Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BB1258

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
30-05-2007
Datum publicatie
09-08-2007
Zaaknummer
217496/ HAZA 06-1986
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aandelenlease, Sprintplan, schending zorgplicht, geen causaal verband.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 217496 / HA ZA 06-1986

Vonnis van 30 mei 2007

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. J.P.H.C. Swarts,

tegen

de naamloze vennootschap

AEGON BANK N.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

gedaagde,

procureur mr. B.F. Keulen.

Partijen zullen hierna [eiser] en Spaarbeleg genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 8 november 2006

- het proces-verbaal van comparitie van 2 maart 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij een SprintPlan-overeenkomst wordt gedurende een periode van vijf jaar belegd met een door Spaarbeleg verstrekte lening. Met het geleende bedrag worden voor de belegger participaties aangekocht in het AEGON Garantiefonds. De participaties worden op naam van de Stichting AEGON BeleggingsGiro gesteld die deze voor rekening en risico van de cliënt gaat houden. Na afloop van de looptijd van de overeenkomst worden de participaties in het Garantiefonds verkocht en wordt de lening afgelost. Het SprintPlan-product kent een gegarandeerde einduitkering (de zogenaamde garantiewaarde) waarmee het geleende bedrag kan worden terugbetaald.

2.2. [Eiser] heeft op 6 maart 2000 een inschrijfformulier ondertekend, dat aan Spaarbeleg is toegestuurd. Na ontvangst van het formulier heeft Spaarbeleg aan [eiser] een welkomstpakket gestuurd bestaande uit een namens Spaarbeleg ondertekend certificaat (hierna: “het certificaat”), een exemplaar van de door Spaarbeleg gehanteerde Algemene Voorwaarden (hierna: “de Algemene Voorwaarden), de Specifieke Bepalingen van het Spaarbeleg GarantieFonds en een brochure over het SprintPlan (hierna: “de Brochure”).

De overeenkomst is ingegaan op 1 april 2000 en vanaf dat moment heeft [eiser] maandelijks fl. 250,00 althans de tegenwaarde daarvan in euro’s, EUR 113.45 voldaan aan Spaarbeleg, in totaal EUR 6.857,00.

2.2. [Eiser] heeft voor of bij het sluiten van de overeenkomst geen tussenpersoon of adviseur geraadpleegd.

2.3. De tekst van de Algemene Voorwaarden luidt voor zover relevant als volgt:

“5.1 Op de aanvangsdatum van een Spaarbeleg SprintPlan-contract worden voor rekening en risico van de Cliënt een aantal (fracties van) Participaties van de desbetreffende serie aangekocht. De Aankoopsom wordt gefinancierd door AEGON Bank, die ervoor zorgt dat de Aankoopsom tijdig aan het AEGON GarantieFonds wordt betaald. De desbetreffende (fracties van) Participaties worden op naam van Stichting AEGON BeleggingsGiro gesteld, die deze voor rekening en risico van de Cliënt gaat houden. Vanaf het moment waarop deze transactie is verricht, is de Cliënt Deelnemer in de desbetreffende Portefeuille.

5.2 Het door de Deelnemer op zijn inschrijfformulier vermelde maandbedrag is rente over de Aankoopsom van de voor hem aangekochte (fracties van) Participaties. (...)

7.1 Bij afloop van het Spaarbeleg SprintPlan-contract van een Deelnemer op een einddatum van de desbetreffende Portefeuille, maken AEGON Bank en Stichting AEGON BeleggingsGiro voor die Deelnemer een eindafrekening op, die binnen twee weken na de einddatum aan de Deelnemer wordt toegezonden. Op de eindafrekening wordt vermeld: (a) het bedrag dat na de einddatum wordt uitgekeerd op de (fracties van) Participaties die Stichting AEGON BeleggingsGiro alsdan voor Deelnemer houdt, (b) de voor het desbetreffende Spaarbeleg SprintPlan-contract geldende (restant-) Aankoopsom en (c) al hetgeen de Deelnemer alsdan verder nog uit hoofde van zijn Spaarbeleg SprintPlan-contract aan AEGON Bank verschuldigd mocht zijn. Het saldo van de eindafrekening is het bedrag van de onder (a) bedoelde post, verminderd met het gezamenlijke bedrag van de onder (b) en (c) bedoelde posten. (...)

