Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BB4650

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
05-09-2007
Datum publicatie
02-10-2007
Zaaknummer
528038 AC 07-3324 AW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opzeggingsperikelen overeenkomst. Van belang is wat tussen Mama Ol en de Bedrijvendatabank is overeengekomen met betrekking tot de duur van het abonnement en de wijze waarop dit abonnement eindigt. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Amersfoort

zaaknummer: 528038 AC 07-3324 AW

vonnis d.d. 5 september 2007

inzake

de besloten vennootschap DE BEDRIJVENDATABANK B.V., gevestigd te Amsterdam,

verder ook te noemen De Bedrijvendatabank,

eisende partij,

gemachtigde: J.G. van Heertum,

tegen:

de besloten vennootschap MAMA OL B.V., gevestigd te Soest,

verder ook te noemen Mama Ol,

gedaagde partij,

gemachtigde: M. Millenaar.

Verloop van de procedure

De Bedrijvendatabank heeft een vordering ingesteld.

Mama Ol heeft geantwoord op de vordering.

De Bedrijvendatabank heeft voor repliek en Mama Ol heeft voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

Het geschil en de beoordeling daarvan

1. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist alsmede op grond van de overgelegde stukken – voor zover niet betwist – staan tussen partijen de volgende feiten vast.

1.1 In november 2003 is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan De Bedrijvendatabank aan Mama Ol tegen betaling toegang verleent tot haar databank op internet met profielen van bedrijven die te koop aangeboden worden en van bedrijven die te koop gevraagd worden. Mama Ol heeft de Bedrijvendatabank bij die gelegenheid schriftelijk machtiging verleend om eenmalig de prijs van dit abonnement, te weten € 215,-- exclusief BTW, van haar rekening courant bij de Rabobank, nummer 1181.91.063, te doen afschrijven.

1.2 Voor de eerste maal op 30 november 2004 en nogmaals op 10 december 2004 heeft de Bedrijvendatabank een bedrag van € 255,85 doen afschrijven van voornoemde bankrekening. In november 2005 incasseert de Bedrijvendatabank een bedrag van € 355,81 en op 30 november 2006 wederom een bedrag van € 355,81 welk bedrag in opdracht van Mama Ol door de bank wordt gestorneerd.

1.3 Bij aangetekende brief van 8 december 2005 schrijft Mama Ol aan de Bedrijvendatabank: “Ondanks dat ik al middels uw website al maanden geleden het abonnement op uw service heb opgezegd krijg ik nu als nog een factuur (en is het desbetreffende bedrag inmiddels ook automatisch afgeschreven…!). Hiermee wordt voor de goede orde dus nogmaals met onmiddellijke ingang opgezegd.” De Bedrijvendatabank heeft deze brief ontvangen.

2. De vordering en het verweer

2.1 De Bedrijvendatabank vordert veroordeling van Mama Ol tot betaling aan de Bedrijvendatabank van € 355,81 ter zake van abonnementsgeld over de periode

19 november 2006 tot en met 19 november 2007, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag sedert de vervaldatum van de factuur tot de voldoening en met veroordeling van Mama Ol in de kosten van de procedure.

Als grond voor haar vordering voert de Bedrijvendatabank aan dat in november 2003 tussen partijen een overeenkomst is tot stand gekomen op grond waarvan de Bedrijvendatabank zich heeft verplicht Mama Ol toegang te verlenen tot haar databank op internet. Mama Ol heeft zich daarbij verplicht aan de Bedrijvendatabank de overeengekomen prijs, het abonnementsgeld, te betalen. Volgens de Bedrijvendatabank is de overeenkomst aangegaan voor de duur van een jaar en wordt deze – behoudens opzegging uiterlijk 1 maand voor de expiratiedatum – automatisch met een jaar verlengd. De Bedrijvendatabank heeft de aangetekende opzeggingsbrief van Mama Ol d.d. 8 december 2005 ontvangen en stelt zich op het standpunt dat het abonnement door deze opzegging eindigt op 19 november 2007. Mama Ol is echter, ondanks herhaalde aanmaning, in gebreke gebleven met de betaling van het abonnementsgeld over de periode 19 november 2006 tot en met 19 november 2007, aldus de Bedrijvendatabank.

