Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BA7382

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
13-06-2007
Datum publicatie
25-06-2007
Zaaknummer
198123/HA ZA 05-1487-ev
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eindvonnis aandelenlease, 75% eigen schuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 198123 / HA ZA 05-1487

Vonnis van 13 juni 2007

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. P.J. Soede,

tegen

de naamloze vennootschap

AEGON BANK N.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

gedaagde,

procureur mr. B.F. Keulen.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Spaarbeleg genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 november 2006

- de akte van [eiseres]

- de antwoordakte van Spaarbeleg.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. In voornoemd tussenvonnis van 29 november 2006 heeft de rechtbank geoordeeld dat Spaarbeleg wegens schending van de precontractuele zorgplicht jegens [eiseres] aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad. De rechtbank heeft daarnaast geoordeeld dat een deel van de door [eiseres] geleden schade voor eigen rekening dient te blijven ingevolge het bepaalde in artikel 6:101 BW. Om de verdeling van de schade te kunnen vaststellen heeft de rechtbank [eiseres] opgedragen informatie te verschaffen over haar persoonlijke en financiële omstandigheden ten tijde van het afsluiten van het SprintPlan. Voorts heeft de rechtbank [eiseres] opgedragen zich uit te laten over het al dan niet genieten van fiscaal voordeel over haar rentebetalingen over 1999 en 2000.

2.2. [eiseres] heeft in haar akte ten aanzien van dit laatste aangevoerd dat zij, indien zij al had begrepen dat de door haar betaalde inleg als rente aangemerkt kon worden, dit geen fiscaal voordeel zou hebben opgeleverd, nu haar echtgenoot in 1999 en 2000 reeds aan persoonlijke verplichtingen jaarlijks een bedrag opvoerde dat hoger was dan de maximaal toegestane aftrek.

2.3. Ten aanzien van haar persoonlijke en financiële omstandigheden heeft [eiseres] aangevoerd dat zij:

- ten tijde van het afsluiten van het SprintPlan 48 jaar was,

- risico heeft gelopen over haar inleg alsmede over 10% van de beleggingswaarde,

- behalve haar 50% aandeel in de echtelijke woning (en de daarop rustende hypothecaire lening) en haar als zelfstandige oefentherapeute opgebouwde “eigen vermogen” van fl. 14.527,-- geen vermogen bezat,

- in 1999 een netto inkomen heeft genoten van fl. 26.951,--,

- geen beleggingservaring had, behalve het bezit van 20 KPN-aandelen,

- onder huwelijkse voorwaarden is getrouwd,

- in de jaren 1999-2004 drie studerende/schoolgaande kinderen had.

2.4. Spaarbeleg heeft in haar antwoordakte aangevoerd dat [eiseres] haar financiële omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd. Spaarbeleg heeft gesteld dat [eiseres] een eigen woning bezit die in 1979 is aangekocht voor het destijds hoge bedrag van fl. 530.000,--, dat ervan uitgegaan moet worden dat hierop inmiddels een grote overwaarde zit en dat de hypotheek inmiddels is afgelost.

2.5. De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] bij de verduidelijking van haar persoonlijke en financiële omstandigheden het om haar moverende redenen heeft gelaten bij niet-onderbouwde, niet te controleren stellingen. Met name ten aanzien van het al dan niet genieten van enig fiscaal voordeel, haar woonlasten en vermogen had het naar het oordeel van de rechtbank op haar weg gelegen om bijvoorbeeld een belastingaangifte over het jaar 1999 te overleggen. Nu zij dit heeft nagelaten, acht de rechtbank de stelling van Spaarbeleg dat [eiseres] over de jaren 1999 en 2000 fiscaal voordeel heeft genoten, onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat [eiseres] dit fiscaal voordeel, door Spaarbeleg gesteld op een bedrag van in totaal EUR 815,--, wel heeft genoten en zal dit op de door [eiseres] gestelde schade in mindering brengen.

2.6. Zoals de rechtbank in haar tussenvonnis reeds heeft overwogen beschouwt de rechtbank [eiseres] als hoog opgeleid en gaat zij ervan uit dat [eiseres] – gelet op haar leeftijd – de nodige levenservaring heeft opgedaan. Uit het onvoldoende onderbouwen van haar financiële en persoonlijke omstandigheden leidt de rechtbank af dat deze als zodanig gunstig dienen te worden beschouwd dat in dit geval afgeweken moet worden van het in het tussenvonnis geschetste uitgangspunt dat de schade voor een groter deel voor Spaarbeleg dient te komen. De rechtbank ziet in het achterwege laten door [eiseres] van een onderbouwing van haar omstandigheden en in de stellingen van Spaarbeleg (met name) ten aanzien van de waarde van haar woning en het ontbreken van woonlasten, aanleiding om in dit geval 75% van de schade voor rekening van [eiseres] te laten. Dit brengt met zich mee dat aan haar zal worden toegewezen een bedrag van (EUR 5.445,37 -/- EUR 815,--) * 25% = EUR 1.157,60.

2.7. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over steeds 25% van de maandelijks door [eiseres] uit hoofde van de overeenkomst aan Spaarbeleg betaalde bedragen, telkens vanaf de dag van deze maandelijkse betaling, tot de dag van volledige betaling,

2.8. Spaarbeleg zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van [eiseres] op basis van het toegewezen, en niet op basis van het gevorderde bedrag. Tevens zal de rechtbank de laatste akte niet meenemen bij de berekening van het salaris procureur. Met inachtneming van deze uitgangspunten begroot de rechtbank de kosten van [eiseres] op:

- dagvaarding EUR 85,59

- vast recht 291,00

- salaris procureur 768,00 (2,0 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.144,59

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. veroordeelt Spaarbeleg om aan [eiseres] te betalen een bedrag van EUR 1.157,60 (éénduizendéénhonderdzevenenvijftig euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over 25% van de maandelijks door [eiseres] uit hoofde van de overeenkomst aan Spaarbeleg betaalde bedragen, telkens vanaf de dag van deze maandelijkse betaling, tot de dag van volledige betaling,

3.2. veroordeelt Spaarbeleg in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op EUR 1.144,59,

3.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2007.

w.g. griffier w.g. rechter