Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BB1357

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
08-08-2007
Datum publicatie
08-08-2007
Zaaknummer
195088 / HA ZA 05-1040
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Effectenleaseovereenkomsten van Groeivermogen N.V. Collectieve actie van de Vereniging Consument & Geldzaken. Toepasselijkheid Wet op het Consumentkrediet. Kern van het geschil is de vraag of de contracten misleidend zijn en/of Groeivermogen haar zorgplicht heeft geschonden.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 40
Burgerlijk Wetboek Boek 3 305a
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Wet op het consumentenkrediet
Wet op het consumentenkrediet 4
Wet op het consumentenkrediet 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2007/242 met annotatie van mr. C.W.M. Lieverse onder «JOR» 2004/105
JA 2007/142
NJ 2007, 557
JE 2007, 415
JOR 2007/242 met annotatie van mr. C.W.M. Lieverse onder «JOR» 2004/105

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

Vonnis van 8 augustus 2007

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 195088 / HA ZA 05-1040 van

1. de vereniging

VERENIGING CONSUMENT & GELDZAKEN,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: Vereniging Consument & Geldzaken,

2. [naam eiseres sub 2]

wonende te Leiderdorp,

hierna te noemen: [eiseres sub 2],

3. [naam eiser sub 3],

wonende te Leiderdorp,

hierna te noemen: [eiser sub 3],

4. [naam eiser sub 4],

wonende te Leiderdorp,

hierna te noemen: [eiser sub 4],

5. [naam eiseres sub 5],

wonende te Oostvoorne,

hierna te noemen: [eiseres sub 5],

6. [naam eiser sub 6]

wonende te Brielle,

hierna te noemen: [eiser sub 6],

7. [naam eiser sub 7]

wonende te Heerhugowaard,

hierna te noemen: [eiser sub 7],

8. [naam eiseres sub 8]

wonende te Heerhugowaard,

hierna te noemen: [eiseres sub 8],

9. [naam eiser sub 9]

wonende te Borculo,

hierna te noemen: [eiser sub 9],

10. [naam eiseres sub 10]

wonende te Borculo,

hierna te noemen: [eiseres sub 10],

11. [naam eiser sub 11],

wonende te Almere,

hierna te noemen: [eiser sub 11],

12. [naam eiseres sub 12]

wonende te Almere

hierna te noemen: [eiseres sub 12].

13. [naam eiser sub 13],

wonende te Alkmaar,

hierna te noemen: [eiser sub 13],

14. [naam eiseres sub 14],

wonende te Hoorn,

hierna te noemen: [eiseres sub 14],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

procureur mr. J. van Ravenhorst,

tegen

de naamloze vennootschap

GROEIVERMOGEN N.V.,

gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen: GroeiVermogen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. B.F. Keulen.

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 204633 / HA ZA 05-2443 van

de naamloze vennootschap

GROEIVERMOGEN N.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

procureur mr. B.F. Keulen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

STAAT DER NEDERLANDEN,

hierna te noemen de Staat

zetelend te 's-Gravenhage,

gedaagde,

procureur mr. P.J. Soede.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

-de dagvaarding van 2 mei 2005;

- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;

- de incidentele conclusie van antwoord;

- het vonnis van deze rechtbank van 2 november 2005, waarbij het GroeiVermogen is toegestaan de Staat in vrijwaring op te roepen;

- het herstelvonnis van 30 november 2005;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;

- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;

- de conclusie van dupliek in reconventie

- de akte overlegging producties van de zijde van eisers;

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

3.1. De Vereniging Consument & Geldzaken is opgericht bij notariële akte van 30 augustus 1994. De statutaire doelstelling luidt:

"1. De vereniging heeft ten doel:

Het bevorderen van een betere positie van consumenten, met name in hun hoedanigheid van cliënten van aanbieders van financiële diensten, waaronder banken en verzekeringsmaatschappijen.

2. Zij tracht dit doel te bereiken door:

a. informatieverschaffing aan haar leden en aan derden;

b. het bevorderen van een grotere mate van openbaarheid bij de aanbieders van financiële diensten;

c. behartiging van de belangen van haar leden en het algemene consumentenbelang bij de aanbieders van financiële diensten en andere particuliere-, politieke of maatschappelijke instituties in Nederland of daarbuiten;

d. alle andere rechtsgeldige middelen in de meest ruime zin, die kunnen worden aangewend om het gestelde doel te bereiken."

3.2. GroeiVermogen is een vennootschap die in 1996 is opgericht met aanvankelijk het doel om uitsluitend effectenleaseovereenkomsten aan te bieden. GroeiVermogen is een groepsmaatschappij van de Fortis Groep. Zij heeft ten aanzien van het aanbieden van effectenleaseovereenkomsten de onderneming voortgezet zoals die aanvankelijk door KBW Effectenbank N.V. (hierna: KBW) werd gevoerd. GroeiVermogen heeft vanaf mei 1997 tot juli 2002 onder meer de volgende contracten aangeboden: 1) GroeiVermogen, 2) Beursversneller, 3) VermogensVersneller, 4)MillenniumVersneller, 6)KoerswinstStapelaar,

7) JubileumClicker, hierna te noemen: de Contracten. De Contracten GroeiVermogen en BeursVersneller werden reeds door rechtsvoorgangster KBW vanaf 1995 aangeboden.

3.3. De Contracten zijn alle te beschouwen als effectenleaseovereenkomsten, doch verschillen onderling van elkaar. Voor de specifieke kenmerken per Contract, alsmede de per Contract verstrekte informatie, wordt verwezen naar hetgeen in onderdeel 4. van dit vonnis is vermeld.

3.4. GroeiVermogen heeft op 25 maart 1997 van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (de STE, thans genaamd Stichting Autoriteit Financiële Markten, hierna te noemen: AFM) een vergunning gekregen in de zin van artikel 7 van de Wet Toezicht Effectenverkeer 1995 (Wte 1995) voor het verrichten van diensten als effectenbemiddelaar door middel van leaseconstructies.

3.5. [eiseres sub 2] heeft op 21 januari 2000 bij GroeiVermogen een Contract MillenniumVersneller gesloten. Zij heeft in totaal een inleg betaald van EUR 5.445,36. Het Contract is geëindigd met een restschuld van EUR 7.144,14. [eiseres sub 2] is gehuwd met [eiser sub 3]. [eiser sub 4] is haar zoon

3.6. [eiseres sub 5] heeft op 31 januari 2000 een Contract MillenniumVersneller afgesloten. Zij heeft in totaal een inleg betaald van EUR 5.445,36. Het Contract is geëindigd met een restschuld van EUR 7.144,14. Zij was ten tijde van het aangaan van het Contract gehuwd met [eiser sub 6].

3.7. [eiser sub 7], gehuwd met [eiseres sub 8], heeft op 28 november 1997 een Contract VermogensVersneller 1997/3, zonder 0% Koersrisicoverzekering, op 10 december 1998 een Contract KoerswinstStapelaar 1998/2 en op 26 januari 2000 een Contract MillenniumVersneller gesloten. Deze Contracten zijn inmiddels geëindigd met een restschuld van in totaal EUR 6.696,53, die door [eiser sub 7] onder protest is betaald. De totale inleg op de Contracten bedroeg EUR 9.086,44.

3.8. [eiser sub 9], gehuwd met [eiseres sub 10], heeft op 25 januari 2000 een Contract MillenniumVersneller gesloten met GroeiVermogen. Dit Contract is geëindigd met een restschuld van EUR 4.762,77, die door [eiser sub 9] onder protest is betaald. Zijn totale inleg heeft EUR 3.630,- bedragen.

3.9. [eiser sub 11], gehuwd met [eiseres sub 12], heeft op 20 december 1999 een Contract BeursVersneller gesloten. Hij heeft op dit Contract in totaal een inleg betaald van EUR 13.613,40. Aan het eind van de looptijd heeft hij geen uitkering ontvangen.

3.10. [eiser sub 13], heeft op 13 september 1998 een Contract VermogensVersneller en op 28 december 1999 een Contract MillenniumVersneller gesloten. Na afloop van het Contract VermogensVersneller heeft [eiser sub 13] de aandelen van GroeiVermogen overgenomen, onder aflossing van zijn lening. Het Contract MillenniumVersneller is geëindigd met een restschuld van EUR 3.572,07. De inleg op deze Contracten heeft respectievelijk EUR 2.356,07 en EUR 2.723,35 bedragen. Terzake de restschuld met betrekking tot het Contract MillenniumVersneller heeft [eiser sub 13] een betalingsregeling getroffen, waarop hij heeft vermeld dat hij heeft getekend met alle voorbehoud van zijn rechten.

3.11. [eiseres sub 14] heeft op 23 december 1997 een Contract GroeiVermogen gesloten. Dit Contract is nog niet beëindigd. [eiseres sub 14] heeft de rente voor de eerste vijf jaar ten bedrage van EUR 11.347,24 vooruit betaald, daarna is zij per maand gaan betalen. Tot op de dag van dagvaarding was door [eiseres sub 14] een bedrag van in totaal EUR 17.353,39 betaald.

4. De kenmerken van de Contracten en de verstrekte informatie

4.1. In het onderstaande wordt per Contract uiteengezet wat daarvan de belangrijkste kenmerken zijn en welke informatie aan de deelnemers van deze Contracten door GroeiVermogen werd verstrekt. De verstrekte informatie heeft door de jaren heen enkele (meestal kleine) wijzigingen ondergaan, die overigens niet alle bij de rechtbank bekend zijn, nu niet alle informatie is overgelegd. In het onderstaande is steeds geciteerd uit één van de verstrekte informatiebronnen, tenzij de wijziging van dien aard was dat vermelding daarvan voor de beoordeling van het geschil relevant is.

GroeiVermogen

Kenmerken van het Contract

4.2. GroeiVermogen is een Contract met een looptijd van vijftien jaar, dat na vijf jaar en na tien jaar kosteloos beëindigd kan worden. In dit Contract koopt GroeiVermogen op naam en voor rekening van de deelnemer aandelen. Het aankoopbedrag wordt door GroeiVermogen voorgeschoten. De “leasesom” wordt vervolgens berekend door de verschuldigde rentevergoeding over dit aankoopbedrag over de komende vijftien jaar bij de aankoopsom op te tellen. Deze leasesom wordt vervolgens gedeeld door het aantal maandtermijnen (180 in vijftien jaar) om het door de deelnemer te betalen maandbedrag te bepalen. Dit maandbedrag betreft dan ook rente en aflossing op de verstrekte lening (het leasebedrag). De deelnemer kan er ook voor kiezen de maandbedragen per vijf jaar ineens bij vooruitbetaling te doen. Tenzij de deelnemer heeft gekozen voor de optie om na 5 of 10 jaar de lening aflossingsvrij te maken, heeft hij na 15 jaar de gehele lening afbetaald. Hij kan dan kiezen voor levering door GroeiVermogen van de aandelen aan hem, óf hij kan GroeiVermogen opdracht geven de aandelen te verkopen en de opbrengst aan hem uit te keren. Bij beëindiging van het Contract na vijf of tien jaar kan de deelnemer kiezen voor levering van de aandelen aan hem, onder betaling van de rest van de aankoopsom, óf voor verkoop van de aandelen door GroeiVermogen, waarna de opbrengst, minus het restant van de nog openstaande aankoopsom aan hem wordt uitbetaald. Bij tussentijdse beëindiging op een ander tijdstip binnen de Contractsduur is de deelnemer aan GroeiVermogen een boete verschuldigd.

De rente staat steeds voor vijf jaar vast. Het Contract kent de mogelijkheid om een verzekering af te sluiten tegen het ontstaan van een restschuld na de eerste vijf jaar. Bij brief van 18 december 2000 heeft GroeiVermogen aan alle deelnemers van het Contract de mogelijkheid geboden om hun Contract om te zetten in het Contract GroeiVermogen ClickExtra. Nu dit voor de beoordeling van de geschilpunten niet relevant is, behoeven de kenmerken van dit Contract ClickExtra geen bespreking.

De verstrekte informatie

4.3. In de Brochure GroeiVermogen is onder meer en voor zover van belang het volgende vermeld:

“Een nieuwe manier om uw vermogen te laten groeien

De belangrijkste voordelen van bestaande manieren voor vermogensopbouw (spaarrekeningen, aandelen, verzekeringen) zijn gecombineerd tot een uitgekiende nieuwe formule: GroeiVermogen.

GroeiVermogen is gebaseerd op het principe van effectenlease. U betaalt maandelijks een vast bedrag. In ruil hiervoor heeft u direct recht op de opbrengsten van een portefeuille aandelen. GroeiVermogen financiert de aankoop voor 100%. Na 15 jaar bent u definitief eigenaar van dit aandelenpakket, terwijl u al vanaf de eerste dag van deelname profiteert van alle opbrengsten!

Uw persoonlijke prognose

In uw persoonlijke prognose ziet u wat GroeiVermogen u na 15 jaar belastingvrij kan opleveren. Deze opbrengst is berekend op basis van het door u gewenst maandbedrag en uw persoonlijke fiscale situatie. Zoals u ziet is het rendement bijzonder hoog. Maar, het is wel realistisch. (…)

Hoog rendement, hoog risico?

Aandelen kunnen meer opleveren dan een spaarrekening, dat is een feit. De waardestijging van uw aandelen (we noemen dat koerswinst) incasseert u bij verkoop van uw aandelen en is belastingvrij. Uw winst met GroeiVermogen is uiteraard niet gegarandeerd: die hangt af van de ontwikkelingen op de beurs. Daarom besteden onze beleggingsexperts [eiser sub 6]ste zorg aan de keuze van de aandelen. GroeiVermogen belegt in aandelen van vier solide ondernemingen, verspreid over verschillende bedrijfssectoren: ABN-AMRO, Dordtsche Petroleum, Ahold en Elsevier. De afgelopen 20 jaar realiseerden deze aandelen een gemiddelde koerswinst van 16,5% jaarlijks. Maar historisch rendement biedt geen garantie voor de toekomst. Om die reden is de berekening in uw persoonlijke prognose gebaseerd op een 25% lager resultaat (namelijk 12,4%).

Het mag duidelijk zijn dat aandelenbeleggingen over een langere periode een gelijkmatiger resultaat geven dan over een korte periode. Immers, hoe korter de beleggingsmethode, hoe sterker de invloed van koersfluctuaties merkbaar is. Wij adviseren u daarom deel te nemen voor een periode van tenminste 5 jaar.

Risico’s afdekken

Wilt u helemaal geen koersrisico lopen? Ook dat kan. U sluit dan een 0% koersrisicoverzekering af. Die verzekering biedt u de garantie dat u na 5 jaar uw aandelen voor tenminste de aankoopkoers kunt verkopen. Zo profiteert u zonder enig koersrisico toch van de opbrengsten van uw aandelen. De verzekering kost (…)% [een per jaar wisselend percentage, de rechtbank] van het te beleggen aandelenkapitaal. Dit bedrag kan verrekend worden via een opslag op uw maandbedrag gedurende de eerste 5 jaar.

(…)

Elke 5 jaar de mogelijkheid om uw overeenkomst te herzien

Na 15 jaar bent u definitief eigenaar van de aandelen. Deze worden op uw verzoek geleverd in een effectendepot naar keuze. De koerswinst die u ontvangt als u uw aandelen verkoopt, is belastingvrij. Van ons hoeft u de 15-jarige periode overigens niet vol te maken. Elke 5 jaar kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden.

1. U gaat verder op de gekozen manier

(…)

2. Niet meer sparen, alleen rendement

Wij kunnen u na 5 jaar aanbieden de financiering om te zetten naar een aflossingsvrije vorm. Dan betaalt u geen aflossing, maar uitsluitend rente over het resterende financieringsdeel. Het spaarkarakter van GroeiVermogen gaat dan verloren. U heeft echter maximaal fiscaal voordeel en de opbrengsten van de aandelen blijven volledig voor u.

3. Tussentijds beëindigen

Het is mogelijk om tussentijds uw winst te nemen zonder dat u last heeft van enige fiscale beperking. Na afloop van elke 5 jaarsperiode kan dit altijd kosteloos. Het verschil tussen de opbrengst van de aandelen en het restant van de financiering wordt dan met u verrekend. U kunt overigens op elk moment besluiten af te zien van verdere deelname. Binnen de 5-jaarsperiode zijn daar kosten aan verbonden.

(…) ”

4.4. In de “Overeenkomst GroeiVermogen” is onder meer en voor zover van belang vermeld:

“Deelname gegevens Groei Vermogen:

De belegging:

1. het te beleggen bedrag: (…) voor gelijke delen te beleggen in aandelen (de “Aandelen”):

I: ABN AMRO Holding

II: Ahold

III: Dordtsche Petr. Ind. Mij

IV: Elsevier

KBW Effecten bank N.V. (hierna te noemen: “de bank”) blijft eigenaar van de aandelen totdat ik aan de bank al hetgeen de bank van mij uit hoofde van de overeenkomst te vorderen heeft, heb betaald.

Het deelnamebedrag:

2. De belegging wordt betaald door de bank. Alle baten, lasten, waardeveranderingen met betrekking tot de Aandelen komen voor mijn rekening. De looptijd van de deelname is 180 maanden. Ik ben aan de bank een maandelijks deelnamebedrag verschuldigd dat tijdens de eerste 60 maanden als volgt wordt samengesteld:

Deelnamebedrag: (…) (samengesteld uit rente en aflossing)

Rente: 1% per maand (12,68% effectief per jaar)

Renteherziening steeds na 60 maanden

Aflossing van de aankoopsom vindt plaats door: aflossingsdeel (annuïtair) in het deelnamebedrag.

Eerste 60 maanden vooruitbetalen

3. (…)

Verklaring

7. Ik verklaar dat de gegevens van deze overeenkomst juist zijn en wens een leaseovereenkomst met de bank aan te gaan op basis van de voorwaarden zoals deze op de overeenkomst GroeiVermogen 12/96 zijn vermeld (…). Ik heb van de in deze overeenkomst en vorenbedoelde voorwaarden kennisgenomen en ben mij bewust van de risico’s die aan de beleggingen onder deze overeenkomst verbonden zijn.”

4.5. In de Voorwaarden GroeiVermogen 12/96 is voor zover van belang vermeld:

“(…)

2. Aankoop Aandelen/beëindiging

2.1. De bank zal (…) de Aandelen aankopen. De aandelen worden geadministreerd in een effectendepot bij KBW Effectenbank N.V. ten name van de Cliënt onder vermelding van “inzake uw contract GroeiVermogen” een en ander met inachtneming van hetgeen in artikel 1 van de overeenkomst is gesteld ten aanzien van het eigendom.

2.2. Na afloop van de derde renteperiode en onder de voorwaarde dat de Cliënt het door hem onder de overeenkomst aan de bank verschuldigde aan de bank heeft betaald, zal de bank de Aandelen aan de Cliënt leveren in een op naam van de Cliënt gesteld aandelendepot bij de bank of een andere door de Cliënt aangewezen instelling.

4. Rente

4.1. De looptijd van de deelname bedraagt 180 maanden, bestaande uit drie renteperiodes van 60 maanden. (…)

5. Tussentijdse beëindiging/vervroegde aflossing

5.1. De Cliënt heeft aan het eind van de eerste en tweede renteperiode het recht de overeenkomst eenzijdig te beëindigen zonder dat de bank daarvoor kosten in rekening brengt. (…) De Cliënt is bij een dergelijke beëindiging de Aankoopsom, verminderd met het aflossingsdeel van reeds eerder betaalde maandbedragen, aan de bank verschuldigd. Tenzij de Cliënt in zijn verzoek tot tussentijdse beëindiging aangeeft van welke in artikel 5.3. genoemde keuzemogelijkheden hij gebruik wenst te maken, zal de in artikel 5.3.a. genoemde mogelijkheid van toepassing zijn.

5.2. De Cliënt kan te allen tijde de bank schriftelijk verzoeken hem toe te staan de Aankoopsom en, indien van toepassing, de garantiepremie, verminderd met het aflossingsbestanddeel van de reeds betaalde deelnamebedragen, volledig vervroegd af te lossen. (…) In geval van vervroegde aflossing door de Cliënt is de bank bevoegd de Cliënt te verplichten een schadevergoeding aan de bank te betalen die 0,25% bedraagt van het nog af te lossen gedeelte van de Aankoopsom en, indien van toepassing, de garantiepremie, vermenigvuldigd met het aantal maanden dat ligt tussen het moment waarop de Cliënt de vervroegde aflossing wenst te doen tot het einde van de lopende renteperiode. (…)

5.3. Ter keuze van de Cliënt kan de Cliënt bij tussentijdse beëindiging of volledige vervroegde aflossing:

a. de Aandelen, zonder kosten, laten verkopen door de bank ter betaling van al hetgeen de Cliënt aan de bank verschuldigd is uit hoofde van de overeenkomst, hierna te noemen: het verschuldigde. (…) De bank zal niet jegens Cliënt aansprakelijk zijn voor de alsdan gerealiseerde verkoopprijs, behoudens gevallen van opzet of grove schuld. Indien de opbrengst van de verkoop van de Aandelen het verschuldigde overtreft zal de bank het verschil binnen zeven werkdagen na de datum van verkoop laten bijschrijven op de Incassorekening. Dit verschil geldt als vergoeding voor (i) het op dat moment reeds afgeloste deel van de Aankoopsom, (ii) eventueel vooruitbetaalde rente voor de periode vanaf de dag van Verkoop van de Aandelen en, indien van toepassing, (iii) het op dat moment reeds afgeloste deel van de garantiepremie. Indien de Cliënt een Koersgarantie heeft genomen, zal de koersgarantie bij vervroegde aflossing overeenkomstig artikel 5.2. komen te vervallen zonder dat de bank gehouden zal zijn enige verdere vergoeding dan hierboven aangegeven aan de Cliënt te geven. Indien en voorzover de opbrengst van de verkoop van de Aandelen lager is dan het verschuldigde, is de Cliënt het verschil verschuldigd aan de bank. De bank zal de Cliënt daartoe een nota doen toekomen die terstond door de Cliënt zal worden voldaan op de in artikel 3.1. voorziene wijze.

b. Het verschuldigde aan de bank betalen. Na ontvangst van de betaling zal de bank de Aandelen aan de Cliënt leveren.

6. Uitkering in Dividenden en Uitoefening van aan Aandelen verbonden rechten

6.1. Indien op de Aandelen dividenden worden uitgekeerd, zal de bank de dividenden na ontvangst daarvan door de bank aan de Cliënt doen toekomen. (…) In geval van keuzedividend, zal de bank kiezen voor uitkering in Aandelen.

6.2. Andere dan in artikel 6.1. bedoelde rechten zullen ter vrije keuze van de bank door haar worden uitgeoefend.

(…)

10. Verkoopkoersgarantie

Indien de Cliënt een verkoopkoersgarantie heeft genomen, heeft hij het recht op de laatste dag van de eerste renteperiode ingeval van tussentijdse beëindiging of vervroegde aflossing, de Aandelen aan de bank te verkopen tegen een prijs die gelijk is aan de Aankoopsom.”

BeursVersneller

De Kenmerken van het Contract:

4.6. In de overeenkomst BeursVersneller koopt GroeiVermogen op naam en voor rekening van de deelnemer AEX Garantiecertificaten, met een gegarandeerde eindwaarde van ongeveer 14% beneden de aankoopwaarde. GroeiVermogen schiet het aankoopbedrag van deze Certificaten voor en de deelnemer is over dit bedrag rente verschuldigd. Tevens lost de deelnemer een deel van de lening (te weten dat deel dat niet wordt gedekt door de garantiewaarde) gedurende de vijfjarige looptijd van het contract af. Aan het eind van de looptijd worden de Garantiecertificaten in beginsel door GroeiVermogen verkocht. Van de opbrengst dient het nog afbetaalde deel van de lening te worden afgelost. Het eventuele restant wordt aan de deelnemer uitgekeerd. De deelnemer kan er ook voor kiezen de garantiecertificaten over te nemen, tegen betaling van het nog openstaande bedrag van de lening. Van de BeursVersneller maken voorts deel uit de “Beste Start Garantie” en de “WinstVerdubbelaar”. Hiervoor is de deelnemer een premie verschuldigd. Het maandbedrag dat door de deelnemer wordt betaald bestaat dan ook uit rente over de lening, aflossing op een deel van de lening en premies.

De verstrekte informatie

4.7. In de Brochure BeursVersneller is onder meer en voor zover van belang vermeld:

“De Beursversneller:

De gemakkelijke manier om in korte tijd kans te maken op een meer dan gemiddeld rendement.

(…)

Hoe werkt de Beursversneller?

Met de BeursVersneller kunt u veel Koerswinst maken zonder dat u over eigen geld beschikt. Dat gaat zo:

• U betaalt 5 jaar lang een vast maandbedrag

• GroeiVermogen schiet u direct een groot bedrag voor dat afhankelijk is van de hoogte van uw maandelijkse deelnamebedrag.