2.2 Mama Ol voert gemotiveerd verweer. Zij stelt dat zij in november 2003 een abonnement is aangegaan voor de duur van 1 jaar en zij betwist uitdrukkelijk dat is overeengekomen dat dit abonnement – behoudens opzegging – automatisch met een jaar zou worden verlengd. Mama Ol heeft, toen zij bemerkte dat de Bedrijvendatabank het abonnementsgeld over de periode november 2003 tot november 2004 tweemaal van haar bankrekening had geïncasseerd, direct via de website van de Bedrijvendatabank bezwaar gemaakt. Daarbij heeft zij tevens aangegeven dat zij geen belangstelling had om het abonnement na ommekomst van de abonnementsperiode voort te zetten en heeft zij de Bedrijvendatabank verzocht om een reactie. De Bedrijvendatabank heeft echter niet gereageerd op dit emailbericht, noch heeft zij het dubbel afgeschreven abonnementsgeld teruggestort. Op 30 november 2005 incasseert de Bedrijvendatabank een bedrag van € 355,81 van de bankrekening van Mama Ol. Daarop stuurt Mama Ol op 8 december 2005 zowel per gewone post als aangetekend een brief waarin zij het abonnement nogmaals opzegt. Mama Ol heeft aan de Bedrijvendatabank in totaal € 1.123,36 betaald, terwijl zij zich bij het aangaan van de overeenkomst had verplicht tot betaling van slechts € 255,85, aldus Mama Ol.

2.3 Op deze stellingen van partijen en op hetgeen zij overigens hebben aangevoerd zal – voor zover van belang – in het hiernavolgende worden ingegaan.

3. De motivering van de beslissing

3.1 De Bedrijvendatabank stelt dat in november 2003 tussen partijen een overeenkomst is gesloten voor de duur van 1 jaar en dat daarbij is overeengekomen dat deze na ommekomst van dat jaar - behoudens tijdige opzegging - telkens automatisch met een jaar zou worden verlengd. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Mama Ol heeft de Bedrijvendatabank deze stelling naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Zij heeft geen schriftelijke overeenkomst of aanmeldingsformulier in het geding gebracht waaruit de juistheid van haar stelling blijkt, maar alleen het incassoformulier waaruit slechts kan worden opgemaakt dat Mama Ol de Bedrijvendatabank toestemming heeft verleend het abonnementsgeld eenmalig van haar bankrekening te incasseren. De stelling dat de Bedrijvendatabank geen abonnementen van 1 jaar aanbiedt maar enkel abonnementen die automatisch worden verlengd, is onvoldoende. Van belang is immers wat tussen Mama Ol en de Bedrijvendatabank is overeengekomen met betrekking tot de duur van het abonnement en de wijze waarop dit abonnement eindigt.

Nu de Bedrijvendatabank haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd aanvaardt de kantonrechter de stelling van Mama Ol als juist dat het abonnement is gesloten voor de duur van 1 jaar en dat het na ommekomst van dat jaar van rechtswege is geëindigd.

3.2 Nu vast staat dat Mama Ol het overeengekomen abonnementsgeld van € 255,85 aan de Bedrijvendatabank heeft betaald, heeft de Bedrijvendatabank ter zake niets meer van Mama Ol te vorderen. De vordering zal daarom worden afgewezen.

Mama Ol beklaagt zich terecht over het feit dat de Bedrijvendatabank aanzienlijk meer dan € 255,85 van haar bankrekening heeft doen afschrijven. Mama Ol heeft daartoe immers geen machtiging verleend. Bovendien was Mama Ol, zoals hiervoor reeds opgemerkt, de Bedrijvendatabank ter zake van abonnementsgeld niet meer dan € 255,85 verschuldigd.

3.3 Geheel ten overvloede merkt de kantonrechter op dat de stelling van de Bedrijvendatabank dat het abonnement door de schriftelijke opzegging d.d. 8 december 2005 per 19 november 2007 is geëindigd - waarbij zij ervan uitgaat (zoals hiervoor uiteengezet ten onrechte) dat het abonnement steeds met een jaar is verlengd - op zichzelf ook onjuist is. De Bedrijvendatabank stelt immers dat de expiratiedatum 19 november is en dat een opzegging gedaan tot één maand voor deze expiratiedatum als tijdig moet worden aangemerkt. Dit betekent dat een opzegging in december 2005 het abonnement per 19 november 2006 doet eindigen. Ook in dat geval heeft de Bedrijvendatabank geen recht op het thans gevorderde abonnementsgeld over de periode 19 november 2006 tot en met 19 november 2007.

3.4 De Bedrijvendatabank wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt de Bedrijvendatabank tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Mama Ol, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 5 september 2007.