Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BA6727

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
25-05-2007
Datum publicatie
08-06-2007
Zaaknummer
230902 / KG ZA 07-491
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een speler heeft een rode kaart opgelopen in een niet bindende wedstrijd. Als gevolg van een onjuiste mededeling van een medewerker van de KNVB omtrent de speelgerechtigdheid van deze speler, is deze speler door zijn club voor de eerstvolgende competitiewedstrijd niet opgesteld. De vordering van de club om de (door deze club verloren) competitiewedstrijd ongeldig te verklaren en de wedstrijd over te laten spelen wordt afgewezen.

De bevoegdheid van het Bestuur van de KNVB om in gevallen waarin het reglement niet voorziet te beslissen heeft een discretionair karakter. In het onderhavige geval heeft het Bestuur, op de in r.o. 4.8 genoemde gronden, in redelijkheid tot haar beslissing kunnen komen om het verzoek tot het ongeldig verklaren van de wedstrijd en het opnieuw spelen daarvan niet in te willigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 230902 / KG ZA 07-491

Vonnis in kort geding van 25 mei 2007

in de zaak van

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

EXCELSIOR MAASSLUIS,

gevestigd te Maassluis,

eiseres,

procureur mr. E.J.A. Vilé,

tegen

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging

KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND,

gevestigd te Zeist,

gedaagde,

procureur mr. B.F. Keulen.

advocaat: mr. H.J.A. Knijff.

Partijen zullen hierna Excelsior en de KNVB genoemd worden.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 25 mei 2007 vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling ter zitting van 24 mei 2007

- de pleitnota van mr. E.J.A. Vilé

- de pleitaantekeningen van mr. H.J.A. Knijff.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Het eerste elftal van Excelsior komt uit in de Hoofdklasse A Zaterdag van de Sectie Amateur Voetbal van de KNVB. Excelsior valt onder District West I van de KNVB.

2.2. Op 8 mei 2007 heeft Excelsior deelgenomen aan de AD Rotterdams Dagblad Cup 2007 en tegen de vereniging T.O.G.B. gespeeld. Tijdens deze wedstrijd heeft [naam], speler van Excelsior (hierna: [de speler]), een rode kaart gekregen en werd hij van het veld gestuurd.

2.3. Het bestuur van Excelsior heeft op 9 mei 2007 telefonisch contact opgenomen met [naam], secretaris van de Tuchtcommissie van District West II van de KNVB en hem gevraagd of de rode kaart betekende dat [de speler] automatisch voor de eerstvolgende (en tevens laatste) competitiewedstrijd tegen Vitesse Delft was geschorst. [de secretaris van de Tuchtcommissie] heeft toen aan het bestuur van Excelsior medegedeeld dat [de speler], volgens de directe rode kaart regeling, automatisch was geschorst voor de eerstvolgende competitie- of bekerwedstrijd van Excelsior.

2.4. Als gevolg van deze mededeling heeft Excelsior [de speler] in de competitiewedstrijd van 12 mei 2007 uit tegen Vitesse Delft niet opgesteld.

2.5. Op 14 mei 2007 heeft [de secretaris van de Tuchtcommissie] telefonisch aan Excelsior medegedeeld dat hij op 9 mei 2007 een onjuiste mededeling heeft gedaan over de automatische schorsing van [de speler], omdat deze niet automatisch voor de competitiewedstrijd van 12 mei 2007 geschorst was.

2.6. Excelsior heeft de competitiewedstrijd tegen Vitesse Delft met 3-2 verloren en is op grond van die uitslag aangewezen op het spelen van de nacompetitie met het risico van degradatie naar de Eerste klasse zaterdagamateurs.

2.7. Vanwege de door [de secretaris van de Tuchtcommissie] gemaakte fouten heeft Excelsior bij brief van 15 mei 2007 de KNVB verzocht om de competitiewedstrijd Vitesse Delft - Excelsior ongeldig te verklaren en opnieuw te laten spelen. De KNVB heeft dit verzoek bij brief van 16 mei 2007 afgewezen. Bij brief van 21 mei 2007 heeft de KNVB de afwijzing nader toegelicht.

3. Het geschil

3.1. Excelsior vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. de KNVB te bevelen de competitiewedstrijd Vitesse-Delft – Excelsior Maassluis van

zaterdag 12 mei 2007 in de Hoofdklasse A Zaterdag Amateurs ongeldig te verklaren;

2. de KNVB te bevelen de wedstrijd Vitesse Delft - Excelsior Maassluis in de Hoofdklasse

A Zaterdag Amateurs te laten overspelen op een zodanig tijdstip dat deze wedstrijd wordt

overgespeeld voordat Excelsior Maassluis eventueel zou moeten deelnemen aan de

promotie/delegatie wedstrijden voor de Hoofdklasse A Zaterdag Amateurvoetbal;

3. de KNVB te veroordelen in de proceskosten.