Met dit bedrag wordt namens u direct belegd in AEX Garantiecertificaten. De waarde daarvan volgt de AEX.

(…)

En over 5 jaar…

Aan het eind van de looptijd, dus over 60 maanden:

• Worden uw AEX-Garantiecertificaten verkocht.

• Uit de opbrengst wordt het voorgeschoten bedrag afgelost.

• Wat overblijft is de koerswinst: deze is voor u tot een maximum van 100% van de garantiewaarde.

• Dit bedrag verdubbelt GroeiVermogen. U ontvangt dus twee maal de koerswinst. Dit bedrag krijgt u belastingvrij op uw rekening.

• U ontvangt een extra winstuitkering als de AEX gedurende het eerste jaar van de looptijd onder de aankoopkoers is gezakt.

(…)

Meedoen met een zelfgekozen maandbedrag

Een van de grote voordelen van de BeursVersneller is dat u niet over eigen geld hoeft te beschikken om koerswinst te kunnen behalen. U kunt meedoen met een relatief bescheiden maandbedrag, dat u zelf mag bepalen. (…)

Uw maandbedrag bestaat uit:

• Rente (slechts 7,4%, effectief 7,66%) over het aankoopbedrag van uw AEX Garantiecertificaten.

• Aflossing van het verschil tussen de garantiewaarde en de aankoopprijs.

• De premie voor uw Beste Start Garantie en de uitkering van uw tweede maal koerswinst.

(…)

En als alles tegenzit?

Op basis van de ontwikkeling van de AEX in het verleden is de kans op winst over een periode van 5 jaar groot. Beleggen blijft echter risico’s in zich houden. Het is mogelijk dat de AEX over 5 jaar lager staat dan nu. Of dat de stijging tegenvalt en daarmee uw rendement. Daarom heeft u over vijf jaar altijd de mogelijkheid om uw contract te verlengen. U kunt dan betere tijden afwachten. Wilt u tegen die tijd toch liever uw contract beëindigen: Dan kan dat ook in het slechtste geval zonder enige bijbetaling. Alleen heeft u in dat geval geen opbrengst en bent u uw inleg kwijt.

4.8. Onder het kopje “Hoe zit dat met die AEX Garantiecertificaten?” in de Brochure is vermeld:

“AEX Garantiecertificaten worden uitgegeven door Fortis Bank Nederland en vormen een ijzersterke belegging. De waarde beweegt mee met de AEX-index. Als u deelneemt koopt GroeiVermogen namens u AEX Garantiecertificaten ter waarde van het bij uw maandbedrag behorende bedrag. Deze certificaten hebben een garantiewaarde. Dit is het bedrag dat u over vijf jaar gegarandeerd terugkrijgt voor uw AEX Garantiecertificaten, ook als de AEX dan lager staat. Hiermee kunt u in ieder geval het door GroeiVermogen voorgeschoten bedrag terug betalen. De aankoopprijs van de AEX Garantiecertificaten ligt ongeveer 14% boven de garantiewaarde. Met de garantiewaarde van uw certificaten profiteert u van een stijging van de AEX tot 100%. Dit komt neer op een gemiddelde stijging van 14,8% per jaar. Bovenstaande wordt verduidelijkt door het volgende voorbeeld, waarin de garantiewaarde op fl. 1.000,- is gesteld:

Aankooprijs AEX Garantiecertificaat: fl. 1.140,-

Gegarandeerde opbrengst van het

Garantiecertificaat na 5 jaar: fl. 1.000,-

Maximale opbrengst na 5 jaar

(bij een gemiddelde stijging van de

AEX-index van 14,8%) fl. 2.000,-”

4.9. In de Overeenkomst BeursVersneller is onder meer en voor zover van belang vermeld:

“1. Aankoop van de Certificaten

GroeiVermogen N.V. koopt bij afgifte door Fortis Bank Nederland N.V. voor de deelnemer op de Aankoopdag een dusdanig aantal AEX Garantiecertificaten (de “Certificaten”) zodat het Maandbedrag, zoals berekend op de wijze beschreven in artikel 4 van deze overeenkomst ( de “Overeenkomst”), nagenoeg gelijk is aan doch nooit meer bedraagt dan de maandelijkse betaling die de deelnemer heeft aangegeven op het deelnameformulier BeursVersneller (het “Deelnameformulier”).

2. Genot en eigendom van de Certificaten

Gedurende de periode van zestig maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin de Aankoopdag valt, zijn alle voor- en nadelen van de certificaten voor rekening van de deelnemer, tenzij in de Overeenkomst en de Voorwaarden BeursVersneller (de “Voorwaarden”) anders is bepaald. (…) De Certificaten zijn eigendom van GroeiVermogen tot de deelnemer aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst en de Voorwaarden heeft voldaan.

(…)

5. Opties voor de deelnemer op de Afloopdag

GroeiVermogen zal, indien zij van de deelnemer uiterlijk 10 kalenderdagen voor de Afloopdag een schriftelijke opdracht heeft ontvangen en de deelnemer voorts aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst en de Voorwaarden heeft voldaan:

a. aan de deelnemer de volledige eigendom van de Certificaten overdragen tegen betaling van al hetgeen de deelnemer uit hoofde van de Overeenkomst en de Voorwaarden verschuldigd is; of

b. de Uitkering op de Certificaten ten behoeve en ten bate van de deelnemer incasseren en herbeleggen (…)

Indien hetgeen hierboven omschreven is zich niet voordoet, zal GroeiVermogen op de Afloopdag namens de desbetreffende deelnemer zijn Certificaten ter incasso aanbieden en de uitkering op de Certificaten onder verrekening met hetgeen GroeiVermogen van de deelnemer te vorderen heeft aan de deelnemer op de op het deelnameformulier opgegeven betaalrekening betalen of indien een tekort resteert, het tekort van de betaalrekening incasseren.

4.10. Op de overeenkomst zijn de “Voorwaarden BeursVersneller” van toepassing.

Hierin is onder meer en voor zover van belang bepaald:

“(…)

5. Tussentijdse beëindiging

(…)

De deelnemer of GroeiVermogen heeft het recht de Overeenkomst door schriftelijke kennisgeving tussentijds te beëindigen. Bij tussentijdse beëindiging zal:

I. het nog niet betaalde bedrag van de Aankoopsom en de premie onmiddellijk door GroeiVermogen opeisbaar zijn,

II. Op schriftelijk verzoek van de deelnemer:

a. het recht op de uitkering uit de Certificaten en het recht op de extra uitkering als bedoeld in artikel 3 van de Overeenkomst komen te vervallen en de door GroeiVermogen te bepalen marktwaarde van deze rechten op het moment van tussentijdse beëindiging van de Overeenkomst aan de deelnemer ten goede komen; of

b. zal GroeiVermogen de Certificaten in volledige eigendom leveren aan de deelnemer, nadat de deelnemer aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst en de Voorwaarden heeft voldaan en zal het recht op de extra uitkering als bedoeld in artikel 3 van de Overeenkomst komen te vervallen waarbij de door GroeiVermogen te bepalen marktwaarde van het vervallen recht op het moment van tussentijdse beëindiging van de Overeenkomst aan de deelnemer ten goede zal komen.

III. de deelnemer een onmiddellijk opeisbare vergoeding aan GroeiVermogen verschuldigd zijn van 0,25% van de Aankoopsom en de Premie vermenigvuldigd met het aantal hele maanden tussen het tijdstip van tussentijdse beëindiging tot de Afloopdag.

GroeiVermogen zal het saldo van de vorderingen I tot en met III aan de deelnemer uitkeren (…) danwel zal de deelnemer een eventueel tekort betalen aan GroeiVermogen op de wijze zoals omschreven in artikel 6 en 7 van deze Voorwaarden.

(…)”

VermogensVersneller

De Kenmerken van het Contract:

4.11. De VermogensVersneller is een Contract met een looptijd van 5 jaar waarbij GroeiVermogen voor rekening van de deelnemer aandelen koopt voor een vast bedrag van fl. 7.843,-. Deze aankoopsom wordt door GroeiVermogen voorgeschoten. De deelnemer betaalt rente over deze lening. Het contract VermogensVersneller biedt de mogelijkheid om een verzekering af te sluiten tegen het ontstaan van een restschuld, de zogenaamde 0% Koersrisicoverzekering. Aan het eind van de looptijd worden de aandelen verkocht. Van de opbrengst dient eerst de nog openstaande lening te worden afgelost. Een eventueel overschot wordt aan de deelnemer uitgekeerd. Een eventueel tekort moet door de deelnemer nog aan GroeiVermogen worden betaald, tenzij hij zich tegen een tekort verzekerd heeft door middel van de 0% Koersrisicoverzekering. De deelnemer kan er ook voor kiezen de aandelen over te nemen, tegen betaling van de nog openstaande lening aan GroeiVermogen.

Onderdeel van de VermogensVersneller is de WinstVersneller, op basis waarvan aan de deelnemer op de Afloopdag, naast de waarde van de aandelen op de Afloopdag, nog een bedrag wordt uitgekeerd ter hoogte van de waarde van de aandelen op de Afloopdag, verminderd met de laagste gezamenlijke waarde van de aandelen gedurende de contractperiode. Voor de WinstVersneller betaalt de deelnemer een premie ter hoogte van een percentage van de aankoopsom van de aandelen, alsmede de bruto dividenden die op de aandelen worden uitgekeerd.

De verstrekte informatie

4.12. Van het Contract VermogensVersneller maken deel uit het Deelnameformulier, de Brochure, de Overeenkomst en de Voorwaarden. Door partijen zijn verschillende versies van de Brochure, de Overeenkomst en de Voorwaarden overgelegd waaruit geconcludeerd moet worden dat de tekst hiervan in de loop van de tijd op onderdelen gewijzigd is. Indien dit voor de beoordeling van de vorderingen relevant is, zal uit verschillende versies worden geciteerd.

4.13. Op het Deelnameformulier (1997/3) kon de potentiële deelnemer aankruisen hoeveel Contracten hij wenste aan te gaan, met een maximum van 5 Contracten per deelnemer. Ook diende de potentiële deelnemer op dit formulier aan te kruisen of hij wel of geen 0% Koersrisicoverzekering wenste af te sluiten. Daarbij was vermeld:

“Let op: Indien u niet kiest voor de 0% Koersrisicoverzekering bespaart u op uw deelnamebedrag. Daar staat tegenover dat een eventueel nadelig verschil tussen de verkoopwaarde ten opzichte van de aankoopwaarde voor uw rekening komt.”

Voorts staat op het Deelnameformulier vermeld:

‘Ik heb kennisgenomen van en ga akkoord met de in de Overeenkomst opgenomen voorwaarden en ik ben mij bewust van de risico’s verbonden aan de beleggingen welke zullen worden verricht onder de Overeenkomst.”

4.14. In de Brochure behorende bij het Contract VermogensVersneller, die door eisers als productie 19 bij dagvaarding is overgelegd, is onder meer vermeld:

“HET KLINKT TE MOOI OM WAAR TE ZIJN

Met een bruto maandbedrag van fl. 117,- (netto vanaf fl. 64,- per maand) een uitkering in 2002 die met gemak meer dan fl. 12.888,- kan bedragen. Optimistisch? Niet als u het vergelijkt met de opbrengst van de VermogensVersneller als u vijf jaar eerder was begonnen. Dan zou u op dit moment zelfs meer dan fl. 33.000,- hebben ontvangen. Belastingvrij en onmiddellijk vrij besteedbaar. Onze prognose is daarom voorzichtig. We hebben ons gebaseerd op de resultaten van de afgelopen twintig jaar met een veiligheidsmarge van 20%. De resultaten die men met de VermogensVersneller kan behalen zijn niet alleen mooi maar zijn nu ook zonder onnodige risico’s voor u bereikbaar. Met de VermogensVersneller ontvangt u dubbele koerswinst op aandelen in Nederlandse topondernemingen (Koninklijke Ahold en ABN Amro Holding). U profiteert van, vaak onbenutte, fiscale aftrekmogelijkheden en u gaat ook nog geld verdienen aan tussentijdse koersdalingen. (…)

STAP I. AANDELEN ZONDER EIGEN GELD EN ZONDER KOERSRISICO

Aandelen zonder eigen geld

Wij kopen en betalen voor u aandelen in twee solide ondernemingen (Ahold en ABN Amro) totaal ter waarde van fl. 7.843,-. U krijgt gedurende 5 jaar volledig recht op de koersstijging van deze aandelen.

Aandelen zonder koersrisico

Wij betalen bij de start van uw VermogensVersneller het aankoopbedrag voor u. U weet echter nu al zeker dat na 5 jaar de opbrengst van deze aandelen altijd genoeg zal zijn om het aankoopbedrag terug te betalen. We verzekeren de aandelen namelijk tegen koersdaling. De premie hiervoor is 10% van het aankoopbedrag (0% Koersrisicoverzekering).

STAP 2. VERDUBBELING VAN DE KOERSWINST PLUS EEN EXTRA!

Na 5 jaar verkopen we de aandelen. U ontvangt 2 uitkeringen:

Uitkering A: De Koerswinst

De waardestijging incasseert u volledig belastingvrij. Bij jaarlijks 11,8% koersstijging (de gemiddelde stijging in de afgelopen 20 jaar was zelfs 14,9%) levert u dit na 5 jaar f. 5.856,- op. Maar dit is nog niet eens de helft.

Uitkering B: Nog eens Koerswinst, maar dan vanaf de laagste koers!

De VermogensVersneller heeft een ijzersterke extra: U ontvangt namelijk nog eens de koersstijging op deze aandelen. Maar deze keer niet gerekend vanaf het aankoopniveau maar vanaf het laagste punt in de komende vijf jaar. Een tussentijdse daling kan uw einduitkering dus nog eens verhogen. (…) De premie voor deze ‘Winstversneller’ bestaat uit de dividenden op de aandelen en een premie van 12% van de aankoopsom.

(…)

DE VERMOGENSVERSNELLER IN GOEDE EN SLECHTE TIJDEN

De opbrengst van een belegging in aandelen is vooraf niet zeker. Maar het is bekend dat aandelen een hoog rendement kunnen opleveren. De ‘WinstVersneller’ keert bovendien een extra koerswinst uit gemeten vanaf de laagste koers over de volledige periode van vijf jaar. Er is slechts één beursscenario denkbaar waarin u met de VermogensVersneller geen uitkering ontvangt: als de slotkoers na vijf jaar precies gelijk is aan de laagste koers. Als dit scenario zich voordoet, wat overigens nog nooit gebeurd is in de afgelopen twintig jaar, verliest u uw netto kosten. Als de koersen echter stijgen, krijgt u deze stijging tenminste 2x uitgekeerd.

(…)”

4.15. Daarnaast heeft GroeiVermogen een Brochure met betrekking tot de VermogensVersneller overgelegd, als productie 18 bij conclusie van antwoord. Dit betreft de Brochure 1997/3. Op de voorzijde van deze Brochure is vermeld:

“Zelfs slechte tijden worden goede tijden op de beurs.

VermogensVersneller: Dubbele koerswinst en zélfs profiteren van een tussentijdse daling”

4.16. De tekst en lay-out van deze Brochure verschilt van bovenstaande Brochure. Zo worden blijkens deze Brochure Aandelen gekocht in 4 ondernemingen (Ahold, Dordtsche Petroleum, ING Groep en KPN).

4.17. Ten aanzien van de 0% Koersrisicoverzekering wordt in deze Brochure vermeld:

“met de VermogensVersneller profiteert u vanaf de eerste dag van deelname van de koersstijging van deze aandelen. De aankoopwaarde van de aandelen kunt u verzekeren met een 0% Koersrisicoverzekering. U loopt dan géén enkel koersrisico over de aandelen. De premie hiervoor is 12,5% van de aankoopsom en garandeert dat het aankoopbedrag altijd zonder problemen uit de verkoop van de aandelen voldaan kan worden. De aanschaf van deze verzekering is vrijblijvend. U kunt besluiten dit koersrisico zelf te dragen. Dan komt een eventueel negatief verschil tussen de aan- en verkoopwaarde van de aandelen voor uw rekening”

4.18. Onder het kopje “Rendement en Risico” van de Brochure 1997/3 is vermeld:

“De opbrengst van een belegging in aandelen is vooraf niet zeker. Maar het is bekend dat aandelen een hoog rendement kunnen opleveren. De Winstversneller keert bovendien een extra koerswinst uit gemeten vanaf de laagste koers over de volledige periode van 5 jaar. Bij deelname met 0% Koersrisico verzekering is er slechts één beursscenario denkbaar waarin u met de VermogensVersneller geen uitkering ontvangt: als de slotkoers na 5 jaar precies gelijk is aan de laagste koers. Als dit scenario zich voordoet, verliest u uw netto kosten. Als de koersen echter stijgen, krijgt u deze stijging tenminste 2x uitgekeerd.”

4.19. Als productie 9 bij dagvaarding is een voorbeeld van een Overeenkomst VermogensVersneller 1998/4 overgelegd. Hierin is onder meer en voor zover van belang vermeld:

“1. De aandelen

GroeiVermogen N.V. koopt voor de deelnemer voor nagenoeg gelijke bedragen aandelen (…) met een gezamenlijke waarde van maximaal fl. 7.843,--. De werkelijke aankoopsom is afhankelijk van de hoogte van de prijs per aandeel welke wordt vastgesteld op de hierna omschreven wijze. (…)

2. Financiering en rente

GroeiVermogen betaalt de Aankoopsom. De deelnemer betaalt de Aankoopsom terug aan GroeiVermogen op de eerste beursdag na 5 jaar volgend op de Aankoopdatum. Gedurende de periode van de Aankoopdatum tot de Afloopdatum is de deelnemer rente verschuldigd ter hoogte van 1% per maand (12,68% effectief per jaar) over de Aankoopsom. (…) De deelnemer kan kiezen voor deelname zonder 0% Koersrisicoverzekering. Het deelnamebedrag bestaat uit:

Rente gedurende gehele looptijd (60 x fl 78,43) fl. 4.705,80

Korting op rentebedrag wegens betaling ineens; 15% fl. 705,87

Totaal vooruit te betalen rentebedrag fl. 3.999,93

Premie WinstVersneller (15,25% x Aankoopsom) fl. 1.196,06 +

A: totaal te betalen bedrag zonder 0%Koersrisicoverzekering fl. 5.195,99

0% Koersrisicoverzekering (15,0% x Aankoopsom) fl. 1.176,45 +

B: totaal te betalen bedrag met 0% Koersrisicoverzekering fl. 6.372,44

3. Genot en eigendom van de Aandelen

De Aandelen zijn eigendom van GroeiVermogen. Gedurende de Contractsperiode zijn alle baten, lasten en waardeveranderingen van de Aandelen voor rekening van de deelnemer, behoudens voor zover in deze Overeenkomst en de Voorwaarden VermogensVersneller 1998/4 anders is bepaald. Bewaarloon, dividendkosten en aan- en verkoopkosten binnen de Contractperiode zijn voor rekening van GroeiVermogen. Tenminste drie maanden voor de Afloopdatum zal GroeiVermogen de deelnemer aanbieden een keuze te maken uit drie opties:

a. verkoop van de Aandelen en uitkering aan de deelnemer van de opbrengst van de Aandelen, de Winstversneller en de 0% Koersrisicoverzekering na aftrek van de Aankoopsom en het door de deelnemer alsdan onder de Overeenkomst aan GroeiVermogen verschuldigde.

b. Uitkering van de opbrengsten van de Winstversneller en de 0% Koersrisicoverzekering na aftrek van de Aankoopsom en het door de deelnemer alsdan onder de Overeenkomst aan GroeiVermogen verschuldigde en overdracht van door GroeiVermogen van de Aandelen op de Afloopdatum aan de deelnemer in een door de deelnemer aan te wijzen effectendepot.

c. Uitkering van de opbrengsten van de Winstversneller en de 0% Koersrisicoverzekering na aftrek van het door de deelnemer alsdan onder de Overeenkomst aan GroeiVermogen verschuldigde met uitsluiting van de aankoopsom en verlenging van de Overeenkomst tegen de dan vastgestelde Voorwaarden.

Zonder bericht van de deelnemer wordt uitgegaan van een keuze voor optie a). Indien de bij de deelnemer gekozen optie behorende berekening als boven bedoeld in een negatief bedrag resulteert, dan heeft de deelnemer geen recht op enige uitkering, maar is hij het desbetreffende negatieve bedrag aan GroeiVermogen verschuldigd.

4. 0% Koersrisico verzekering

Indien de deelnemer opteert voor de keuze B genoemd in artikel 2 zal GroeiVermogen, ingeval de gezamenlijke waarde van de Aandelen op de Afloopdatum lager is dan de Aankoopsom, het verschil op de Afloopdatum aan de deelnemer uitkeren. De deelnemer is daarvoor een garantiepremie verschuldigd van 15,0% van de Aankoopsom. (…)

5. De Winstversneller

(…)

De premie voor de Winstversneller is gelijk aan het totaal van alle bruto dividendopbrengsten uit de Aandelen gedurende de Contractperiode plus 15,25% van de Aankoopsom.

(…)”

4.20. In de Voorwaarden VermogensVersneller 1998/4 is onder meer bepaald:

“(…)

6. Tussentijdse beëindiging

(…)

De deelnemer heeft het recht de Overeenkomst met onmiddellijke ingang eenzijdig tussentijds te beëindigen. Indien de Overeenkomst tussentijds wordt beëindigd, zal/zullen voor zover van toepassing:

I. het gehele bedrag van de Aankoopsom onmiddellijk door GroeiVermogen opeisbaar zijn;

II. de premies voor de 0% Koersrisicoverzekering en de Winstversneller onmiddellijk door GroeiVermogen opeisbaar zijn voor zover deze nog niet zijn betaald;

III. de vooruitbetaalde rente welke nog niet is vervallen onder aftrek van de rentekorting van 15% ten goede komen aan de deelnemer;

IV. de Aandelen op een door GroeiVermogen te bepalen moment ter beurze of anderszins worden verkocht en de opbrengst ten goede komen aan de deelnemer.

V. het recht op uitkering van de 0% Koersrisicoverzekering en op uitkering van de Winstversneller komen te vervallen en daartegenover;

VI. de door GroeiVermogen te bepalen liquidatiewaarde op het moment van tussentijdse beëindiging van de Overeenkomst, van de 0% Koersrisicoverzekering en van de Winstversneller, aan de deelnemer ten goede komen;

VII. een vergoeding onmiddellijk door GroeiVermogen opeisbaar zijn ter grootte van 0,25% van de Aankoopsom vermenigvuldigd met het aantal hele maanden tussen het tijdstip van tussentijdse beëindiging tot de Afloopdatum.

Het saldo van de vorderingen (…) zal aan de deelnemer uitgekeerd worden dan wel, indien een tekort ontstaan is, door de deelnemer betaald worden (…)”

4.21. Voorbeelden van de Overeenkomst en Voorwaarden VermogensVersneller 1997/3 zijn eveneens overgelegd. Deze verschillen op niet relevante punten van de bovengeciteerde Overeenkomst en Voorwaarden.

De MillenniumVersneller

De kenmerken van het Contract

4.22. In dit Contract, dat een looptijd heeft van 5 jaar, koopt GroeiVermogen voor de deelnemer AEX-Garantiecertificaten aan. Ongeveer éénderde deel van de aankoopsom wordt door de deelnemer zelf gefinancierd, ongeveer tweederde deel van de aankoopsom wordt voorgeschoten door GroeiVermogen. Over dit voorgeschoten bedrag is de deelnemer rente verschuldigd, die, net als het voorgeschoten bedrag, pas aan het eind van de looptijd opeisbaar wordt. Het Contract kent een zogeheten “InlegTerug Garantie Click”. Als de AEX-Index binnen de looptijd van het Contract met 32% stijgt ten opzichte van de Aankoopsom, krijgt de deelnemer de garantie dat hij in ieder geval zijn inleg terug krijgt. Het Contract biedt de mogelijkheid tot het afsluiten van een 0% koersrisicoverzekering. Bij tussentijdse beëindiging van het Contract vervalt het recht op een uitkering op grond van de InlegTerug Garantie Click en de 0% koersrisicoverzekering. Aan het eind van de looptijd worden de aandelen verkocht. Van de opbrengst dient de nog openstaande lening te worden afgelost. Een eventueel overschot wordt aan de deelnemer uitgekeerd. Een eventueel tekort moet door de deelnemer nog aan GroeiVermogen worden betaald, tenzij hij zich tegen een tekort verzekerd heeft door middel van de 0% Koersrisicoverzekering. De deelnemer kan er ook voor kiezen de aandelen over te nemen, tegen betaling van de nog openstaande lening en de daarover verschuldigde rente aan GroeiVermogen.

