Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BB3984

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
21-09-2007
Datum publicatie
21-09-2007
Zaaknummer
233786 KGZA 07-667, 233859 KGZA 07-675 en 233815 KGZA 07-670
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Nieuwe aanbesteding Elektronisch Kind Dossier. Stichting EKD heeft na een vonnis van de voorzieningenrechter een nieuwe gunningsbeslissing genomen en een nieuwe Alcateltermijn gegeven. De drie afgewezen inschrijvers zijn ieder in een kort geding tegen de beslissing opgekomen. De voorzieningenrechter oordeelt in de drie zaken dat het bestek niet aan de transparantie-eisen voldeed. De opdracht moet opnieuw aanbesteed worden.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2007/107
NJ 2007, 582

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

Vonnis in kort geding van 21 september 2007

in de volgende drie zaken die gevoegd zijn behandeld:

1. het kort geding met zaaknummer / rolnummer: 233786 / KG ZA 07-667 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CENTRIC IT SOLUTIONS B.V.,

gevestigd te Gouda,

eiseres,

procureur mr. P.F.C. Heemskerk,

tegen

de stichting

STICHTING EKD.NL,

gevestigd te Utrecht,

kantoorhoudende te Woerden,

gedaagde,

procureur mr. M.R. Ruygvoorn,

advocaten mr. A.C.M. Fischer-Braams en mr. L.J.W. Sueters,

beiden te Rijswijk,

waarin is tussengekomen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ORDINA SYSTEMS INTEGRATION & DEVELOPMENT B.V.,

statutair gevestigd te 's-Gravenhage,

kantoorhoudende te Nieuwegein,

tussengekomen partij,

procureur mr. B.F. Keulen,

advocaat mr. G. Verberne te Amsterdam,

2. het kort geding met zaaknummer / rolnummer 233859 / KG ZA 07-675 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GETRONICS PINKROCCADE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

procureur mr. J.M. van Noort,

advocaat mr. M.O. Meulenbelt te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING EKD.NL,

gedaagde,

gevestigd en vertegenwoordigd zoals hiervoor vermeld in de zaak onder 1,

waarin is tussengekomen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ORDINA SYSTEMS INTEGRATION & DEVELOPMENT B.V.,

tussengekomen partij,

gevestigd en vertegenwoordigd zoals hiervoor vermeld in de zaak onder 1,

3. het kort geding met zaaknummer / rolnummer 233815 / KG ZA 07-670 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NESS BENELUX B.V.,

statutair gevestigd te Naarden,

kantoorhoudende te Baarn,

eiseres,

procureur mr. P.J. Soede,

advocaten mr. R.S. Jelsma en mr. C.B. de Jong,

beiden te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING EKD.NL,

gedaagde,

gevestigd en vertegenwoordigd zoals hiervoor vermeld in de zaak onder 1,

waarin is tussengekomen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ORDINA SYSTEMS INTEGRATION & DEVELOPMENT B.V.,

tussengekomen partij,

gevestigd en vertegenwoordigd zoals hiervoor vermeld in de zaak onder 1.

De eisende partijen zullen hierna gezamenlijk als de eiseressen worden aangeduid en afzonderlijk als Centric, Getronics en Ness. De gedaagde partij in de drie zaken wordt aangeduid als Stichting EKD en de tussengekomen partij in de drie zaken als Ordina.

Nu in elk van de drie korte gedingen Stichting EKD als gedaagde en Ordina als tussengekomen partij optreedt, zal het kort geding onder 1 hierna worden aangeduid als de zaak van Centric, het kort geding onder 2 als de zaak van Getronics en het kort geding onder 3 als de zaak van Ness.

1. De drie procedures

1.1. Het verloop van ieder van de drie procedures is gelijk en blijkt telkens uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling ter zitting van 3 september 2007;

- incidentele conclusie van Ordina, strekkende tot tussenkomst in het desbetreffende kort geding;

- mondelinge beslissing in het incident, uitgesproken ter zitting, inhoudende dat aan Ordina wordt toegestaan in het desbetreffende kort geding tussen te komen;

- pleitnota en producties van de desbetreffende eiseres;

- pleitnota en producties van Stichting EKD;

- pleitnota van Ordina.

