Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ6321

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
10-01-2007
Datum publicatie
17-01-2007
Zaaknummer
222545 / KG ZA 06-1184
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiseres/OMS, een organisatie van medisch specialisten, is geen partij bij de CAO-Ziekenhuizen, maar verlangt toch toelating tot onderhandelingen die in het kader van die CAO zullen plaatsvinden. Het gaat om onderhandelingen over een bijzonder onderdeel van de CAO, de arbeidsvoorwaardenregeling voor medisch specialisten in dienstverband (AMS). Telkens als de CAO opnieuw is afgesloten, wordt de AMS daaraan aangepast in afzonderlijke onderhandelingen tussen de werkgevers en een werknemersorganisatie die lid is van één van de CAO-partijen. Dit jaar is bij het aanpassingsakkoord tevens afgesproken dat overleg over de vernieuwing van de AMS zal plaatsvinden. Aan dit overleg wil OMS deelnemen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2007, 36
JAR 2007/104
JIN 2007/54
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 222545 / KG ZA 06-1184

Vonnis in kort geding van 10 januari 2007

in de zaak van

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

ORDE VAN MEDISCH SPECIALISTEN,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

procureur mr. B.F. Keulen,

advocaat mr. C.J. Hagen te 's-Gravenhage,

tegen

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

NVZ VERENIGING VAN ZIEKENHUIZEN,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

procureur mr. J.M. van Noort,

advocaat mr. P.G. Vestering te Amsterdam,

alsmede

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

ABVAKABO FNV,

gevestigd te Zoetermeer,

3. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

CNV PUBLIEKE ZAAK,

gevestigd te 's-Gravenhage,

4. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

FEDERATIE VAN BEROEPSORGANISATIES IN DE ZORG,

gevestigd te Utrecht,

5. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

LANDELIJKE VERENIGING VAN ARTSEN IN DIENSTVERBAND,

gevestigd te Utrecht,

gedaagden,

advocaat voor de gedaagden sub 2 t/m 5:

mr. R.A.A. Duk te 's-Gravenhage,

alsmede

6. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

NIEUWE UNIE '91,

gevestigd te Utrecht,

7. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

DE UNIE ZORG EN WELZIJN,

gevestigd te Culemborg,

gedaagden,

procureur voor de gedaagden sub 6 en 7:

mr. M. Vetkamp.

De eisende partij zal hierna OMS genoemd worden. De gedaagde partijen worden hierna gezamenlijk aangeduid als gedaagden en afzonderlijk als NVZ, ABVAKABO, CNV, FBZ, LAD, NU '91 en De Unie.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- pleitnota en producties van OMS

- pleitnota en producties van NVZ

- pleitnota, vooraf toegezonden aantekeningen en een productie van ABVAKABO, CNV, FBZ en LAD

- pleitnota van NU '91 en De Unie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij OMS zijn zowel medisch specialisten in dienstverband als vrij gevestigde medisch specialisten aangesloten. In de statuten van OMS is recentelijk de bevoegdheid tot het sluiten van CAO’s opgenomen.

2.2. Bij LAD zijn artsen in dienstverband aangesloten, onder wie ook medisch specialisten in dienstverband.

2.3. NVZ is een organisatie van werkgevers in de ziekenhuissector, die met ABVAKABO, CNV, FBZ, NU '91 en De Unie als werknemersorganisaties partij is bij de Collectieve Arbeidsovereenkomst Ziekenhuizen, hierna te noemen: de CAO. LAD is als lid van FBZ bij de CAO betrokken. De CAO is laatstelijk overeengekomen voor de periode 1 januari 2006 tot en met 31 januari 2008.

2.4. In de CAO is sinds 2001 een afzonderlijke regeling voor medisch specialisten in dienstverband opgenomen, te weten de Arbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten, hierna te noemen: de AMS.

2.5. In de CAO is ten aanzien van de AMS onder meer het volgende vermeld:

“Artikel 2.4. Arbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten (AMS)

1. De AMS maakt als hoofdstuk 16 deel uit van de Cao Ziekenhuizen, met dien verstande dat met de AMS een volledige arbeidsvoorwaardelijke regeling wordt beoogd. (…)

2. De salaris- en premieontwikkeling van de Cao Ziekenhuizen zullen, volgens de vigerende systematiek, vanaf 28 februari 2002 worden gevolgd. De AMS zal vanaf 28 februari 2002 ten aanzien van relevante ontwikkelingen met betrekking tot bepalingen in de cao, die als gevolg van de AMS niet van toepassing zijn, op een passende wijze aansluiting zoeken, rekening houdende met de bijzondere positie van medisch specialisten binnen het ziekenhuis en het karakter van de in de AMS geregelde arbeidsvoorwaarden. (…).”