De verstrekte informatie

4.23. In de Brochure met betrekking tot het contract MillenniumVersneller is onder meer vermeld:

“JA, waar gaat het nu eigenlijk om bij beleggen? Dat is niet zo moeilijk: in een niet al te lange periode een zo hoog mogelijk rendement maken op uw geld, natuurlijk. Maar dan wel graag met risico’s die u kunt overzien. Dat kan met de nieuwe MillenniumVersneller, waarmee GroeiVermogen het volgende Millennium ingaat. Let op: dit is een eenmalige aanbieding met beperkte inschrijving.

(…)

LAGE INLEG, MAAR KOERSWINST OVER EEN 3X ZO GROOT BELEGD BEDRAG

De MillenniumVersneller is ideaal als u niet zoveel geld wilt vastleggen, maar toch een groot pakket AEX-Certificaten voor u aan het werk wilt zien. Dat kan eigenlijk alleen met aandelenlease. Want dan kunt met een relatief lage inleg profiteren van de koerswinst op een hoog belegd bedrag. Kiest u bij de MillenniumVersneller bijvoorbeeld voor een inleg van fl. 6.000,- dan hoort daarbij een pakket AEX Certificaten ter waarde van maar liefst fl. 18.877,-. Dat is meer dan 3 keer uw inleg. Wat zich over 5 jaar ook vertaalt in meer dan 3x de koerswinst over uw inleg. Netto en belastingvrij op uw rekening! (…)

HOE DE MILLENNIUMVERSNELLER PRECIES WERKT

Uw deelnamebedrag dient als gedeeltelijke investering in uw pakket AEX certificaten. GroeiVermogen vult uw inleg aan met een bedrag dat meer dan twee keer zo groot is. (…) Over dit bedrag betaalt u een rente van 7,95%. Het aan u geleende bedrag en de rente worden aan het eind van de looptijd verrekend met de waarde van uw AEX Certificaten. Staat de AEX-index dan hoger dan op de startdatum, dan is de koerswinst volledig voor u.

VANAF DE CLICK: INLEGTERUG GARANTIE

En dan nu wat de MillenniumVersneller uniek maakt – zeker in vergelijking tot andere producten op de markt: de InlegTerug Garantie Click. Deze geeft de zekerheid dat aanvankelijke koerswinst vanaf een bepaald moment niet meer verloren kan gaan.

Op het moment dat de AEX-index 32% is gestegen ten opzichte van de startkoers, wordt die winst voor u vastgeklickt. Die 32% komt overeen met uw deelnamebedrag. Simpel gezegd: vanaf de click krijgt u gegarandeerd op de einddatum minimaal uw inleg (exclusief de premie van de 0% Koersrisicoverzekering) terug. Hoe groot uw inleg ook is en wat er verder ook gebeurt. Een koerswinst van 32% over 5 jaar komt overeen met een jaarlijkse koersstijging van 5,7%. Dit is uw zogenaamde break even point. Op basis van de ervaringen uit het verleden is de kans groot dat de click daadwerkelijk gehaald wordt.

OM U TE HELPEN BIJ UW BESLISSING

Hoe moet u uw kansen inschatten?

Daarvoor heeft GroeiVermogen voor u 139 reeksen van 60 maanden geanalyseerd vanaf januari 1983. Hier volgen de belangrijkste conclusies voor een deelnamebedrag van fl. 6.000,-:

• In 88,5% van de onderzochte gevallen zou de InlegTerug Garantie Click in werking zijn getreden.

• In 59% van de gevallen zou u op de einddatum meer dan fl. 10.000,- hebben ontvangen.

• In 11,5% van alle gevallen zou uw einduitkering lager zijn geweest dan de inleg.

• Zonder 0% Koersrisicoverzekering zou u in 1,4% van de gevallen (2 van de 139) uw inleg kwijt zijn geweest en zou u bijbetaald moeten hebben. De maximale bijbetaling zou dan fl. 2.717,- zijn geweest.

• De gemiddelde uitkering zou fl. 16.213,- hebben bedragen.

• De hoogste uitkering zou fl. 55.122,- hebben bedragen.

EN BIJ EERDER OPZEGGEN?

De looptijd van de MillenniumVersneller is vijf jaar. Als u tussentijds wilt beëindigen wordt de openstaande financiering vermeerderd met rente en kosten. Het totale bedrag wordt afgetrokken van de waarde van uw belegging op het moment van beëindiging. Naarmate er meer van de looptijd is verstreken nemen de beëindigingkosten af. Let op: het recht op de InlegTerug Garantie Click en de 0% Koersrisicoverzekering geldt alleen op de einddatum.

OPTIE:

DE 0% KOERSRISICO VERZEKERING VOOR MEER ZEKERHEID

We blijven eerlijk: het is mogelijk dat het clickmoment tijdens de looptijd niet wordt gehaald. Als dan ook nog het slotniveau van de AEX-index over 5 jaar lager is dan het startniveau, zou u moeten bijbetalen en bent u ook uw inleg kwijt. Dit scenario heeft zich de afgelopen 16 jaar slechts in 1,4% van de onderzochte gevallen voorgedaan. Om het risico van achteraf bijbetalen helemaal uit te sluiten kunt u de optionele 0% Koersrisicoverzekering (…)”

4.24. In de Overeenkomst MillenniumVersneller is onder meer bepaald:

“de deelnemer en GroeiVermogen N.V. komen overeen dat voor elke fl. 1.000,- dat het Deelnamebedrag groot is, zoals de Deelnemer in het Deelnameformulier MillenniumVersneller (het Deelnameformulier) heeft opgegeven, de navolgende bepalingen van toepassing zijn:

1. De aankoop van de belegging

GroeiVermogen koopt en betaalt op 31 januari 2000 voor de deelnemer de belegging, zijnde één AEX certificaat uit afgifte van Fortis Bank Nederland N.V. tegen de uitgifteprijs van fl. 3.146,25 (de Aankoopsom).

2. Genot en eigendom van het Certificaat

Gedurende de periode vanaf de Aankoopdag tot 31 januari 2005 zijn alle voor- en nadelen van het Certificaat voor rekening van de deelnemer, tenzij in de Overeenkomst en de Voorwaarden MillenniumVersneller anders is bepaald. (…) Het Certificaat is eigendom van GroeiVermogen tot de Deelnemer aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst en de Voorwaarden heeft voldaan.

3. InlegTerug Garantie Click

Indien gedurende de contractsperiode de officiële slotkoers van de AEX Index op enig moment 31,78 % of meer boven de Beginstand AEX Index (…) staat, zal GroeiVermogen de deelnemer op de laatste dag van de Contractsperiode een InlegTerug Garantie Click uitkering doen. Deze uitkering is een bedrag ter grootte van

fl. 4.146,25 verminderd met de uitkering uit het certificaat, maar zal nooit negatief zijn.

4. 0% Koersrisicoverzekering

Indien de deelnemer op het deelnameformulier heeft gekozen voor de 0% Koersrisico verzekering zal GroeiVermogen het bedrag waarmee de Aankoopsom uitstijgt boven de Uitkering aan de deelnemer uitkeren, tenzij de deelnemer recht heeft op een uitkering uit hoofde van artikel 3, de InlegTerug Garantie Click. De deelnemer betaalt voor de 0% Koersrisico verzekering een premie van fl. 375,-. De Deelnemer zal de Premie voldoen gelijktijdig met en op dezelfde wijze als het Deelnamebedrag.

5. Financiering en rente

GroeiVermogen zal de Aankoopsom betalen. De deelnemer zal fl. 1.000,- aan GroeiVermogen betalen op 1 februari 2000 (…). Het resterende deel ter grootte van de fl. 2.146,25 (de lening) zal de Deelnemer op de Afloopdatum voldoen. Gedurende de Contractsperiode is de Deelnemer over de lening rente aan GroeiVermogen verschuldigd ter hoogte van 0,63952% per maand. De Deelnemer zal de rente niet maandelijks betalen doch maandelijks doen bijschrijven bij de hoofdsom van de Lening waardoor deze rente rentedragend wordt onder dezelfde voorwaarden als de hoofdsom van de Lening. De gecumuleerde rente ter grootte van fl. 1.000,- zal de Deelnemer gelijktijdig met de lening voldoen op de Afloopdatum.

6. Opties voor de deelnemer op de afloopdag

GroeiVermogen zal, indien zij van de deelnemer uiterlijk 10 kalenderdagen voor de Afloopdag een schriftelijke opdracht heeft ontvangen en de Deelnemer voorts aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst en de Voorwaarden heeft voldaan:

a. aan de Deelnemer de volledige eigendom van het certificaat en de uitkering uit hoofde van artikel 3 of 4 overdragen tegen betaling van al hetgeen de deelnemer uit hoofde van de Overeenkomst en de Voorwaarden verschuldigd is; of

b. op het certificaat en de uitkering uit hoofde van artikel 3 of 4 ten behoeve en ten bate van de Deelnemer incasseren en herbeleggen in een door GroeiVermogen aan te wijzen beleggingsobject onder verlenging van de financiering van de belegging tegen de dan geldende voorwaarden. GroeiVermogen zal uiterlijk een maand voor de Afloopdag een aanbieding doen waarin tenminste de nieuwe financieringsvoorwaarden en een nadere omschrijving van het aan te wijzen beleggingsobject opgenomen is.

Indien hetgeen hierboven omschreven is zich niet voordoet, zal GroeiVermogen op de Afloopdag namens de desbetreffende deelnemer zijn Certificaat ter incasso aanbieden en op het Certificaat en de uitkering uit hoofde van artikel 3 of 4 onder verrekening met hetgeen GroeiVermogen van de Deelnemer te vorderen heeft aan de Deelnemer op de op het deelnameformulier opgegeven betaalrekening betalen of indien een tekort resteert, het tekort van de Betaalrekening incasseren.

4.25. Op het Contract MillenniumVersneller zijn tevens de Voorwaarden MillenniumVersneller van toepassing. Hierin staan geen voor de beoordeling van het geschil relevante bijzonderheden vermeld.

4.26. Op het Deelnameformulier voor de MillenniumVersneller kan de potentiële deelnemer aankruisen voor welk bedrag hij wil deelnemen aan de MillenniumVersneller. Voorts kan de potentiële deelnemer hierop aankruisen of hij wel of geen 0% koersrisico verzekering wenst af te sluiten. Hierover is op het formulier het volgende vermeld:

“Ik kies voor:

? A. Deelname met 0% Koersrisico verzekering. Ik ga akkoord met de premie van f 375,- per f 1.000,- Deelnamebedrag. Ik ben mij ervan bewust dat ik na vijf jaar mijn Deelnamebedrag plus premie kwijt kan zijn.

? B. Deelname zonder 0% Koersrisico verzekering. Ik ben mij bewust van de kans dat ik na vijf jaar mijn Deelnamebedrag kwijt kan zijn en moet bijbetalen als de InlegTerug garantie Click niet wordt gehaald en de AEX-index lager staat dan bij aanvang van deze overeenkomst.”

De KoerswinstStapelaar

De kenmerken van het Contract

4.27. In het Contract KoerswinstStapelaar koopt GroeiVermogen voor een bedrag van

fl. 7.843,- aandelen voor rekening en risico van de deelnemer. Het Contract heeft een looptijd van 5 jaar. De verschuldigde rente over de lening bedraagt fl. 4.000,- en wordt bij aanvang van het Contract geheel door de deelnemer voldaan. Het Contract kent een verplichte 0% Koersrisicoverzekering, waarvoor de deelnemer een premie van fl. 749,- verschuldigd is, die tevens bij aanvang van het Contract ineens betaald dient te worden. Het Contract biedt de mogelijkheid om zogenaamde “Stapelaars” bij te kopen voor fl. 1.494,- per stuk, die recht geven op een extra uitkering indien de opbrengst van de aandelen na 5 jaar hoger is dan de aankoopwaarde. Aan het eind van de looptijd worden de aandelen verkocht. Van de opbrengst dient eerst de nog openstaande lening te worden afgelost. Een eventueel overschot wordt aan de deelnemer uitgekeerd. De deelnemer kan er ook voor kiezen de aandelen over te nemen, tegen betaling van de nog openstaande lening aan GroeiVermogen.

De verstrekte informatie

4.28. In de Brochure met betrekking tot de KoerswinstStapelaar is onder meer vermeld:

“De KoerswinstStapelaar: nog slimmer beleggen kan écht niet.

Wie het financiële nieuws heeft gevolgd, weet dat beleggen op termijn flink voordeel kan opleveren. Onze beleggingsexperts hebben zich dan ook verplaatst in de positie van de particuliere belegger. U dus! U vindt koerswinsten interessant, maar het liefst in combinatie met een vooraf begrensd risico. En dat is nu precies wat de KoerswinstStapelaar u biedt. De kans om in 5 jaar zoveel mogelijk koerswinst te boeken. U bepaalt dat zelf, zonder dat u daarvoor veel geld hoeft te investeren. En misschien nog belangrijker: zonder verborgen verplichtingen die u nu niet kunt overzien. (…)

De KoerswinstStapelaar is een unieke aandelenleaseconstructie die u minimaal 4 voordelen biedt:

• Een extra aftrekpost van f. 4.000,- voor 1998;

• Tot 5x belastingvrije koerswinst op aandelen;

• Nooit achteraf bijbetalen bij koersdaling

• En dat alles in een korte looptijd (5 jaar), dus snel geld verdienen.

(…)

Stap 1. het pakket aandelen

Wij kopen en betalen voor een periode van 5 jaar voor u aandelen in 3 solide ondernemingen ter waarde van

f. 7.843,.-.

0% Koersrisicoverzekering

Met de KoerswinstStapelaar profiteert u vanaf de eerste dag van deelname van de koersstijgingen van deze aandelen. De aankoopwaarde van de aandelen is automatisch verzekerd via de ingebouwde 0% Koersrisicoverzekering. U loopt dus geen enkel koersrisico over de aandelen. De premie hiervoor is f. 749,- en inhouding van dividenden op de aandelen. U heeft hiermee de garantie dat het aankoopbedrag van de aandelen altijd zonder problemen uit de verkoop van de aandelen voldaan kan worden. Een eventueel negatief verschil tussen de aan- en verkoopwaarde van de aandelen komt dus nooit voor uw rekening. Uw risico is daarmee dus begrensd. Zelfs in het slechtste beursscenario kunt u nooit meer verliezen dan uw netto inleg. (Dit is overigens de afgelopen 20 jaar nooit voorgekomen). Voor het totale basispakket, inclusief ingebouwde 0% Koersrisicoverzekering betaalt u slechts f. 4.749,-. Dit bedrag bestaat uit f. 4.000,- vooruitbetaalde rente en de premie voor de 0% Koersrisicoverzekering.

Stap 2. 1, 2, 3, 4 of zelfs 5x de koerswinst op uw aandelen.

Na een periode van 5 jaar verkopen we de aandelen voor u. U ontvangt dan in ieder geval de totale waardestijging van de aandelen, volledig belastingvrij! Bij een jaarlijkse koersstijging van 12,05% (de gemiddelde stijging van de afgelopen 20 jaar t/m september 1998 bedroeg 16,1%) levert u dit na 5 jaar f. 6.010,- op. Maar de KoerswinstStapelaar biedt u veel meer. Naast de uitkering van koerswinst heeft uw KoerswinstStapelaar een buitengewoon sterk pluspunt: de Stapelaar. De manier om optimaal te profiteren van koerswinst. Voor slechts f. 1.494,- per Stapelaar ontvangt u een bonusuitkering ter grootte van het verschil tussen de waarde van het mandje aandelen aan het einde van het contract en de startwaarde van f. 7.843,-. Aan deze uitkering is een maximum van f. 6.010,- per Stapelaar verbonden. U kunt per contract maximaal 4 Stapelaars afnemen, de keuze is volledig aan u. Door deze Stapelaars vergroot u de kans op een hoog belastingvrij rendement.

(…)

De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde rendementen bieden geen garantie voor de toekomst.

Stap 3. Toprendement na 5 jaar.

Na vijf jaar kunt u beschikken over de koerswinst op de aandelen en de bonusuitkering, afhankelijk van het aantal Stapelaars dat u heeft gekozen. (…)

Stap 4. lage netto kosten

Het rentetarief is 1% per maand. U krijgt 15% korting omdat u in één keer betaalt. De beschikking over de opbrengsten van het aandelenpakket kost u in totaal f. 4.000,- aan rente. (…)

De 0% Koersrisicoverzekering is een standaardonderdeel van de KoerswinstStapelaar. U betaalt hiervoor eenmalig f. 749,-. De Stapelaars zijn los verkrijgbaar en kosten f. 1.494,- per stuk. Als u bij het basispakket van f. 4.749,- het totaal aantal Stapelaars optelt, weet u precies wat uw KoerswinstStapelaar kost.

Rendement en risico

De opbrengst van een belegging in aandelen is vooraf niet zeker. Maar de afgelopen jaren hebben bewezen dat aandelen een hoog rendement kunnen opleveren. (…)

Door de ingebouwde 0% Koersrisicoverzekering is voor u als deelnemer slechts één beursscenario denkbaar waarin u met de KoerswinstStapelaar geen uitkering ontvangt: als de slotkoers na 5 jaar gelijk of lager is dan de instapkoers. Als dit scenario zich voordoet verliest u uw netto inleg. (Dit scenario heeft zich de afgelopen 20 jaar nooit voorgedaan). Als de koersen echter stijgen, krijgt u deze stijging tenminste eenmaal uitgekeerd. De Stapelaars bieden u dan een bonusuitkering, met een maximum van f. 6.010,- per Stapelaar.

(…)”

4.29. In de Overeenkomst KoerswinstStapelaar is onder meer bepaald:

1. De aandelen

GroeiVermogen N.V. koopt voor de deelnemer voor nagenoeg gelijke bedragen zoveel mogelijk aandelen (…) met een gezamenlijke waarde van maximaal fl. 7.843,--. De werkelijke aankoopsom is afhankelijk van de hoogte van de prijs per aandeel welke wordt vastgesteld op de hierna omschreven wijze. (…)

2. Financiering en rente

GroeiVermogen betaalt de Aankoopsom. De deelnemer betaalt de Aankoopsom terug aan GroeiVermogen op de eerste beursdag na 5 jaar volgend op de Aankoopdatum. Gedurende de periode van de Aankoopdatum tot de Afloopdatum is de deelnemer rente verschuldigd ter hoogte van 1% per maand (12,68% effectief per jaar) over de Aankoopsom. (…) De deelnemer betaalt de rente voor de gehele Contractperiode ineens vooruit waardoor een korting van 15% op het rentebedrag van toepassing is. De deelnemer kan kiezen voor één of meerdere (ten hoogste vier) Stapelaars.

Het deelnamebedrag is afhankelijk van de Aankoopsom. Indien de Aankoopsom f. 7.843,14 bedraagt is het deelnamebedrag als volgt samengesteld:

(…)

3. Genot en eigendom van de Aandelen

De Aandelen zijn eigendom van GroeiVermogen. Gedurende de Contractperiode zijn alle baten, lasten en waardeveranderingen van de Aandelen voor rekening van de deelnemer, behoudens voor zover in deze Overeenkomst en de Voorwaarden KoerswinstStapelaar anders is bepaald. Bewaarloon, dividendkosten en aan- en verkoopkosten binnen de Contractperiode zijn voor rekening van GroeiVermogen. Tenminste drie maanden voor de Afloopdatum zal GroeiVermogen de deelnemer aanbieden een keuze te maken uit drie opties:

a. Verkoop van de Aandelen en uitkering aan de deelnemer van de opbrengst van de Aandelen en van het verschuldigde uit hoofde van de Stapelaar(s) en de 0% Koersrisicoverzekering na aftrek van de Aankoopsom en het door de deelnemer alsdan onder de Overeenkomst aan GroeiVermogen verschuldigde.

b. Uitkering van de opbrengsten van de Stapelaar(s) en de 0% Koersrisicoverzekering na aftrek van de Aankoopsom en het door de deelnemer alsdan onder de Overeenkomst aan GroeiVermogen verschuldigde en overdracht van door GroeiVermogen van de Aandelen op de Afloopdatum aan de deelnemer in een door de deelnemer aan te wijzen effectendepot.

c. Uitkering van de opbrengsten van de Stapelaar(s) en de 0% Koersrisicoverzekering na aftrek van het door de deelnemer alsdan onder de Overeenkomst aan GroeiVermogen verschuldigde met uitsluiting van de Aankoopsom en verlenging van de Overeenkomst tegen de dan vastgestelde Voorwaarden.

Zonder bericht van de deelnemer wordt uitgegaan van een keuze voor optie a). (…) Indien de bij de deelnemer gekozen optie behorende berekening als boven bedoeld in een negatief bedrag resulteert, dan heeft de deelnemer geen recht op enige uitkering, maar is hij het desbetreffende negatieve bedrag aan GroeiVermogen verschuldigd.

4. 0% Koersrisico verzekering

GroeiVermogen, zal ingeval de Verkoopwaarde lager is dan de Aankoopsom, het verschil op de Afloopdatum aan de deelnemer uitkeren. De deelnemer is daarvoor een garantiepremie verschuldigd gelijk aan het totaal van alle bruto dividendopbrengsten uit de Aandelen gedurende de Contractsperiode plus 9,55% van de Aankoopsom.

(…)”

4.30. Op het Contract KoerswinstStapelaar zijn tevens de Voorwaarden KoerswinstStapelaar van toepassing.

4.31. Op het Deelnameformulier KoerswinstStapelaar kon de potentiële deelnemer aankruisen of, en zo ja, met hoeveel, Stapelaar(s) hij wilde deelnemen. Tevens staat op dit formulier vermeld:

“Ik heb kennis genomen van, en ga akkoord met de in de Overeenkomst opgenomen Voorwaarden. Ik ben mij bewust van de risico’s verbonden aan beleggingen die onder deze Overeenkomst worden verricht.”

De JubileumClicker

Kenmerken van het Contract

4.32. In het Contract JubileumClicker koopt GroeiVermogen voor rekening van de deelnemer aandelen ABN-AMRO, Ahold, Elsevier, Koninklijke Olie en Unilever. GroeiVermogen schiet het aankoopbedrag geheel voor en de deelnemer is hierover rente verschuldigd, die maandelijks in rekening wordt gebracht. Van het Contract maken ook 5 “Clickers” deel uit. Hiervoor is een premie verschuldigd van 22,5% van de aankoopwaarde van de aandelen. Ook deze premie wordt door GroeiVermogen voorgeschoten en de deelnemer is hierover rente verschuldigd. Gedurende de 5-jarige looptijd van het Contract lost de deelnemer de lening voor de premie van de Clickers af. Het deelnamebedrag bestaat aldus uit rente over de verstrekte lening (voor de aankoop van de aandelen en de financiering van de premie) alsmede uit aflossing op de premie voor de Clickers. Het Contract kent een ingebouwde verzekering tegen een restschuld (de 100% Koersgarantie). Ook hiervoor is een premie verschuldigd, die bestaat uit de ontvangen dividenden op de aandelen. Aan het eind van de looptijd van het Contract kan de deelnemer ervoor kiezen de aandelen door GroeiVermogen te laten verkopen. Indien na aftrek van de lening nog opbrengst resteert, wordt deze aan de deelnemer uitbetaald. De deelnemer kan ook kiezen voor levering van de aandelen, tegen aflossing van de lening.

De verstrekte informatie

4.33. De rechtbank heeft geen voorbeeld van een Brochure over de JubileumClicker aangetroffen in het dossier.

4.34. In de Leaseovereenkomst JubileumClicker is onder meer bepaald:

“(…)

1. Waarden

De Deelnemer leaset van GroeiVermogen, gelijk deze aan Deelnemer verleast, de hierna te noemen effecten, hierna ook te noemen de “Waarden”:

Aandelen ABN AMRO, Ahold, Elsevier, Koninklijke Olie en Unilever

Aankoopwaarde Aandelen:

Clickpremie Clickers (22,5% van de Aankoopwaarde Aandelen)

Aankoopsom Waarden totaal:

2) Lease-som

Totaal te betalen rente tijdens de Contractperiode

Totaal overeengekomen Lease-som:

3) Contractperiode

Deze Leaseovereenkomst wordt aangegaan voor een ononderbroken periode van 60 maanden, te rekenen vanaf de Aankoopdag van de Waarden (…)

4) lease-som en Deelnamebedrag

De lease-som is gelijk aan de som van:

a. de 60 gelijke maandtermijnen, zijnde rente over de Aankoopsom van de waarden, voor zover deze nog niet is afgelost, en aflossing van de Clickpremie (het “Deelnamebedrag”) minus 10% korting van (…),

waarvan de eerste termijn vervalt op of omstreeks de eerste van de maand volgend op de Aankoopdag van de Waarden; en

b. aan het einde van de Leaseovereenkomst het restant van EUR (…), welk bedrag gelijk is aan de Aankoopwaarde van de Aandelen. Dit restantbedrag wordt in principe betaald uit de verkoopopbrengst van de Waarden en/of de 100% Koersgarantie.