1.2. Ten slotte is in elk van de drie zaken vonnis bepaald.

2. De feiten

In de drie zaken

2.1. De overheid heeft besloten een elektronisch registratiesysteem in te voeren waarin voor elk kind dat vanaf 2008 in Nederland wordt geboren, een dossier wordt aangelegd, dat Elektronisch Kind Dossier (“EKD”) wordt genoemd. In dit dossier komt informatie te staan over het kind, de gezinssituatie en de omgeving met als doel de informatie-uitwisseling en de informatieoverdracht binnen de jeugdgezondheidszorg te optimaliseren.

2.2. In 2006 is Stichting EKD opgericht om te zorgen dat het registratiesysteem, hierna te noemen: het EKD, gerealiseerd en beheerd wordt.

2.3. In november 2006 heeft Stichting EKD een Europese, niet-openbare aanbestedingsprocedure gestart. De opdracht strekt tot het inrichten, beheren, onderhouden en technisch exploiteren van het EKD.

2.4. Stichting EKD heeft vijf gegadigden uitgenodigd om een inschrijving te doen. Eén van deze gegadigden heeft zich vóór de inschrijving teruggetrokken. De overige vier gegadigden zijn de eiseressen in de onderhavige zaken, te weten Centric, Getronics en Ness, en de tussengekomen partij, Ordina. Zij hebben ieder in maart 2007 een inschrijving ingediend.

2.5. Bij brief van 17 april 2007 heeft Stichting EKD aan de inschrijvers onder meer meegedeeld dat de opdracht werd gegund aan Getronics onder de opschortende voorwaarde dat binnen een termijn van 15 kalenderdagen geen van de afgewezen inschrijvers een kort geding aanhangig zou maken.

2.6. Ordina is binnen de gestelde termijn tegen de gunningsbeslissing van Stichting EKD opgekomen in een kort geding, bekend onder nummer 230039/KG ZA

07-430, voor de voorzieningenrechter in deze rechtbank. Tijdens de behandeling van dit kort geding op 1 juni 2007 waren onder meer vertegenwoordigers van Ness als toehoorders aanwezig. Op 13 juni 2007 is vonnis gewezen, waarin - kort gezegd - aan Stichting EKD is verboden de opdracht aan Getronics te gunnen en voorts, indien Stichting EKD nog tot gunning wenste over te gaan, aan haar is bevolen de opdracht aan Ordina te gunnen.

2.7. Ook Ness is in een kort geding voor de voorzieningenrechter in deze rechtbank, bekend onder nummer 231853 / KG ZA 07-552, tegen de gunningsbeslissing van Stichting EKD opgekomen. Ordina heeft zich in dat geding gevoegd aan de zijde van Stichting EKD. Bij vonnis van 19 juni 2007 is Ness niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

2.8. Bij brief van 3 juli 2007 heeft Stichting EKD aan de inschrijvers onder meer meegedeeld dat de opdracht werd gegund aan Ordina onder de opschortende voorwaarde dat binnen een termijn van 15 kalenderdagen geen van de afgewezen inschrijvers een kort geding aanhangig zou maken. Centric, Getronics en Ness hebben tijdig de onderhavige korte gedingen aanhangig gemaakt.

2.9. De aanbestedingsstukken, waarop de inschrijvers hun inschrijving moesten baseren, bestaan uit het Aanbestedingsdocument met enkele bijlagen, waaronder een Programma van Eisen en Wensen en een Conformiteitenlijst, bestaande uit een groot aantal vragen, in Bijlage 1 en een vragenlijst ten behoeve van de gunning, hierna te noemen: de Vragenlijst, in Bijlage 4. Verder heeft Stichting EKD naar aanleiding van vragen van de inschrijvers een Nota van Inlichtingen verstrekt, waarin die vragen worden beantwoord. De genoemde stukken worden hierna ook gezamenlijk aangeduid als het bestek. In het Aanbestedingsdocument (onderdeel 3.2) is vermeld dat de economisch meest voordelige inschrijving het gunningscriterium is, onderverdeeld in de subcriteria ‘kwaliteit’, ‘prijs’ en ‘planning’, die respectievelijk voor 40%, 40% en 20% in de eindbeoordeling meewegen. Vermeld is voorts dat het criterium ‘kwaliteit’ is onderverdeeld in ‘dringende eisen’, ‘eisen’ en ‘wensen’ met daarbij de te verkrijgen punten en bijbehorende wegingsfactoren, terwijl het criterium ‘prijs’ is onderverdeeld in vier kostenposten met vermelding van de percentages, tezamen 40%, waarmee die onderdelen in de eindbeoordeling meewegen.

