Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BB2637

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
22-08-2007
Datum publicatie
06-09-2007
Zaaknummer
224890/ HA ZA 07-176
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aandelenlease Aegon Sprintplan, 80% schade voor Aegon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 224890 / HA ZA 07-176

Vonnis van 22 augustus 2007

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. C. Beijer,

tegen

de naamloze vennootschap

AEGON BANK N.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

gedaagde,

procureur mr. B.F. Keulen.

Partijen zullen hierna [eiser] en Spaarbeleg genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 april 2007,

- het proces-verbaal van comparitie van 5 juli 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Inleiding

2.1. Spaarbeleg is een financiële instelling die overeenkomsten sluit met betrekking tot financiële producten, waaronder het zogenaamde SprintPlan. Bij een SprintPlan-overeenkomst wordt gedurende een periode van vijf jaar belegd met een door Spaarbeleg verstrekte lening. Met het geleende bedrag worden voor de belegger participaties aangekocht in het Spaarbeleg Garantiefonds. De participaties worden op naam van de Stichting Aegon BeleggingsGiro (door de jaren heen soms anders genaamd) gesteld die deze voor rekening en risico van de cliënt gaat houden. Na afloop van de looptijd van de overeenkomst worden de participaties in het Garantiefonds verkocht en wordt de lening afgelost. Het SprintPlan-product kent een gegarandeerde einduitkering (de zogenaamde garantiewaarde) waarmee het geleende bedrag kan worden terugbetaald.

2.2. Deze rechtbank heeft in verband met de SprintPlan-overeenkomsten in de afgelopen jaren reeds vonnis gewezen in een tweetal collectieve acties tegen Spaarbeleg, aanhangig gemaakt door de Gedupeerden SprintPlan (GeSp) (vonnis van 22 december 2004, NJF 2005/60) en door de Vereniging Consument & Geldzaken (vonnis van 4 januari 2006, NJF 2006/152), alsmede in diverse procedures die door individuele deelnemers aan het SprintPlan tegen Spaarbeleg zijn aangespannen. In deze vonnissen is bij de opsomming van de feiten steeds uitgebreid geciteerd uit het door Spaarbeleg aan de deelnemers van het SprintPlan verstrekte informatiemateriaal. De rechtbank acht de formulering van de voor de beoordeling relevante passages in dit informatiemateriaal inmiddels bekend en zal in dit vonnis niet opnieuw tot het citeren hiervan overgaan.

2.3. De rechtbank acht de vonnissen die zij in verband met de SprintPlan-overeenkomsten heeft gewezen en die (bijna) allemaal zijn gepubliceerd op (in ieder geval) rechtspraak.nl, eveneens inmiddels bekend bij de advocaten die namens hun cliënten tegen Spaarbeleg procederen. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat op stellingen en verweren die in deze procedure worden aangevoerd, in één of meer van haar eerdere vonnissen reeds is beslist, zal zij bij de motivering van haar oordeel over deze stellingen en verweren volstaan met een verwijzing naar deze eerdere vonnissen.

3. De feiten

3.1. [Eiser] heeft na het insturen van het Inschrijfformulier van Spaarbeleg een welkomstpakket ontvangen met daarin een Certificaat, de Algemene Voorwaarden en de Brochure.

3.2. Het door Spaarbeleg afgesloten SprintPlan had een looptijd van 1 maart 2001 tot en met 28 februari 2006. [Eiser] heeft ter uitvoering van de overeenkomst 60 maandtermijnen van EUR 113,45 (NLG 250,00) aan Spaarbeleg voldaan, derhalve in totaal een bedrag van EUR 6.807,00. [Eiser] heeft na afloop van de overeenkomst een uitkering van Spaarbeleg ontvangen ter hoogte van EUR 1.320,74.