(…)”

4.35. In de Bijzondere Voorwaarden JubileumClicker is onder meer vermeld:

“1) Financiering en rente

GroeiVermogen zal de Aankoopsom van de Waarden betalen. De Deelnemer zal door de (maandelijkse) betaling van het Deelnamebedrag (gedurende de Contractperiode) de Clickpremie en de rente over de Aankoopsom van de Waarden betalen aan GroeiVermogen. (…) De rente en de aflossing van de Clickpremie zijn gezamenlijk gelijk aan het Deelnamebedrag. (…)

2) De Clickers

Met de Clickpremie worden vijf “Clickers” aangekocht.

(…)

3) De 100% Koersgarantie

Op de Aankoopwaarde van de Aandelen is een 100% Koersgarantie van toepassing. Dit houdt in dat de Aandelen aan het einde van de Contractperiode altijd minimaal weer de Aankoopwaarde van de Aandelen opleveren. Voor deze 100% Koersgarantie is de deelnemer een premie verschuldigd die gelijk is aan het dividend dat tijdens de Contractperiode van de Lease-overeenkomst op de Aandelen betaalbaar zal worden gesteld. De 100% Koersgarantie is uitsluitend van toepassing aan het einde van de Contractperiode. Bij tussentijdse beëindiging van de Lease-overeenkomst en in aanvulling op artikel 11 lid 4 onder II van de Voorwaarden Effectenlease zal bij de berekening van de verkoopopbrengst rekening worden gehouden met de eventuele waarde van de 100% Koersgarantie.

4) Levering en/of uitbetaling op de Afloopdag

Indien de Deelnemer aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst heeft voldaan, zal GroeiVermogen op de Afloopdag;

a. de Waarden verkopen en de opbrengst van de Waarden ten behoeve van de Deelnemer incasseren en de opbrengst van de Waarden na aftrek van de Aankoopwaarde van de Aandelen binnen 7 dagen werkdagen overmaken op de Betaalrekening zoals vermeld in de Leaseovereenkomst; dan wel

b. Indien de Deelnemer dit (…) heeft verzocht, de Aandelen aan de Deelnemer leveren/doen bijschrijven op een op naam van de Deelnemer gestelde effectenrekening, na betaling van de Aankoopwaarde van de Aandelen. Het saldo van de Clicker-opbrengsten en de eventuele opbrengsten van de fracties van de Aandelen zullen binnen 7 werkdagen worden overgemaakt.

(…)”

4.36. Aan de potentiële deelnemer aan de JubileumClicker werd verzocht een zogenaamde “Profielpeiler” in te vullen waarin onder meer gevraagd werd naar de reden van de deelnemer om te beleggen, de beleggingservaring, de vrije besteedbaarheid van het belegd vermogen, de beleggingshorizon en de bereidheid risico te lopen. Aan de hand van de antwoorden die de deelnemer op deze vragen gaf, werd het beleggingsprofiel bepaald, variërend van ‘Voorzichtig’ tot ‘Offensief’. Afhankelijk van de uitkomst van dit profiel, kocht GroeiVermogen, na ontvangst van het Deelnameformulier, de Aandelen voor de deelnemer aan, of stuurde zij een brief waarin zij erop wees dat de deelnemer, bij het aangaan van het Contract, een hoger beleggingsrisico aanging dan volgens zijn profiel aanvaardbaar was. De deelnemer werd dan geadviseerd om de Brochure nogmaals door te lezen en erop gewezen dat hij binnen veertien dagen nog kon besluiten om de overeenkomst terug te draaien.

4.37. Aan de deelnemer werd een Financiële Bijsluiter JubileumClicker verstrekt, waarin onder meer is opgenomen:

“(…) Deze financiële bijsluiter geeft geen informatie die op uw persoonlijke situatie is toegesneden en geeft geen uitputtende beschrijving van de voor u geldende rechten en plichten.

Verdere details over de JubileumClicker staan in de Brochure, de Overeenkomst, de Voorwaarden Effectenlease en de Bijzondere Voorwaarden JubileumClicker. GroeiVermogen raadt u aan ook hiervan kennis te nemen.

Wat houdt de JubileumClicker in?

• De JubileumClicker is een effectenleaseproduct. Op basis van het gekozen maandbedrag financiert GroeiVermogen een aandelenpakket (…) en 5 bijbehorende, zogenaamde, Clickers, voor elk aandelenfonds een. Het maandbedrag van de lening bestaat uit rente en de annuïtaire aflossing van de Clickers. De looptijd van de JubileumClicker is 5 jaar.

• De werking van de Clickers:

(…)

Wat zijn de financiële risico’s van de JubileumClicker?

• De waarde-ontwikkeling van de JubileumClicker is afhankelijk van ontwikkelingen op de effectenmarkt. Een en ander betekent dat de mogelijkheid bestaat dat:

• - dit beleggingsproduct weinig of geen inkomsten zal opleveren

- U uw inleg (deels) verliest, of bij tussentijdse beëindiging, zelfs een schuld overhoudt

(…)

Voorbeelden van rendementen en kosten

Het hieronder weergegeven cijfervoorbeeld is alleen als voorbeeld bedoeld.

De uiteindelijke resultaten zijn niet te voorspellen. Uw daadwerkelijke rendement in de toekomst zal waarschijnlijk niet gelijk zijn aan de hieronder vermelde rendementen.

(…)

Lening = EUR 1.000,00, maandbedrag = EUR 9,13 netto uitbetaling in EUR

Aan het einde van jaar Totaal betaalde rente Totaal betaalde aflossing Op basis van pessimistische rendementspercentages Bij een bruto rendement van 4% Op basis van historie

1 78,42 31,15 - 372,28 - 259,38 - 162,32

3 227,33 101,38 - 199,69 - 45,06 307,26

5 364,17 183,67 18,38 280,20 1327,18

(…)

De JubileumClicker kent een looptijd van 5 jaar. Bij tussentijdse beëindiging van de JubileumClicker wordt de waarde van JubileumClicker op dat moment, verminderd met het nog niet afgeloste deel van de financiering en verminderd met 0,3% van de nog openstaande financiering maal het aantal resterende maanden tot de 60e maand, uitbetaald. In de tabel is het nog niet afgeloste deel van de financiering en de eerder genoemde 0,3% al verrekend.

Een negatieve opbrengst in de tabel betekent dat u dit bedrag verschuldigd bent bij beëindiging van het contract. Dat komt omdat de beleggingsopbrengsten onvoldoende zijn om de lening die u met dit product bent aangegaan (volledig) af te lossen.

(…)”

5. Het geschil

in de hoofdzaak

in conventie

5.1. Eisers vorderen, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

1. een verklaring voor recht dat de Contracten nietig dan wel vernietigbaar zijn wegens strijdigheid met de Wet op het Consumentenkrediet;

2. een verklaring voor recht dat de Contracten vallen aan te merken als koop op afbetaling als bedoeld in artikel 7A:1576 BW;

3. een verklaring voor recht dat voor de rechtsgeldigheid van de Contracten is vereist dat de echtgenote, echtgenoot of geregistreerd partner van de cliënt hiervoor zijn of haar (schriftelijke) toestemming geeft en de Contracten bij gebreke van die toestemming vernietigbaar zijn;

4. een verklaring voor recht dat GroeiVermogen is tekort geschoten in haar contractuele verplichtingen en/of onrechtmatig heeft gehandeld vanwege de schending van de op haar als professionele en bij uitstek deskundig te achten partij rustende zorgplicht jegens haar particuliere cliënten;

5. een verklaring voor recht dat de Brochures, althans één of meer daarvan, vallen aan te merken als misleidende reclame c.q. mededelingen;

6. een verklaring voor recht dat GroeiVermogen onrechtmatig heeft gehandeld door de misleidend te achten Brochures openbaar te maken;

7. een verklaring voor recht dat eisers 2-8 (de rechtbank begrijpt eisers 2-14) hun Contracten rechtsgeldig hebben vernietigd, alsdan vernietiging van deze Contracten door de rechtbank;

8. een verklaring voor recht dat eisers 2-8 (de rechtbank begrijpt eisers 2-14) hun Contracten rechtsgeldig hebben ontbonden, alsdan ontbinding van deze Contracten door de rechtbank;

9. een verklaring voor recht dat GroeiVermogen niets meer van eisers 2-14 te vorderen heeft uit hoofde van de met hen gesloten contracten;

10. veroordeling van GroeiVermogen om te betalen:

• aan [eiseres sub 2], [eiser sub 3] en [eiser sub 4]: EUR 5.445,36

• aan [eiseres sub 5] en [eiser sub 6]: EUR 5.445,36

• aan [eiser sub 7] en [eiseres sub 8]: EUR 15.782,97

• aan [eiser sub 9] en [eiseres sub 10]: EUR 8.392,77

• aan [eiser sub 11] en [eiseres sub 12]: EUR 13.613,40

• aan [eiser sub 13]: EUR 8.346,06

• aan [eiseres sub 14]: EUR 17.353,39

11. veroordeling van GroeiVermogen in de proceskosten, daaronder begrepen de kosten van de dagvaarding en de kosten van tenuitvoerlegging van het onderhavige vonnis.

5.2. GroeiVermogen voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

5.3. GroeiVermogen vordert dat – indien en voorzover geoordeeld wordt dat een of meer Contracten geheel of deels vernietigd of ontbonden zijn of worden – eisers te veroordelen tot betaling van een bedrag gelijk aan het verschil tussen de aankoopwaarde van ieder der vernietigde of ontbonden Contracten genoemde Effecten minus de waarde van bedoelde Effecten op de datum van verkoop of afloop in geval van de Certificaten, althans minus de waarde van bedoelde Effecten op de datum van de gehele of gedeeltelijke vernietiging of ontbinding van de betreffende Contracten, met veroordeling van eisers in de kosten.

5.4. Eisers voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de vrijwaringszaak

5.5. GroeiVermogen vordert bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

1. een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor alle schade die GroeiVermogen heeft geleden, lijdt, en zal lijden ten gevolge van de toewijzing van de in de Hoofdzaak, onder 1 ingestelde vordering;

2. veroordeling van de Staat tot vergoeding van deze schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

3. veroordeling van de Staat in de kosten van de Hoofdzaak en de vrijwaring.

5.6. De Staat voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

6. De beoordeling in de hoofdzaak

In conventie

Ontvankelijkheid Vereniging Consument & Geldzaken

Inleiding

6.1. De Vereniging Consument & Geldzaken stelt dat zij ontvankelijk is op grond van artikel 3:305a BW. In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid een rechtsvordering kan instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voor zover zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt.

6.2. GroeiVermogen heeft zich op het standpunt gesteld dat de Vereniging Consument & Geldzaken niet ontvankelijk is in haar vorderingen en heeft daartoe meerdere argumenten aangevoerd, die in het onderstaande besproken zullen worden.

6.3. Uitgangspunt is dat de collectieve actie van artikel 3:305a BW ertoe strekt bepaalde rechtspersonen de bevoegdheid te geven ter bescherming van de belangen van andere personen een rechtsvordering in te stellen. Tussen partijen is niet in geschil dat de Vereniging Consument & Geldzaken een rechtspersoon is waaraan in beginsel die bevoegdheid toekomt. Dit wordt als vaststaand aangenomen. Voorts is het kenmerk van een collectieve actie ingesteld door een belangenorganisatie dat de procedure op eigen naam wordt gevoerd. De Vereniging Consument & Geldzaken treedt daarbij niet op als procesvertegenwoordiger van of namens de deelnemers, maar behartigt slechts hun belangen. Dat brengt met zich mee dat een vonnis op grond van een collectieve actie ook slechts gezag van gewijsde heeft tussen de in die procedure betrokken partijen. De door de Vereniging Consument & Geldzaken gevorderde verklaringen voor recht zijn niet bindend ten opzichte van de groep van personen voor wie wordt opgekomen, zij hebben alleen precedentwerking. Ten aanzien van de ontvankelijkheid zullen (met inachtneming van de onder 2.1. vermelde statutaire doelstelling van de Vereniging Consument & Geldzaken) de vorderingen genoemd onder rechtsoverweging 5.1 sub 1 tot en met 6 beoordeeld worden. Slechts die vorderingen hebben – gelet op de formulering daarvan – immers betrekking op de collectieve actie ingesteld door de Vereniging Consument & Geldzaken. De vorderingen genoemd in rechtsoverweging 5.1 sub 7 tot en met 10 zien uitsluitend op de individuele eisers, met naam genoemd in de dagvaarding.

Algemene verweren

Vorderingen strekken tot betaling van schadevergoeding in geld

6.4. In de eerste plaats heeft GroeiVermogen gesteld dat de vorderingen zoals geformuleerd onder 1 tot en met 6 (in onderling verband beschouwd en in verband met de onder 7 tot en met 9 geformuleerde vorderingen) strekken tot een uiteindelijke veroordeling tot het betalen van een schadevergoeding te voldoen in geld, hetgeen ingevolge het derde lid van 3:305a BW niet is toegestaan. De Vereniging Consument & Geldzaken heeft dit gemotiveerd betwist door te verwijzen naar de door haar genoemde jurisprudentie. De rechtbank vat de gevorderde verklaringen voor recht onder 1, 2, 4, 5 en 6 zodanig op, dat uitsluitend om declaratoire uitspraken wordt gevraagd. Geen van deze vorderingen ziet op de gevolgen die uit de verklaringen voor recht kunnen voortvloeien. Van vorderingen die strekken tot schadevergoeding in geld is dan ook, ook in (onderlinge) samenhang bezien, geen sprake. Dat een verklaring voor recht uiteindelijk - te weten na individuele toetsing - wel kan leiden tot een verplichting tot het betalen van schadevergoeding, doet daaraan niet af.

Geen gelijksoortige belangen wegens grote verscheidenheid aan productkenmerken en verschillende regimes qua regelgeving

6.5. In de tweede plaats heeft GroeiVermogen aangevoerd dat er in deze zaak geen sprake is van gelijksoortige belangen in de zin van artikel 3:305a lid 1 BW. Zij heeft daartoe gesteld dat het gaat om vele verschillende contracten, met verschillende kenmerken en looptijden, elk met eigen Brochures en Overeenkomsten en Voorwaarden, aangeboden in verschillende jaren, onder verschillende wettelijke regimes. Vanwege deze verschillen kunnen de mededelingen in de Brochures niet in zijn algemeenheid worden beoordeeld. GroeiVermogen heeft aan de hand van enkele kenmerken zoals looptijd, mogelijkheden van tussentijdse beëindiging, belegging in Certificaten of Aandelen, spreiding en bijzondere voorwaarden uiteengezet op welke onderdelen de verschillende producten van elkaar verschillen en geconcludeerd dat nu er zoveel verschillende aspecten zijn verbonden aan de verschillende contracten, niet kan worden volgehouden dat de belangen van de Vereniging Consument & Geldzaken in voldoende mate gelijksoortig zijn. Daarbij is ook van belang dat in de periode waarin de contracten zijn aangeboden, te weten tussen november 1995 en juli 2002, de regelgeving krachtens de Wte ten aanzien van eisen waaraan reclame-uitingen van beleggingsdiensten dienden te voldoen, meerdere keren is gewijzigd. Ook dit staat volgens GroeiVermogen aan een beoordeling van de Brochures in een groepsactie als bedoeld in artikel 3:305a BW in de weg.

6.6. Naar het oordeel van de rechtbank staat het feit dat het in deze procedure gaat over verschillende producten, met ieder hun eigen kenmerken, voorwaarden en brochures, en verschillende toepasselijke wettelijke regimes, niet in de weg aan de ontvankelijkheid van de Vereniging Consument & Geldzaken. Het gaat er immers om dat de Vereniging Consument & Geldzaken met de door haar gevorderde verklaringen voor recht vorderingen instelt ter bescherming van de deelnemers die door GroeiVermogen in hun (consumenten)belang (stellen te) zijn geschaad. Deze belangen kunnen als zodanig als gelijksoortig worden beschouwd in de zin van artikel 3:305a lid 1 BW.

Geen gelijksoortige belangen wegens verschillende resultaten

6.7. Volgens GroeiVermogen hebben sommige deelnemers aan de contracten wel winst behaald, zijn er deelnemers met meerdere contracten, die op het ene contract winst en op het andere contract verlies hebben gemaakt en zijn er deelnemers die alleen verlies hebben geleden. Met haar vordering onder 1. loopt de Vereniging Consument & Geldzaken het risico dat personen wiens belangen zij zegt te behartigen, worden benadeeld. Indien immers de Contracten nietig worden verklaard wegens strijd met de Wck, zijn ook die contracten nietig die tot winst hebben geleid. Deze vordering is dan ook in strijd met de statutaire doelstelling van de Vereniging Consument & Geldzaken, zo stelt GroeiVermogen.

6.8. Wat er ook zij van de vraag of individuele deelnemers aan onderhavige Contracten mogelijk al dan niet in rechte een beroep zouden willen doen op nietigheid wegens strijd met de Wck, dit doet niet af aan het feit dat de Vereniging Consument & Geldzaken handelt in overeenstemming met haar statutaire doelstelling door in zijn algemeenheid een oordeel te vragen over de rechtsgeldigheid van de Contracten in het licht van eisen die de Wck daaraan stelt.

Geen gelijksoortige belangen wegens verjaring deel vorderingen

6.9. GroeiVermogen heeft voorts betoogd dat haar mogelijk ten opzichte van een substantieel deel van de deelnemers een verjaringsverweer ten dienste staat. Een individuele beoordeling van de vorderingen is derhalve noodzakelijk om te oordelen over de feitelijke situatie, zodat de vordering zich niet leent voor een collectieve actie. De rechtbank is met GroeiVermogen van oordeel dat voor de constatering of een vordering is verjaard, onderzoek noodzakelijk is naar de individuele omstandigheden, maar verbindt daaraan, anders dan GroeiVermogen doet, niet de conclusie dat dit een collectieve beoordeling van de genoemde vorderingen in de weg zou staan. Het onderhavige vonnis heeft, zoals hiervoor al is overwogen, slechts gezag van gewijsde tussen de in deze procedure betrokken partijen en sluit derhalve een beoordeling inzake verjaring in een individueel geval in een door een deelnemer aangespannen procedure niet uit.

Niet ontvankelijk wegens ontbreken overleg

6.10. GroeiVermogen heeft aangevoerd dat de Vereniging Consument & Geldzaken onvoldoende heeft getracht het gevorderde door middel van overleg te bereiken. Bij brief van 12 maart 2004 heeft de Vereniging Consument & Geldzaken rauwelijks aangekondigd dat zonder nadere aankondiging een collectieve procedure zou worden ingeleid indien GroeiVermogen niet voor eind maart 2004 met een voorstel zou komen tot ongedaanmaking. Bij brief van 23 maart 2005 heeft GroeiVermogen hierop gereageerd en onder meer verzocht om informatie over de aard van de vereniging en haar gepretendeerde vorderingen. Reeds uit de eisen gesteld in de brief, die buiten iedere realiteit zijn, blijkt dat de Vereniging Consument & Geldzaken geen overleg nastreeft, zo stelt GroeiVermogen. Op 19 januari 2005 heeft een bespreking tussen de Vereniging Consument & Geldzaken en GroeiVermogen plaatsgevonden. Op de dag ervoor zijn aan de Vereniging Consument & Geldzaken de juridische standpunten en de kern van het verweer van GroeiVermogen meegedeeld. Noch tijdens het overleg, noch in de conceptdagvaarding heeft de Vereniging Consument & Geldzaken echter inhoudelijk gereageerd op het standpunt van GroeiVermogen. Bij ontvangst van de conceptdagvaarding werd meegedeeld dat deze eerdaags zou worden betekend aan GroeiVermogen. Uit alle gedragingen van de Vereniging Consument & Geldzaken blijkt derhalve dat zij niet gericht is op het zoeken naar een oplossing.

6.11. De Vereniging Consument & Geldzaken is van mening dat zij wel voldoende heeft getracht het gevorderde door het voeren van overleg te bereiken. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat zij GroeiVermogen twee maal de wettelijk vereiste termijn van twee weken heeft geboden om het gevorderde vrijwillig te voldoen, althans met een schikkingsvoorstel te komen. Immers, na haar brief van 12 maart 2005 is een termijn van 19 dagen gegeven, in welke periode feitelijk de belangrijkste vordering van Vereniging Consument & Geldzaken van de hand zijn gewezen en geen voorstel voor enige minnelijke regeling is gedaan. In haar brief van 13 december 2004 heeft de Vereniging Consument & Geldzaken haar standpunten onderbouwd uiteen gezet en GroeiVermogen tot 10 januari 2005 gegund om tot een regeling te komen. Ook tijdens het overleg van 19 januari 2005 zijn geen concrete schikkingsvoorstellen gedaan. Evenmin heeft GroeiVermogen in de periode van ruim twee weken tussen de conceptdagvaarding en de daadwerkelijke dagvaarding een voorstel gedaan. De rechtbank is van oordeel dat Vereniging Consument & Geldzaken hiermee het verweer van GroeiVermogen gemotiveerd heeft weersproken. GroeiVermogen heeft tegen deze gemotiveerde betwisting geen nadere feiten gesteld ter ondersteuning van haar verweer. De rechtbank is van oordeel op basis van de aldus vaststaande feiten moet worden geoordeeld dat genoegzaam is geprobeerd om overleg te voeren als bedoeld in artikel 3:305a lid 2 BW.

Verweer ten aanzien van de vordering onder 3

De Vereniging Consument & Geldzaken komt volgens eigen statuten niet op voor de partners van de deelnemers

6.12. Een echtgenoot behoeft krachtens artikel 1:88 BW de toestemming van de andere echtgenoot, onder meer en voor zover relevant voor overeenkomsten van koop op afbetaling. Een in strijd met deze bepaling gesloten overeenkomst is op grond van artikel 1:89 BW vernietigbaar. Alleen de andere echtgenoot kan een beroep op deze vernietigingsgrond doen. GroeiVermogen heeft betoogd dat artikel 1:88 lid 1 onder d BW strekt ter bescherming van de niet-handelende echtgenoot (of geregistreerd partner) en niet ter bescherming van de deelnemer zelf. Het wetsartikel heeft niet ten doel consumentenbelangen van de deelnemer te beschermen. Nu de Vereniging Consument & Geldzaken blijkens eigen zeggen deze procedure voert ten behoeve van de financiële consumenten die één of meer effectenleasecontracten hebben gesloten met gedaagde, en de echtgenoten/partners van de deelnemers juist géén contract met GroeiVermogen hebben gesloten, komt de Vereniging Consument & Geldzaken op voor belangen die zij niet behartigt. Het belang van de echtgenoten van de deelnemers behoort niet tot de belangen die de Vereniging Consument & Geldzaken ingevolge haar statuten behartigt.

6.13. De rechtbank is van oordeel dat het verweer van GroeiVermogen slaagt. De rechtbank volgt de Vereniging Consument & Geldzaken niet in haar stelling dat de belangen van de deelnemers zijn gelijk te stellen met die van de echtgenoten. Artikel 1:88 BW strekt niet tot bescherming van een algemeen consumentenbelang. Het strekt tot bescherming van de echtgenoten tegen elkaar voor het verrichten van bepaalde rechtshandelingen, waaronder de koop op afbetaling, in het belang van het gezin. Het belang van de “handelend” en de “niet-handelend” echtgenoot lopen niet per definitie parallel en de bescherming van het gezin is niet zonder meer gelijk te stellen met de bescherming van consumentenbelangen. Dat de Vereniging Consument & Geldzaken stelt dat de belangen in dit geval wel met elkaar samenvallen, doet daaraan - gelet op het verschil in beschermingsgedachte - niet af. De Vereniging Consument & Geldzaken is dan ook niet ontvankelijk in haar vordering onder 3.

Verweer ten aanzien van de vordering onder 4

Geen gelijksoortige belangen zorgplicht wegens individuele beoordeling

6.14. GroeiVermogen stelt voorts dat de Vereniging Consument & Geldzaken niet ontvankelijk is, omdat de omvang van de zorgplicht afhangt van de omstandigheden van het geval, waaronder de complexiteit van het product, de daaraan verbonden risico’s en de deskundigheid van de deelnemer, zodat slechts op individuele basis beoordeeld kan worden of van een schending sprake is.

6.15. Dit verweer wordt verworpen. Bij de beoordeling van de mogelijke schending van de zorgplicht zullen - net als bij de overige vorderingen in de collectieve procedure - meerdere Contracten aan de orde komen, maar die cumulatie staat niet aan de ontvankelijkheid in de weg. Het staat de Vereniging Consument & Geldzaken in beginsel vrij, ook in het kader van een collectieve actie, te stellen - en na betwisting zo nodig te bewijzen - dat ten aanzien van meerdere door GroeiVermogen aangeboden Contracten de zorgplicht door haar is geschonden. Geen rechtsregel brengt immers mee dat een dergelijke cumulatie van vorderingen in een collectieve actie niet is toegestaan. Dit zou anders kunnen zijn ingeval cumulatie in een collectieve actie in feite neerkomt op misbruik van procesrecht of van de bevoegdheid tot instelling van de collectieve actie, maar dit is niet door GroeiVermogen aangevoerd en de rechtbank ziet ambtshalve geen aanleiding te oordelen dat dit zich hier zou voordoen.