3. De geschillen

3A. In de zaak van Centric

3A.1. Centric vordert samengevat - het volgende:

Primair moet aan Stichting EKD worden bevolen de onderhavige aanbestedingsprocedure in te trekken en - voor zover zij de opdracht nog wil laten uitvoeren - tot heraanbesteding over te gaan;

Subsidiair moet aan Stichting EKD worden bevolen de aanbieding van Ordina ongeldig te verklaren en moet aan haar worden verboden de opdracht te gunnen aan een ander dan Centric;

Meer subsidiair moet aan Stichting EKD worden bevolen Centric inzage te geven in de inschrijving van Ordina en de beoordeling daarvan;

een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Stichting EKD in de kosten van dit geding.

3A.2. Ordina vordert dat Centric niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering dan wel dat de vordering van Centric wordt afgewezen, met veroordeling van Centric in de kosten van het geding.

3A.3. Stichting EKD voert verweer tegen de vordering van Centric.

3A.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3B. In de zaak van Getronics

3B.1. Getronics vordert - samengevat - dat aan Stichting EKD wordt verboden om zonder een nieuwe offerteronde of een nieuwe aanbestedingsprocedure - welke aan nader omschreven eisen moeten voldoen - de onderhavige opdracht te gunnen aan een ander dan Getronics, met veroordeling van Stichting EKD in de kosten van het geding.

3B.2. Ordina vordert dat Getronics niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering dan wel dat de vordering van Getronics wordt afgewezen, met veroordeling van Getronics in de kosten van het geding.

3B.3. Stichting EKD voert verweer tegen de vordering van Getronics.

3B.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3C. In de zaak van Ness

3C.1. Ness vordert na wijziging van haar eis - samengevat - het volgende:

Primair moet Stichting EKD worden verboden de onderhavige opdracht te gunnen aan anderen dan Ness en moet aan haar worden bevolen de gunning op te schorten tot na dit vonnis;

Subsidiair moet aan Stichting EKD, indien zij de onderhavige opdracht reeds aan een ander dan Ness heeft gegund, worden bevolen die overeenkomst binnen een bepaalde termijn te beëindigen en moet haar tevens worden verboden de opdracht aan anderen dan Ness te gunnen;

Meer subsidiair moet aan Stichting EKD worden bevolen om op een nader omschreven wijze een herberekening te maken van de beoordeling van alle inschrijvers;

Uiterst subsidiair moet aan Stichting EKD worden verboden de opdracht te gunnen aan wie dan ook en moet aan haar worden bevolen de aanbestedingsprocedure over te doen in overeenstemming met de beginselen van het aanbestedingsrecht;

een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Stichting EKD in de kosten van het geding.

3C.2. Ordina vordert dat Ness niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering dan wel dat de vordering van Ness wordt afgewezen, met veroordeling van Ness in de kosten van het geding.

3C.3. Stichting EKD voert verweer tegen de vordering van Ness.

3C.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

In de drie zaken

4.1. Vooropgesteld moet worden dat een aanbestedingsprocedure als de onderhavige volgens vaste Europese en Nederlandse rechtspraak dient te voldoen aan de beginselen van het aanbestedingsrecht. Daartoe behoort ook het transparantiebeginsel, dat dienstig is aan het gelijkheidsbeginsel en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze worden geformuleerd. Doel hiervan is enerzijds te waarborgen dat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en op dezelfde manier interpreteren, opdat alle aanbieders in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, duidelijk inzicht krijgen in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaats heeft. Anderzijds moet de aanbestedende dienst in staat zijn om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria die op de betrokken opdracht van toepassing zijn. (Onder meer: HvJEG

C-496/99 P, 29 april 2004 (Succhi di Frutta), Jurispr. 2004, blz. I-3801; Hoge Raad 4 april 2003 (Comformed), NJ 2004, 35.)

4.2. Gelet op de onder 4.1 genoemde eisen van transparantie moet beoordeeld worden of enkele onderdelen van het bestek aan die eisen voldoen, nu (i) eiseressen en Stichting EKD van mening verschillen over de betekenis van die onderdelen en (ii) het oordeel daarover kan meebrengen dat de onderhavige aanbestedingsprocedure niet aan de genoemde eisen voldoet en om die reden moet worden afgebroken.