7.3 Indien het in artikel 7.1 bedoelde saldo van de eindafrekening negatief mocht zijn, is de Deelnemer verplicht tot bijbetaling van dit saldo aan AEGON Bank. (...)

8.4 In geval van vervroegde opzegging of beëindiging vindt vervroegde eindafrekening plaats. Het bepaalde (...) in artikel 7, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat (i) de in artikel 7.1 onder (a) bedoelde post van de eindafrekening wordt vervangen door een bedrag dat gelijk is aan de Dagwaarde van de (fracties van) Participaties die Stichting AEGON BeleggingsGiro alsdan voor de Deelnemer houdt; (...)

9.3 Alle voor- en nadelen verbonden aan de Participaties die Stichting AEGON BeleggingsGiro voor een Deelnemer houdt, zijn voor rekening en risico van de desbetreffende Deelnemer."

2.4. In de Brochure is onder andere de volgende tekst opgenomen:

“(...) Op basis van het gekozen maandbedrag, schiet Spaarbeleg direct een groot bedrag voor. (...) Makkelijk en aantrekkelijk is bovendien, dat u geen kennis van beleggen hoeft te hebben. De beleggingsexperts van AEGON beheren het AEGON GarantieFonds. (...)

Het werkt heel eenvoudig. Uw maandbedrag is een vergoeding (rente) voor het bedrag dat Spaarbeleg u voorschiet. Hoe lager die rente is, hoe groter het bedrag dat we u kunnen voorschieten. Door de lage rente van dit moment (8%) gaat er direct een groot bedrag voor u aan de slag! En daar profiteert u optimaal van omdat het rendement op dit voorgeschoten bedrag volledig voor u is. Het bedrag wordt belegd in het AEGON GarantieFonds. Na 5 jaar wordt de waarde van deze belegging uitgekeerd, minus het door Spaarbeleg voorgeschoten bedrag. (...)

Maar misschien nog interessanter: het GarantieFonds biedt u de garantie dat het voorgeschoten bedrag na 5 jaar nooit in waarde kan dalen. U loopt dus alleen risico over uw rentebetalingen. (…)

Stel u doet mee voor f 250,- per maand. Op basis van een rente van 8 % wordt direct f 37.500,- voor u belegd in het AEGON GarantieFonds. Het bedrag gaat vanaf dag één volledig voor u renderen. Als de Samengestelde Index 12% per jaar stijgt, is de waarde van de belegging na 5 jaar f 66.088-. Na aftrek van het voorgeschoten bedrag ontvangt u f 28.588,-. (...)

Eerder stoppen kan ook. U krijgt dan de waarde van uw SprintPlan, na aftrek van het voorgeschoten bedrag en 5% boeterente, uitgekeerd. Bij tussentijdse beëindiging komt de garantie op het voorgeschoten bedrag te vervallen.(…)”

3. Het geschil

3.1. [Eiser] vordert – samengevat – na vermindering van eis veroordeling van Spaarbeleg tot betaling van EUR 6.857,00, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Spaarbeleg voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Schending zorgplicht

4.1. [Eiser] legt aan zijn vordering, kort samengevat, ten grondslag dat Spaarbeleg heeft gehandeld in strijd met haar zorgplicht door hem niet volledig te informeren over de aard en de omvang van de risico’s (meer het bijzonder het risico dat hij na ommekomst van de overeenkomst zijn volledige inleg kwijt zou zijn) die hij met de overeenkomst aanging. Daarnaast stelt hij dat Spaarbeleg in strijd met haar zorgplicht heeft gehandeld door niet te onderzoeken of hetgeen hij met de overeenkomst beoogde aansloot bij doel en strekking van het product. Zou Spaarbeleg dat wel hebben gedaan, dan zou Spaarbeleg hem de overeenkomst hebben moeten ontraden aangezien hij beoogde te sparen.

