en mede kantoorhoudende te Sliema, Malta,

hierna te noemen: “Unibet Group”,

3. de vennootschap naar buitenlands recht

UNIBET ANTIGUA LTD,

gevestigd te St John’s, Antigua,

hierna te noemen: “Unibet Antigua,

gedaagden,

hierna gezamenlijk aan te duiden als: “Unibet International c.s.”,

allen niet verschenen.

Dit vonnis bouwt voort op het tussenvonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 17 augustus 2007 (hierna te noemen: “ het tussenvonnis”). De voorzieningenrechter neemt over een blijft bij wat in het tussenvonnis werd overwogen en beslist.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de door De Lotto in het geding gebrachte herstelexploten,

- de door De Lotto in het geding gebrachte zogenaamde “rode kaarten”,

- de door De Lotto in het geding gebrachte map waarop is vermeld “correspondentie tussen

De Lotto en Unibet (2)”,

- de mondelinge behandeling die op 27 september 2007 heeft plaats gevonden.

1.2. Unibet International c.s. is niet verschenen op de mondelinge behandeling van

27 september 2007.

1.3. De Lotto heeft de voorzieningenrechter verzocht om verstek tegen Unibet c.s. te verlenen en haar vordering bij vonnis toe te wijzen.

1.4. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Op grond van het tussenvonnis diende De Lotto Unibet International c.s. bij exploot op te roepen voor de mondelinge behandeling van 27 september 2007, dit met inachtneming van een termijn van ten minste vier weken.

2.2. Aan de orde is de vraag of tegen Unibet International c.s. verstek kan worden verleend. Hierover wordt het volgende overwogen.

2.3. Uit de door De Lotto in het geding gebrachte stukken volgt dat De Lotto de oproepingsexploten vergezeld van een afschrift van de dagvaarding, de Engelstalige versie daarvan en van de producties op 23 augustus 2007 aan Unibet International, Unibet Group en Unibet Antigua heeft betekend en dat daarbij,

- de termijn van tenminste vier weken in acht is genomen,

- de op grond van artikel 56 Rv voor Unibet International en Unibet Group geldende

betekeningsvoorschriften in acht zijn genomen,

- de op grond van artikel 55 Rv voor Unibet Antigua geldende betekeningsvoorschriften in

acht zijn genomen.

2.4. Dit betekent echter nog niet zonder meer dat aan Unibet International, Unibet Group en Unibet Antigua verstek kan worden verleend.

Zowel artikel 19 lid 1 van de EG-betekeningsverordening 2000 als artikel 15

lid 1 van het Haags Betekeningsverdrag 1965 verplicht de rechter de beslissing op het verstek tegen een in het buitenland wonende gedaagde aan te houden totdat is gebleken dat hetzij het stuk is betekend met inachtneming van de in de desbetreffende staat dienaangaande geldende voorschriften, hetzij het stuk aan de gedaagde in persoon of aan zijn woonplaats is afgegeven op een andere in de verordening/ het verdrag geregelde wijze, en is gebleken dat de betekening of de kennisgeving, respectievelijk de afgifte, zo tijdig is geschied dat de gedaagde gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.

2.5. De Lotto heeft geen afschrift van de in artikel 10 van de EG-betekenings-verordening 2000 en van de in artikel 6 van het Haags Betekeningsverdrag 1965 bedoelde verklaring van de centrale autoriteit van respectievelijk Malta en Antigua in het geding gebracht waaruit blijkt dat de door de gerechtsdeurwaarder op 23 augustus 2007 betekende oproepingsexploten volgens de in respectievelijk Malta en Antigua geldende voorschriften is betekend.

Niet is gebleken dat de oproepingsexploten aan Unibet International, Unibet Group en Unibet Antigua in persoon zijn afgegeven op een andere in de EG-betekeningsverordening 2000 en in het Haags Betekeningsverdrag 1965 aangegeven manier.

2.6. Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat niet is voldaan aan de nadere eisen die artikel 19 lid 1 van de EG-betekeningsverordening 2000 en artikel 15 lid 1 van het Haags Betekeningsverdrag 1965 stellen. Dit betekent dat geen verstek kan worden verleend. Het door de Lotto gevorderde verstek zal dan ook worden afgewezen.

2.7. Het feit dat geen verstek kan worden verleend, betekent echter nog niet zonder meer dat er geen beslissing zou kunnen worden gegeven.

Zowel in artikel 19 lid 3 van de EG-betekeningsverordening 2000 als in artikel 15 lid 3 Haags Betekeningsverdrag 1965 is bepaald dat het bepaalde in respectievelijk artikel

19 lid 1 van de EG-betekeningsverordening 2000 en artikel 15 lid 1 van het

Haags Betekeningsverdrag 1965 niet belet dat de rechter in spoedeisende gevallen voorlopige of bewarende maatregelen kan nemen.

2.8. Geoordeeld wordt dat De Lotto in dit geval een spoedeisend belang bij de door haar gevorderde voorlopige voorziening heeft en dat dit belang zo urgent is dat het belang van Unibet International, Unibet Group en Unibet Antigua om zich behoorlijk te kunnen verdedigen daarvoor dient te wijken.

In dit geval wordt dit spoedeisend belang aanwezig geacht omdat De Lotto heeft gesteld dat Unibet International c.s. haar dienstverlening steeds meer uitbreidt en ook het wedden op Nederlandse voetbalwedstrijden in de Eredivisie en zelfs Nederlandse amateur-wedstrijden mogelijk maakt.

2.9. Het door De Lotto in haar dagvaarding gestelde kan de primaire vordering van

De Lotto dragen en komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor.

De primaire vordering zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat de door

De Lotto gevorderde dwangsom op de in de beslissing te vermelden wijze zal worden beperkt.

2.10. Unibet International, Unibet Group en Unibet Antigua zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Lotto worden begroot op:

- dagvaarding EUR 283,40 (4 x EUR 70,85)

- vast recht 251,00

- overige kosten 59,50 (EUR 10,35 + 8,50 + 23,65 + 8,50 + 8,50)

- salaris procureur 527,00

Totaal EUR 1.120,90

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1. gebiedt Unibet International, Unibet Group en Unibet Antigua om met onmiddellijke ingang deelname aan kansspelen en sportprijsvragen via internet of anderszins, die op enigerlei wijze door Unibet International, Unibet Group of Unibet Antigua, rechtstreeks of door middel van een op enigerlei wijze met Unibet International, Unibet Group of Unibet Antigua verbonden (rechts)persoon, zonder vergunning in Nederland worden aangeboden, voor ingezetenen in Nederland onmogelijk te maken,

3.2. bepaalt dat Unibet International, Unibet Group en Unibet Antigua voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij, dan wel een op enigerlei wijze met Unibet International, Unibet Group of Unibet Antigua verbonden (rechts)persoon, in strijd handelen met het onder 5.1 bepaalde, aan De Lotto een dwangsom verbeurt van EUR 100.000,00, tot een maximum van EUR 3.000.000,00,

3.3. veroordeelt Unibet International, Unibet Group en Unibet Antigua hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van De Lotto tot op heden begroot op EUR 1.120,90,

3.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schepen en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2007.?