3.2. Excelsior legt aan haar vordering ten grondslag dat de KNVB onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door een fout van haar medewerker niet tijdig te corrigeren. Voorts stelt Excelsior dat de KNVB voor de gevolgen van die fout aansprakelijk is. Excelsior stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevraagde voorzieningen, aangezien zij op 26 mei 2007 zal moeten deelnemen aan de promotie/degradatie regeling van de Hoofdklasse Zaterdag Amateurs, indien niet voordien de wedstrijd tegen Vitesse Delft ongeldig wordt verklaard en opnieuw door de KNVB wordt vastgesteld.

3.3. De KNVB voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Vast staat dat [de speler] op 8 mei 2007 een rode kaart heeft opgelopen in een niet bindende wedstrijd. Tussen partijen is niet in geschil dat op die rode kaart de directe rode kaart regeling van de KNVB niet van toepassing is en dat [de speler] de eerstvolgende competitiewedstrijd (Vitesse Delft - Excelsior) speelgerechtigd was.

De KNVB heeft erkend dat [de secretaris van de Tuchtcommissie] op 9 mei 2007 ten onrechte (telefonisch) aan de vertegenwoordiger van Excelsior heeft meegedeeld dat [de speler] als gevolg van de rode kaart de eerstvolgende competitiewedstrijd niet speelgerechtigd zou zijn.

Voorts heeft de KNVB erkend dat [de secretaris van de Tuchtcommissie] op 11 mei 2007 heeft geconstateerd dat hij onjuiste informatie aan Excelsior had verstrekt en dat hij heeft verzuimd om vóór de wedstrijd tegen Vitesse Delft aan Excelsior te melden dat [de speler] niet automatisch geschorst was.

Onweersproken is voorts dat Excelsior, als gevolg van deze handelwijze van [de secretaris van de Tuchtcommissie], [de speler] in de competitiewedstrijd tegen Vitesse Delft op 12 mei 2007 niet heeft opgesteld.

4.2. De KNVB heeft primair als verweer aangevoerd dat Excelsior geen belang heeft bij haar vordering omdat, ook indien de wedstrijd tegen Vitesse Delft opnieuw gespeeld zou moeten worden, Excelsior [de speler] niet kan opstellen omdat het de laatste competitie- wedstrijd betreft en hij bij uitspraak van de Tuchtcommissie van 14 mei 2007 met ingang van 16 mei 2007 voor twee wedstrijden is geschorst.

4.3. Dit verweer gaat niet op omdat, ongeacht de door de KNVB benadrukte onafhankelijkheid van de Tuchtcommissie, in het kader van deze procedure niet op voorhand als vaststaand kan worden aangenomen dat onder de onderhavige omstandigheden, waarin de reden van de ongeldigheid (juist) gelegen is in het (ten onrechte) buiten de opstelling houden van de met een rode kaart bestrafte speler, onder een eerstvolgende wedstrijd in de zin van de jegens die speler door de Tuchtcommissie uitgesproken straf ook is begrepen het (wegens die ongeldigheid) opnieuw spelen van een vóór de ingangsdatum van de schorsing gehouden wedstrijd.

4.4. De KNVB stelt subsidiair dat het Bestuur Amateurvoetbal in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit om de wedstrijd niet ongeldig te verklaren en opnieuw te laten spelen en voert daar onder meer de volgende omstandigheden voor aan:

- Vitesse Delft is inmiddels definitief gedegradeerd en heeft geen belang meer bij de uitkomst van de (eventueel over te spelen) wedstrijd zodat er sprake kan zijn van competitievervalsing;

- het risico dat Vitesse Delft een ernstig verzwakt elftal zal opstellen, omdat vanwege die degradatie een groot aantal van haar spelers volgend jaar bij andere clubs gaat spelen en inmiddels bij Vitesse Delft is vertrokken;

- de belangen van Capelle dat thans haar plaats in de competitie Hoofdklasse A Zaterdag heeft behouden maar afhankelijk van het resultaat van de over te spelen wedstrijd mogelijk is aangewezen op de nacompetitie met het risico op degradatie van dien;

- de gewraakte betrokkenheid van de KNVB bij de wedstrijd Excelsior-Vitesse Delft is niet aan te merken als het door de KNVB overtreden van een reglement.

4.5. Excelsior stelt dat de KNVB geheel voorbij gaat aan het feit dat het uitsluitend haar schuld is dat deze voor Excelsior nadelige situatie is ontstaan. De KNVB moet daarom, aldus Excelsior, voor een oplossing zorgen en kan zich daarbij niet bij voorbaat verschuilen achter de (niet onoverkomelijke) bezwaren die Capelle zou kunnen aanvoeren. Excelsior heeft verder aangevoerd dat de KNVB met onmiddellijke ingang aan de betreffende clubs kan berichten dat er misschien nog een wedstrijd in de nacompetitie gespeeld moet worden. De clubs hebben, aldus Excelsior, na de laatste competitiewedstrijd van 12 mei 2007 ongetwijfeld (al dan niet in het kader van een afbouwtraining aan het eind van het seizoen) nog getraind, en nemen bovendien nog deel aan toernooien of bekerwedstrijden, zodat de trainingsintensiteit geheel of bijna geheel gehandhaafd is. Voor competitievervalsing behoeft niet gevreesd te worden.

