Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BA8993

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-07-2007
Datum publicatie
06-07-2007
Zaaknummer
SBR 07-1582
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter heeft de beslissing van B&W van Maarssen, waarbij een bouwmarkt is gelast per 21 juni 2007 zijn activiteiten te staken, met onmiddelijke ingang geschorst. De voorzieningenrechter is niet overtuigt dat de exploitatie van de bouwmarkt in strijd is met het bestemmingsplan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 07/1582

uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 juli 2007

inzake

Rova Beheer B.V.

en

Avor Beheer B.V.,

gevestigd te Maarssen,

verzoeksters,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maarssen,

verweerder.

Inleiding

Het verzoek heeft betrekking op het besluit van 5 juni 2007 waarbij verzoeksters gelast zijn de exploitatie van Robs Bouwmarkt op het perceel [adres] voor 21 juni 2007 te beëindigen en beëindigd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag met een maximum van € 100.000,-.

1.2 Het verzoek is op 5 juli 2007 ter zitting behandeld, waar namens verzoeksters [betrokkene] is verschenen, bijgestaan door mr. P.H. Revermann. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. Goris, werkzaam bij de gemeente Maarssen.

Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.2 Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij een eventuele beslissing in een bodemprocedure.

2.3 In de nacht van 6 op 7 december 2006 is op het perceel [adres] Robs Bouwmarkt opgericht. Tot dat moment was op die locatie het tevens door een van de verzoeksters geëxploiteerde meubelbedrijf Runners gevestigd. Verweerder heeft verzoeksters gelast de exploitatie van Robs Bouwmarkt te beëindigen omdat met de oprichting van deze bouwmarkt strijd met het bestemmingsplan is ontstaan, terwijl het bedrijf voorts ook zonder de benodigde gebruiksvergunning wordt geëxploiteerd.

2.4 De voorzieningrechter stelt vast dat op het perceel het bestemmingsplan "Maarssenbroek Werkgebied" van toepassing is. Het perceel heeft ingevolge dit bestemmingsplan de bestemming "Bedrijven -B- (dv)". Dat betekent dat op het perceel slechts detailhandel in volumineuze goederen is toegestaan. Volgens artikel 1, lid 26, onder b, van de planvoorschriften wordt onder detailhandel in volumineuze goederen verstaan: detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, keukens en sanitair.

In artikel 30, tweede lid, onder 2.1 van de planvoorschriften is bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken, dat bestond ten tijde van het van kracht worden van het verbod tot gebruik, in strijd met de aan die gronden en bouwwerken gegeven bestemming en dat in enigerlei opzicht afwijkt van dit plan mag worden voortgezet.

Onder 2.3 is bepaald dat het in 2.1 bepaalde niet van toepassing is op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, waaronder begrepen de overgangsbepaling van dat bestemmingsplan.

2.5 De voorzieningenrechter zal allereerst een voorlopig oordeel geven over de toepasselijkheid van het overgangsrecht. Hiertoe dient te worden teruggegaan naar 1981.

Bij besluit van 1 april 1981 heeft verweerder een bouwvergunning en vrijstelling verleend van de voorschriften van de 1e herziening van het bestemmingsplan "Maarssenbroek" voor de verkoop van een aantal met name opgesomde artikelen uit de doe-het-zelf branche (o.a. verf, hout, tegels alsook kleinmeubelen, wandmeubelen en zogenaamde knock-down meubelen) op het perceel [adres]. In het pand heeft zich vervolgens een Karwei bouwmarkt gevestigd.

In 1985 is het bestemmingsplan "Maarssenbroeksedijk" in werking getreden. Ook in dit plan is overgangsrecht opgenomen waarin is bepaald dat situaties die strijdig zijn met het nieuwe bestemmingsplan zijn toegestaan mits die onder het oude bestemmingsplan waren toegestaan. Het bestemmingsplan Maarssenbroeksedijk is kort na de oprichting van Robs Bouwmarkt in december 2006 vervangen door het bestemmingsplan "Maarssenbroek Werkgebied".