2.6. In de AMS is onder meer het volgende bepaald:

“Artikel 1.2.2. Samenhang CAO, AMS en overige regelingen

1. De AMS maakt als hoofdstuk 15 [thans: hoofstuk 16; opm. rechter] AMS deel uit van de CAO met dien verstande dat met de AMS een volledige arbeidsvoorwaardelijke regeling wordt beoogd.

(…)

5. In de AMS wordt ten aanzien van relevante wijzigingen in de CAO, die als gevolg van de AMS niet van toepassing zijn, op passende wijze aansluiting gezocht. Daarbij wordt rekening gehouden met de bijzondere positie van de medisch specialisten binnen het ziekenhuis en het karakter van de in de AMS geregelde arbeidsvoorwaarden.

(…)

7. Ten aanzien van de relevante wijzigingen zoals bedoeld in lid 5 vindt uiterlijk drie maanden na inwerkingtreding van die CAO bepalingen overleg plaats tussen de NVZ en de LAD. De dan overeengekomen wijzigingen worden ter goedkeuring voorgelegd aan CAO partijen.”

2.7. LAD heeft met NVZ de onderhandelingen gevoerd over de totstandkoming van de oorspronkelijke AMS en over de nadien gevolgde wijzigingen van de AMS. De wijzigingen als bedoeld in artikel 1.2.2, lid 7, AMS - hiervoor onder 2.6 weergegeven - worden ook aangeduid als het “doorvertalen” van de CAO naar de AMS.

2.8. OMS was destijds bij de totstandkoming van de oorspronkelijke AMS betrokken doordat LAD in haar onderhandelingsdelegatie ook enkele personen had opgenomen die tevens lid van OMS waren en voor OMS optraden. Bij de onderhandelingen over de latere aanpassingen van de AMS heeft LAD daarover steeds contact gehouden met OMS en heeft zij in voorkomende gevallen ook de standpunten van OMS in het overleg met NVZ betrokken.

2.9. In augustus 2006 hebben NVZ en LAD het “Principeakkoord Doorvertaling CAO Ziekenhuizen 2006-2008 naar de AMS” bereikt. Dit akkoord is in september 2006 door de CAO-partijen goedgekeurd. In het principeakkoord is tevens het volgende opgenomen:

“Toekomst AMS

De NVZ en de LAD zullen met elkaar in overleg treden over het inhoudelijk vernieuwen van de AMS.”

2.10. Bij schrijven van 5 oktober 2006 heeft OMS aan ieder van de CAO-partijen verzocht te worden toegelaten tot de voorgenomen onderhandelingen over de aanpassing van de AMS. Enkele van de CAO-partijen hebben hierop afwijzend gereageerd.

2.11. Bij brief van 17 november 2006 heeft NVZ aan LAD uitgangspunten en voorstellen toegezonden in het kader van het overleg over de vernieuwing van de AMS. Bij schrijven van 23 november 2006 heeft LAD daarop gereageerd. Het verdere overleg is opgeschort in afwachting van de beslissing in dit kort geding.

3. Het geschil

3.1. OMS vordert - samengevat - :

a) dat gedaagden worden veroordeeld om OMS uit te nodigen en toe te laten tot de onderhandelingen en de besluitvorming over de AMS;

b) dat aan gedaagden wordt verboden om te beraadslagen, te onderhandelen of te besluiten over de AMS zonder dat OMS daarbij is toegelaten;

een en ander op straffe van een door ieder van gedaagden te verbeuren dwangsom.

3.2. Gedaagden voeren verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. OMS legt aan haar vordering ten grondslag dat gedaagden onrechtmatig jegens haar handelen door haar niet toe te laten tot de onderhandelingen en de besluitvorming over de vernieuwing van de AMS. Volgens OMS heeft zij recht op die toelating, nu (i) zij door haar statutenwijziging voldoet aan de wettelijk vereiste bevoegdheid tot het sluiten van CAO’s; (ii) zij met betrekking tot de AMS zowel absoluut als relatief representatief is; en (iii) de vernieuwing van de AMS zeer belangrijke onderwerpen betreft die de belangen van haar leden rechtstreeks raken en waarbij zij, OMS, een belangrijke inbreng kan en wil leveren.

4.2. Dit standpunt kan niet worden aanvaard. Het staat partijen bij een nog lopende CAO vrij om nader te overleggen of te onderhandelen over (een onderdeel van) die CAO en ook om te besluiten tot tussentijdse wijziging van die CAO. In dit geval gaat het om de AMS, die onderdeel vormt van de nog tot 2008 lopende CAO, zij het ook dat dit onderdeel een zelfstandige arbeidsvoorwaardenregeling omvat. Vast staat dat onderhandelingen over dit onderdeel, de AMS, worden gevoerd door NVZ enerzijds en LAD als één van de leden van FBZ anderzijds, maar dat het resultaat van die onderhandelingen door alle CAO-partijen moet worden goedgekeurd. OMS is zelf geen partij bij de CAO en is ook niet - zoals LAD - als lid van één van de CAO-partijen bij de CAO betrokken. Onder deze omstandigheden kan OMS dan ook geen aanspraak maken op toelating tot de onderhandelingen over de AMS die thans in het kader van de lopende CAO plaatsvinden. Voor zover de stelling van OMS ertoe strekt dat haar aanspraak op toelating volgt uit haar - beweerde - recht op collectief onderhandelen, gaat dit niet op, nu dat recht niet ziet op de situatie dat een CAO reeds is overeengekomen. De vraag naar de representativiteit, die (mede) bepalend is voor een eventueel recht op collectief onderhandelen, kan derhalve - anders dan OMS heeft gesteld - niet aan de orde komen.

4.3. Het voorgaande wordt niet anders door het enkele feit dat OMS - zoals zij stelt - groot belang heeft bij deelname aan de onderhandelingen omdat het - kort gezegd - gaat om onderwerpen die vérstrekkende gevolgen kunnen hebben voor haar leden. Weliswaar blijkt uit de uitgangspunten en de vernieuwingsvoorstellen die NVZ inmiddels in het kader van de bedoelde onderhandelingen aan LAD heeft voorgelegd, dat er ingrijpende wijzigingen aan de orde zullen komen, waarbij ook de mogelijkheid om de AMS van de CAO los te koppelen niet wordt uitgesloten, doch het belang van OMS om daarbij betrokken te zijn, kan op zich zelf geen aanspraak op toelating geven en kan dus ook niet meebrengen dat OMS ondanks hetgeen hiervoor is overwogen, toch tot de onderhandelingen toegelaten moet worden. Overigens kan OMS, zij het ook op indirecte wijze, haar standpunten in de onderhandelingen kenbaar maken, nu LAD zich ter zitting uitdrukkelijk bereid heeft verklaard om OMS op dezelfde wijze als in de afgelopen jaren te informeren over het verloop van de onderhandelingen en OMS daarbij gelegenheid te geven voor reactie en overleg. Bovendien zou ook zonder deze inbreng van OMS de behartiging van de belangen van haar leden niet ontbreken, nu vast staat dat - wat er ook zij van de precieze aantallen - een groot deel van de leden van OMS die in dienstverband werkzaam zijn, tevens lid is van LAD.

4.4. Een en ander leidt ertoe dat de vordering zal worden afgewezen.

4.5. OMS zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. Het verweer van NU '91 en De Unie, welk verweer uitsluitend strekt tot veroordeling van OMS in de kosten die aan hun zijde zijn gevallen, behoeft derhalve geen bespreking meer.

De kosten aan de zijde van gedaagden worden begroot als volgt:

Voor NVZ:

- vast recht EUR 248,--

- salaris procureur -- 816,--

Totaal EUR 1.064,--

Voor ABVAKABO, CNV, FBZ en LAD:

- vast recht EUR 248,--

- salaris procureur -- 816,--

Totaal EUR 1.064,--

Voor NU '91 en De Unie:

- vast recht EUR 248,--

- salaris procureur -- 816,--

Totaal EUR 1.064,--

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. wijst de vordering af;

5.2. veroordeelt OMS in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van NVZ begroot op EUR 1.064,--; aan de zijde van ABVAKABO, CNV, FBZ en LAD eveneens begroot op EUR 1.064,--; en ook aan de zijde van NU '91 en De Unie begroot op EUR 1.064,--;

5.3. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Delft-Baas en is in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2007.?

w.g. griffier w.g. rechter