De beoordeling of sprake is van een schending van de zorgplicht vergt in beginsel een individuele beoordeling. Zoals hierna in de inhoudelijke beoordeling aan de orde zal komen, kan de beoordeling in deze procedure worden geabstraheerd van het individuele geval, zodat dit niet in de weg staat aan de ontvankelijkheid van Vereniging Consument & Geldzaken.

Dit laat onverlet dat deelnemers die menen ten gevolge van een schending van de zorgplicht door GroeiVermogen schade te hebben geleden, GroeiVermogen ter zake zullen moeten aanspreken, nu een enkele verklaring voor recht in deze procedure dat de zorgplicht is geschonden, niet automatisch aansprakelijkheid van GroeiVermogen voor eventuele schade gevolg behoeft te hebben. Het bestaan van deze aansprakelijkheid en de omvang daarvan, kunnen alleen in individuele procedures beoordeeld worden.

Verweer ten aanzien van de vordering onder 5

Geen gelijksoortige belangen misleidende mededelingen wegens individuele beoordeling

6.16. Ook zal volgens GroeiVermogen per afzonderlijke misleidende mededeling moeten worden bezien welke schade daarvan het gevolg is, hetgeen zich evenmin laat verenigen met de collectieve aard van de vordering van de Vereniging Consument & Geldzaken. Uit die stelling van GroeiVermogen begrijpt de rechtbank dat dit bezwaar - hoewel opgenomen in het algemene deel van haar verweer - slechts ziet op de vordering onder 5, gebaseerd op de door de Vereniging Consument & Geldzaken gestelde misleidende mededelingen. GroeiVermogen merkt verder op dat het gaat om veel verschillende Brochures met heel veel verschillende mededelingen. Bij de vaststelling van de aansprakelijkheid zal steeds per individu onderzocht moeten worden van welke Brochure de deelnemer kennis heeft genomen, welke schade als gevolg daarvan zou zijn geleden, en of en in hoeverre causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige mededeling en de schade. Ook de persoonlijke omstandigheden van de deelnemer zijn van belang om vast te stellen of de deelnemer daadwerkelijk is misleid. Deze vordering laat zich vergelijken met een vordering op grond van dwaling, aldus GroeiVermogen.

6.17. Dit verweer wordt verworpen. De beoordeling of sprake is van misleidende mededelingen geschiedt – anders dan bij dwaling - aan de hand van een geobjectiveerde toetsingsmaatstaf. Een dergelijke beoordeling kan aldus in een collectieve procedure plaatsvinden, ook als sprake is van een cumulatie van vorderingen doordat sprake is van verschillende brochures. De mogelijk hieruit voortvloeiende aansprakelijkheid van GroeiVermogen kan in een individuele procedure aan de orde worden gesteld waarbij ook de individuele omstandigheden worden beoordeeld.

Conclusie ten aanzien van ontvankelijkheid

6.18. Concluderend is de Vereniging Consument & Geldzaken ontvankelijk in haar vorderingen onder 1, 2, 4, 5 en 6. In haar vordering onder 3, ten aanzien van de toestemming van de echtgenoot bij gebreke waarvan de overeenkomsten vernietigbaar zijn, is de Vereniging Consument & Geldzaken niet ontvankelijk.

De inhoudelijke beoordeling van de vorderingen

6.19. In het onderstaande zullen de vorderingen van eisers beoordeeld worden. De rechtbank zal daarbij dezelfde volgorde aanhouden als in de dagvaarding is gehanteerd.

I. De Wet op het consumentenkrediet

6.20. Eisers hebben betoogd dat op de Contracten de Wet op het consumentenkrediet (de Wck) van toepassing is. Zij hebben in de eerste plaats verwezen naar uitspraken van diverse rechtbanken waarin de rechter geoordeeld heeft dat de Contracten vallen binnen de reikwijdte van artikel 1 sub 1 Wck en dat artikel 4 li 1 aanhef en onder h Wck niet van toepassing is. Eisers hebben betoogd dat de redenering in deze uitspraken ook van toepassing is op de onderhavige contracten en dat de Wck aldus op deze Contracten van toepassing is. Nu GroeiVermogen ingevolge artikel 9 Wck vergunningsplichtig is en niet een zodanige vergunning heeft of heeft gehad, zijn de contracten nietig op grond van artikel 3:40 lid 2 BW, zo betogen eisers. Het gevolg van deze nietigheid is dat partijen bij de contracten gehouden zijn om hetgeen zij van de wederpartij hebben ontvangen, als onverschuldigde betaald terug te betalen.

6.21. GroeiVermogen heeft betwist dat de Wck van toepassing is op effectenleaseovereenkomsten en geconcludeerd tot verwerping van het beroep op nietigheid van de Contracten.

6.22. Alvorens in te gaan op de argumenten die partijen over en weer hebben aangevoerd ter onderbouwing van hun standpunten ten aanzien van de toepasselijkheid van de Wck op de Contracten, overweegt de rechtbank dat zij in diverse uitspraken met betrekking tot effectenleaseovereenkomsten reeds heeft geoordeeld over de toepasselijkheid van de Wck. De rechtbank verwijst terzake naar haar vonnis van 6 juli 2005(LJN AT8955). De rechtbank heeft dit oordeel herhaald in het (ongepubliceerde) vonnis van 19 juli 2006, gewezen in een procedure tussen een individuele deelnemer aan de MillenniumVersneller en GroeiVermogen.

6.23. De rechtbank heeft in deze vonnissen geoordeeld dat de betreffende overeenkomsten niet nietig zijn wegens strijd met de Wck, omdat zij vallen onder de uitzonderingsbepaling van artikel 4 lid 1 aanhef en onder h Wck.. De rechtbank heeft bij dit oordeel doorslaggevende betekenis toegekend aan het feit dat het verschijnsel “effectenleaseovereenkomst” ten tijde van het tot stand komen van de Wck nog niet bestond en het feit dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om effectenleaseovereenkomsten onder de werking van de Wck te brengen. De rechtbank blijft bij haar oordeel dat de bedoeling van de wetgever ten aanzien van de toepasselijkheid van de Wck doorslaggevend is. De argumenten van eisers geven geen aanleiding om van dit eerdere oordeel af te wijken.

6.24. Dit leidt slechts uitzondering indien de stelling van eisers, inhoudende dat bij de Contracten de kredietsom hoger is dan de aankoopwaarde van de effecten, juist is. In een dergelijk geval kan niet volgehouden worden dat deze Contracten onder de uitzonderingsbepaling ex artikel 4 lid 1 aanhef en onder h Wck vallen, nu daarin immers expliciet is bepaald dat deze uitzondering alleen opgaat indien de kredietsom de waarde van de betrokken effecten op het tijdstip van het aangaan van de transactie niet te boven gaat.

6.25. Gelet op de uitgebreide en overtuigende onderbouwing door eisers van de stelling dat bij alle door GroeiVermogen aangeboden en onder rechtsoverweging 3.2. genoemde Contracten de kredietsom hoger was dan de aankoopwaarde van de effecten, had het op de weg van GroeiVermogen gelegen om ter weerlegging daarvan aanknopingspunten aan te reiken op grond waarvan het tegendeel kan worden aangenomen. GroeiVermogen heeft dit nagelaten en volstaan met een deels impliciete erkenning en deels algemene betwisting van de overkreditering. De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van de stellingen van eisers terzake. Dit brengt mee dat de uitzondering in artikel 4 lid 1 aanhef en onder h Wck op deze Contracten niet van toepassing is en de Wck wel van toepassing moet worden geacht op de Contracten.

6.26. Dit leidt tot de conclusie dat GroeiVermogen ingevolge artikel 9 van de Wck geen krediet had mogen verstrekken zonder vergunning als in dit artikel bedoeld. Nu vaststaat dat GroeiVermogen niet in het bezit was van een dergelijke vergunning, dient de vraag beantwoord te worden welke consequentie dit dient te hebben. Eisers hebben betoogd dat de Contracten om die reden nietig zijn, GroeiVermogen heeft zich tegen deze stelling verweerd. De rechtbank overweegt als volgt.

6.27. In artikel 3:40 BW is bepaald:

1. Een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, is nietig.

2. Strijd met een dwingende wetsbepaling leidt tot nietigheid van de rechtshandeling, doch, indien de bepaling uitsluitend strekt ter bescherming van één der partijen bij een meerzijdige rechtshandeling, slechts tot vernietigbaarheid, een en ander voor zover niet uit de strekking van de bepaling anders voortvloeit.

3. Het vorige lid heeft geen betrekking op wetsbepalingen die niet de strekking hebben de geldigheid van daarmede strijdige rechtshandelingen aan te tasten.

6.28. De rechtbank is van oordeel dat het, gelet op de structuur, doelstelling en strekking van de Wck, niet de bedoeling van de wetgever is geweest om de geldigheid van de rechtshandeling aan te tasten indien een krediet wordt verstrekt terwijl de kredietverlener geen vergunning heeft als bedoeld in artikel 9 Wck. Er is naar haar oordeel sprake van een wetsbepaling als bedoeld in het derde lid van artikel 3:40 BW. De rechtbank acht daarbij van belang dat de bedoeling achter het vergunningsvereiste in de Wck is gelegen in de wens van de overheid om greep te houden op de kredietverlening aan de consumenten, door het stellen van eisen aan het verkrijgen van een vergunning en door het uitoefenen van toezicht op kredietverleners die al een vergunning hebben. Het verlenen van een krediet zonder vergunning is, om deze doelstelling te waarborgen, strafbaar gesteld in de Wet Economische Delicten (WED). Uit de Wck zelf volgt niet dat het daarnaast de bedoeling van de wetgever is geweest om, naast deze strafrechtelijke sanctie op overtreding van het vergunningvereiste, ook een civielrechtelijke sanctie in het leven te roepen. Terwijl ten aanzien van de overtreding van andere bepalingen in de Wck (zoals artikel 29 lid 2 en artikel 30, lid 1) wel expliciet in de Wck zelf is bepaald wat daarvan de civielrechtelijke gevolgen zijn, is aan overtreding van artikel 9 van de Wck geen civielrechtelijk gevolg gekoppeld, hetgeen in ieder geval het vermoeden rechtvaardigt dat artikel 9 Wck niet de strekking heeft om rechtshandelingen, in strijd met het bepaalde in dit artikel verricht, met nietigheid te bedreigen.

6.29. Bij deze beoordeling speelt daarnaast een rol dat:

1) de eventuele sanctie van nietigheid niet gerelateerd is aan concrete schade bij de deelnemers aan de Contracten door het ontbreken van een vergunning. De schade die de deelnemers hebben geleden is immers niet het gevolg van het niet hebben van een vergunning door GroeiVermogen, maar van andere oorzaken;

2) de sanctie van nietigheid geen onderscheid maakt tussen moedwillige en toevallige overtreding, terwijl in het onderhavige geval ervan uitgegaan moet worden dat de overtreding niet moedwillig was, en

3) de gevolgen van vernietiging van alle Contracten, gelet op de hoeveelheid Contracten die zijn afgesloten, ontwrichtend zijn.

6.30. De rechtbank vindt steun voor bovenstaand oordeel in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de ontstaansgeschiedenis hiervan. In artikel 1:23 van de Wft is wel expliciet opgenomen dat de rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling welke is verricht in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels niet uit dien hoofde aantastbaar is, behalve voorzover in de Wft anders is bepaald. Hieruit volgt dat indien niet uit de Wft zelf volgt dat een rechtshandeling in strijd met deze wet nietig is, de weg van artikel 3:40 lid 2 BW eveneens is afgesloten.

6.31. Alhoewel in het onderhavige geval sprake is van strijdigheid met de Wck, en niet met de Wft en in de Wck een dergelijke expliciete bepaling niet is opgenomen, vertonen beide wetten, de strekking daarvan en de beschermingsgedachte erachter, zodanige overeenkomsten dat de redenering die de ratio vormt voor opneming van artikel 1:23 Wft, eveneens opgaat bij de beoordeling van de vraag of het vergunningsvereiste in artikel 9 van de Wck de strekking heeft om rechtshandelingen die zonder vergunning zijn verricht met nietigheid te bedreigen. Deze ratio blijkt mede uit het rapport van het Tilburg Institute for Law and Economics, dat in opdracht van het ministerie van Financiën in juni 2005 een “Position paper” heeft uitgebracht naar aanleiding van het wetsvoorstel voor de Wet op het financieel toezicht (Wft) (het TILEC-rapport). Ten aanzien van de vraag of “alle bestaande privaatrechtelijke wegen bezien” behoefte is aan de sanctie van vernietigbaarheid of nietigheid wegens strijd met de Wft, wordt in dit rapport geoordeeld dat “bij overtreding van het vereiste van een vergunning voor bepaalde rechtshandelingen, nietigheid of vernietigbaarheid van die zonder vergunning verrichte rechtshandelingen niet voor de hand ligt”.

6.32. De rechtbank zal dan ook, gelet op bovenstaande overwegingen, het beroep op nietigheid afwijzen op grond van het bepaalde in het derde lid van artikel 3:40 BW.

6.33. Eisers hebben nog een beroep gedaan op de nietigheid van de Contracten wegens strijd met het bepaalde in artikel 28 lid 1 Wck (inwinnen inlichtingen kredietwaardigheid). Voorts hebben zij gesteld dat de Contracten vernietigbaar zijn op grond van artikel 30 lid 1 en 2 Wck (ontbreken van een door partijen van een door beide partijen getekende onderhandse akte), in samenhang gelezen met artikel 30 lid 5 Wck .

6.34. GroeiVermogen heeft aangevoerd dat zij wel heeft voldaan aan de verplichtingen, voortvloeiende uit artikel 28 Wck. GroeiVermogen heeft voorts betoogd dat een beroep op nietigheid cq. vernietigbaarheid op grond van het bepaalde in artikel 28 lid 1 en 30 lid 1 en 2 Wck in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, nu de deelnemers aan de Contracten niet in hun belangen zijn geschaad.

6.35. Ten aanzien van het beroep op strijdigheid met artikel 28 lid 1 Wck is in de eerste plaats van belang dat de Wck zelf geen civielrechtelijke sanctie stelt op het niet voldoen aan deze bepaling. Eisers hebben gesteld dat, indien GroeiVermogen wel aan dit vereiste zou hebben voldaan, het bij de deelnemers veel sneller duidelijk zou zijn geweest dat bij de Contracten sprake was van kredietverlening en dat zij dan wellicht – indien dit niet aansloot bij hun doelstellingen – van het sluiten van het Contract hadden afgezien. Nog afgezien van de vraag of deze stelling juist is, blijkt uit de wetsgeschiedenis niet dat dit de ratio achter het vereiste in artikel 28 lid 1 Wck is geweest. De rechtbank beschouwt het bepaalde in dit artikel als een uitwerking van de zorgplicht die kredietverleners ten opzichte van hun cliënten in acht dienen te nemen. Het niet nakomen van deze zorgplicht kan onder omstandigheden tot de conclusie leiden dat de kredietverlener jegens de cliënt schadeplichtig wordt, doch niet valt in te zien dat het bepaalde in dit artikel de strekking heeft om de rechtshandeling zelf aan te tasten. Het beroep op nietigheid wordt dan ook verworpen.

6.36. Ten aanzien van het ontbreken van een door beide partijen getekende onderhandse akte, waarvan een afschrift aan de deelnemer door GroeiVermogen dient te worden verstrekt (artikel 30 lid 1 en 2 Wck) overweegt de rechtbank als volgt. In de eerste plaats staat vast dat aan dit vereiste bij het grootste deel van de Contracten niet is voldaan. In zoverre is de gevorderde verklaring voor recht dat deze Contracten vernietigbaar zijn op grond van het bepaalde in artikel 30 lid 5 van de Wck voor toewijzing vatbaar. De rechtbank volgt GroeiVermogen echter in haar verweer dat een beroep op de vernietigbaarheid van de Contracten in het onderhavige geval in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, nu er materieel bezien geen sprake is van schending van deze bepalingen in de Wck. De ratio achter het vereiste van een door beide partijen getekende akte is immers gelegen in de wens van de wetgever om de kredietnemer ook na het invullen van een aanvraagformulier voor een krediet, de tijd te gunnen van het aangaan van de overeenkomst af te zien. Volgens GroeiVermogen bood zij, gelet op de wijze waarop de Contracten tot stand kwamen, haar cliënten ook altijd bedenktijd om zonder kosten of opgaaf van redenen het Contract te beëindigen. De deelnemers zijn door het ontbreken van een door beide partijen ondertekende akte dan ook niet in hun belangen geschaad, en een beroep op de vernietiging van het Contract wegens het ontbreken hiervan is dan ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank zal deze vordering dan ook afwijzen.

6.37. Eisers hebben tot slot nog een beroep gedaan op artikel 30, derde lid onder c Wck, waarin is bepaald dat de akte de kredietsom in cijfers en in letterschrift dient te bevatten. Ook ten aanzien van dit gebrek geldt dat dit in de wet zelf niet met nietigheid of vernietigbaarheid is bedreigd. Nu ook voor het overige niet is gesteld of gebleken dat dit artikellid de strekking heeft de rechtshandeling die in strijd hiermee is verricht, aan te tasten, gaat de rechtbank aan het beroep op nietigheid door eisers voorbij. Het beroep van eisers op het arrest van de Hoge Raad van 31 januari 1986 (NJ 86/362) faalt, nu dit arrest betrekking heeft op artikel 27 van de Wet op het consumptief geldkrediet (WCGK), waarin het niet vermelden van de kredietsom in cijfers expliciet met nietigheid werd bedreigd, hetgeen in de Wck (zoals overwogen) niet het geval is.

6.38. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het onder 1. gevorderde wordt afgewezen.

II. Koop op afbetaling

6.39. In artikel 7A:1576 BW is koop op afbetaling als volgt gedefinieerd:

“Koop en verkoop op afbetaling is de koop en verkoop, waarbij partijen overeenkomen dat de koopprijs wordt betaald in termijnen, waarvan twee of meer verschijnen, nadat de verkochte zaak aan de koper is afgeleverd.”

Ingevolge het vijfde lid van artikel 7A:1576 BW is de titel van koop op afbetaling en huurkoop ook van toepassing op vermogensrechten.

6.40. Partijen twisten over de vraag of de Contracten te kwalificeren zijn als koop op afbetaling. Voor de beantwoording van die vraag is tevens de definitie van “huurkoop” relevant. Immers, huurkoop, geregeld in de artikelen 7A:1576h BW en verder, is een vorm van een koop op afbetaling. De definitie van huurkoop in genoemd artikel luidt:

“Huurkoop is de koop en verkoop op afbetaling, waarbij partijen overeenkomen, dat de verkochte zaak niet door enkele aflevering in eigendom overgaat, maar pas door vervulling van de opschortende voorwaarde van algehele betaling van wat door de koper uit hoofde van de koopovereenkomst verschuldigd is.”

6.41. Uit deze twee definities, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat bij koop op afbetaling door aflevering van de zaak de eigendom meteen overgaat op de koper en dat bij huurkoop de zaak weliswaar wordt afgeleverd, doch dat de zaak eigendom blijft van de verkoper totdat de gehele koopprijs is voldaan.

6.42. Nu in alle Contracten is bepaald dat de door GroeiVermogen aangekochte effecten eigendom blijven van GroeiVermogen, is er reeds om die reden geen sprake van koop op afbetaling, nu daarvoor vereist is dat de eigendom meteen bij aflevering door de koper verkregen wordt. Van huurkoop is evenmin sprake, nu geen van de Contracten voorziet in een automatische eigendomsoverdracht aan de deelnemer na voldoening van de gehele koopprijs, maar hiervoor steeds een daad van levering noodzakelijk is. Al hetgeen partijen voor het overige hebben aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden. De vordering van eisers onder 2 wordt mitsdien afgewezen.

III. Vernietigbaarheid op grond van artikel 1:88 BW

6.43. Alhoewel de Vereniging Consument & Geldzaken in deze vordering niet-ontvankelijk is verklaard, geldt dit niet voor de individuele eisers in deze procedure. Gelet echter op het oordeel dat de Contracten niet kwalificeren als koop op afbetaling, ligt ook deze vordering voor afwijzing gereed.

IV. Schending zorgplicht

6.44. Ten aanzien van het beroep van eisers op schending van de zorgplicht door GroeiVermogen en het verweer van GroeiVermogen daartegen, merkt de rechtbank in de eerste plaats op dat zij reeds in diverse procedures, aanhangig gemaakt door individuele deelnemers aan effectenleaseproducten van zowel GroeiVermogen als andere aanbieders, zich over de omvang en reikwijdte van deze – ook op GroeiVermogen rustende – zorgplicht heeft uitgelaten. In onderstaande beoordeling zal, voor zover relevant, naar deze uitspraken verwezen worden.

6.45. Eisers hebben heeft betoogd dat in de onderhavige procedure door hen nieuwe feiten en argumenten worden aangevoerd, die in de eerdere procedures niet naar voren zijn gekomen. Zo hebben eisers aangevoerd dat de risico’s van de Contracten vele malen groter zijn dan de rechtbank tot dusverre heeft aangenomen, omdat de 0% koersrisicoverzekering is aan te merken als een putoptie en de derivaten die onderdeel uitmaken van enkele Contracten, aan te merken zijn als callopties en dat hierdoor de Contracten mede optiebeleggingen zijn, met veel hogere risico’s dan aandelen beleggingen. Ook hebben eisers aangevoerd dat de Contracten aan te merken zijn als vermogensbeheer (en dat GroeiVermogen dat in interne stukken ook zelf zo omschrijft), waardoor er een zwaardere zorgplicht geldt voor GroeiVermogen dan de rechtbank tot dusverre heeft aangenomen.

6.46. Ten aanzien van dit laatste is de rechtbank van oordeel dat er pas sprake is van vermogensbeheer als een cliënt opdracht geeft aan een financiële instelling om een specifiek voor hem samengestelde beleggingsportefeuille namens hem te beheren. In de onderhavige Contracten is echter steeds sprake van een van te voren vastgestelde contractsduur, en betreft het door GroeiVermogen ontwikkelde beleggingsproducten waarbij wordt belegd in een vaste aandelenportefeuille. De deelnemer heeft geen enkele zeggenschap over de samenstelling van deze portefeuille. Deze vaste beleggingsportefeuille is bovendien niet specifiek voor de betreffende deelnemer vastgesteld, maar is verbonden aan het betreffende Contract. Deze portefeuille ondergaat gedurende de looptijd van het Contract ook geen wijzigingen, in de zin dat GroeiVermogen effecten verkoopt of andere effecten aankoopt. In die zin is er geen sprake van beheer. Dat GroeiVermogen in interne stukken zelf wel spreekt van vermogensbeheer in het kader van de Contracten, kan aan het voorgaande niet afdoen.

6.47. De rechtbank is evenmin van oordeel dat GroeiVermogen namens de deelnemers aan de Contracten in opties belegt. Op grond van de tekst van de Overeenkomsten blijkt dat door GroeiVermogen uitsluitend voor de deelnemer aandelen of certificaten koopt in bepaalde fondsen of van bepaalde bedrijven. In de Overeenkomsten zijn geen bepalingen opgenomen waaruit zou kunnen worden afgeleid dat voor rekening en risico van de deelnemer ook opties door GroeiVermogen zouden zijn aangekocht. Wel kan het uiteraard zo zijn dat GroeiVermogen voor de financiering van de 0% koersrisicoverzekering en de Derivaten die deel uitmaken van enkele van de Contracten, gebruik heeft gemaakt van optiestructuren. De 0% Koersrisico verzekering dekt het risico voor de deelnemer af dat hij bij afloop van de Overeenkomst geconfronteerd wordt met bijbetaling van het negatieve verschil tussen de aan- en verkoopwaarde van de aandelen. De deelnemer betaalt daarvoor een premie, over de hoogte waarvan door GroeiVermogen steeds duidelijkheid is verschaft. Dat GroeiVermogen deze premie op haar beurt mogelijk weer aanwendt voor een belegging in putopties, betekent echter niet dat daardoor een optiebelegging onderdeel wordt van het Contract. De risico’s van deze optiebelegging blijven immers voor rekening van GroeiVermogen, terwijl de deelnemer alleen recht heeft op een uitkering indien het risico waartegen hij zich heeft verzekerd, zich voordoet. Niet gesteld kan daarom worden dat opties een onderdeel vormen van het aandelenlease-product, anders dan dat kennelijk GroeiVermogen het risico dat zij door het aanbieden van de 0% Koersrisico verzekering liep, heeft afgedekt door middel van optiestructuren. Hetzelfde geldt voor de Derivaten.