4.3. De geschilpunten betreffen het (sub)criterium ‘kwaliteit’ en het (sub)criterium ‘prijs’.

4.4. Ten aanzien van het criterium ‘kwaliteit’ verschillen eiseressen en Stichting EKD van mening over de mate waarin was vereist een expliciet ‘ja’ of ‘nee’ te vermelden in de antwoorden op de vragen van de Conformiteitenlijst en over de gevolgen van die expliciete vermelding dan wel het ontbreken daarvan voor de geldigheid van de inschrijving of de puntenwaardering. Eiseressen hebben de desbetreffende passages anders begrepen dan Stichting EKD deze - blijkens haar toelichting ter zitting - had bedoeld. Eiseressen beroepen zich op de eisen voor de beantwoording van de Conformiteitenlijst die vermeld zijn in de Vragenlijst en in een aantal antwoorden van Stichting EKD in de Nota van Inlichtingen en zij stellen dat daaruit blijkt dat niet alleen ‘eisen’ en ‘wensen’, maar ook ‘dringende eisen’ met een expliciet ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord moesten worden. Volgens Stichting EKD betreft het hier een hardnekkige misvatting bij eiseressen, die door een goede lezing van de desbetreffende mededelingen opgehelderd had kunnen worden.

4.5. Overwogen wordt dat de eisen voor de beantwoording van de Conformiteitenlijst niet ondubbelzinnig duidelijk zijn en dat de wijze waarop die antwoorden vervolgens worden gewaardeerd, in het geheel niet duidelijk is. Volgens onderdeel 3 van de Vragenlijst is vereist (i) dat bij ‘dringende eisen’ een “nadere onderbouwing van maximaal 1 A4” wordt gegeven en (ii) dat ‘eisen’ en ‘wensen’ met ‘ja’ of ‘nee’ worden beantwoord. Aangenomen kan worden dat - zoals Stichting EKD stelt - met een “nadere onderbouwing” niet tevens de expliciete vermelding van ‘ja’ of ‘nee’ is vereist, doch - anders dan Stichting EKD stelt - geven de antwoorden in de Nota van Inlichtingen daarover geen duidelijkheid, nu Stichting EKD eerst in het antwoord op vraag 5 uitdrukkelijk aan de inschrijvers vraagt zich te houden aan de genoemde eisen van onderdeel 3, maar zij vervolgens in het antwoord op vraag 183 meedeelt dat de inschrijvers zich onnodig beperken door alleen ‘ja’ of ‘nee’ te antwoorden, omdat - zo vervolgt het antwoord - een antwoord met enkel ‘ja’ minder zal worden gewaardeerd dan een antwoord met een gemotiveerd ‘ja’, dat wil zeggen vergezeld van een onderbouwing of toelichting. Vraag 183 zag op het gehele “Programma van eisen en wensen”, terwijl de eisen die in die vraag als voorbeeld werden genoemd, zowel ‘dringende eisen’ als ‘eisen’ waren. Het antwoord had derhalve - anders dan Stichting EKD stelt - niet alleen betrekking op ‘dringende eisen’ en bracht aldus ook voor ‘eisen’ onduidelijkheid mee, nu deze immers volgens genoemd onderdeel 3 en genoemd antwoord op vraag 5 enkel met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord moesten worden. Met de laatstgenoemde eis komen ook de antwoorden op de vragen 39, 47-51, 53 en 54 niet overeen, nu die antwoorden inhouden dat op bepaalde ‘eisen’ toch met een beknopte beschrijving mocht worden geantwoord, “mits voorafgegaan door “Ja” of “Neen”. Daarbij komt dat nergens uit blijkt volgens welke criteria de punten aan de antwoorden op ‘dringende eisen’ worden toegekend en ook niet hoeveel méér punten aan een “gemotiveerd ja” worden toegekend dan aan een “enkel ja” of een onderbouwing-zonder-ja. Dit is niet van ondergeschikt belang, nu de Conformiteitenlijst een groot aantal ‘dringende eisen’ omvat en de toe te kennen punten per ‘dringende eis’ - volgens onderdeel 3.2.1 en 3.2.3 van het Aanbestedingsdocument - kunnen variëren van 1 tot 10. Onderdeel 3.2.2 van het Aanbestedingsdocument en het antwoord op vraag 144 in de Nota van Inlichtingen vermelden slechts dat “meerdere personen” de beoordeling zullen uitvoeren door middel van een onderlinge vergelijking van de offertes, waarbij de antwoorden op de ‘dringende eisen’ worden gewaardeerd door aan “de beste oplossing de meeste punten [toe te kennen] en de minste oplossing het minste aantal punten”. Duidelijk is dat op deze wijze niet valt na te gaan hoe en op grond van welke criteria de puntenscores op het criterium ‘kwaliteit’ aan de inschrijvers zijn toegekend.

