Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BA6206

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-04-2007
Datum publicatie
01-06-2007
Zaaknummer
SBR 07-1041 VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De evenementenvergunning is geweigerd aangezien een stuntshow met motorvoertuigen niet past binnen de ambitie van het gemeentelijke evenementenbeleid, waarin het bevorderen van kunst en cultuur een belangrijk aspect is, en een dergelijk evenement onvoldoende aansluit bij het karakter van de gemeente. Deze belangen kunnen evenwel niet leiden tot een weigering van de vergunning. Nadien alsnog onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat de weigering van de vergunning bij het besluit op bezwaar zal worden vernietigd. Belangen van verkeersveiligheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 07/1041 VV

uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 april 2007

inzake

[verzoekster],

gevestigd te Tilburg,

verzoekster,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede,

verweerder.

Inleiding

1.1 Bij besluit van 15 maart 2007, aan verzoekster verzonden op 20 maart 2007, heeft verweerder besloten om verzoekster geen vergunning te verlenen voor het organiseren van een stuntshow op een nader te bepalen datum in april of mei 2007.

1.2 Op 3 april 2007 heeft verzoekster een verzoek ingediend om toestemming voor het organiseren van een stuntshow op 29 april 2007 op het parkeerterrein van recreatiegebied ‘De Gravenbol’ in de gemeente Wijk bij Duurstede.

1.3 Op 26 april 2007 heeft verzoekster een bezwaarschrift ingesteld tegen de besluiten van 15 april 2007 (lees: 15 maart 2007) en het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 3 april 2007.

1.4 Het verzoek om een voorlopige voorziening is op 27 april 2007 ter zitting behandeld, waar verzoekster is verschenen bij [gemachtigde]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Kabaktepe en drs. M. Heemskerk, beiden werkzaam bij de gemeente Wijk bij Duurstede.

1.5 De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting geschorst en de burgemeester van de gemeente Wijk bij Duurstede verzocht kenbaar te maken of, en zo ja op welke gronden, hij het besluit van 15 maart 2007 voor zijn rekening zal nemen.

1.6 De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder nadere zitting uitspraak aangezien naar het oordeel van de voorzieningenrechter de onverwijlde spoed dat vereist.

Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.2 Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij haar beslissing in die procedure.

2.3 Artikel 2.2.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Wijk bij Duurstede (verder: APV) luidt als volgt:

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. het voorkomen of beperken van overlast;

c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;

d. de zedelijkheid of gezondheid.

2.4 De voorzieningenrechter stelt vast dat de aanvraag ziet op een evenement, als bedoeld in de APV. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat het besluit niet is gebaseerd op een andere publiekrechtelijke bevoegdheid dan artikel 2.2.2 van de APV. Uit artikel 2.2.2, eerste lid, van de APV volgt echter dat de burgemeester bevoegd is om hiervoor al dan niet een vergunning te verlenen. Vast staat dat het bestreden besluit is genomen door het college van burgemeester en wethouders, en derhalve niet door het daartoe bevoegde bestuursorgaan.

2.5 In het besluit van 15 maart 2007 is aangegeven dat de aanvraag is getoetst aan de in het gemeentelijke evenementenbeleid geformuleerde uitgangspunten. Verweerder heeft overwogen dat het evenement waarvoor een vergunning is gevraagd, te weten een stuntshow met motorvoertuigen, “niet past binnen de ambitie van dit beleid, waarvan het bevorderen van kunst en cultuur een belangrijk aspect is.” Verder is in dit besluit vermeld dat het evenement onvoldoende aansluit bij het karakter van de gemeente Wijk bij Duurstede. De voorzieningenrechter merkt echter op dat, voor zover het evenementenbeleid aangeeft op welke wijze de bij een evenementenvergunning betrokken belangen worden afgewogen, daarbij belangen zijn betrokken die niet kunnen leiden tot weigering van de evenementenvergunning, zoals het belang van kunst en cultuur. Het besluit is dan ook genomen in strijd met het bepaalde in artikel 3:46 van de Awb, dat een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.