4. Het geschil

4.1. [Eiser] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

a) een verklaring voor recht dat Spaarbeleg jegens [eiser] toerekenbaar tekort is geschoten/haar precontractuele zorgplicht heeft geschonden en/of onrechtmatig heeft gehandeld en mitsdien aansprakelijk is voor de hiervoor opgetreden schade;

de in het geding zijnde overeenkomst te ontbinden;

en

te bepalen dat Spaarbeleg jegens [eiser] mitsdien aansprakelijk is voor en deswege gehouden is tot vergoeding van de schade die [eiser] heeft geleden of nog zal lijden uit hoofde van de verplichting voor Spaarbeleg tot ongedaanmaking van de door haar van [eiser] ontvangen prestatie.

b) dat primair de hiervoor onder a) bedoelde schade bestaat uit hetgeen door [eiser] tot en met heden aan Spaarbeleg is betaald, dan wel een ander bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen, vermeerderd met alle door Spaarbeleg opgevorderde kosten en rente, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het instellen dezer eis tot de dag der algehele vergoeding;

c) dat subsidiair de in het geding zijnde overeenkomst tussen [eiser] en Spaarbeleg wordt vernietigd of nietig verklaard wegens dwaling en/of misbruik van omstandigheden, de Wet op het consumentenkrediet, althans dat deze wordt ontbonden, een en ander met de veroordeling van Spaarbeleg tot terugbetaling aan [eiser] van datgene wat Spaarbeleg naar aanleiding van deze overeenkomst betaald is, te vermeerderen met de wettelijke rente per datum afboeking, tot de dag der algehele voldoening hiervan.

d) Spaarbeleg te veroordelen te betalen een bedrag van EUR 250,00 te vermeerderen met BTW, aan buitengerechtelijke kosten en in de kosten van deze procedure.

4.2. Spaarbeleg voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Schending zorgplicht

5.1. De rechtbank begrijpt – en de advocaat van [eiser] heeft dit desgevraagd ter comparitie bevestigd - dat [eiser] zijn vordering primair baseert op de stelling dat Spaarbeleg haar precontractuele zorgplicht ten opzichte van hem heeft geschonden, hetgeen kwalificeert als onrechtmatige daad, dat hij hierdoor schade heeft geleden en dat Spaarbeleg gehouden is deze schade te vergoeden. Ten aanzien van deze primaire vordering wordt als volgt overwogen.

5.2. Deze rechtbank heeft reeds in diverse uitspraken (onder meer 22 december 2004, NJF 2005/60; 4 januari 2006, NJF 2006/152; 24 januari 2007, LJN AZ7231) geoordeeld dat op Spaarbeleg een bijzondere zorgplicht rust, waarvan de omvang wordt bepaald door de resultante van twee verplichtingen, te weten het verstrekken van informatie aan en het inwinnen van informatie bij de potentiële deelnemer, en tevens dat Spaarbeleg aan de op haar, in het kader van deze zorgplicht, rustende verplichtingen niet heeft voldaan. Zo heeft Spaarbeleg onvoldoende gewezen op het risico dat de opbrengst van het SprintPlan lager dan het totaal van de door deelnemer betaalde maandtermijnen, en zelfs nihil kon zijn. Spaarbeleg had, zeker nu zij ervoor heeft gekozen om het SprintPlan aan te bieden aan een breed, niet gesegmenteerd publiek, dienen te verifiëren of de deelnemer uit het door Spaarbeleg verstrekte informatiemateriaal het bestaan van dit risico had begrepen en of het SprintPlan wel beantwoordde aan de beleggingsdoelstelling van deze individuele deelnemer.

5.3. Ook in het onderhavige geval komt de rechtbank tot het oordeel dat Spaarbeleg haar zorgplicht jegens [eiser] heeft geschonden. Zoals reeds in eerdere vonnissen is geoordeeld, diende de potentiële deelnemer de informatie uit de verschillende toegezonden bescheiden te combineren en enkele denkstappen te maken om de risico’s geheel te kunnen doorgronden. Spaarbeleg heeft niet bij [eiser] geverifieerd of hij al die denkstappen had gemaakt om het SprintPlan-product op haar merites te kunnen beoordelen en om te beoordelen of het SprintPlan wel beantwoordde aan de beleggingsdoelstelling van [eiser]. Hetgeen Spaarbeleg hierover verder heeft aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden.

causaal verband

5.4. De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van Spaarbeleg dat het causaal verband tussen de schending van de zorgplicht en de door [eiser] gestelde schade ontbreekt. [Eiser] heeft ter comparitie aangevoerd dat zijn doel met het SprintPlan was het opbouwen van een vermogen en dat de tussenpersoon, die hem het SprintPlan heeft aangeboden, hem had gegarandeerd dat hij na 5 jaar de garantiewaarde van Fl. 37.500,- uitgekeerd zou krijgen. Hij heeft tevens aangevoerd dat hij nooit aan het SprintPlan begonnen zou zijn als hem duidelijk was geweest dat er aan het SprintPlan risico’s verbonden waren. De rechtbank is van oordeel dat [eiser] met deze verklaring voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij het SprintPlan niet zou hebben afgesloten als Spaarbeleg aan haar zorgplicht had voldaan.

schade

5.5. De stelling van Spaarbeleg dat het verlies van de maandelijks verrichte betalingen (zijnde de rente over de lening) niet als schade kan worden aangemerkt, is door de rechtbank in voorgaande vonnissen (waaronder 24 januari 2007, LJN AZ7231) steeds verworpen, omdat aannemelijk is dat de overeenkomst niet tot stand zou zijn gekomen als Spaarbeleg zich van haar zorgplicht had gekweten. De rechtbank gaat aan die stelling ook nu voorbij. In het onderhavige geval heeft het SprintPlan wel in een uitkering geresulteerd. Dit bedrag wordt bij de vaststelling van de hoogte van de schade in mindering gebracht op de door [Eiser] betaalde maandtermijnen. De schade bedraagt mitsdien (EUR 6.807,00 -/- EUR 1.320,74 =) EUR 5.486,26.

eigen schuld

5.6. In voorgaande vonnissen betreffende het SprintPlan heeft de rechtbank een beroep van Spaarbeleg op eigen schuld bij de deelnemer al verscheidene keren gehonoreerd (onder meer 18 oktober 2006, LJN AZ0660; 29 november 2006, LJN AZ3654). De rechtbank heeft bij deze beslissingen steeds van belang geacht dat de deelnemer er bij oplettende bestudering van het informatiemateriaal niet zonder meer ervan uit had mogen gaan dat het SprintPlan als een spaarproduct kon worden gezien en dat hij/zij, bij twijfel, zich nader had dienen te informeren.

5.7. De eigen schuld die de deelnemer heeft aan het ontstaan van zijn of haar schade door geen nader onderzoek naar het product SprintPlan in te stellen alvorens de overeenkomst te sluiten, wordt door de rechtbank afgezet tegen de zorgplicht die op Spaarbeleg rustte. Bij die beoordeling wordt vooropgesteld dat een financiële instelling als Spaarbeleg zich behoort te realiseren dat producten als de onderhavige - die breed in de markt zijn gezet om ook de onervaren beleggers te bewegen tot het beleggen in uiterst koersgevoelige producten - beleggers aantrekt die zich van de risico’s van beleggen onvoldoende bewust zijn en/of het zich, gezien hun vermogens- en /of inkomenspositie in relatie tot hun uitgavenpatroon, niet kunnen veroorloven in dergelijke risicovolle producten te beleggen en dat Spaarbeleg hiermee bij het sluiten van de overeenkomst rekening dient te houden.

5.8. Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat als uitgangspunt geldt dat de schade die een deelnemer als gevolg van een schending van de zorgplicht heeft geleden, voor een groter deel voor rekening dient te komen van Spaarbeleg dan voor rekening van de deelnemer. Concreet betekent dit dat in beginsel 60% van de schade voor rekening van Spaarbeleg blijft. Bij het vaststellen van dit uitgangspunt heeft de rechtbank (samenvattend) rekening gehouden met het feit dat het SprintPlan, anders dan de meeste andere aandelenlease-producten, een voorziening behelst ter voorkoming van een restschuld, en daarom een lager risico kent, maar ook dat de informatie over de inhoud van het SprintPlan en de daaraan verbonden risico’s (door de versnipperde wijze van aanbieden hiervan) moeilijker te doorgronden is dan bij de meeste andere aandelenlease-producten het geval is.