6.48. Het voorgaande betekent dat al hetgeen eisers hebben gesteld in relatie tot schending van de zorgplicht door GroeiVermogen voor zover het vermogensbeheer of opties betreft in het navolgende buiten beschouwing zal worden gelaten.

6.49. Bij de beoordeling van de zorgplicht stelt de rechtbank ook in deze zaak voorop dat de Hoge Raad in zijn arrest van 11 juli 2003, JOR 2003, 199, heeft overwogen dat op een bank een bijzondere zorgplicht rust om niet-professionele beleggers te informeren over de risico's van het product, en in zijn arrest van 9 januari 1998, NJ 1999, 285 heeft overwogen "dat de maatschappelijke functie van de banken een bijzondere zorgplicht meebrengt, zowel jegens haar cliënten uit hoofde van de met hen bestaande contractuele verhouding, als ten opzichte van derden met wier belangen zij rekening behoort te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt."

Deze zorgplicht – die naar zijn aard strekt tot bescherming van de (potentiële) cliënt tegen het gevaar van zijn eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht – vloeit voort uit hetgeen de eisen van redelijkheid en billijkheid, gelet op de aard van de contractuele verhouding tussen financiële instellingen en haar particuliere cliënten, meebrengen.

6.50. GroeiVermogen stelt dat voormelde jurisprudentie slechts betrekking heeft op de relatie tussen een bank en zijn cliënt en derhalve niet op haar van toepassing is, nu zij geen bankinstelling is. Zoals de rechtbank reeds heeft geoordeeld in haar vonnis van 21 februari 2007 (LJN AZ9116), gaat dit verweer niet op. De rechtbank heeft in dit vonnis overwogen:

“4.11 GroeiVermogen stelt dat voormelde jurisprudentie slechts betrekking heeft op de relatie tussen een bank en haar cliënt en niet op haar van toepassing is, nu zij geen bankinstelling is. De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer in de eerste plaats dat financiële constructies als de BeursVersneller, die door GroeiVermogen worden aangeboden, ertoe leiden toe dat consumenten cliënten hun geld aan instellingen als GroeiVermogen toevertrouwen, dan wel financiële verplichtingen jegens deze instellingen aangaan, zulks met alle, mogelijk vergaande, consequenties van dien. De verhouding van de cliënt tot zijn bancaire instelling verschilt in die zin niet wezenlijk van zijn verhouding tot instellingen als GroeiVermogen.

4.12 De rechtbank acht voorts van belang dat GroeiVermogen bij het in de markt zetten van de BeursVersneller bewust gebruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat potentiële cliënten plegen te stellen in solide en betrouwbare financiële instellingen door zich als een Fortis-onderneming te presenteren. In de door GroeiVermogen overgelegde brochure afficheert GroeiVermogen zich immers als volgt:

“GroeiVermogen maakt deel uit van (…) Fortis Investments, de beleggingsdivisie van Internationale financiële Fortis groep. Fortis is actief op het gebied van verzekeren, bankieren en beleggen. (…) De ruim 58.000 medewerkers in de meer dan 200 Fortisbedrijven zijn solide partners, die flexibele oplossingen bieden voor particulieren en bedrijven, groot en klein.”

4.13 Door zich aldus te presenteren als onderdeel van een organisatie die wereldwijd een belangrijke financiële rol vervult, onderstreept GroeiVermogen dat potentiële cliënten van haar mogen verwachten dat zij een zelfde zorgvuldigheid in acht zal nemen als ware zij een bancaire instelling. Gelet op die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat GroeiVermogen ten opzichte van haar (potentiële) cliënten een vergelijkbare zorgplicht heeft te betrachten als door de Hoge Raad als uitgangspunt is geformuleerd voor banken.”

6.51. Nu GroeiVermogen in de onderhavige procedure geen andere argumenten heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om van dit eerdere oordeel af te wijken.

6.52. De onder rechtsoverweging 6.49. vermelde zorgplicht, die ingevolge het bovenstaande ook op GroeiVermogen rust, brengt in het onderhavige geval met zich dat GroeiVermogen gehouden is om enerzijds informatie te verstrekken over het aangeboden product en anderzijds informatie in te winnen bij haar potentiële cliënten omtrent hun financiële positie, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen.

6.53. GroeiVermogen heeft zich verweerd tegen een dergelijke invulling van de op haar rustende zorgplicht. Zij heeft betoogd dat in dat geval op haar een zorgplicht zou rusten, die is vastgelegd in artikel 28 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer (hierna: NR), terwijl de NR niet op haar van toepassing is, nu zij hooguit beschouwd kan worden als execution only dienstverlener en niet als adviseur of vermogensbeheerder, waarvoor artikel 28 NR volgens haar is geschreven.

6.54. De rechtbank overweegt dat bovengenoemde zorgplicht weliswaar in de opeenvolgende versies van de NR nader is uitgewerkt, doch dat deze voor zijn bestaansrecht daarvan niet afhankelijk is. De NR moet bovendien gezien worden in het licht van (destijds) de Wte 1995, geplaatst in het kader van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (93/22/EEG), welke ziet op de beschermingsgedachte ten aanzien van de deskundige financiële dienstverlener ten opzichte van de, in vergelijking met de beleggingsinstelling, niet of minder deskundige consument.

6.55. De stelling van GroeiVermogen dat artikel 28 Nadere Regeling alleen van toepassing is op advies- en vermogensbeheerrelaties, terwijl de door haar aangeboden Contracten hooguit beschouwd kunnen worden als execution only dienstverlening, gaat in het licht van bovenstaande overwegingen niet op. Het enkele feit dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de constructie, waarvoor GroeiVermogen heeft gekozen voor het sluiten van de Contracten, heeft goedgekeurd is, anders dan GroeiVermogen meent, voor de beoordeling van de zorgplicht die GroeiVermogen in het kader van deze overeenkomst diende te betrachten evenmin relevant.

6.56. De rechtbank komt concluderend tot het oordeel dat de onder 6.49. en 6.52. vermelde zorgplicht ook door GroeiVermogen in acht genomen dient te worden in haar relatie met (potentiële) cliënten. De aldaar genoemde twee verplichtingen, te weten het verstrekken van informatie aan en het inwinnen van informatie bij de potentiële cliënt, moeten in samenhang worden bezien, in die zin dat naarmate er meer uitgebreide informatie is verstrekt, de noodzaak tot het inwinnen van uitgebreide informatie over de cliënt kan verminderen. Bij de beoordeling in hoeverre een juiste balans is aangelegd tussen deze twee verplichtingen, spelen de aard van het product en de daaraan verbonden risico's een rol. Voorts is de wijze waarop het product is gepresenteerd van belang, alsmede de beoogde doelgroep.

6.57. De rechtbank zal derhalve eerst, per Contract, de aard van het product, de aan de deelnemers verstrekte informatie, de wijze waarop een en ander aan de deelnemers is gepresenteerd en de aan het product verbonden risico’s bezien. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat de deelnemers voorafgaand aan het tot stand komen van het Contract de beschikking hebben gehad over de Brochure, de Overeenkomst, het Deelnameformulier en de Voorwaarden, die van het Contract deel uitmaken. Voor zover een bepaald Contract reeds eerder door de rechtbank in het kader van de schending van de zorgplicht beoordeeld is, zal tevens naar dat betreffende vonnis verwezen worden.

6.58. In de onderstaande beoordeling van de vraag of GroeiVermogen per Contract aan haar zorgplicht heeft voldaan, gaat de rechtbank ervan uit dat GroeiVermogen – zoals eisers onbetwist hebben gesteld – geen informatie heeft ingewonnen over de financiële omstandigheden, beleggingsdoelstelling en beleggingservaring van de potentiële deelnemers aan haar Contracten, behalve in het geval van het Contract JubileumClicker, waarin de potentiële deelnemer voor het sluiten van het Contract een profielpeiler diende in te vullen. Het enkele feit dat in voorkomende gevallen wél informatie is ingewonnen bij deelnemers van de Contracten door eventuele de tussenpersonen, doet daaraan niet af, nu niet is gesteld of gebleken dat GroeiVermogen deze informatie ook daadwerkelijk gebruikte om aan haar zorgplicht te voldoen. Dat GroeiVermogen in voorkomende gevallen wel een BKR-toets uitvoerde, is eveneens onvoldoende om GroeiVermogen van haar verplichting om informatie in te winnen gekweten te achten. In de eerste plaats werd een dergelijke toets primair uitgevoerd met het oog op haar eigen belangen en in de tweede plaats biedt de uitkomst van een BKR-toets onvoldoende informatie over de financiële omstandigheden van de deelnemer en bovendien geen informatie over diens beleggingsdoelstelling en -ervaring. Indien in het onderstaande aldus geoordeeld wordt dat GroeiVermogen informatie had dienen in te winnen, staat daarmee tevens vast dat GroeiVermogen aan die verplichting niet heeft voldaan, hetgeen weer leidt tot de conclusie dat GroeiVermogen aldus haar zorgplicht heeft geschonden.

Ten aanzien van het Contract GroeiVermogen (rechtsoverweging 4.2. tot en met 4.5.)

6.59. De rechtbank is van oordeel dat uit de tekst van de Brochure, de Overeenkomst en de Voorwaarden, in onderlinge samenhang bezien, ook voor een onervaren belegger voldoende duidelijk kon te zijn dat het Contract GroeiVermogen inhield dat belegd zou worden met geleend geld. Door de opzet van het Contract, dat erin voorziet dat na 15 jaar de volledige lening is afbetaald, is er aan het eind van deze looptijd van 15 jaar geen risico op een restschuld. Dit risico bestaat wel indien de deelnemer er na 5 of 10 jaar voor heeft gekozen de lening aflossingsvrij te maken. Wél is het uiteraard mogelijk dat na 15 jaar de aandelen niet of onvoldoende in waarde zijn gestegen, of zelfs in waarde zijn gedaald, waardoor de deelnemer geen winst maakt of zelfs verlies lijdt, doordat hij zijn inleg niet terugverdient indien hij de aandelen verkoopt. Op dit risico wordt in de verstrekte informatie in het geheel niet gewezen, terwijl dit – gelet op de informatieplicht van GroeiVermogen - wel op haar weg had gelegen.

6.60. Daarnaast wordt in de verstrekte informatie onvoldoende aandacht besteed aan de gevolgen van tussentijdse beëindiging van het Contract. Dit kan kosteloos na verloop van 5 en 10 jaar, maar dan is de verstrekte lening ter financiering van de Aankoopsom nog niet afgelost. Dat het nog openstaande deel van deze lening wordt afgetrokken van de opbrengst van de aandelen en dat ook in dat geval de opbrengst ontoereikend kan zijn om de inleg terug te verdienen, komt uit de verstrekte informatie onvoldoende naar voren. Bovendien bestaat bij tussentijdse beëindiging (en in het geval de deelnemer de lening gedurende de looptijd van het Contract de lening aflossingsvrij heeft gemaakt) het risico dat de opbrengst van de aandelen onvoldoende is om het restant leningsbedrag geheel af te lossen, zodat de deelnemer zal moeten bijbetalen. Op dit risico van een restschuld wordt in de Brochure in het geheel niet gewezen.

6.61. In de Brochure is onder het kopje “Hoog rendement, hoog risico?” wel vermeld dat de winst met GroeiVermogen niet is gegarandeerd omdat deze afhangt van de ontwikkelingen op de beurs, maar door de algemene bewoordingen van deze waarschuwing en het feit dat onder dit kopje voorts alleen wordt ingegaan op de positieve resultaten die zijn behaald in het verleden, kan deze opmerking niet beschouwd worden als een duidelijke en in niet mis te verstane woorden gestelde waarschuwing dat de deelnemer het risico loopt zijn inleg geheel kwijt te raken én met een restschuld te blijven zitten. Ook de informatie onder het kopje “risico’s afdekken” kan niet als een dergelijke waarschuwing worden beschouwd, nu onvoldoende duidelijk wordt gemaakt wat met koersrisico wordt bedoeld. Bovendien suggereert de zinsnede “zo profiteert u zonder enig koersrisico toch van de opbrengsten van uw aandelen” dat door het afsluiten van een 0% koersrisicoverzekering een opbrengst op de aandelen is gegarandeerd, terwijl deze verzekering enkel en alleen beschermt tegen het ontstaan van een restschuld en geen garantie biedt op enige opbrengst. Een toelichting op de term “opbrengst” in deze waarschuwing ontbreekt. Daardoor wordt onvoldoende verduidelijkt dat ook indien de deelnemer wél opbrengst haalt uit het Contract, deze lager kan zijn dan de door hem gedane investering, zodat hij per saldo toch verlies lijdt.

6.62. De op GroeiVermogen rustende zorgplicht en met name de daaruit voortvloeiende verplichting om informatie te verstrekken brengt in de eerste plaats met zich mee dat GroeiVermogen in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen dient te waarschuwen voor het risico dat de deelnemer zijn inleg niet terugverdient of zelfs met een restschuld kan komen te zitten. Zoals in het bovenstaande is geoordeeld, heeft GroeiVermogen aan deze verplichting in de Brochure niet voldaan. Ook in de Overeenkomst wordt op deze risico’s niet gewezen. De mogelijkheid van het verlies van (een deel van) de inleg en het risico op een restschuld is wel af te leiden uit de informatie in de Voorwaarden, en met name uit de zinsnede onder 5.3. sub a daarvan, luidende: “Indien en voorzover de opbrengst van de verkoop van de Aandelen lager is dan het verschuldigde, is de cliënt het verschil verschuldigd aan de bank”. Deze enkele zin kan echter niet beschouwd worden als een duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen gestelde waarschuwing voor de risico’s, verbonden aan het Contract, waardoor GroeiVermogen zich van haar zorgplicht gekweten kan achten.

6.63. Daar komt nog bij dat de met het Contract GroeiVermogen te behalen rendementen niet duidelijk worden gepresenteerd. Voor het behalen van een zeker rendement is immers een waardestijging van de aangekochte aandelen vereist die het totaal van de vooruitbetaalde betaalde rente, de aflossing en, indien daarvoor zou zijn geopteerd, de premie voor de 0% koersrisicoverzekering overtreft. Daar staat tegenover dat de betaalde rente nog tot 2001 volledig aftrekbaar was, zodat een eventueel fiscaal voordeel bij de beoordeling van het rendement zou kunnen worden betrokken. In de Brochure wordt weliswaar in een grafiek aangegeven wat de gemiddelde koerswinst in de afgelopen 20 jaar is geweest, maar daarin wordt niet duidelijk gemaakt met welk percentage de koers van de aandelen diende te stijgen wilde een deelnemer, aan het eind van de looptijd een uitkering ontvangen die zijn investering minus eventueel fiscaal voordeel, zou overtreffen. De door GroeiVermogen verstrekte informatie over de te behalen rendementen is dan ook niet onjuist, maar wel onvolledig.

6.64. Uit het bovenstaande volgt dat de wijze waarop GroeiVermogen de potentiële deelnemer over de kenmerken en risico’s van het Contract GroeiVermogen heeft geïnformeerd, met zich brengt dat de potentiële deelnemer de informatie uit de verschillende informatiebronnen dient te combineren en enkele denkstappen dient te maken om de risico’s die aan het Contract zijn verbonden, bij de verschillende keuzemogelijkheden die de deelnemer gedurende de looptijd van het Contract heeft, te doorgronden. Dit brengt met zich dat de professionele aanbieder van het Contract, die als geen andere de risico’s en de omvang daarvan kent, dient te verifiëren of de potentiële deelnemer deze denkstappen heeft gemaakt, in het licht van zijn beleggingsdoelstelling. Deze noodzaak tot informatie-inwinning wordt nog onderstreept doordat GroeiVermogen zich niet heeft gericht tot een gesegmenteerd publiek. Het kon dan ook voor GroeiVermogen niet op voorhand duidelijk zijn dat de aan het product verbonden risico’s voor alle potentiële deelnemers duidelijk en acceptabel waren en dat het product beantwoordde aan de beleggingsdoelstelling van alle potentiële deelnemers. Nu vaststaat dat GroeiVermogen geen informatie heeft ingewonnen bij de potentiële deelnemers heeft zij niet voldaan aan haar zorgplicht in het kader van het Contract GroeiVermogen.

Ten aanzien van het Contract BeursVersneller (rechtsoverweging 4.6. tot en met 4.10.)

6.65. Ten aanzien van een eventuele zorgplichtschending door GroeiVermogen met betrekking tot het Contract BeursVersneller heeft deze rechtbank zich in twee eerdere procedures die door individuele deelnemers tegen GroeiVermogen aanhangig waren gemaakt, uitgelaten. Dit betreffen de vonnissen van 25 januari 2006 (LJN AV0651) en van 21 februari 2007 (LJN AZ 9116).

6.66. Zoals de rechtbank ook reeds in deze vonnissen heeft overwogen, hadden de potentiële deelnemers bij zorgvuldige bestudering van het hen ter beschikking staande informatiemateriaal over het Contract BeursVersneller kunnen en moeten begrijpen dat het BeursVersneller product inhield dat belegd zou worden met geleend geld en dat het door hen te betalen maandbedrag deels bestond uit rente over deze lening, deels uit aflossing en deels uit premie.

6.67. Daarnaast wordt in de Brochure enkele malen met nadruk gesteld dat een deelnemer bij dit product het risico loopt dat hij aan het einde van de looptijd niet alleen geen enkel rendement haalt, maar ook dat hij zijn maandelijkse inleg kwijtraakt. In zoverre heeft GroeiVermogen voldaan aan haar verplichting om in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen te wijzen op het risico van verlies van inleg en het risico op het ontstaan van een restschuld.

6.68. Uit de Brochure blijkt echter niet hoe groot de kans is dat de deelnemer enig rendement behaalt. Voor het behalen van een zeker rendement is een waardestijging van de AEX-index vereist die het totaal van de betaalde maandbedragen overtreft. Dit wordt in de Brochure op geen enkele wijze vermeld. Uit de Brochure blijkt ook op geen enkele wijze dat zich de situatie voor kan doen dat de AEX-index weliswaar stijgt, maar dat er desondanks geen rendement wordt gerealiseerd of zelfs een verlies wordt geleden. De “realistische rekenvoorbeelden” gaan hetzij uit van een aanmerkelijke stijging van de AEX index, hetzij van het dalen van de AEX index. Een rekenvoorbeeld waaruit blijkt dat een deelnemer ook bij een stijging van de AEX-index verlies kan lijden ontbreekt. GroeiVermogen geeft in de Brochure aan dat zij de ontwikkelingen van de AEX index vanaf 1983 heeft geanalyseerd en geeft in vier grafiekjes de resultaten van deze analyse weer. Blijkens de tekst bij deze grafiekjes heeft zich de afgelopen 16 jaar slechts in 2 % van de gevallen de situatie voorgedaan dat geen uitkering werd gedaan. Voorts wordt aangegeven dat zich in 0% van de gevallen de situatie heeft voorgedaan dat er geen sprake was van koerswinst, maar dat wel een uitkering werd gedaan. Deze laatste mededeling ziet echter uitsluitend op een grafiekje dat betrekking heeft op de situatie waarin de AEX index is gedaald tot een bedrag boven de garantiewaarde. Aan de situatie waarin de AEX index is gestegen, maar desondanks geen koerswinst wordt gerealiseerd en [eiser sub 6]te van de kans dat een dergelijke situatie zich voordoet, wordt geen aandacht besteed. Deze informatie is daarmee niet onjuist, maar wel onvolledig.

6.69. Uit het voorgaande volgt dat de potentiële deelnemer aan de BeursVersneller enkele berekeningen en denkstappen dient te maken om de aan dit product verbonden risico's geheel te kunnen doorgronden. Dit betekent dat de professionele aanbieder van het product, die als geen ander de risico's en de omvang daarvan kent, dient te verifiëren of de potentiële deelnemer inderdaad deze berekeningen en denkstappen heeft gemaakt, mede in het licht van zijn beleggingsdoelstelling. Dit mede omdat een financiële instelling als GroeiVermogen zich behoort te realiseren dat producten als de onderhavige – die breed in de markt zijn gezet om ook onervaren beleggers te bewegen tot het beleggen in koersgevoelige producten – beleggers aantrekt die zich van de risico’s van beleggen onvoldoende bewust zijn en/of het zich, gezien hun vermogens- en/of inkomenspositie in relatie tot hun uitgavenpatroon niet kunnen veroorloven om in dergelijke risicovolle producten te beleggen. Uit het bovenstaande volgt dat GroeiVermogen onvoldoende heeft voldaan aan haar verplichting om informatie te verstrekken, zodat zij zich niet gekweten kon achten van haar verplichting om informatie in te winnen bij de potentiële deelnemers. Nu tevens vaststaat dat GroeiVermogen geen informatie heeft ingewonnen over de financiële positie, beleggingsdoelstelling en – ervaring van deze deelnemers, heeft zij haar zorgplicht geschonden.

Ten aanzien van het Contract VermogensVersneller (rechtsoverweging 4.11. tot en met 4.21.)

6.70. De rechtbank heeft zich in een eerder vonnis van 5 april 2006 (LJN: AW0817) uitgelaten over de zorgplichtschending door GroeiVermogen met betrekking tot het contract VermogensVersneller. In dit vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat uit de Brochure en de Overeenkomst, in onderlinge samenhang bezien, ook voor een onervaren belegger voldoende duidelijk dient te zijn dat hij bij het sluiten van een overeenkomst als de onderhavige ging beleggen met geleend geld en dat hij daarbij het risico liep na ommekomst van de contractsperiode met een restschuld te worden geconfronteerd, doordat de waarde van de op basis van de overeenkomst aan te kopen aandelen bij verkoop lager zou zijn dan de aankoopsom en dit waardeverschil niet zou worden gecompenseerd door de Winstversneller.

6.71. In het betreffende vonnis lag echter een andere Brochure ter beoordeling voor dan in de onderhavige procedure. De rechtbank is op basis van de haar thans ter beschikking staande informatie van oordeel dat het risico op het ontstaan van een restschuld, alsmede op het verlies van (een deel van) de inleg, onvoldoende duidelijk wordt belicht. In de eerste plaats wordt in de Brochure alleen gesproken over een koersstijging van de aandelen. Daarnaast wordt onder het kopje “De VermogensVersneller in goede en slechte tijden” in de onder 4.14. geciteerde Brochure vermeld: “Er is slechts één beursscenario denkbaar waarmee u met de VermogensVersneller geen uitkering ontvangt: als de slotkoers na vijf jaar precies gelijk is aan de laagste koers. Als dit scenario zich voordoet, wat overigens nog nooit gebeurd is in de afgelopen twintig jaar, verliest u uw netto kosten. Als de koersen echter stijgen, krijgt u deze stijging tenminste 2x uitgekeerd”. In de Brochure 1997/3 is onder het kopje “rendement en risico” de volgende mededeling gedaan: “Bij deelname met de 0% Koersrisicoverzekering is slechts één beursscenario denkbaar waarmee u met de VermogensVersneller geen uitkering ontvangt: als de slotkoers na vijf jaar precies gelijk is aan de laagste koers. Als dit scenario zich voordoet, wat overigens nog nooit gebeurd is in de afgelopen twintig jaar, verliest u uw netto kosten”. Alhoewel uit de overige verstrekte informatie in de Overeenkomst en de Voorwaarden Vermogensversneller wel is af te leiden dat ook in het geval de koersen dalen en/of onvoldoende stijgen er weliswaar een uitkering wordt gedaan, doch dat, na aflossing van de nog openstaande lening de deelnemer geen rendement heeft of zelfs verlies lijdt, is de informatie in deze zinsnede onvoldoende om GroeiVermogen gekweten te achten van haar verplichting om in duidelijke en in niet mis te verstane bewoordingen te wijzen op het risico van het verlies van een (deel van) de inleg.

6.72. Evenmin wordt in de (in deze procedure overgelegde) informatie over de VermogensVersneller duidelijk en in niet mis te verstane bewoordingen gewezen op het risico van een restschuld. In de Brochure, zoals aangehaald onder rechtsoverweging 4.14. wordt zelfs de suggestie gewekt dat dit risico is uitgesloten vanwege de 0% koersrisicoverzekering. In deze Brochure wordt onvoldoende duidelijk dat het afsluiten van deze 0% Koersrisicoverzekering een vrije keuze is en dat, indien men er niet voor kiest, het risico op een restschuld blijft bestaan. In de Brochure 1997/3, zoals aangehaald onder rechtsoverwegingen 4.15 tot en met 4.18., is dit duidelijker verwoord, doch staat evenmin in niet mis te verstane bewoordingen vermeld dat bij het niet-afsluiten van deze verzekering het risico bestaat dat de deelnemer na afloop van het contract moet bijbetalen. Deze laatste onduidelijkheid wordt niet weggenomen door de tekst op het deelnameformulier (rechtsoverweging 4.13.) omdat daarin alleen tot uitdrukking komt dat een eventueel nadelig verschil tussen de verkoopwaarde en de aankoopwaarde van de Aandelen voor rekening van de deelnemer komt (hetgeen, gezien de potentiële werking van de winstversneller, niet zonder meer betekent dat alsdan sprake is van een restantschuld).

