Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ3874

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
04-12-2006
Datum publicatie
07-12-2006
Zaaknummer
SBR 06-1685
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Publicatie van verleende bouwvergunning duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Overschrijding van bezwaartermijn niet verschoonbaar. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 06/1685

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2006

inzake

[eiser],

wonende te Utrecht,

eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,

verweerder.

Inleiding

1.1 Het beroep heeft betrekking op het besluit van verweerder van 17 februari 2006, waarbij het bezwaar tegen het besluit van verweerder van 10 februari 2005 niet-ontvankelijk is verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. Bij laatstgenoemd besluit is een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een GSM-mast aan de Mostperenlaan te Utrecht.

1.2 Het beroep is behandeld ter zitting van 17 november 2006, waar eiser is verschenen. Namens verweerder is verschenen mr. N. Oosterwegel, werkzaam bij de gemeente Utrecht.

Overwegingen

2.1 Op 1 september 2004 heeft KPN Mobiel Nederland (hierna: vergunninghouder) een aanvraag om een bouwvergunning ingediend voor het plaatsen van een zendmast ten behoeve van mobiele communicatie op het perceel Mostperenlaan.

Bij besluit van 10 februari 2005 is (binnenplanse) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een GSM-antennemast, inclusief bijbehorende techniekkast en hekwerk op het perceel Mostperenlaan, kadastraal bekend gemeente Vleuten, sectie E, nr. 2356 (ged).

Bij brief van 25 september 2005 heeft eiser bezwaar aangetekend tegen voornoemd besluit.

Verweerder heeft bij besluit van 17 februari 2006 het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend.

2.2 In beroep heeft eiser gesteld - kort gezegd - dat bij de publicatie verweerder heeft verzuimd te vermelden dat sprake is van een afwijking van het bestemmingsplan, de wijze waarop bezwaar kan worden gemaakt onvermeld is gebleven, geen huisnummer of indicatie van plaats is aangegeven, voorts geen melding is gemaakt dat het een plaatsen van een UMTS-mast betreft en dat ook de hoogte van de antennemast onvermeld is gebleven. Pas na plaatsing, aldus eiser, is voor de bewoners zichtbaar geworden hoe hoog de mast werkelijk is geworden. Nadien, in de zomer, is ook de geluidsoverlast die de mast veroorzaakt duidelijk geworden.

Naar het oordeel van eiser is hij niet in verzuim geweest met het tijdstip van indiening van het bezwaarschrift. De door verweerder gekozen wijze van communiceren is dusdanig afwijkend en onvolledig geweest, dat individuele belanghebbenden zich redelijkerwijs geen inschatting van de mogelijke gevolgen van deze publicatie van de verleende bouwvergunning hebben kunnen maken. Het recht om inspraak te hebben en om bezwaar aan te tekenen op de daarvoor voorgeschreven wijze is eiser daarmee ontnomen.

2.3 De rechtbank dient te beoordelen of verweerder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en overweegt daartoe het volgende.

2.4 Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken.

In artikel 6:8, eerste lid, van de Awb is bepaald dat deze termijn aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Ingevolge artikel 3:41, eerste lid, van de Awb geschiedt de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.

2.5 Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het vóór het einde van de termijn is ontvangen.

Ingevolge artikel 6:9, tweede lid, van de Awb is het bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien voor het einde van de termijn van zes weken ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

2.6 Artikel 6:11 van de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de hiervoor genoemde termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

2.7 De rechtbank stelt vast dat het besluit van verweerder van 10 februari 2005, is verzonden op 14 februari 2005 en is gepubliceerd in Gemeente Informatie van 23 februari 2005. In deze publicatie staat onder het kopje AFGEHANDELDE BOUWPLANNEN, Bouwvergunning vermeld: Mostperenlaan Het bouwen van een gsm-antennemast, inclusief bijbehorende techniekkast en hekwerk: Verleend.

In de publicatie staat voorts vermeld dat tegen een verleende bouwvergunning bezwaar kan worden aangetekend bij verweerder, en dat de termijn van indiening van een bezwaarschrift zes weken is en ingaat op de dag na de verzenddatum van het besluit.

2.8 Het bezwaarschrift van eiser is op 28 september 2005 ingekomen bij verweerder. Eiser heeft derhalve de voor het instellen van het bezwaar gestelde termijn niet in acht genomen.

2.9 Naar het oordeel van de rechtbank vormt hetgeen eiser aanvoert onvoldoende reden om het niet tijdig instellen van het bezwaar verschoonbaar te achten. De rechtbank is niet gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest.

Naar het oordeel van de rechtbank is de publicatie van 23 februari 2005 duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Dat verweerder tegenwoordig bij de publicatie per verleende bouwvergunning vermeldt bezwaarprocedure mogelijk, doet daar niet aan af.

Voor zover er voor eiser onduidelijkheid bestond over de omvang en de exacte plaats van het vergunde bouwwerk en over de te volgen bezwaarprocedure, had het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van eiser gelegen zich daarover te informeren.

Ook nadat het bouwwerk was opgericht heeft eiser nog geruime tijd gewacht met het indienen van zijn bezwaarschrift. De in de zomer van 2005 gesignaleerde geluidsoverlast van de opgerichte mast, volgens eiser bestaande uit een fluitend en spookachtig geluid, heeft eiser er toe gebracht om eerst eind september 2005 alsnog bezwaar aan te tekenen.

2.10 Verweerder heeft het betreffende bezwaarschrift naar het oordeel van de rechtbank terecht en op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard.

2.11 De door eiser aangevoerde bezwaren kunnen gelet op het voorgaande niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit, zodat het beroep ongegrond dient te worden verklaard. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen.

Beslissing

De rechtbank Utrecht,

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. S. Wijna en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2006.

De griffier: De rechter:

A. Heijboer mr. S. Wijna

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat, binnen zes weken na de dag van bekendmaking hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.