4.2. [Eiser] was ten tijde van het sluiten van de overeenkomst 61 jaar oud. Na de Mulo te hebben afgerond, heeft [eiser] 45 jaar op een notariskantoor gewerkt, waar hij – uiteindelijk – de functie van chef de bureau bekleedde. In concreto maakte [eiser] aktes voor boedelscheidingen, testamenten, transporten en hypotheken.

[eiser] had in 2000 een belastbaar inkomen van circa fl. 120.000,00. Per ultimo 2000 had [eiser] effectenbezit met een totale waarde van ruim fl. 43.000,00, naast fl. 50.000,00 aan banktegoeden. Het effectenbezit bestond uit aandelen in de ABNAMRO en de ING, alsmede participaties in wat aandelenfondsen, die [eiser] vanaf ongeveer 1995 op advies van zijn beleggingsadviseurs bij de ABNAMRO en de ING kocht. [eiser] hield zich inhoudelijk niet bezig met deze beleggingen. Hij volgde het advies op van de betreffende beleggingsadviseurs.

Met het SprintPlan had [eiser] het doel om na zijn pensionering een extraatje te hebben mede in verband met studerende kinderen. [eiser] had niet begrepen dat hij het risico liep dat hij de door hem betaalde bedragen zou kunnen kwijtraken.

4.3. Spaarbeleg heeft de gestelde (persoonlijke) omstandigheden waaronder de overeenkomst tot stand is gekomen niet weersproken, maar stelt, kort samengevat, dat zij haar zorgplicht niet heeft geschonden omdat de door haar verstrekte informatie over het product (zie rechtsoverweging 2.2) voldoende duidelijk was.

Door Spaarbeleg is als zodanig niet ontkend dat zij geen informatie bij [eiser] heeft ingewonnen omtrent zijn beleggingservaringen en financiële positie. Spaarbeleg heeft in dit verband echter betoogd dat zij niet gehouden is tot het inwinnen van dergelijke informatie bij een product als het SprintPlan.

4.4. De rechtbank stelt voorop dat de Hoge Raad in zijn arrest van 11 juli 2003, JOR 2003, 199, heeft overwogen dat op een bank een bijzondere zorgplicht rust om niet-professionele beleggers te informeren over de risico's van het product, en in zijn arrest van 9 januari 1998, NJ 1999, 285 heeft overwogen "dat de maatschappelijke functie van de banken een bijzondere zorgplicht meebrengt, zowel jegens haar cliënten uit hoofde van de met hen bestaande contractuele verhouding, als ten opzichte van derden met wier belangen zij rekening behoort te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt." Deze zorgplicht – die naar zijn aard strekt tot bescherming van de (potentiële) cliënt tegen het gevaar van zijn eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht – vloeit voort uit hetgeen de eisen van redelijkheid en billijkheid, gelet op de aard van de contractuele verhouding tussen financiële instellingen en haar particuliere cliënten, meebrengen.

4.5. De rechtbank heeft in haar vonnis van 22 december 2004 (NJ 2005, 60), onder meer herhaald in haar vonnis van 4 januari 2006 (NJ 2006, 152) aangegeven dat de omvang van de zorgplicht wordt bepaald door de resultante van twee verplichtingen, te weten, het verstrekken van informatie aan en het inwinnen van informatie bij de potentiële deelnemer.

De rechtbank heeft in het laatstgenoemde vonnis in dit verband onder meer overwogen:

(…) dat de rechtbank van oordeel is dat mede gelet op de risico's van het SprintPlan Spaarbeleg niet kon volstaan met het alleen verstrekken van informatie. Door Spaarbeleg is naar aanleiding hiervan betoogd dat het SprintPlan een veilig product is met zeer beperkt risico's. Tot deze stelling komt Spaarbeleg onder meer omdat, anders dan bij andere aandelenlease-producten, de deelnemer aan het SprintPlan niet met een restschuld kan worden geconfronteerd. Zelfs bij tussentijdse verlaging of beëindiging van een SprintPlan blijft, volgens Spaarbeleg, de omvang van de risico's beperkt.

