Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ5028

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
22-12-2006
Datum publicatie
22-12-2006
Zaaknummer
16/500161-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

"Moneyboys"; gelijkheidsbeginsel; motivering vrijspraak van geweldadig dwingen tot afsluiten telefooncontracten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer(s): 16/500161-06

Datum uitspraak: 22 december 2006

Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak

gewezen in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres].

Raadsman: mr. E.J.A.A. van Dal.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 december 2006.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

Vrijspraak

Niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair en subsidiair en 2 primair en subsidiair is ten laste gelegd. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De officier van justitie heeft tot vrijspraak gerequireerd.

Nadere motivering vrijspraak:

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte en diens medeverdachte de twee aangeefsters hebben overgehaald om bij verschillende telefoonwinkels telefooncontracten af te sluiten en telkens de mobiele telefoon die op grond van het contract werd ontvangen aan hen af te geven. Verdachte en zijn medeverdachte stelde de aangeefsters geld in het vooruitzicht en vertelden hen dat er geen nadelige gevolgen uit voort zouden vloeien omdat hun gegevens zouden worden gewist. Niet bewezen is dat zij de aangeefsters tot het afsluiten van de telefooncontracten hebben bewogen door geweld tegen hen te gebruiken dan wel hen met geweld te bedreigen dan wel hen op enige andere wijze hiertoe te dwingen.

De rechtbank hecht in dit verband, evenals de officier van justitie, waarde aan de eerste verklaringen die door de aangeefsters bij de politie zijn afgelegd. In die verklaringen wordt geen enkele melding gemaakt van geweld of bedreiging met geweld.

Hoewel het tenlastegelegde daarom niet is bewezen, kwalificeert de rechtbank het handelen van verdachte en diens medeverdachte als laakbaar, nu zij met het oog op persoonlijk gewin voor hen onbekende meisjes hebben overgehaald telefooncontracten af te sluiten.

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering. De vordering strekt tot vergoeding van geleden materiƫle schade ten gevolge van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit.

Nu aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing zal vinden, dient de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De benadeelde partij en de verdachte moeten ieder de eigen kosten dragen.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en subsidiair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij niet ontvankelijk in de vordering.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mrs E.C. Ruinaard, V. van Amstel en Y.A.T. Kruijer, bijgestaan door mr. E.J. Willekers, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 december 2006.