6.73. De rechtbank is dan ook van oordeel dat GroeiVermogen niet heeft voldaan aan haar verplichting om in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen te wijzen op het risico van het verlies van de inleg en het ontstaan van een restschuld.

6.74. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat ook het met dit Contract te behalen rendement minder duidelijk wordt gepresenteerd. Ook bij dit Contract volgt uit de Brochure niet duidelijk met welk percentage de koers van de aandelen diende te stijgen wilde de deelnemer aan het einde van de looptijd een uitkering ontvangen die zijn investering minus eventueel fiscaal voordeel, zou overtreffen. Ook in dit geval geldt dat de informatie die GroeiVermogen aldus aan de deelnemer heeft verstrekt niet onjuist, maar wel onvolledig is.

6.75. De bovenweergegeven onvolledigheid van de informatie over het Contract VermogensVersneller brengt met zich dat de deelnemer de nodige berekeningen en denkstappen heeft moeten maken om de aan het product verbonden risico’s geheel te doorgronden. Op grond van de op GroeiVermogen rustende zorgplicht had zij, als professionele aanbieder van het product die als geen ander de risico’s en de omvang ervan kent, dienen te verifiëren of de deelnemer inderdaad deze berekeningen en denkstappen had gemaakt en/of het product aansloot bij de beleggingswensen en doelstellingen van de deelnemer. Door dit na te laten heeft zij haar zorgplicht jegens de deelnemer geschonden.

Ten aanzien van het Contract MillenniumVersneller (rechtsoverwegingen 4.22. tot en met 4.26.)

6.76. De rechtbank is van oordeel dat GroeiVermogen bij het Contract MillenniumVersneller heeft voldaan aan haar verplichting om voldoende duidelijk en in niet mis te verstane bewoordingen te wijzen op de risico’s die verbonden zijn aan dit Contract. De waarschuwing op het deelnameformulier bij de keuze voor het al dan niet deelnemen aan de 0% koersrisicoverzekering (rechtsoverweging 4.26.) laten aan duidelijkheid niets te wensen over en wijzen zowel op het risico van verlies van het deelnamebedrag als op het ontstaan van een restschuld. Ook in de Brochure, onder het kopje “Optie: de 0% Koersrisicoverzekering voor meer zekerheid” wordt zonder omhaal van woorden gewaarschuwd voor het risico van een restschuld en het verlies van de inleg.

6.77. Ten aanzien van het rendement dat behaald moet worden, wil het Contract in een voor de deelnemer positief resultaat resulteren, wordt in de Brochure eveneens duidelijkheid geschapen. Immers, uit de informatie onder het kopje betreffende de InlegTerug Garantie Click volgt dat een stijging van de AEX-index van tenminste 32% noodzakelijk is om in ieder geval de inleg terug te verdienen en dat dan nog niet de premie voor de 0% koersrisicopremie terug is verdiend. Uit deze informatie volgt voldoende duidelijk dat ook bij een stijging van de koersen het terugverdienen van de inleg niet zonder meer een feit is.

6.78. De rechtbank is op grond van deze verstrekte informatie van oordeel dat GroeiVermogen in ieder geval aan één van de op haar in het kader van de zorgplicht rustende verplichtingen (het verstrekken van informatie) heeft voldaan. Zoals de rechtbank in rechtsoverweging 6.56. heeft geoordeeld, moeten de twee in het kader van de zorgplicht op GroeiVermogen rustende verplichtingen, te weten het verstrekken van informatie aan en het inwinnen van informatie bij de potentiële deelnemer, in samenhang worden bezien, in die zin dat naarmate er meer uitgebreide informatie is verstrekt, de noodzaak tot het inwinnen van uitgebreide informatie over de cliënt kan verminderen. Gelet op deze samenhang en op het oordeel dat ten aanzien van het onderhavige Contract door GroeiVermogen voldoende duidelijke informatie is verschaft, had de potentiële deelnemer bij zorgvuldige bestudering van deze informatie kunnen en moeten begrijpen wat de risico’s waren die aan het Contract verbonden waren en had hij zelf de afweging kunnen maken of dit Contract, gelet op zijn financiële omstandigheden en beleggingsdoelstellingen voor hem geschikt was en of hij bereid en in staat was de aan het Contract verbonden risico’s te dragen. Zonder nadere onderbouwing – die ontbreekt – valt niet in te zien dat GroeiVermogen in het kader van de uitoefening van haar zorgplicht zelf hierover nog nadere informatie bij de deelnemer had moeten inwinnen. De conclusie luit dan ook dat GroeiVermogen terzake van het Contract MillenniumVersneller heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht.

Ten aanzien van het Contract KoerswinstStapelaar (rechtsoverwegingen 4.27. tot en met 4.31.)

6.79. Veel kenmerken van het Contract KoerswinstStapelaar komen overeen met de kenmerken van het Contract VermogensVersneller. Het verschil is gelegen in het feit dat bij de KoerswinstStapelaar de 0% koersrisicoverzekering verplicht is en dat de “Stapelaars” iets verschillen qua werking dan de “Winstversnellers”. Het laatste is voor de beoordeling van de zorgplicht niet relevant, terwijl het eerste tot gevolg heeft dat het onderhavige Contract minder risicovol is dan de VermogensVersneller, omdat er geen risico bestaat op een restschuld.

6.80. Onder het kopje “rendement en risico” in de Brochure wordt de volgende mededeling gedaan: “Alleen in het nóg onwaarschijnlijker scenario dat de verkoopkoers in 2003 gelijk is of lager is dan de laagste koers in het eerste jaar, heeft u geen opbrengst”. Deze waarschuwing verschilt in bewoordingen van de waarschuwing in de Brochures over de VermogensVersneller. Anders dan bij dit laatste Contract, is de rechtbank in het onderhavige geval van oordeel dat de potentiële deelnemer uit deze waarschuwing had kunnen en moeten begrijpen dat hij zijn inleg geheel zou verliezen indien de beurs na afloop van de looptijd lager of gelijk stond dan op de begindatum van het Contract.

6.81. Een toelichting op de term “opbrengst” in deze waarschuwing ontbreekt. Daardoor wordt onvoldoende verduidelijkt dat ook indien de deelnemer wél opbrengst haalt uit het Contract, deze lager kan zijn dan de door hem gedane investering, zodat hij per saldo toch verlies lijdt.

Net als het Contract VermogensVersneller heeft GroeiVermogen ook bij het Contract KoerswinstStapelaar onvoldoende duidelijkheid verschaft over het te behalen rendement en dan met name met welk percentage de koers van de aandelen diende te stijgen wilde de deelnemer aan het einde van de looptijd een uitkering ontvangen die zijn investering minus eventueel fiscaal voordeel, zou overtreffen. Ook in dit geval geldt dat de informatie die GroeiVermogen aldus aan de deelnemer heeft verstrekt niet onjuist, maar wel onvolledig is.

6.82. Concluderend wordt geoordeeld dat bij het Contract KoerswinstStapelaar eveneens geldt dat de deelnemer de nodige berekeningen en denkstappen heeft moeten maken om de aan het product verbonden risico’s geheel te doorgronden en dat GroeiVermogen als professionele aanbieder van het product had dienen te verifiëren of de deelnemer inderdaad deze berekeningen en denkstappen had gemaakt en/of het product aansloot bij de beleggingswensen en doelstellingen van de deelnemer. Door dit na te laten heeft zij haar zorgplicht jegens de deelnemer geschonden.

Het Contract JubileumClicker (rechtsoverwegingen 4.32. tot en met 4.37.)

6.83. De rechtbank is, gelet op de door GroeiVermogen verstrekte informatie over de JubileumClicker, van oordeel dat hierin voldoende duidelijk en in niet mis te verstane bewoordingen is gewezen op het risico dat de deelnemer, ook indien de koersen stijgen, zijn inleg (deels) kwijt kan zijn en dat hij (bij tussentijdse beëindiging) met een restschuld kan blijven zitten. Op dit risico wordt op diverse plaatsen in het informatiemateriaal gewezen, onder meer onder het kopje “wat zijn de financiële risico’s van de JubileumClicker” in de Financiële bijsluiter. (rechtsoverweging 4.37)

6.84. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat GroeiVermogen voldoende duidelijkheid heeft verschaft over het te behalen rendement. Uit de tabel in de financiële bijsluiter blijkt voldoende dat ook bij stijgende beurskoersen de netto opbrengst kan tegenvallen en dat de deelnemer dus niet zijn (gehele) inleg terugverdient. De rechtbank acht deze informatie zo duidelijk dat het feit dat het exacte break even rendement niet wordt vermeld, niet tot de conclusie kan leiden dat GroeiVermogen tekort is geschoten in haar informatieverplichting. Door deze duidelijke informatie kon en moest het de deelnemer immers duidelijk zijn dat de beurskoersen aanzienlijk moesten stijgen om winst te behalen en op basis van deze wetenschap had het op zijn weg gelegen om – indien dit voor hem van belang was – navraag te doen naar dit break even rendement. De rechtbank is van oordeel dat door de duidelijke bewoordingen van de verstrekte informatie, GroeiVermogen zich ontslagen mocht achten van haar verplichting om navraag te doen bij de deelnemer naar zijn financiële omstandigheden. De deelnemer kon, op basis van deze informatie over de kansen en risico’s van het contract, immers zelf een voldoende afweging maken of hij – gezien zijn financiële omstandigheden – bereid en in staat was deze risico’s te dragen.

6.85. Daar komt bij dat GroeiVermogen door het laten invullen van de profielpeiler voldoende informatie heeft ingewonnen naar de beleggingservaring en doelstelling van de deelnemer. GroeiVermogen heeft de aldus verkregen informatie ook gebruikt om te beoordelen of het Contract aansloot bij de beleggingsdoelstelling en risicoprofiel van de deelnemers, zodat zij ook op dit punt aan haar zorgplicht heeft voldaan.

6.86. Het had op de weg van eisers gelegen om aan te geven wat naar hun mening nog meer van GroeiVermogen in het kader van de vervulling van haar zorgplicht kon worden verwacht. Nu eisers dit hebben nagelaten, is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van het Contract JubileumClicker geen sprake is van een schending van de zorgplicht door GroeiVermogen.

Tussenconclusie zorgplicht

6.87. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat GroeiVermogen haar zorgplicht heeft geschonden bij het aanbieden van de Contracten GroeiVermogen, Beursversneller, VermogensVersneller en KoerswinstStapelaar. Zoals de rechtbank in al haar uitspraken betreffende aandelenleaseproducten sinds haar vonnis van 18 oktober 2006 (LJN AZ0660) heeft geoordeeld, kwalificeert deze zorgplichtschending als een onrechtmatige daad van GroeiVermogen en niet als een toerekenbare tekortkoming. De onder 4 gevorderde verklaring voor recht is in zoverre voor toewijzing vatbaar.

Saldobewakingsplicht

6.88. Eisers hebben nog betoogd dat de zorgplichtschending van GroeiVermogen tevens voortvloeit uit het feit dat zij niet heeft voldaan aan de verplichting, zoals bedoeld in artikel 28 lid 3 NR, waarin is bepaald dat de effecteninstelling erop toe ziet dat cliënten die posities hebben in financiële instrumenten waaruit verplichtingen kunnen voortkomen, voortdurend over voldoende saldi beschikken om aan de actuele verplichtingen te voldoen.

6.89. De rechtbank is met GroeiVermogen van oordeel dat deze bepaling niet opgaat voor de onderhavige Contracten. Uit deze Contracten kunnen na afloop wel financiële verplichtingen jegens GroeiVermogen resteren (indien een restschuld resteert na verkoop van de aandelen) doch deze verplichtingen vloeien niet voort uit de financiële instrumenten (de beleggingen) doch uit de overeenkomst van geldlening tussen de deelnemer en GroeiVermogen. Deze stelling van eisers wordt daarom verworpen.

V. Misleidende reclame

6.90. Eisers stellen dat de informatie over de Contracten in de Brochures die GroeiVermogen hierover heeft verstrekt, als misleidende reclame moet worden gekwalificeerd, zodat GroeiVermogen onrechtmatig in de zin van artikel 6:194 BW heeft gehandeld jegens de deelnemers aan de Contracten.

6.91. Volgens eisers, dient bij de beoordeling of sprake is van misleidende reclame, niet alleen getoetst te worden aan artikel 6:194 BW, maar tevens aan de normen van de Wte 1995 uitgewerkt in het Besluit Toezicht Effectenverkeer 1995 (verder "Bte 1995") en de daarop gebaseerde NR van 1995, 1999 en 2002, alsmede aan de Gedragscode van de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland. Tevens verwijst de Vereniging Consument & Geldzaken in dit verband naar uitspraken van de Klachtencommissie DSI en (het College van Beroep van) de Reclame Code Commissie, alsmede de rapporten over aandelenlease van de AFM en de Commissie Geschillen Aandelenlease (verder "CGA").

6.92. Alvorens in te gaan op de stellingen van eisers overweegt de rechtbank dat zij zich alleen uitlaten over de informatie zoals in de Brochures is opgenomen. De rechtbank is echter van oordeel dat voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van misleidende reclame als bedoeld in artikel 6:194 BW, niet alleen de in de Brochures gegeven informatie van belang is, maar alle informatie waarover de potentiële deelnemer de beschikking had alvorens hij de beslissing nam om al dan niet het betreffende Contract aan te gaan. In het geval van de Contracten betreft dit in ieder geval de Brochure, het Deelnameformulier, de Overeenkomst en de Voorwaarden en, in het geval van de JubileumClicker, de Financiële Bijsluiter.

6.93. Voordat de rechtbank overgaat tot de beoordeling of er sprake is van misleiding naar aanleiding van de door eisers opgeworpen argumenten, zal zij eerst ingaan op de stellingen van eisers over de toetsingsmaatstaf die bij deze beoordeling dient te worden gehanteerd.

De rechtbank wijst erop dat zij in twee eerdere collectieve acties tegen een andere aanbieder van effectenleaseproducten een oordeel heeft uitgesproken over de misleidendheid van de over dit product verstrekte informatie (het vonnis van 22 december 2004, JOR 2005, 40 en het vonnis van 4 januari 2006, JOR 2006,73). In de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 4 januari 2006, trad de Vereniging Consument & Geldzaken ook op als eiseres. In deze zaken heeft de rechtbank bij de beoordeling of er sprake is van misleidende mededelingen, voorop gesteld dat, gezien de uitspraak van Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 16 juli 1998, C-210/96 (NJ 2000, 374), moet worden uitgegaan van de vermoedelijke verwachting van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument. Eisers hebben in de onderhavige procedure aangevoerd dat deze toetsingsmaatstaf onjuist is. Zij hebben aangevoerd dat deze door het Europese Hof ontwikkelde maatstaf slechts dient te worden toegepast in zaken waarbij het vrije goederen- of dienstenverkeer wordt belemmerd. In de onderhavige procedure, waarbij geen sprake is van enige belemmering in het goederen- of dienstenverkeer, omdat de Contracten alleen aan het Nederlandse publiek werden aangeboden, kan van een minder strenge maatstaf worden uitgegaan, aldus eisers. Volgens eisers moet van de volgende toetsingsmaatstaf worden uitgegaan:

1) de intelligentie en het voorstellingsvermogen van het gemiddelde publiek;

2) waarbij rekening wordt gehouden met de kring van personen tot wie de reclame zich richt;

3) waarbij tevens van belang is welk professioneel informatieniveau verwacht mag worden van degene die de mededeling doet; en

4) waarbij de aard van het aangeboden product of dienst een rol speelt.

6.94. De Vereniging Consument & Geldzaken heeft hetzelfde standpunt verdedigd in de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 4 januari 2006 voornoemd. De rechtbank heeft destijds geen aanleiding gezien om in die procedure een andere toetsingsmaatstaf te hanteren dan zij in haar eerdere vonnis van 22 december 2004 had gedaan. De rechtbank heeft daarbij toen overwogen dat bij de inkleuring van de door haar aangelegde maatstaf de door eisers genoemde elementen wel een rol spelen. Zij heeft daarbij tevens aangetekend dat juist gelet op de aard van het product, waarbij financiële verplichtingen worden aangegaan voor een periode van 5 jaar, van de potentiële deelnemer kan worden verwacht dat hij het hem ter beschikking staande informatiemateriaal met de nodige oplettendheid bestudeert.

6.95. Ook in de onderhavige beoordeling laat de rechtbank in haar toetsing meewegen tot welke kring van personen de mededelingen zijn gericht. Echter, de stelling van de eisers dat de rechtbank dient uit te gaan van de gemiddelde aandelenleaseconsument, die volgens de eisers wat betreft opleiding, inkomen, schulden en eigen vermogen, lager scoort dan de gemiddelde Nederlander, wordt niet gevolgd. Niet gesteld of gebleken is immers dat GroeiVermogen zich specifiek op dit soort consumenten richtte bij het in de markt zetten van haar Contracten. Integendeel, GroeiVermogen heeft voldoende onderbouwd dat zij de Contracten breed in de markt heeft gezet en zich in beginsel richtte op alle consumenten in Nederland.

6.96. Eisers hebben aangevoerd dat uit de norm van artikel 6:194 BW, aangevuld met de normen zoals vervat in de Wte, het Bte, en de NR voortvloeit dat GroeiVermogen geen onjuiste, onvolledige of verwarrende informatie mag verstrekken met betrekking tot de verwachtingen omtrent de waardeontwikkelingen van de effecten en de financiële verplichtingen die voor de cliënt uit het aangaan van transacties in die financiële instrumenten kan voortvloeien. Volgens eisers moet GroeiVermogen als effecteninstelling haar cliënten op passende wijze de gegevens en bescheiden verstrekken die nodig zijn voor de adequate beoordeling van de door haar aangeboden diensten en dient GroeiVermogen tenminste informatie te verschaffen over de kenmerken van de financiële instrumenten waarop de diensten betrekking hebben, waaronder de hieraan verbonden specifieke risico’s. Volgens eisers diende GroeiVermogen haar cliënten daarbij te wijzen op de omvang van de mogelijke verliezen. Deze norm vloeit volgens eisers voort uit de artikelen 32 lid en 33 lid 1 NR. Uit de stellingen van eisers begrijpt de rechtbank dat zij zich op het standpunt stelt dat indien GroeiVermogen niet aan dit vereiste heeft voldaan, er sprake is van misleidende reclame als bedoeld in artikel 6:194 BW.

6.97. Eisers hebben de volgende argumenten aangevoerd die volgens hen tot het oordeel moeten leiden dat de door GroeiVermogen verstrekte informatie over de Contracten misleidend is:

1. GroeiVermogen had erop moeten wijzen dat het beleggen met geleend geld veelal geen, of zelfs een negatief rendement oplevert, omdat de opbrengst vaak niet opweegt tegen de kosten. Indien uitgegaan wordt van een historisch rendement van 8% per jaar is de kans veelal 90% dat er geen winst wordt behaald (bericht Stichting Toezicht Effectenverkeer 14 december 2001). Volgens eisers had GroeiVermogen per Contract dienen aan te geven wat daarbij het “Break Even Rendement” was, te weten de minimaal benodigde koersstijging van de aandelen om een positief resultaat te behalen.

2. GroeiVermogen heeft de te verwachten rendementen te hoog voorgespiegeld. Zoals ook in een rapport van de AFM uit 2002 is vermeld, is het realistischer om uit te gaan van een rendement op aandelen op de lange termijn van 8% per jaar.

3. De Commissie Geschillen Aandelenlease is ook van mening dat de Brochures weinig informatiewaarde hebben voor de belegger. In haar rapport van juli 2004 overweegt zij dat de risico’s die zijn verbonden aan beleggen in de meeste informatiefolders onvoldoende tot uitdrukking zijn gekomen en dat de aanbieders te veel de nadruk hebben gelegd op de in het verleden gerealiseerde rendementen en te weinig hebben gewezen op de risico’s van de producten.

4. GroeiVermogen spreekt in de Brochures steeds van “belastingvrije uitbetaling”, terwijl zij verzuimt mede te delen dat de deelnemer hiervan zijn inleg moet aftrekken om na te gaan of hij feitelijk winst of verlies heeft gemaakt.

5. In de Brochures wordt ten onrechte gesteld dat de producten geschikt zijn voor iedereen, dus ook voor mensen zonder kennis en ervaring met beleggen en/of met een beperkte draagkracht. Volgens eisers is dat onjuist, nu de producten (ook volgens de AFM) alleen geschikt zijn voor een specifieke groep van beleggers, namelijk beleggers die een hoge mate van risico accepteren en die de financiële gevolgen van een negatieve koersontwikkeling kunnen dragen. Het product is in ieder geval niet geschikt voor mensen die het risico om (een deel van) hun inleg te verliezen niet willen of kunnen accepteren, mede gelet op hun beleggingsdoelstellingen.

6. GroeiVermogen had erop moeten wijzen dat effectenleaseproducten zeer risicovol zijn en dat deze risico’s veroorzaakt worden door - onder meer - de korte looptijd van de Contracten, de praktische onmogelijkheid van tussentijdse beëindiging van de Contracten, de beperkte spreiding van de geleasete portefeuilles en de aanhoudende beurshausse, die in de regel gevolgd wordt door een beursdaling en dat deze kenmerken elkaar bij effectenlease ook nog eens versterken.

6.98. De rechtbank merkt in de eerste plaats op dat in de rapporten van de AFM en haar voorganger, de STE, alsmede van de CGA, waarop eisers zich beroepen, het verschijnsel “effectenlease” in zijn algemeenheid aan de orde wordt gesteld en dat deze rapporten geen uitspraken doen over de informatie die specifiek door GroeiVermogen is verstrekt. Voorts wordt in deze rapporten slechts aandacht besteed aan de verstrekte Brochures door de verschillende aanbieders van effectenleaseproducten, terwijl de rechtbank in de onderhavige beoordeling, zoals reeds overwogen, acht zal slaan op alle informatie die door GroeiVermogen is verstrekt. Daar komt bij dat het enkele oordeel van de AFM, de STE of de CGA dat de informatievoorziening beter had gekund, niet automatisch tot gevolg heeft dat deze informatie daarmee ook als misleidend als bedoeld in artikel 6:194 BW kwalificeert.

6.99. De rechtbank stelt voorop dat, op grond van de in onderdeel 4. van dit vonnis geciteerde onderdelen uit het door GroeiVermogen verstrekte informatiemateriaal, de (gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende) potentiële deelnemer had kunnen en moeten begrijpen dat de Contracten alle inhielden dat er belegd werd met geleend geld, waarover de deelnemer rente diende te betalen en waarbij hij de Aankoopsom aan GroeiVermogen moest terugbetalen. Met "moeten begrijpen" wil de rechtbank tot uitdrukking brengen dat bij oplettende bestudering van de verstrekte informatie, deze informatie niet voor verschillende uitleg vatbaar is en in die zin dus niet als misleidend kan worden beschouwd.

6.100. Hieruit volgt tevens dat de deelnemer had kunnen en moeten begrijpen dat het uiteindelijk met de Contracten te behalen resultaat afhankelijk was van de resultaten van de koersontwikkelingen gedurende de looptijd van het Contract en dat er pas sprake zou zijn van een positief resultaat indien de uiteindelijke opbrengst van de aandelen hoger was dan hetgeen hij aan GroeiVermogen had betaald. Op basis van de door GroeiVermogen in haar informatiemateriaal verstrekte gegevens had de deelnemer zelf kunnen berekenen hoe hoog dit “Break Even Rendement” was en had hij zelf de kansen op het behalen daarvan kunnen inschatten. De stelling van eisers dat GroeiVermogen per Contract dit Break Even Rendement had dienen te vermelden en dat het nalaten daarvan dient te leiden tot het oordeel dat zij misleidende informatie heeft verstrekt, wordt reeds om die reden niet gevolgd. Van misleidendheid zou slechts sprake kunnen zijn indien GroeiVermogen zich wél had uitgelaten over het Break Even Rendement en dit te laag had voorgespiegeld, doch daarvan is bij de Contracten geen sprake.

6.101. Dat GroeiVermogen in haar informatiemateriaal is uitgegaan van te hoge historische rendementen en dat de deelnemer daardoor bij het inschatten van zijn kansen op het verkeerde been is gezet, is niet gebleken. Weliswaar adviseert de AFM in haar rapporten om uit te gaan van een rendement van 8%, niet gesteld of gebleken is dat de historische rendementen die door GroeiVermogen in haar informatiemateriaal werden genoemd onjuist berekend en daarom misleidend zijn. Bovendien beschouwt de rechtbank het als een feit van algemene bekendheid dat behaalde rendementen in het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. GroeiVermogen heeft een dergelijke garantie ook nergens gegeven.