Naar het oordeel van de rechtbank lijkt Spaarbeleg hiermee te miskennen, dat een en ander onverlet laat dat het SprintPlan ook in het geval er geen tussentijdse verlaging of beëindiging plaatsvindt, het verlies van de betaalde rente ook als risico valt aan te merken. Hierbij geldt dat tussentijdse verlaging of beëindiging als zodanig het risico niet beperkt, nu de mogelijkheid blijft bestaan dat niettemin de rente over de oorspronkelijk resterende looptijd verschuldigd blijft.

De noodzaak om informatie in te winnen wordt, volgens de rechtbank, nog onderstreept doordat Spaarbeleg zich niet heeft gericht op een gesegmenteerd publiek. Door het product aan te bieden aan een niet gesegmenteerd publiek kan moeilijk worden volgehouden dat het voor Spaarbeleg op voorhand duidelijk kon zijn dat de aan het product verbonden risico's voor alle potentiële deelnemers beperkt waren en het product beantwoordde aan de beleggingsdoelstellingen van alle individuele deelnemers.

En voorts:

(…) dat om de aan het product verbonden risico's geheel te kunnen doorgronden de potentiële deelnemer wel de informatie uit de verschillende toegezonden bescheiden dient te combineren en enkele denkstappen dient te maken. Dit betekent dat de professionele aanbieder van het product, die als geen ander de risico's en de omvang daarvan kent, dient te verifiëren of de potentiële deelnemer inderdaad deze denkstappen heeft gemaakt mede in het licht van zijn beleggingsdoelstelling.

4.6. Vaststaat dat Spaarbeleg de beleggingsdoelstelling van [eiser] niet heeft onderzocht, noch heeft geverifieerd of [eiser] alle denkstappen had gemaakt om het SprintPlanproduct op haar merites te kunnen beoordelen. Spaarbeleg heeft evenwel aangevoerd dat voor zover al sprake is van enig onrechtmatig handelen dit niet zozeer bestaat uit het niet inwinnen van informatie, maar uit het nalaten om een potentiële deelnemer te weerhouden om een SprintPlan-overeenkomst aan te gaan. De geschonden norm zou voorts niet strekken tot de verplichting om informatie in te winnen omtrent de beleggingsdoelstelling en beleggingservaring van de deelnemer. De rechtbank heeft in eerdere vonnissen (waaronder voornoemd vonnis van 4 januari 2006) reeds overwogen dat de aanbieder van het beleggingsproduct pas nadat informatie (waaronder informatie over de beleggingsdoelstelling en beleggingservaring van de deelnemer) is ingewonnen, aan de hand waarvan kan worden geverifieerd of de deelnemer de, gezien de complexiteit van het product, vereiste denkstappen heeft gemaakt, tot de afweging kan komen of zij de deelnemer behoort te weerhouden van het sluiten van de overeenkomst. Door deze informatie niet volledig in te winnen, maar slechts aandacht te schenken aan de vraag of de deelnemer aan zijn maandelijkse verplichtingen kon voldoen, heeft Spaarbeleg haar zorgplicht geschonden. Het verweer van Spaarbeleg gaat derhalve niet op.

Aldus heeft Spaarbeleg niet voldaan aan haar zorgplicht hetgeen betekent dat Spaarbeleg onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser].

Causaal verband

4.7. Spaarbeleg heeft gesteld dat [eiser] heeft nagelaten het causale verband tussen het hiervoor besproken onrechtmatig handelen en de gestelde schade (de betaalde rentetermijnen) aan te tonen. Zij licht dit beroep op het ontbreken van enig causaal verband toe door te stellen dat niet is gebleken dat [eiser] de overeenkomst daadwerkelijk niet zou hebben gesloten als Spaarbeleg meer specifieke informatie had verstrekt en onderzoek had gedaan naar de persoonlijke omstandigheden van [eiser]. Haars inziens is immers niet gebleken dat [eiser] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in een zodanige financiële positie was dat hij de verplichtingen niet zou kunnen nakomen. Evenmin is volgens Spaarbeleg komen vast te staan dat de doelstelling van [eiser] afweek van de doelstelling die ligt besloten in het SprintPlan. Daarbij gaat Spaarbeleg ervan uit dat [eiser] op grond van de door haar verstrekte informatie bekend mocht worden verondersteld met het beleggingskarakter en de risico’s van het SprintPlan.

4.8. Uit hetgeen ter zake het onrechtmatig handelen van Spaarbeleg is overwogen, volgt dat Spaarbeleg juist niet uit mocht gaan van de veronderstelling dat de risico’s van het SprintPlan [eiser] voldoende duidelijk waren, noch zonder meer ervan uit mocht gaan dat het SprintPlan aansloot bij de beleggingsdoelstellingen van [eiser]. Het enkele feit dat [eiser] op zichzelf bereid en in staat was de maandelijkse rentebetalingen te doen, is derhalve voor de beoordeling van het causaal verband niet van doorslaggevend belang.

Beoordeeld dient te worden of (aannemelijk is dat) de overeenkomst ook zou zijn gesloten indien [eiser] afdoende bekend was geweest met de aard en omvang van het risico dat de maandelijks door hem te betalen termijnen verloren zouden gaan en/of Spaarbeleg had geïnformeerd naar zijn beleggingsdoelstelling.

4.9. [eiser] heeft gemotiveerd (zie rechtsoverweging 4.2.) aangevoerd dat hij beoogde met de overeenkomst te gaan sparen en een zeker rendement wenste te behalen.

Spaarbeleg heeft dit niet weersproken, maar erop gewezen dat [eiser] een substantiële beleggingsportefeuille had ten tijde van het afsluiten van het SprintPlan. Daarnaast heeft Spaarbeleg aangevoerd dat de zoon van [eiser] eind 1994, toen deze nog bij [eiser] woonde, heeft aangegeven een Koersplan te willen aangaan.

4.10. Dit verweer van Spaarbeleg treft doel. Gegeven het feit dat [eiser] ten tijde van het aangaan van het SprintPlan een beleggingsportefeuille had van een substantiële omvang, is zonder nadere onderbouwing van [eiser] niet aannemelijk dat de overeenkomst niet zou zijn tot stand gekomen, indien Spaarbeleg zich van haar zorgplicht had gekweten. [eiser] vond het immers kennelijk geen probleem om door beleggen in aandelen risico te lopen met bijna de helft van zijn toenmalige liquide vermogen. Mede gezien de door [eiser] aangegane verplichting – in totaal gaat het om ongeveer EUR 6.700,00 te voldoen over vijf jaar – ook in verhouding tot het door hem in 2000 belegde vermogen – circa EUR 20.000,00 –, zijn jaarinkomen ten tijde van het aangaan van de overeenkomst – belastbaar inkomen ruim EUR 45.000,00 – en gezien zijn leeftijd, opleiding en werkervaring, is onvoldoende aannemelijk dat [eiser] de overeenkomst niet zou hebben afgesloten, indien Spaarbeleg meer specifieke informatie zou hebben gegeven en naar de financiële omstandigheden en beleggingsdoelstelling van [eiser] zou hebben geïnformeerd. Dat [eiser] bij zijn beleggingen afging op het advies van zijn beleggingsadviseurs bij de ING en de ABNAMRO en zich verder niet bezighield met het rendement van deze beleggingen en dat hij voor na zijn pensionering een extraatje wilde, is onvoldoende om anders over te oordelen, nu hiermee niet aannemelijk wordt dat [eiser] bij een juiste handelwijze van Spaarbeleg van het sluiten van de overeenkomst zou hebben afgezien. De vorderingen van [eiser] zullen derhalve worden afgewezen, nu het causaal verband tussen de onrechtmatige gedraging van Spaarbeleg en de door [eiser] geclaimde schade niet is komen vast te staan.

4.11. [Eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Spaarbeleg worden begroot op:

- vast recht 296,00

- salaris procureur 768,00 (2,0 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.064,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Spaarbeleg tot op heden begroot op EUR 1.064,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de achtste dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2007.