4.6. Ten aanzien van het criterium ‘prijs’ betreffen de geschilpunten met name (i) de prijs van EUR 0,00, (ii) de verplaatsing van de totale kosten van beheer naar de inrichtingsfase en (iii) de prijs per actief dossier.

4.7. Het probleem van het bieden van een prijs van EUR 0,00 is reeds beoordeeld in het vonnis van 13 juni 2007. Volgens r.o. 4.15 van dit vonnis biedt het bestek in dit geval geen plaats voor het bieden van een prijs van EUR 0,00, omdat de te hanteren prijssystematiek een breuk bevat en het rekenkundig niet mogelijk is te delen door nul. Dit oordeel neemt niet weg dat kennelijk onduidelijk was óf het bieden van een prijs van EUR 0,00 geoorloofd was.

4.8. Ook over het verplaatsen van de totale kosten van beheer naar de inrichtingsfase is in het vonnis van 13 juni 2007 reeds een oordeel gegeven. Die verplaatsing volgt, zoals ook in het vonnis is overwogen, uit het feit dat Ordina zowel voor de vaste kosten van drie jaar operationeel beheer als voor de prijs per actief dossier een symbolische prijs van EUR 0,01 heeft geboden. Volgens r.o. 4.8 is het bieden van symbolische prijzen op die wijze, en daarmee dus ook de bedoelde kostenverplaatsing, toegestaan, nu dit in het bestek niet was uitgesloten. Ook hier geldt dat er kennelijk sprake was van onduidelijkheid.

4.9. De kwestie van de prijs per actief dossier is in het vonnis van 13 juni 2007 niet aan de orde geweest. Op dit punt stelt met name Getronics dat Stichting EKD een prijs verlangt voor een element dat niet bestaat, althans geen inhoud heeft, omdat de kosten van beheer van een databank onafhankelijk zijn van de hoeveelheid gegevens in die databank, in dit geval de hoeveelheid dossiers. De kosten van beheer worden volgens Getronics dus niet hoger of lager bij een toename of een afname van de hoeveelheid dossiers. Getronics stelt om die reden het begrip “prijs per actief dossier” te hebben opgevat als “de kosten van beheer omgeslagen per dossier”. Stichting EKD heeft niet betwist dat de prijs per actief dossier een niet-bestaand gegeven betreft, doch zij heeft verder niets gesteld over de betekenis die aan dat begrip zou moeten toekomen.

4.10. Overwogen wordt dat tegen het vragen van fictieve gegevens op zich zelf geen bezwaar behoeft te bestaan, doch vereist is dan wel dat de inhoud of de betekenis van hetgeen gevraagd wordt, ondubbelzinnig duidelijk is. Dat is hier niet geval, nu Stichting EKD dit nergens nader heeft aangegeven en de prijs bovendien gevraagd was voor een periode van drie jaar, waarbij uitgegaan moest worden van een door Stichting EKD voorgeschreven toename van het aantal dossiers gedurende die periode, zodat niet valt in te zien hoe daaruit één prijs kon worden berekend. Niet duidelijk is derhalve welk element Stichting EKD op dit punt heeft vergeleken.

4.11. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat in het kader van het criterium ‘kwaliteit’ de eisen voor de beantwoording van de onderdelen niet ondubbelzinnig duidelijk in het bestek zijn geformuleerd en dat in datzelfde kader de wijze waarop de gegeven antwoorden worden beoordeeld en gewaardeerd, ondoorzichtig en oncontroleerbaar is. Ten aanzien van het criterium ‘prijs’ blijkt uit het vonnis van 13 juni 2007 in samenhang met de stellingen van partijen in de onderhavige zaken dat er in het kader van dat criterium niet alleen sprake was van onduidelijke formuleringen, maar ook van tegenstrijdigheden in het bestek en van inconsequenties in de beoordelingssystematiek, waardoor de inschrijvers de juiste draagwijdte van de eisen en de beoordeling niet hebben kunnen begrijpen en waardoor Stichting EKD niet op een eerlijke en controleerbare wijze heeft kunnen vaststellen of de inschrijvingen aan de criteria voldeden en geldig waren. Gezien het belang van de beide criteria, die ieder voor 40% in de eindbeoordeling meewegen, en de ernst van de genoemde schendingen van het transparantiebeginsel, kunnen deze schendingen niet worden aanvaard. Dit brengt mee dat de aanbestedingsprocedure niet verder kan worden voortgezet.