4.6. Partijen zijn het erover eens dat het Reglement Wedstrijden Amateur Veldvoetbal, verder: het Reglement, niet bepaalt dat indien een speler door toedoen van de KNVB ten onrechte buiten de opstelling voor een bepaalde wedstrijd is gehouden, die wedstrijd ongeldig is of kan worden verklaard en/of als niet gespeeld beschouwd moet of kan worden.

4.7. De basis voor de beslissingsbevoegdheid van het bestuur is artikel 49 van het Reglement waarin is bepaald dat het Bestuur (Amateur Voetbal) beslist in alle gevallen waarin in de reglementen niet is voorzien.

4.8. Ongeacht de vraag of artikel 7 en 8 van het wedstrijd reglement van de AD Rotterdams Dagblad Cup 2007 onduidelijk zijn daar waar het de gevolgen betreft van een tijdens dat toernooi gegeven rode kaart voor de eerstvolgende bindende (lees: in competitieverband te houden) wedstrijden, en die (mogelijke) onduidelijkheid tot gevolg heeft dat de eerste mededeling van [de secretaris van de Tuchtcommissie] als niet onrechtmatig jegens Excelsior kan worden aangemerkt, staat vast dat van die onduidelijkheid aan de zijde van de KNVB op 11 mei 2007 geen sprake meer was. Omdat [de secretaris van de Tuchtcommissie] op die datum wist dat hij Excelsior onjuist had geïnformeerd en rekening diende te houden met het feit dat Excelsior [de speler] niet zou opstellen vanwege de eerder door hem gegeven informatie, heeft hij onzorgvuldig gehandeld door na te laten Excelsior tijdig mee te (laten) delen dat [de speler] als gevolg van de rode kaart niet automatisch was geschorst.

4.9. Partijen verschillen (op basis van een verschillende uitleg van de directe rode kaart regeling en de in de toelichting daarbij benadrukte eigen verantwoordelijkheid van de vereniging voor de toepassing daarvan) van mening of deze onzorgvuldigheid leidt tot aansprakelijkheid van de KNVB jegens Excelsior. De beoordeling van die aansprakelijkheid van de KNVB kan in het kader van deze procedure in het midden worden gelaten. Immers ook indien op de KNVB jegens Excelsior een aansprakelijkheid zou rusten wegens de fout van [de secretaris van de Tuchtcommissie], dan staat daarmee niet vast dat de KNVB jegens Excelsior gehouden is om de wedstrijd tegen Vitesse Delft ongeldig te verklaren en opnieuw te laten spelen.

4.10. De bevoegdheid van het Bestuur om in gevallen waarin het reglement niet voorziet te beslissen heeft een discretionair karakter. Dit betekent dat het besluit van 15 mei 2007 en de toelichting daarop van 21 mei 2007 getoetst dienen te worden aan het criterium of het Bestuur in redelijkheid dat besluit is kunnen komen. Voor deze toets zijn de volgende omstandigheden relevant:

- de wel in het Reglement geregelde gevallen waarin het Bestuur de bevoegdheid heeft een wedstrijd opnieuw te laten spelen bieden geen, althans onvoldoende, aanknopingspunten om de onderhavige situatie daaraan gelijk te stellen;

- het (als gevolg van de onjuiste informatie van de KNVB aan Excelsior betreffende de gevolgen van de rode kaart van [de speler]) buiten de opstelling blijven van [de speler] levert geen ongeldigheid van de wedstrijd op in de zin dat er sprake is van een gebrek dat Excelsior en Vitesse Delft gelijkelijk treft;

- bij het ongeldig verklaren en over laten spelen van de wedstrijd Excelsior- Vitesse Delft zijn belangen van derden, waaronder vooral Capelle, betrokken terwijl zij geen verantwoordelijkheid dragen voor het feit dat [de speler] buiten de opstelling van Excelsior is gebleven.

Deze omstandigheden in aanmerking nemend heeft het Bestuur in redelijkheid tot de beslissing kunnen komen om het verzoek van Excelsior tot het ongeldig verklaren van de wedstrijd tegen Vitesse Delft en het opnieuw spelen daarvan niet in te willigen.

4.9. De mogelijke aansprakelijkheid van de KNVB jegens Excelsior doet hier aan niet af. Weliswaar biedt art. 6:103 BW de mogelijkheid om schadevergoeding in een andere vorm dan betaling van een geldsom toe te kennen, doch de mate waarin het ongeldig verklaren van een wedstrijd en het opnieuw laten spelen daarvan als een passende vorm van schadevergoeding voor toewijzing in aanmerking kan komen vindt daar zijn grens waar het Bestuur in redelijkheid heeft kunnen besluiten om het daartoe strekkende verzoek van Excelsior af te wijzen.

4.10. Dit leidt tot de slotsom dat de vorderingen van Excelsior dienen te worden afgewezen.

4.11. Excelsior zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de KNVB worden begroot op:

- vast recht EUR 251,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.067,00

5. BESLISSING

De voorzieningenrechter:

Wijst de vorderingen af.

Veroordeelt Excelsior in de proceskosten, aan de zijde van de KNVB tot op heden begroot op EUR 1.067,00,

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2007.

w.g. griffier w.g. rechter