2.6 Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit niet ongewijzigd in stand kan blijven. De geconstateerde gebreken kunnen in de te nemen beslissing op bezwaar echter hersteld worden. Verzoekster wenst als voorlopige voorziening dat zij wordt behandeld als ware zij in het bezit van een evenementenvergunning voor het organiseren van een stuntshow op 29 april 2007. Tot het treffen van een dergelijke voorlopige voorziening is, mede gelet op de onomkeerbare gevolgen van die voorziening, in beginsel slechts plaats indien op grond van de beschikbare gegevens met een grote mate van waarschijnlijkheid moet worden aangenomen dat bij het te nemen besluit op bezwaar een evenementenvergunning behoort te worden verleend. Gelet hierop heeft de voorzieningenrechter de burgemeester in de gelegenheid gesteld om op 27 april 2007 voor 14.00 uur aan te geven wat zijn standpunt is ten aanzien van het bestreden besluit en een reactie te geven op het verhandelde ter zitting.

2.7 De burgemeester heeft vervolgens om 13:34 uur een besluit van 27 april 2007 naar de rechtbank gefaxt waarin alsnog is beslist op de aanvraag 3 april 2007. In dit besluit heeft de burgemeester onder meer overwogen dat ‘De Gravenbol’ in het weekend intensief wordt bezocht, waarbij de meeste bezoekers met de auto komen. Wanneer de stuntshow het parkeerterrein in gebruik neemt, zal er een gebrek aan parkeerruimte ontstaan met als gevolg dat er op de enige toegangsweg en op de dijk geparkeerd zal gaan worden. Hierdoor zal de bereikbaarheid van het terrein ernstig worden belemmerd, aldus de burgemeester. Verder heeft de burgemeester gesteld dat er vanwege de vele andere evenementen in de gemeente “in beginsel alleen basispolitiezorg zal en kan worden gewaarborgd”. Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 2.2.2, tweede lid, sub a en c, van de APV heeft de burgemeester de evenementenvergunning vervolgens geweigerd. Als bijlagen heeft de burgemeester bij dit besluit een kaart gevoegd met de locatie en de toegangsweg en een e-mail van een beleidsmedewerker van de Politieregio Utrecht, district Heuvelrug, over de beschikbaarheid van politie.

2.8 De voorzieningenrechter begrijpt uit het verhandelde ter zitting en de hiervoor genoemde faxbrief dat de burgemeester het besluit van 15 maart 2007 ook voor zijn rekening neemt en in bezwaar zal handhaven op de in het besluit van 27 april 2007 genoemde gronden.

2.9 Gelet op de inhoud van het besluit van de burgemeester van 27 april 2007 is de voorzieningenrechter van oordeel dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat thans met een grote mate van waarschijnlijkheid moet worden aangenomen dat bij het te nemen besluit op het bezwaar een evenementenvergunning behoort te worden verleend. De voorzieningenrechter is niet gebleken dat de burgemeester bij zijn beoordeling is uitgegaan van onjuiste feiten. De burgemeester heeft zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de belangen ter zake van de verkeersveiligheid zich verzetten tegen een dergelijk evenement op de onderhavige locatie. Voorts heeft de burgemeester in aanmerking kunnen nemen dat de bereikbaarheid van het terrein niet optimaal is, waardoor de veiligheid van personen of goederen in gevaar kan komen.

2.10 Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening dient te worden afgewezen. Gelet op de evidente onrechtmatigheid van het besluit van 15 maart 2007 en de onjuiste opvatting van verweerder dat niet beslist hoefde te worden op de aanvraag van 3 april 2007 ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht zal vergoeden. De voorzieningenrechter is niet gebleken van proceskosten die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De voorzieningenrechter,

3.1 wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

3.2 bepaalt dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht ten bedrage van € 285,- aan haar vergoedt, te betalen door de gemeente Wijk bij Duurstede als rechtspersoon.

Aldus vastgesteld door mr. R.P. den Otter en in het openbaar uitgesproken op 27 april 2007.

De griffier: De voorzieningenrechter:

mr. M.E. Companjen mr. R.P. den Otter

Afschrift verzonden op: