Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:BA3058

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-03-2007
Datum publicatie
18-04-2007
Zaaknummer
209369/ HA ZA 06-475
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg overeenkomst inzake ontwikkeling en implentatie software.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 209369 / HA ZA 06-475

Vonnis van 28 maart 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HALUCO B.V.,

gevestigd te Bleiswijk,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. J.H.A. Verschuur,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IMTECH ICT INFORMATION TECHNOLOGY B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. P.J. Soede.

Partijen zullen hierna Haluco en Imtech genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 10 mei 2006

- het proces-verbaal van comparitie van 28 augustus 2006.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Haluco is een onderneming die zich richt op de marketing en distributie van groente en fruit, ook wel de AGF-markt genoemd (aardappels, groente en fruit). Imtech is een ICT dienstverlener, met name actief op het terrein van consultancy/projectmanagement, software services en ICT-infastructuur.

2.2. Tussen Imtech (dan wel haar rechtsvoorgangster) en Haluco bestond al enige jaren een relatie inzake ICT gerelateerde dienstverlening.

2.3. In samenspraak met Imtech is door Haluco een rapport opgesteld waarin de (automatiserings)processen van Haluco zijn geanalyseerd, alsmede de wensen ten aanzien van verbeteringen werden geïnventariseerd. Vervolgens heeft Haluco medio 2001 het besluit genomen om in haar organisatie een nieuw informatiesysteem in te gaan voeren ter vervanging van de toentertijd gebruikte softwarepakketten. Doelstelling was om een standaardsysteem voor de AGF-markt te (doen) ontwikkelen, gebaseerd op Navision software, waardoor de kosten van het onderhoud van het systeem voor langere tijd op een aanvaardbaar niveau konden worden gehandhaafd.

2.4. Haluco heeft na een uitvoerig selectietraject Level Automatisering B.V. (hierna "Level") als contractspartij gekozen. In juni 2002 hebben Haluco en Level hun afspraken in een overeenkomst vastgelegd. In januari 2003 bleek dat de beoogde startdatum van 1 maart 2003 niet gehaald kon worden, omdat bij het testen van de diverse functies er te veel fouten werden geconstateerd. De opleverdatum werd verschoven. Het vertrouwen van Haluco in Level was inmiddels afgenomen. Level zocht vervolgens ondersteuning bij Imtech. In december 2003 werd het grootste deel van de software opgeleverd en door Haluco geaccepteerd. Niettemin functioneerde de software nog verre van foutloos.

2.5. In januari 2004 is Level in staat van faillissement verklaard.

2.6. Imtech heeft uit de boedel van Level de rechten op de software gekocht waardoor het door Level en Haluco ingezette traject inzake de toepassing van Navision software in de AGF-markt zou kunnen worden voltooid. Vervolgens hebben Haluco en Imtech op 20 februari 2004 een (nieuwe) overeenkomst gesloten waarin de afspraken inzake het vervolg van de implementatie zijn vastgelegd.

In deze overeenkomst is onder meer bepaald:

"Gezamenlijk werken we aan het voltooien van een standaardapplicatie, waarmee Imtech de markt kan betreden en waardoor Haluco haar onderhoudskosten op lange termijn kan beheersen."

Alsmede ten aanzien van de nieuw bepaalde opleveringsdatum:

"Mocht 1 juli niet gehaald worden, dan zal Haluco zich bezinnen op de voortzetting van de samenwerking."

2.7. Op 17 juni 2004 werd de software door Haluco op hoofdlijnen geaccepteerd. Tegelijkertijd werden de verbeterpunten (onder meer herstel fouten, performance-verbeteringen, wijzigingen in huidige applicatie) geïnventariseerd, waarvoor door Imtech op 16 juli 2004 een projectplan is opgesteld. Als beoogde implementatiedatum werd 1 januari 2005 benoemd.

2.8. In het najaar van 2004 bleek het aantal programmafouten echter toe te nemen. Besloten werd de software niet op 1 januari 2005 in gebruik te nemen, maar op 1 maart 2005.

2.9. Uit het besprekingsverslag van 1 maart 2005 blijkt dat partijen andermaal besluiten om niet tot ingebruikname over te gaan.

2.10. Naar aanleiding van de verdere gesprekken die tussen partijen hebben plaatsgevonden en afspraken die daarbij zijn gemaakt, stuurt Imtech op 26 mei 2005 aan Haluco een voorstel voor het oplossen van de ontstane problematiek. Op 30 mei 2005 ondertekenen Haluco en Imtech dit voorstel, waardoor tussen hen een overeenkomst (hierna "de Overeenkomst") tot stand is gekomen.

2.11. In de Overeenkomst is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

"Deze brief is bedoeld als basis voor de verdere samenwerking, waarbij een nieuwe start in de relatie tussen Haluco en Imtech ICT/ ERP Solutions wordt bevestigd met als doel te komen tot een goed werkend systeem op basis van de Navision met "add on's" implementatie voor Haluco. Het systeem dat bij Haluco wordt geïmplementeerd is de standaard AGF-module waarmee Imtech de AGF-markt wil betreden.

Hoewel de brief niet in juridische termen is geformuleerd is deze wel als zodanig bedoeld. Daarom zijn de afspraken zo eenduidig mogelijk geformuleerd.

Belangrijkste motivatie het geheel tot een succesvolle afronding te brengen is de overtuiging van de zijde van Imtech ERP Solutions dat de presentatie van een standaardproduct voor de AGF markt commercieel interessant is. (…)

De afspraken die wij maakten zijn als volgt:

1. Het systeem wordt voor 1 september aanstaande getest en werkend door Imtech opgeleverd. (…) Partijen zullen voor 10 juni a.s. nog moeten overeenkomen wat de criteria zullen zijn voor de acceptatietest.

(…)

8. De openstaande facturen van Imtech richting Haluco worden vastgesteld op

€ 188.877,70. Afgesproken is dat in dit bedrag alle andere facturen zijn inbegrepen. Imtech stuurt voor de verdere werkzaamheden ten behoeve van het project tot 1 september aanstaande geen verdere nota's meer. Die verdere werkzaamheden betreffen dan het stabiliseren van het systeem tot en met de integratietest, met andere woorden: er wordt een werkend systeem opgeleverd. (…) Ter voorkoming van eventuele misverstanden wordt nog opgemerkt dat onder "verdere werkzaamheden" ook wordt begrepen de functionaliteit uit de "85-puntenlijst", het oplossen van de bugs, de inbreng van Imtech in de integratietest, het op peil brengen van de performance en het oplossen van het deadlock probleem.

9. Een en andere betekent dat Imtech in de maanden mei tot en met augustus intensief werkt om de implementatie succesvol op te leveren zonder dat hiervoor kosten aan Haluco in rekening worden gebracht. Het moment van betaling door Haluco van het nog openstaande bedrag van € 188.877,70 zal geschieden na acceptatie (= geslaagde integratietest) in de maand september 2005. Na 1 september ontstaat dan een genormaliseerde situatie waar afspraken inzake af te nemen diensten in goed overleg worden gemaakt. (…)

10. Ingeval Imtech er niet in slaagt het systeem op 1 september werkend op te leveren en de reden hiervan verwijtbaar is aan Imtech vervalt de elders genoemde schuld van € 188.877,70 (ex BTW) en kan Haluco de source code van de AGF Module voor eigen gebruik en onderhoud aanwenden in de meeste ruime zin van het woord.

(…)

12. Imtech/ICT Information Technology verklaart dat het eigenaar is van de source code met uitzondering van die delen die van derden zijn betrokken. Ingeval Imtech/ICT besluit de ontwikkeling of het onderhoud van de AGF module te beëindigen zal de source code waar Imtech/ICT eigenaar van is ter beschikking gesteld worden aan Haluco. Haluco kan dan voor eigen gebruik en onderhoud in de meest ruime zin van het woord over deze code beschikken.

(…)

Haluco heeft besloten als extern deskundige de heer (…) dan wel een of meer van zijn medewerkers (Adfocom) te betrekken bij de beoordeling van het systeem. Imtech zal hier aan meewerken onder de voorwaarde dat Adfocom: (…)"

2.12. In de notulen van een bespreking d.d. 24 augustus 2005 tussen Haluco en Imtech is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

"Het management van Imtech heeft besloten te stoppen met het standaard product voor de AGF markt, geen add-on's meer te bouwen en zich te richten op standaard Navision met maatwerk.

Imtech wil ontbinding van de overeenkomst met Haluco en hoopt te komen tot een vorm van minnelijk schikking, bij voorkeur zonder de inzet van juristen. Imtech beschouwt de overeenkomst als niet gehaald. (…)

Imtech is bereid om onder nieuwe voorwaarden het systeem als maatwerk af te bouwen. Er zal dan geen sprake zijn van een standaard pakket, eveneens zal geen sprake zijn van een onderhoudscontract.

Haluco gaat zich beraden op de ontstane situatie; een van de uitgangspunten voor de IT van Haluco was de toepassing van een standaard systeem. (…)"

2.13. Op 6 september 2005 stuurt Haluco aan Imtech een brief met, voor zover van belang, de volgende inhoud:

"Op 24 augustus 2005 hebben we overleg gevoerd over de ontstane situatie naar aanleiding van uw besluit om de ontwikkeling van een standaardpakket te beëindigen. Al eerder was duidelijk dat u de gemaakte afspraken om op 1 september een getest en werkend standaardsysteem op te leveren niet kon nakomen. (…) We beëindigen de samenwerking met Imtech voor de ontwikkeling van een nieuw systeem. Gezien de uitspraken van Imtech hebben wij geen vertrouwen in de verdere ontwikkeling. (…)"

2.14. Partijen hebben diverse pogingen ondernomen om tot een minnelijke schikking te komen, maar zijn niet tot een oplossing gekomen.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Haluco vordert dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, Imtech veroordeelt om aan Haluco te betalen een bedrag van € 3.800.158,66 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2005, althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, alsmede de kosten van deze procedure.

in reconventie

3.2. Imtech vordert - samengevat - dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, Haluco veroordeelt om aan Imtech te betalen een bedrag van € 188.877,70 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 september 2005, althans vanaf 18 maart 2006, althans vanaf de dag waarop de eis in reconventie is ingesteld tot aan de dag van algehele voldoening, alsmede de kosten van deze procedure.

in conventie en reconventie

3.3. Partijen voeren over en weer verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in conventie en reconventie

4.1. Gelet op de samenhang tussen de vordering in conventie en reconventie zullen beide vorderingen gezamenlijk worden beoordeeld.

4.2. Haluco legt aan haar vordering ten grondslag een tekortkoming van Imtech. Imtech heeft op 1 september 2005 geen werkend systeem heeft opgeleverd en heeft daarmee een in de Overeenkomst neergelegde fatale termijn overschreden. Hierdoor is Imtech in verzuim gekomen. Haluco stelt zich op het standpunt dat zij daardoor gerechtigd was om de Overeenkomst te ontbinden, terugbetaling van de betaalde facturen te vorderen alsmede schadevergoeding.

4.3. Imtech stelt zich onder meer op het standpunt dat Haluco niet gerechtigd was om tot ontbinding over te gaan, omdat partijen juist in de Overeenkomst hadden vastgelegd wat de consequenties zouden zijn indien Imtech de deadline van 1 september 2005 niet zou halen. Indien het niet halen van de deadline het gevolg is van verwijtbaar handelen van Imtech dan zou Haluco niet meer gehouden zijn de nog openstaande schuld van € 188.877,70 aan Imtech te betalen. Indien het niet het gevolg zou zijn van verwijtbaar handelen dan zou Haluco, volgens Imtech, wel gehouden zijn het openstaande bedrag aan haar te betalen. Imtech stelt zich op het standpunt dat het niet opleveren op de gestelde deadline niet verwijtbaar is en Haluco derhalve het openstaande bedrag van € 188.877,70 aan haar is verschuldigd.

4.4. Kern van het geschil is de uitleg die partijen over en weer aan de Overeenkomst geven. Met name gaat het dan om de uitleg die aan artikel 8, 10 en 12 van de Overeenkomst, in samenhang gelezen, dient te worden gegeven. In zijn arrest van 13 maart 1981, NJ 1981, 635 (Haviltex) heeft de Hoge Raad overwogen dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding tussen partijen is geregeld, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij deze uitleg dient de rechter rekening te houden met alle bijzondere omstandigheden van het gegeven geval.

Bij de uitleg van de Overeenkomst laat de rechtbank derhalve onder meer de context en de ontstaansgeschiedenis van de Overeenkomst meespelen, alsook het feit dat partijen als gelijkwaardige partijen kunnen worden beschouwd in de door hen beoogde samenwerking en tevens dat niet gebleken is dat partijen over de status van het AGF software, in de zin van aantal nog aanwezige fouten, over een verschillend kennisniveau beschikten.

4.5. Uit de onder 2 opgenomen feiten blijkt dat partijen geruime tijd gezamenlijk hebben gewerkt aan de tussen hen niet ter discussie staande doelstelling, te weten het gezamenlijk ontwikkelen van een AGF standaardapplicatie waarmee Imtech de markt kon betreden en waardoor Haluco haar onderhoudskosten op lange termijn kon beheersen. Bij aanvang van de relatie tussen Imtech en Haluco inzake deze applicatie bestond er geen misverstand tussen partijen dat de applicatie nog zeer veel fouten vertoonde. Deze fouten waren kennelijk van zodanige aard dat Haluco in de overeenkomst van 20 februari 2004 (zie 2.6) zich het recht had voorbehouden om indien de toen vastgestelde opleverdatum van 1 juli 2004 niet gehaald zou worden, zich te beraden over voortzetting van de samenwerking. De rechtbank begrijpt dit voorbehoud aldus. Haluco heeft hiermee voor zichzelf de mogelijkheid willen veilig stellen om te stoppen met de samenwerking met Imtech

ten aanzien van het AGF standaardpakket zonder gehouden te zijn tot vergoeding van mogelijke schade die Imtech daardoor mogelijk zou lijden. Ondanks het feit dat de oplevering op 1 juli 2004 niet werd gehaald, maakte Haluco geen gebruik van het voorbehoud en werd een nieuwe opleverdatum vastgesteld.

4.6. Partijen constateren vervolgens dat vanwege de nog steeds aanwezige fouten, en zelfs op een gegeven moment een toename daarvan, ook de nieuw gestelde opleverdata van 1 januari en 1 maart 2005 niet gehaald kunnen worden. Ter comparitie is door Haluco uitdrukkelijk bevestigd dat zij telkenmale akkoord is gegaan met het uitstel van de opleverdata. De rechtbank leidt hieruit af dat beide partijen, dus uitdrukkelijk ook Haluco, voldoende aanleiding zagen om de samenwerking voort te zetten, ondanks de nog steeds aanwezige problematiek.

4.7. In de op 30 mei 2005 ondertekende Overeenkomst (zie 2.11) is uitdrukkelijk opgenomen dat de Overeenkomst de basis voor verdere samenwerking tussen partijen weergeeft en een bevestiging is van een nieuwe start in de relatie tussen partijen. In de Overeenkomst herhalen partijen de doelstelling van hun samenwerking, welke onveranderd is in vergelijking met de start van hun samenwerking. Ook is opnieuw in de Overeenkomst een opleverdatum opgenomen. Aan deze nieuwe opleverdatum zijn dit keer echter uitdrukkelijk consequenties verbonden voor het geval de datum niet wordt gehaald.

4.8. Artikel 8 van de Overeenkomst bevat de overeenstemming die partijen hebben bereikt ten aanzien van de omvang van het bedrag dat Haluco op dat moment nog aan Imtech was verschuldigd. Uit artikel 10 volgt dat de verschuldigdheid afhankelijk is gesteld van een op 1 september 2005 bereikt resultaat, namelijk het al dan niet werkend opgeleverd zijn van het AGF module. Niet ter discussie tussen partijen staat dat er op genoemde datum geen werkend systeem is opgeleverd. De consequenties die partijen daaraan in artikel 10 hebben verbonden zijn tweeërlei. De eerste consequentie kent nog een nadere voorwaarde, namelijk het element van de al dan niet verwijtbaarheid. Indien de niet oplevering verwijtbaar is aan Imtech dan vervalt de verplichting van Haluco om haar schuld te betalen. Indien de niet oplevering niet verwijtbaar is blijft de betalingsverplichting van Haluco bestaan. De regeling die partijen in artikel 10 hebben opgenomen voorziet derhalve in een situatie dat de datum van 1 september 2005 niet wordt gehaald, maar dat er toch een situatie kan zijn waarin de betalingsverplichting van Haluco niet vervalt. Over het element van verwijtbaar zal de rechtbank hierna in meer detail ingaan.

4.9. De tweede consequentie die partijen in artikel 10 hebben opgenomen voor de situatie dat de opleverdatum van 1 september 2005 niet wordt gehaald, ziet op de source code. In dat geval "kan Haluco de source code van de AGF Module voor eigen gebruik en onderhoud aanwenden in de meeste ruime zin van het woord". Naar het oordeel van de rechtbank hebben partijen hiermee de situatie willen regelen in het geval de samenwerking niet meer zou worden voortgezet. Immers, een regeling inzake de source code beoogt de mogelijkheid voor een partij, in dit geval Haluco, zeker te stellen dat die partij het gebruik, ontwikkeling en onderhoud van de software kan voortzetten. Dat partijen in de Overeenkomst de situatie hebben willen voorzien dat de samenwerking zou kunnen worden beëindigd, blijkt ook uit de in artikel 12 opgenomen regeling inzake de source code. Ook dit artikel beoogt Haluco in de gelegenheid te stellen de software te blijven gebruiken, onafhankelijk van Imtech.

4.10. De hiervoor genoemde bepalingen spreken onmiskenbaar de intentie van partijen uit om de situatie te regelen waarin Haluco de gelegenheid krijgt om over de software in meest ruime zin te kunnen blijven beschikken en daarvan dus niet van Imtech afhankelijk te zijn. Door Haluco is ter comparitie verklaard dat zij geen vertrouwen meer heeft dat een andere partij dan Imtech in staat is om het pakket alsnog succesvol te ontwikkelen. Wat hier ook van zij, Haluco heeft bij het ondertekenen van de Overeenkomst ervoor gekozen om haar positie veilig te stellen om zonder Imtech te kunnen doorgaan met de verdere ontwikkeling en implementatie van het softwarepakket. Dit ondanks de moeizame voorgeschiedenis van de ontwikkeling van de software, de investeringen die inmiddels waren gedaan en de wetenschap dat slechts indien de software voor 100% was opgeleverd van een geslaagde ontwikkeling kon worden gesproken. Haluco heeft zich derhalve kunnen realiseren wat de consequenties van de gemaakte afspraken in de Overeenkomst zouden kunnen zijn indien Imtech er niet in zou slagen de AGF module op 1 september 2005 werkend op te leveren.

4.11. Zoals hiervoor is aangegeven, is in artikel 10 de eerste consequentie van het niet halen door Imtech van de opleverdatum nader geclausuleerd. Slechts in het geval het niet opleveren verwijtbaar is aan Imtech vervalt de betalingsverplichting van Haluco aan Imtech. Ook ten aanzien van de betekenis van verwijtbaar in de zin van artikel 10 verschillen partijen van mening.

4.12. Imtech stelt zich op het standpunt dat het niet opleveren van de AGF module niet verwijtbaar is, omdat, zo begrijpt de rechtbank, zij na het sluiten van de Overeenkomst haar uiterste best heeft gedaan om de module werkend op te leveren. Gelet op de nog steeds aanwezige grote en hardnekkige problemen was Imtech van oordeel dat zij de deadline niet zou halen alsmede dat het voor haar geen haalbare kaart zou zijn om de voor Haluco ontwikkelde applicatie als standaard applicatie in de markt te zetten. Om die reden, zo stelt Imtech, heeft zij in augustus 2005 aan Haluco medegedeeld dat zij de deadline niet ging halen en dat zij de beslissing had genomen om de verdere ontwikkeling van een standaardapplicatie te beëindigen.

Ter comparitie heeft Haluco inzake de term "verwijtbaar" het volgende verklaard:

"Het opnemen van "verwijtbaar" heeft te maken met het volgende. Als 1 september 2005 niet gehaald zou kunnen worden omdat Haluco geen personeel ter beschikking zou stellen in de zomermaanden, dan zou dat een situatie zijn die niet verwijtbaar zou zijn aan Imtech."

4.13. De rechtbank constateert dat de verklaring van Haluco in lijn is met de zorg die partijen kennelijk hadden over de beschikbaarheid van personeel aan de zijde van Haluco tijdens de zomermaanden, teneinde de deadline te kunnen halen. Dit blijkt met zoveel woorden uit artikel 4 van de Overeenkomst ("De integratietest zal plaats gaan vinden in de laatste twee weken van augustus. Dat tijdstip leeft op gespannen voet met de vakantieperiode. Beide partijen zullen hier aandacht aan besteden opdat de noodzakelijke deskundigheid in die periode beschikbaar zal zijn") alsmede uit de notulen van 1 juni 2005 (productie 7 bij conclusie van antwoord) onder het kopje "Vakantieplanning Haluco" ("Laatste 2 weken van augustus zal in vakantieplanning Haluco worden ontzien zodat de testen goed gepland kunnen worden").

4.14. Gelet op deze omstandigheden in samenhang gezien met het hiervoor gegeven oordeel van de rechtbank over de ratio van artikel 10, begrijpt de rechtbank de term "verwijtbaar" in de door Haluco gegeven betekenis. Tussen partijen is niet in geding dat voor het succesvol opleveren van de implementatie op 1 september 2005 niet alleen de inzet van Imtech noodzakelijk was, maar dat de implementatie ook afhankelijk was van de inzet en dus ook van de beschikbaarheid van Haluco. Zonder clausulering zou de in artikel 10 opgenomen sanctie voor het niet halen van de deadline namelijk tot gevolg hebben dat Imtech ook in het geval van niet beschikbaarheid van Haluco personeel haar openstaande facturen niet zou krijgen betaald. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de term "verwijtbaarheid" in bovengenoemde betekenis moet worden begrepen en niet zoals Imtech stelt in termen van schuld of risicotoerekening.

4.15. Door Haluco is ter comparitie nog naar voren gebracht dat "het dus niet zo (is) dat 1 september voor ons een datum was waarbij wij er rekening mee hebben gehouden dat Imtech zou kunnen beslissen ermee op te houden".

Voor zover Haluco met deze stelling zich op het standpunt stelt dat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn indien Imtech een beroep zou kunnen doen op artikel 10 om voor 1 september 2005 te stoppen met de ontwikkeling van de standaard AGF module, oordeelt de rechtbank als volgt. Naast hetgeen de rechtbank hierover onder 4.10 en 4.11 reeds heeft opgemerkt, is niet gesteld of gebleken dat Imtech op lichtvaardige wijze tot de conclusie is gekomen dat het niet haalbaar was om de deadline van 1 september 2005 te halen en evenmin om tot het besluit te komen om de ontwikkeling van een standaard AGF module te staken. In ieder geval blijkt dit niet uit de tussenrapportage van 6 juli 2005 van de door Haluco ingeschakelde externe deskundige van het bureau Adfocom. In de Overeenkomst was in de rol van Adfocom bij de beoordeling van het systeem reeds voorzien en was tevens bedongen dat Imtech hieraan zou meewerken, hetgeen, zo blijkt uit de tussenrapportage, ook is gebeurd. In de tussenrapportage van 6 juli 2005 vermeldt Adfocom onder meer:

"De IAS add-on lijkt wel heel erg op IVOS. Of hiermee een standaard Navision AGF oplossing is gerealiseerd is voor ons moeilijk inschatbaar. Het ontwerp zelf is degelijk, en zit goed in elkaar. Een goed fundament met toekomst. (…)".

Vervolgens wordt melding gemaakt van een aantal nog aanwezige problemen. Ten aanzien van de "deadlock"-problematiek vermeldt Adfocom:

"Deze oplossing is echter behoorlijk arbeidsintensief, en is daardoor binnen het beschikbare tijdbestek minder haalbaar."

Vervolgens merkt Adfocom op:

"Het aantal op te lossen knelpunten is nog groot. Het is moeilijk in te schatten of Imtech in staat zal zijn voor oplevering voldoende oplossingen kan aanbrengen om een werkbare situatie te creëren."

4.16. Alle omstandigheden in aanmerking nemend leidt het voorgaande tot de volgende conclusie. Een redelijke uitleg van de Overeenkomst brengt met zich dat partijen hebben voorzien in de situatie dat Imtech niet voor 1 september 2005 een werkend systeem zou kunnen opleveren en welke consequentie partijen daaraan wilden verbinden. Nu Imtech inderdaad geen werkend systeem op de overeengekomen datum heeft opgeleverd en niet gesteld of gebleken is dat dit te wijten is aan de niet beschikbaarheid van Haluco personeel, betekent dit dat Haluco niet is gehouden om het nog openstaande factuurbedrag van € 188.877,70 aan Imtech te voldoen. Dit betekent dat de eis in reconventie wordt afgewezen.

Ook de eis in conventie wordt afgewezen. Er heeft zich immers een situatie voorgedaan waarin partijen in de Overeenkomst hebben voorzien. Het vervallen van de betalingsverplichting van Haluco aan Imtech moet worden opgevat als de consequentie die partijen aan het niet halen van de deadline hebben willen verbinden. Dit betekent dat er voor het overige geen sprake is van een tekortkoming aan de zijde van Imtech in de uitvoering van de Overeenkomst in relatie tot het niet halen van de deadline en het besluit van Imtech om de verdere ontwikkeling van de AGF module te staken. Hierdoor is geen grondslag is voor ontbinding en derhalve evenmin voor de door Haluco gevorderde rechtsgevolgen daarvan.

4.17. Al hetgeen partijen overigens nog hebben aangevoerd kan in het midden blijven nu dit voor de beoordeling geen verschil uitmaakt. Ook in het midden kan blijven de vraag of de overdracht van de broncode door Imtech aan Haluco op rechtsgeldige wijze heeft plaatsgevonden. Haluco heeft hieromtrent immers geen vordering ingesteld.

4.18. Haluco zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Imtech worden begroot op:

- explootkosten EUR 0,00

- vast recht 4.667,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 6.422,00 (2,0 punten × tarief EUR 3.211,00)

Totaal EUR 11.089,00

De vordering van Imtech inzake de wettelijke rente zal, als onweersproken, worden toegewezen. Imtech vordert tevens vergoeding van executiekosten. Deze vordering moet - voor zover deze ziet op nasalaris - worden afgewezen, nu in artikel 237 lid 4 Rv voor het verhaal van deze kosten een bijzondere procedure is voorgeschreven. Voor het overige zijn executiekosten slechts toewijsbaar, als zij in redelijkheid zijn gemaakt, hetgeen op voorhand niet is te beoordelen. Dit onderdeel van de vordering wordt derhalve afgewezen.

4.19. Imtech zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Haluco worden begroot op:

- explootkosten EUR 0,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 710,50 (1,0 punt × factor 0,5 × tarief EUR 1.421,00)

Totaal EUR 710,50

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Haluco in de proceskosten, aan de zijde van Imtech tot op heden begroot op EUR 11.089,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

in reconventie

5.3. wijst de vorderingen af,

5.4. veroordeelt Imtech in de proceskosten, aan de zijde van Haluco tot op heden begroot op EUR 710,50.

Dit vonnis is gewezen door Mr. Ch.E. Bethlem en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2007.

w.g. griffier w.g. rechter