De Karwei bouwmarkt is tot circa 2002 in het pand gevestigd geweest. Vervolgens heeft het bedrijf Runner in het pand meubels verkocht en sinds de nacht van 6 op 7 december 2006 is Robs Bouwmarkt er gevestigd.

2.6 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat Robs Bouwmarkt in strijd is met het bestemmingsplan "Maarssenbroeksedijk" en dus niet valt onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan " Maarssenbroek Werkgebied". Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft verweerder gewezen op een overeenkomst uit 1994 en de brief van 29 augustus 1994 hierover, waarbij is verklaard dat door de gemeente is meegewerkt aan de vestiging van een Gamma op de Industrieweg mits de Karwei op de Nijverheidsweg 1 zou verdwijnen. Door de vestiging van de Gamma zou de eerder verleende vrijstelling zijn vervallen. In ieder geval, zo heeft verweerder gesteld, is de vrijstelling komen te vervallen door de inwerkingtreding van het bestemmingsplan "Maarssenbroek Werkgebied", omdat het de bedoeling is van een nieuw bestemmingsplan dat de gewenste bestemmingen worden geactualiseerd. Daarom is de bestemming volumineuze detailhandel vastgelegd. Verzoeksters hebben tegen deze bestemming ook geen bezwaar gemaakt.

2.7 Verzoeksters hebben gesteld dat de in 1981 verleende vrijstelling nog steeds geldig is, althans niet in 1994 is vervallen, en hebben ter onderbouwing hiervan een brief uit het bouwdossier van verweerder overgelegd van 24 januari 1996, waarin door verweerder in een beslissing op bezwaar uitdrukkelijk is erkend dat de vrijstelling op dat moment nog steeds gold en ook niet zomaar zonder uitdrukkelijke schriftelijke beslissing kon zijn vervallen. Ook heeft verweerder in deze brief verklaard niet het voornemen tot intrekking van de vrijstelling te hebben. Volgens verzoeksters valt ook Robs Bouwmarkt onder de werking van deze vrijstelling en is de exploitatie van deze bouwmarkt toegestaan op grond van het overgangsrecht behorende bij het bestemmingsplan "Maarssenbroek Werkgebied".

2.8 De voorzieningenrechter acht de redenering van verweerder, met name gelet op de door verzoeksters overgelegde beslissing op bezwaar van 24 januari 1996, thans onvoldoende overtuigend. Nu door verweerder voorts ter zitting is erkend dat de kwestie van de gebruiksvergunning een zeer lage prioriteit heeft bij verweerder en er ook geen gevaar dreigt, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de beslissing van verweerder van 5 juni 2007 te schorsen tot twee weken nadat verweerder heeft beslist op verzoeksters bezwaar tegen dat besluit.

Ter voorlichting van verzoektsers merkt de voorzieningenrechter op dat de integrale heroverweging van het bestreden besluit in de bezwaarschriftprocedure er toe kan leiden dat verweerder in de beslissing op bezwaar alsnog op een (voldoende) overtuigende wijze onderbouwt dat de exploitatie van Robs Bouwmarkt in strijd is met de geldende planvoorschriften.

2.9 Gelet op het voorgaande is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die verzoeksters in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644,- (1 punt voor het verzoek en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, wegingsfactor 1, waarde per punt € 322,-) als kosten van verleende rechtsbijstand.

Beslissing

De voorzieningenrechter,

3.1 wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;

3.2 schorst het besluit van verweerder van 5 juni 2007 tot twee weken na bekendmaking van de te nemen beslissing op bezwaar;

3.3 bepaalt dat de gemeente Maarssen het door verzoeksters betaalde griffierecht ten bedrage van € 285,- aan hen vergoedt;

3.4 veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 644,-;

3.5 wijst de gemeente Maarssen aan als rechtspersoon die het 3.4 genoemde bedrag dient te vergoeden.

Aldus vastgesteld door mr. drs. R. in 't Veld en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2007 om 16.00 uur.

De griffier: De voorzieningenrechter:

mr. G. Delissen mr. drs. R. in 't Veld

Afschrift verzonden op: