Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BA9958

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-07-2007
Datum publicatie
19-07-2007
Zaaknummer
16/510825-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis - heropening en schorsing van het onderzoek teneinde de zaak naar de rechter-commissaris te verwijzen opdat de verdachte ter observatie zal worden opgenomen in het Pieter Baan Centrum te Utrecht, van welk persoonlijkheidsonderzoek door twee gedragsdeskundigen op de gebruikelijke wijze rapport moet worden uitgebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer(s): 16/510825-06

Datum uitspraak: 19 juli 2007

Tussenvonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:

[Verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichtingen Utrecht, Huis van Bewaring locatie Nieuwegein, te Nieuwegein.

Raadsman: mr. O.M. Karam.

Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 juli 2007.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven.

Van de dagvaarding is een kopie als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud van deze bijlage geldt als hier ingevoegd.

Overweging

Na de sluiting van het onderzoek is tijdens de beraadslaging gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.

De rechtbank acht zich, mede in aanmerking nemende de aard en de ernst van de ten laste gelegde feiten, met name niet voldoende ingelicht omtrent de persoon van de verdachte en acht het noodzakelijk dat alsnog over hem wordt gerapporteerd. De rechtbank zal daartoe bevelen dat de verdachte zal worden overgebracht naar het Pieter Baan Centrum te Utrecht ter observatie nu naar het oordeel van de rechtbank dit onderzoek niet voldoende op een andere wijze kan plaatsvinden.

De rechtbank heeft gelet op artikel 198 en 317 van het Wetboek van Strafvordering.

Daarom zal het onderzoek worden heropend en geschorst.

De stukken zullen in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, worden gesteld, opdat:

- de verdachte ter beantwoording van de gebruikelijke vragen omtrent de persoonlijkheid van verdachte, verdachtes geestvermogens, de mate waarin de feiten - indien bewezen - hem zijn toe te rekenen en voorts de aan te bevelen straf en/of maatregel, ter observatie zal worden opgenomen in het Pieter Baan Centrum te Utrecht, van welk persoonlijkheidsonderzoek door twee gedragsdeskundigen op de gebruikelijke wijze rapport moet worden uitgebracht;

Voorts verzoekt de rechtbank de officier van justitie het blijkens het uittreksel uit het justitieel documentatieregister kennelijk aanwezige persoonsdossier van verdachte toe te voegen aan het dossier.

In de omstandigheid dat er enige tijd mee gemoeid zal zijn alvorens het onderzoek in het Pieter Baan Centrum verricht zal zijn, ziet de rechtbank klemmende reden om het onderzoek voor langere duur dan één maand te schorsen. Zij stelt de uiterste termijn waarbinnen het onderzoek ter terechtzitting dient te worden hervat op drie maanden.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nader te bepalen terechtzitting binnen 3 maanden na heden;

draagt aan de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, het in dit tussenvonnis omschreven nader onderzoek op en stelt daartoe de stukken in handen van die rechter-commissaris;

verzoekt de officier van justitie het kennelijk aanwezige persoonsdossier van verdachte toe te voegen aan het dossier;

beveelt de oproeping van de verdachte, tegen het tijdstip van een nader te bepalen terechtzitting;

beveelt de kennisgeving aan de raadsman van de verdachte van het tijdstip van die nader te bepalen terechtzitting;

beveelt de oproeping van de benadeelde partijen tegen het tijdstip van die nader te bepalen terechtzitting.

Dit tussenvonnis is gewezen door mrs W. Foppen, D.C.P.M. Straver en A.M.M.E. Doekes, bijgestaan door mr. A. van Beek als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 juli 2007.