5.9. Voor de vaststelling van de mate van eigen schuld per concreet geval zijn daarnaast de specifieke omstandigheden van dat geval van belang, zoals:

- de omvang van de risico’s die de deelnemer heeft genomen;

- de leeftijd van de deelnemer bij het sluiten van de overeenkomst;

- de vermogens- en inkomenspositie van de deelnemer;

- de opleiding en/of (beleggings)ervaring van de deelnemer;

- de informatie die de deelnemer in het concrete geval over het SprintPlan heeft ontvangen;

- de rol van een eventuele tussenpersoon.

Deze omstandigheden zullen door de rechtbank, in onderlinge samenhang bezien en voor zover door partijen belicht, in ieder concreet geval worden gewogen.

5.10. Ten aanzien van [eiser] zijn de volgende omstandigheden gesteld. Hij is geboren op 3 december 1959 en was ten tijde van het afsluiten van het SprintPlan dus 41 jaar oud. Hij is in 1976 vanuit Turkije naar Nederland geëmigreerd en heeft hier 22 jaar gewerkt bij IBM als opzichter/magazijnmedewerker. In Turkije heeft hij een lagere school opleiding voltooid, in Nederland heeft hij geen opleidingen meer gevolgd. Ten tijde van het afsluiten van het SprintPlan was hij werkloos en kreeg hij een WW-uitkering. Zijn echtgenote kreeg, behalve de heffingskorting, geen inkomen of uitkering. Hun twee kinderen, van thans 25 en 22 jaar oud woonden nog thuis en hadden evenmin een inkomen. Zij bewoonden een huurwoning van EUR 400,- per maand. [Eiser] heeft gesteld dat hij bij het aangaan van het SprintPlan is afgegaan op de mededelingen van de tussenpersoon en dat hij de Brochure en Voorwaarden betreffende het SprintPlan niet heeft bestudeerd.

5.11. De rechtbank ziet in de bovenstaande omstandigheden - zoals die bestonden ten tijde van het afsluiten van de overeenkomst - aanleiding om ten gunste van [eiser] af te wijken van haar hiervoor onder rechtsoverweging 5.8. weergegeven uitgangspunt voor de schadeverdeling. De rechtbank acht hierbij doorslaggevend dat de financiële last die [eiser] op zich heeft genomen met het aangaan van het SprintPlan onevenredig zwaar was ten opzichte van het gezinsinkomen, dat Spaarbeleg dit, indien zij aan haar zorgplicht had voldaan, had moeten inzien en hem deelname aan het SprintPlan had moeten ontraden. De rechtbank ziet echter geen aanleiding de gehele schade voor rekening van Spaarbeleg te brengen, nu blijft staan dat ook op [eiser] de verantwoordelijkheid rust om bij het aangaan van een dergelijke financiële verplichting ook zelf af te wegen of hij bereid en staat was aan deze verplichting te voldoen en om zich te informeren over de risico’s die aan dit financiële product verbonden waren. Dit laatste in ieder geval door het lezen van de hierover verstrekte informatie, hetgeen [eiser] niet heeft gedaan. De rechtbank acht een verdeling van de schade, waarbij 20% voor rekening van [eiser] blijft gegeven bovenstaande omstandigheden, redelijk. De rechtbank zal dan ook een bedrag toewijzen van EUR 4.389,00

5.12. De gevorderde wettelijke rente over genoemd bedrag wordt eveneens toegewezen, in die zin dat deze steeds wordt berekend over 80% van hetgeen [eiser] heeft ingelegd.

5.13. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. [Eiser] heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat hij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

5.14. Spaarbeleg zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 84,31

- in debet gesteld vast recht 186,00

- salaris procureur 768,00 (2,0 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.038,31

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. veroordeelt Spaarbeleg om aan [eiser] te betalen een bedrag van EUR 4.389,00 (vierduizenddriehonderdnegenentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente over 80% van de maandelijks door [eiser] uit hoofde van de overeenkomst aan Spaarbeleg betaalde bedragen, telkens vanaf de dag van deze maandelijkse betaling, tot de dag van volledige betaling,

6.2. veroordeelt Spaarbeleg in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 1.038,31, te voldoen aan de griffier,

6.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2007.

w.g. griffier w.g. rechter