6.102. Dat GroeiVermogen wellicht meer informatie had kunnen verschaffen over de risico’s die aan effectenleaseproducten verbonden zijn, brengt niet met zich dat de wel verstrekte informatie als misleidend moet beoordeeld. Nu uit het bovenstaande volgt dat de deelnemer bij oplettende bestudering van de verstrekte informatie had kunnen en moeten begrijpen hoe het Contract in elkaar stak, deze informatie niet onjuist of voor verschillende uitleg vatbaar was, kan deze niet gekwalificeerd worden als misleidend in de zin van artikel 6:194 BW. De rechtbank benadrukt dat dit bovenstaande onverlet laat dat op GroeiVermogen in het kader van de door haar in acht te nemen zorgplicht, juist gelet op de aard van het product en de wijze van aanbieden, de verplichting rust om de potentiële deelnemers duidelijk en in niet mis te verstane bewoordingen te wijzen op de aan het aan de Contracten verbonden risico’s en dat schending van die verplichting kan leiden tot het oordeel dat GroeiVermogen onrechtmatig heeft gehandeld. Bij de beoordeling van de zorgplicht is de rechtbank hierop reeds uitgebreid ingegaan. Dit betreft echter een andere toets dan de onderhavige. Het oordeel dat GroeiVermogen haar zorgplicht heeft geschonden leidt niet automatisch tot het oordeel dat de wel door haar verstrekte informatie als misleidend moet worden gekwalificeerd. Daarvan is immers pas sprake indien de door GroeiVermogen verstrekte informatie onjuist is, of zodanig is geformuleerd dat die voor meerdere uitleg vatbaar is. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank in de door GroeiVermogen verstrekte informatie echter geen sprake.

6.103. Eisers hebben nog per Contract aangevoerd waarom de in de Brochures verstrekte informatie daarover in hun ogen misleidend is. Zoals de rechtbank in het bovenstaande reeds heeft overwogen dient echter al het informatiemateriaal in de beoordeling van de gestelde misleiding betrokken te worden, en niet alleen de Brochures. Van de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument mag immers verwacht worden dat hij bij het aangaan van een contract waarbij hij voor een langere periode een financiële verplichting aangaat, zijn beslissing neemt op basis van alle aan hem verstrekte informatie en niet alleen op basis van een Brochure. Een Brochure wordt immers in zijn algemeenheid gebruikt als wervingsmateriaal, waarvan de consument moet begrijpen dat enige overdrijving daarin gebruikelijk is. Enige overdrijving levert op zichzelf overigens nog geen misleiding op, omdat deze door een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument sceptisch zal worden bejegend. Nu voorts de per afzonderlijk Contract aangevoerde stellingen betrekking hebben op het te gunstig voorspiegelen van de winstkansen, het niet vermelden van de break even rendementen, het vermelden van hogere historische rendementen dan de AFM verantwoord acht en het onvoldoende benadrukken van de risico’s, en de rechtbank in bovenstaande beoordeling reeds heeft geoordeeld dat zij de informatie op deze punten niet misleidend acht, zal de rechtbank een verdere bespreking van deze stellingen achterwege laten.

6.104. De gevorderde verklaring voor recht dat de Brochures vallen aan te merken als misleidende reclame wordt ingevolge het bovenstaande afgewezen.

VI. openbaarmaking misleidende Brochures

6.105. Uit het voorgaande volgt dat de vordering van eisers onder 6. wordt afgewezen.

De vorderingen 7 tot en met 10

6.106. Gelet op de opbouw van de dagvaarding begrijpt de rechtbank dat de vorderingen, zoals verwoord onder 5.1. sub 7 tot en met 10, enkel betrekking hebben op de individuele eisers en niet zijn ingesteld in het kader van de collectieve actie waarin de Vereniging Consument & Geldzaken eiseres is.

VII. Rechtsgeldige vernietiging

6.107. De onder 5.1. sub 7 gevorderde verklaring voor recht is gegrond op de stelling dat de Contracten kwalificeren als koop op afbetaling en mitsdien wegens het ontbreken van toestemming van de echtgenoot vernietigbaar zijn ingevolge artikel 1:88, jo 1:89 BW. Gelet op het oordeel in rechtsoverweging 6.43., gaat deze stelling niet op en ligt deze vordering voor afwijzing gereed.

VIII.& IX.Ontbinding contracten, kwijtschelden restschuld

6.108. Nu onder rechtsoverweging 6.87. is geoordeeld dat schending door de zorgplicht door GroeiVermogen niet kwalificeert als een toerekenbare tekortkoming, doch als een onrechtmatige daad, zijn ook deze vorderingen niet toewijsbaar.

X. Vordering tot schadevergoeding

6.109. Dit onderdeel van de vordering zal per individuele eiser worden beoordeeld. Zoals uit het voorgaande reeds volgt, zal het beroep van de individuele eisers gegrond op nietigheid wegens strijd met de Wck, vernietigbaarheid op grond van artikel 1:88 BW, schadevergoeding wegens misleidende reclame en ontbinding wegens handelen door GroeiVermogen in strijd met de zorgplicht, worden afgewezen. Ook zal een beroep op onrechtmatig handelen wegens schending van de zorgplicht door GroeiVermogen worden afgewezen voor zover het de Contracten MillenniumVersneller en JubileumClicker betreft.

Hieruit volgt reeds dat de vorderingen van [eiseres sub 2], [eiseres sub 5] en [eiser sub 9] voor afwijzing gereed liggen. Op hetgeen ten aanzien van hen over en weer is aangevoerd, zal de rechtbank dan ook niet nader ingaan. De vorderingen van [eiser sub 7], [eiser sub 11], [eiser sub 13] en [eiseres sub 14], zullen in het onderstaande, enkel voorzover het de zorgplichtschending door GroeiVermogen betreft, beoordeeld worden.

[eiser sub 7]

6.110. Ten aanzien van de vordering van [eiser sub 7] met betrekking tot de Contracten VermogensVersneller en KoerswinstStapelaar, wordt als volgt overwogen.

6.111. [eiser sub 7] heeft aangevoerd dat hij de Contracten is aangegaan via bemiddeling van de heer [naam bemiddelaar] van Administratie en Assurantiekantoor [naam kantoor] te Noord-Scharwoude. Hij adviseerde tot het sluiten van deze contracten vanwege de fiscale aftrekbaarheid. Om die reden heeft [eiser sub 7] de rente in één keer betaald. Zij doelstelling met de Contracten was op een fiscaal vriendelijke manier te sparen voor zijn oudedagsvoorziening.

6.112. [eiser sub 7] heeft op 28 november 1997 het Contract VermogensVersneller afgesloten. Hij heeft niet gekozen voor de 0% Koersrisicoverzekering. Hij heeft in totaal een inleg betaald van FL. 5.248,02 (EUR 2381,45). De restschuld bedroeg EUR 666,87. De totale schade is daarmee gesteld op EUR 3.048,32.

6.113. [eiser sub 7] heeft betoogd dat GroeiVermogen navraag had moeten doen naar zijn inkomen, financiële positie en zijn beleggingsdoelstelling. Indien GroeiVermogen dit had gedaan, dan was haar direct duidelijk geworden dat de inleg die [eiser sub 7] op de drie Contracten betaalde een zeer groot deel van zijn vermogen vormde en dat het zijn bedoeling was dit geld beter te laten renderen als aanvulling op zijn oudedagsvoorziening. Hij wilde uitdrukkelijk geen grote risico’s lopen.

6.114. Uit de rechtsoverwegingen 6.71. tot en met 6.73. volgt dat GroeiVermogen haar zorgplicht ten aanzien van het Contract VermogensVersneller heeft geschonden. Zij heeft onvoldoende duidelijk gewezen op het risico van het ontstaan van een restschuld én het verlies van (een deel van) de inleg en heeft verzuimd om informatie in te winnen bij de potentiële deelnemers aan het Contract ter verificatie of het Contract aansloot bij de beleggingswensen en doelstellingen van de deelnemer. [eiser sub 7] heeft aangevoerd dat indien GroeiVermogen dit wél had gedaan, het Contract niet tot stand was gekomen, omdat hij de aan het Contract verbonden risico’s niet wilde en hij slechts op een fiscaal aantrekkelijke manier wilde sparen. GroeiVermogen heeft hiertegen slechts ingebracht dat zij in de Brochure voldoende op de risico’s heeft gewezen en dat deze aldus bij [eiser sub 7] bekend waren. Nu uit het oordeel van de rechtbank volgt dat GroeiVermogen juist niet voldoende op deze risico’s heeft gewezen, gaat zij daaraan voorbij. Voorts acht zij het causaal verband door [eiser sub 7] voldoende aannemelijk gemaakt. Het Contract VermogensVersneller was het eerste Contract dat [eiser sub 7] sloot. Hij was op dat moment dus ook nog niet bekend met de informatie betreffende de andere Contracten, waarin de risico’s wel duidelijker worden belicht.

6.115. Nu uit het voorgaande volgt dat [eiser sub 7] het Contract niet had afgesloten indien GroeiVermogen aan haar zorgplicht had voldaan, is GroeiVermogen in beginsel gehouden de door [eiser sub 7] geleden schade te vergoeden, die bestaat uit al hetgeen [eiser sub 7] aan GroeiVermogen ter voldoening van zijn contractuele verplichtingen heeft voldaan. Dit betreft dus zowel de door hem betaalde inleg als de restschuld.

6.116. GroeiVermogen heeft een beroep gedaan op eigen schuld van [eiser sub 7] en gesteld dat deze schade (voor een deel) op grond van artikel 6:101 BW voor zijn eigen rekening dient te blijven.

6.117. Bij de beoordeling van een eigen schuld verweer in zaken als de onderhavige, geldt als uitgangspunt dat van een potentiële deelnemer aan de Contracten verwacht kan worden dat hij de hem ter beschikking gestelde informatie met de nodige oplettendheid bestudeert en bij onduidelijkheden zich nader laat informeren. Indien een potentiële deelnemer dit achterwege laat, is er in beginsel plaats voor het oordeel dat een deel van de schade voor eigen rekening dient te blijven. De eigen schuld die de deelnemer heeft aan het ontstaan van zijn of haar schade door geen nader onderzoek naar het betreffende Contract in te stellen alvorens de overeenkomst te sluiten wordt door de rechtbank afgezet tegen de zorgplicht die op GroeiVermogen rustte. Naarmate de schending van de zorgplicht ernstiger wordt geacht en de risico’s die met een bepaald Contract worden aangegaan groter zijn, vermindert de mate van eigen schuld van de deelnemer en vice versa. Voorts wordt bij die beoordeling vooropgesteld dat een financiële instelling als GroeiVermogen zich behoort te realiseren dat producten als de onderhavige - die breed in de markt zijn gezet om ook de onervaren beleggers te bewegen tot het beleggen in uiterst koersgevoelige producten - beleggers aantrekt die zich van de risico’s van beleggen onvoldoende bewust zijn en/of het zich, gezien hun vermogens- en /of inkomenspositie in relatie tot hun uitgavenpatroon, niet kunnen veroorloven in dergelijke risicovolle producten te beleggen en dat GroeiVermogen hiermee bij het sluiten van de overeenkomst rekening dient te houden.

6.118. De rechtbank is van oordeel dat bij het Contract VermogensVersneller, dat grote risico’s kent, waarop slechts in zeer summiere bewoordingen is gewezen, de verdeling van de schade in beginsel zodanig dient te zijn dat een groot deel van de schade (in beginsel 75%) voor GroeiVermogen dient te blijven.

6.119. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken indien de specifieke omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven, zoals, doch niet uitsluitend:

- de omvang van de risico’s die de deelnemer heeft genomen;

- de leeftijd van de deelnemer bij het sluiten van de overeenkomst;

- de vermogens- en inkomenspositie van de deelnemer;

- de opleiding en/of (beleggings)ervaring van de deelnemer;

- de informatie die de deelnemer in het concrete geval over het Contract heeft ontvangen;

- de rol van een eventuele tussenpersoon.

Deze omstandigheden zullen door de rechtbank, in onderlinge samenhang bezien en voor zover door partijen belicht, in ieder concreet geval worden gewogen.

6.120. Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van [eiser sub 7] is het volgende gesteld en/of gebleken. Zijn opleidingsniveau is Mavo en hij was werkzaam als automatiseerder. Zijn inkomen bedroeg EUR 2.447,24 netto per maand en hij had hoge maandelijkse lasten. Hij had geen relevante beleggingservaring. Ten tijde van het afsluiten van het eerste Contract, de VermogensVersneller was hij 55 jaar oud.

6.121. De rechtbank ziet in deze omstandigheden geen reden om van eerder genoemd uitgangspunt af te wijken en zal GroeiVermogen veroordelen om 75% van de door [eiser sub 7] geleden schade te vergoeden. Dit betreft een bedrag van EUR 2.286,24.

KoerswinstStapelaar

6.122. [eiser sub 7] heeft een inleg betaald van NLG 4.741,03. Het Contract heeft niet geresulteerd in een uitkering, omdat de aandelen voor een lager bedrag zijn verkocht dan zij waren aangekocht. Door de ingebouwde 0% risicoverzekering is geen restschuld ontstaan.

6.123. In de beoordeling van de zorgplicht van GroeiVermogen met betrekking tot het Contract KoerswinstStapelaar in de rechtsoverwegingen 6.79. tot en met 6.82., is geoordeeld dat GroeiVermogen haar zorgplicht heeft geschonden nu zij onvoldoende heeft gewezen op het risico van verlies van de inleg bij wél stijgende beurskoersen. Ten aanzien van het verlies van de inleg bij dalende koersen heeft GroeiVermogen wel afdoende gewezen op het risico daarvan. In het geval van [eiser sub 7] heeft zich juist deze laatste situatie voorgedaan. Om die reden volgt de rechtbank GroeiVermogen in haar verweer dat er geen causaal verband is tussen de schending van haar zorgplicht en de door [eiser sub 7] geleden schade. Om die reden wordt de vordering van [eiser sub 7], voor zover betrekking hebbend op de KoerswinstStapelaar, afgewezen.

[eiser sub 11]

6.124. [eiser sub 11] heeft op 20 december 1999 een overeenkomst BeursVersneller gesloten met GroeiVermogen. Hij heeft hiervoor een inleg betaald van in totaal EUR 13.613,40. De overeenkomst heeft niet in een uitkering geresulteerd.

6.125. Uit de rechtsoverwegingen 6.65. tot en met 6.69. blijkt dat GroeiVermogen haar zorgplicht weliswaar heeft geschonden, doch echter alleen voor zover het de informatieverstrekking over het te behalen van rendement betreft. Over het risico op verlies van de gehele inleg heeft GroeiVermogen naar het oordeel van de rechtbank wel voldoende gewezen. Nu juist dit risico zich heeft verwezenlijkt, kan het verlies van de inleg door [eiser sub 11] niet beschouwd worden als het gevolg van de schending van de zorgplicht door GroeiVermogen. De vordering wordt dan ook afgewezen wegens het ontbreken van causaal verband.

[eiser sub 13]

6.126 [eiser sub 13] is op 13 september 1998 een Contract VermogensVersneller aangegaan, dat geëindigd zou zijn met een restschuld indien de aandelen op de afloopdatum waren gekocht. [eiser sub 13] heeft de aandelen echter van GroeiVermogen overgenomen en zijn lening afbetaald. Zijn inleg heeft EUR 2.356,07 bedragen. Hij heeft aangevoerd dat het Contract door telefonische verkoop tot stand is gebracht en dat de telefonische verkoper aan hem heeft meegedeeld dat hij niet kon verliezen, en alleen maar kon winnen. [eiser sub 13] stelt dat hij ten tijde van het aangaan van de contracten werkzaam was als zelfstandig timmerman en een erg laag netto inkomen had van EUR 425,- per maand. Doordat zijn vaste lasten hoger waren, was hij genoodzaakt geld te lenen bij familieleden. Hij heeft in totaal een bedrag van fl. 80.000,- geleend, dat nog steeds niet is terugbetaald. Daarnaast had hij een zakelijk krediet van EUR 13.500,- bij de ABN-AMRO bank.

6.127. De rechtbank heeft geconstateerd dat de Brochure die aan [eiser sub 13] voorafgaand aan het sluiten van het Contract is verstrekt, een andere is dan de Brochure die aan [eiser sub 7] is verstrekt en tevens anders luidt dan de Brochure zoals aangehaald onder 4.14. In de Brochure die deel uitmaakt van het Contract VermogensVersneller van [eiser sub 13] (door GroeiVermogen als productie 20 bij conclusie van antwoord overgelegd en door [eiser sub 13] niet betwist) is onder het kopje “Wat als de koers in 2003 lager is dan nu?” vermeld: “Zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat de verkoopkoers in 2003 lager is dan uw aankoopkoers nu, heeft u nog kans op een uitkering. Want ook dan is de WinstVersneller van toepassing, in de vorm van een uitkering die even groot is als het verschil tussen de laagste koers tijdens het eerste jaar en de verkoopkoers in 2003. Alleen in het nog onwaarschijnlijkere scenario dat de verkoopkoers in 2003 gelijk is aan of lager is dan de laagste koers in het eerste jaar, heeft u geen opbrengst. NB. Ter geruststelling: scenario’s 3 en 4 hebben zich de afgelopen 20 jaar nog nooit voorgedaan.”

6.128. Anders dan in de reeds beoordeelde Brochures wordt in deze geciteerde tekst wél gewezen op het risico dat bij dalende beurskoersen de inleg volledig verloren gaat en er geen uitkering wordt gedaan. Nu op dit risico is gewezen wordt het betoog van [eiser sub 13] dat hij het Contract niet gesloten zou hebben indien hij van dit risico op de hoogte was geweest, niet gevolgd. Het causaal verband tussen de schending van de zorgplicht door GroeiVermogen en het verlies van de inleg door [eiser sub 13] is dan ook niet komen vast te staan, zodat GroeiVermogen niet voor het verlies van deze inleg aansprakelijk kan worden geacht.

6.129. [eiser sub 13] heeft voorts wel betoogd dat hij een restschuld heeft overgehouden aan het contract VermogensVersneller, doch GroeiVermogen heeft onbetwist gesteld dat [eiser sub 13] de aandelen van haar heeft gekocht en dat daarom geen sprake is van een restschuld. Nu [eiser sub 13] deze stelling onbetwist heeft gelaten, gaat de rechtbank ervan uit dat hij inderdaad de aandelen heeft gekocht van GroeiVermogen. Nu [eiser sub 13] geen duidelijkheid heeft verschaft over de waardeontwikkeling van deze aandelen na de overdracht, valt niet uit te sluiten dat hij in het geheel geen schade heeft geleden, In zoverre heeft [eiser sub 13] zijn vordering onvoldoende onderbouwd. De vordering wordt om die reden afgewezen.

6.130. Uit het voorgaande volgt dat de vordering van [eiser sub 13] wordt afgewezen.

[eiseres sub 14]

6.131. Ten behoeve van [eiseres sub 14] is aangevoerd dat zij op 23 december 1997 een Contract GroeiVermogen heeft gesloten en dat zij de inleg voor de eerste 5 jaar ten bedrage van EUR 11.244,46 in één keer vooruit heeft betaald en daarna per maand is gaan betalen.

6.132. Op het verweer van GroeiVermogen dat het contract van [eiseres sub 14] nog steeds loopt en dat er daarom geen sprake is van schade, is door [eiseres sub 14] in het geheel niet ingegaan, behalve de opmerking dat haar inleg volledig verloren is gegaan, hetgeen als schade kan worden aangemerkt.

6.133. De rechtbank kan [eiseres sub 14] hierin niet volgen. Het feit dat het Contract nog loopt brengt immers met zich mee dat de mogelijkheid bestaat dat zij in het geheel geen schade zal lijden. Immers, pas na verkoop van de aandelen zal blijken of zij wel of geen rendement heeft behaald. [eiseres sub 14] heeft op dit punt dan ook niet aan haar stelplicht voldaan en de rechtbank zal haar vordering niet verder beoordelen.

6.134. De stelling van GroeiVermogen dat niet zij, maar haar rechtsvoorganger KBW aansprakelijk is voor eventueel door [eiseres sub 14] geleden schade kan in het midden blijven.

6.135. Uit het voorgaande volgt dat de vordering van [eiseres sub 14] wordt afgewezen.

Conclusie

6.136. De vorderingen, zoals verwoord onder 5.1. sub 1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, en 9 worden afgewezen. De vordering onder 5.1. sub 4 wordt toegewezen in die zin dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat GroeiVermogen ten aanzien van de Contracten GroeiVermogen, BeursVersneller, VermogensVersneller en KoerswinstStapelaar onrechtmatig heeft gehandeld vanwege de schending van de op haar rustende zorgplicht. De vordering van [eiser sub 7] wordt toegewezen tot een bedrag van EUR 2.286,24. de overige onder 5.1. sub 10 vermelde vorderingen worden afgewezen.

Proceskosten

6.137. Gelet op de aard van de vorderingen in de onderhavige procedure acht de rechtbank voor de kostenveroordeling niet doorslaggevend het aantal vorderingen dat wordt toe- en afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op bovenstaande beoordeling, de conclusie dient te luiden dat partijen over en weer in het gelijk zijn gesteld, zodat compensatie van de proceskosten, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt, op zijn plaats is.

6.138. Nu de stukken van het geding geen andere gevolgtrekking toelaten dan dat GroeiVermogen voldoende belang had bij de door haar in vrijwaring ingestelde vorderingen en de vordering onder 1. in de hoofdzaak is gebleken ten onrechte te zijn ingesteld, zullen eisers hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van de vrijwaringsprocedure, zoals door GroeiVermogen gevorderd (zie HR 10 augustus 2001, LJN ZC3645). Deze kosten worden begroot op de kosten van de Staat tot betaling waarvan GroeiVermogen in de vrijwaring wordt veroordeeld, alsmede op de eigen kosten van GroeiVermogen, die worden begroot op:

- explootkosten EUR 71,93

- salaris procureur EUR 904,00 (2 punten x tarief 2 EUR 452,00)

Totaal EUR 975,93

6.139. De gevorderde kosten voor tenuitvoerlegging zullen worden afgewezen omdat daarvoor in artikel 237 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een aparte procedure is voorgeschreven.

In reconventie

6.140. Uit bovenstaande beoordeling van de vordering in conventie volgt dat de voorwaarde, waaronder de voorwaardelijke vordering in reconventie is ingesteld, niet is vervuld. Deze vordering behoeft dan ook geen beoordeling.

7. De beoordeling in de vrijwaringszaak

7.1. GroeiVermogen heeft een verklaring voor recht gevorderd dat de Staat onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en aansprakelijk is voor alle schade die GroeiVermogen heeft geleden, lijdt en zal lijden ten gevolge van de toewijzing van de in de Hoofdzaak, onder 1 ingestelde vordering.

7.2. Nu in de hoofdzaak de onder 1 ingestelde vordering is afgewezen, ontbreekt aan de vordering in vrijwaring een deugdelijke grondslag. De vordering wordt dan ook afgewezen.

7.3. GroeiVermogen wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de Staat, begroot op:

- vast recht EUR 1.635,00

- salaris procureur EUR 904,00 (2 punten x tarief 2 (EUR 452,00)

Totaal EUR 2.539,00

8. De beslissing

De rechtbank

In de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer 195088 / HA ZA 05-1040

In conventie

8.1. verklaart voor recht dat GroeiVermogen wat betreft de Contracten GroeiVermogen, BeursVersneller, VermogensVersneller en KoerswinstStapelaar, onrechtmatig heeft gehandeld vanwege de schending van de op haar als professionele partij en bij uitstek deskundig te achten partij rustende zorgplicht jegens haar particuliere cliënten;

8.2. veroordeelt GroeiVermogen om aan [eiser sub 7] te betalen een bedrag van EUR 2.286,24 (tweeduizend tweehonderd zesentachtig euro en vierentwintig cent);

8.3. compenseert de proceskosten in de hoofdzaak, in die zin dat ieder zijn eigen kosten draagt;

8.4. veroordeelt eisers hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan GroeiVermogen te betalen de kosten van de vrijwaringszaak, tot op heden begroot op EUR 3.514,93;

8.5. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

8.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

In voorwaardelijke reconventie

8.7. verstaat dat de voorwaarde waaronder de voorwaardelijke vordering in reconventie is ingesteld, niet is vervuld,

In de vrijwaring met zaaknummer rolnummer 204633 / HA ZA 05-2443

8.8. wijst de vorderingen af;

8.9. veroordeelt GroeiVermogen in de proceskosten, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op EUR 2.539,00;

8.10. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, mr. J.M. Willems en mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2007.?