4.12. De overige stellingen en weren van partijen, die in de afzonderlijke procedures nog specifiek en in het bijzonder naar voren zijn gebracht, behoeven derhalve geen bespreking meer.

4.13. Op grond van het voorgaande zal aan Stichting EKD worden verboden de onderhavige aanbestedingsprocedure voort te zetten. Daarbij zal tevens worden bepaald dat, indien en voor zover Stichting EKD de opdracht nog wil laten uitvoeren, zij een nieuwe aanbestedingsprocedure zal moeten beginnen.

4.14. Aan het aldus toe te wijzen verbod en gebod zullen geen dwangsommen worden verbonden, nu Stichting EKD als uitvoerder van een overheidstaak daartegen verweer heeft gevoerd en heeft toegezegd ook zonder dwangsom aan het vonnis te zullen voldoen.

4.15. Voor zover uitvoerbaarverklaring op de minuut is gevorderd, zal deze worden afgewezen, nu eiseressen daarbij geen belang hebben, aangezien voor hen terstond na de uitspraak van dit vonnis de grosse ervan beschikbaar zal zijn.

4.16. Hoewel naast Stichting EKD ook Ordina in het ongelijk is gesteld, zal Stichting EKD in alle zaken jegens de desbetreffende eiseres in de proceskosten worden veroordeeld en zullen voor het overige de proceskosten op de hierna te bepalen wijze worden gecompenseerd. De grond daarvoor ligt in het feit dat elk van de zaken voornamelijk betrekking heeft op het geschil tussen de desbetreffende eiseres en Stichting EKD.

De kosten aan de zijde van Centric worden begroot op:

- dagvaarding EUR 70,85

- vast recht -- 251,00

- salaris procureur -- 816,00

Totaal EUR 1.137,85

De kosten aan de zijde van Getronics worden begroot op:

- dagvaarding EUR 70,85

- vast recht -- 251,00

- salaris procureur -- 816,00

Totaal EUR 1.137,85

De kosten aan de zijde van Ness worden begroot op:

- dagvaarding EUR 84,31

- vast recht -- 251,00

- salaris procureur -- 816,00

Totaal EUR 1.151,31

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in de zaak van Centric met nummer 233786 / KG ZA 07-667

5.1. verbiedt Stichting EKD de onderhavige aanbestedingsprocedure voort te zetten;

5.2. gebiedt Stichting EKD, indien zij de onderhavige opdracht nog wil laten uitvoeren, deze opdracht opnieuw aan te besteden;

5.3. veroordeelt Stichting EKD in de proceskosten, aan de zijde van Centric tot op heden begroot op EUR 1.137,85;

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5. wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

5.6. compenseert de overige proceskosten tussen partijen aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

in de zaak van Getronics met nummer 233859 / KG ZA 07-675

5.7. verbiedt Stichting EKD de onderhavige aanbestedingsprocedure voort te zetten;

5.8. gebiedt Stichting EKD, indien zij de onderhavige opdracht nog wil laten uitvoeren, deze opdracht opnieuw aan te besteden;

5.9. veroordeelt Stichting EKD in de proceskosten, aan de zijde van Getronics tot op heden begroot op EUR 1.137,85;

5.10. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.11. wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

5.12. compenseert de overige proceskosten tussen partijen aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

in de zaak van Ness met nummer 233815 / KG ZA 07-670

5.13. verbiedt Stichting EKD de onderhavige aanbestedingsprocedure voort te zetten;

5.14. gebiedt Stichting EKD, indien zij de onderhavige opdracht nog wil laten uitvoeren, deze opdracht opnieuw aan te besteden;

5.15. veroordeelt Stichting EKD in de proceskosten, aan de zijde van Ness tot op heden begroot op EUR 1.151,31;

5.16. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.17. wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

5.18. compenseert de overige proceskosten tussen partijen aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Delft-Baas en is in het openbaar uitgesproken op 21 september 2007.?