Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ1191

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
12-04-2006
Datum publicatie
02-11-2006
Zaaknummer
207807/FA RK 06-624
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wijziging co-ouderschapsregeling afgewezen, omdat de door de moeder voorgenomen verhuizing naar een ander deel van het land de uitvoering van de co-ouderschapsregeling tussen de kinderen en de vader feitlijk onmogelijk maakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2007/31 met annotatie van PVl, tevens behorend bij «JPF» 2007/32
Prg. 2006, 187
FJR 2007, 19

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rekestnummer: 207807 / FA RK 06-624

Wijziging omgangsregeling

Beschikking van 12 april 2006

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te[gemeente]laats], gemeente [gemeente],

verzoekster,

hierna: de moeder,

procureur: mr. V.C.Th. van 't Westende Meeder,

tegen

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

hierna: de vader,

procureur: mr. E.H. de Jonge-Wiemans.

1. Verloop van de procedure

De moeder heeft op 31 januari 2006 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend dat strekt tot wijziging van een omgangsregeling tussen de vader en de hierna te noemen minderjarigen.

De vader heeft op 21 februari 2006 een verweerschrift ingediend.

Er zijn van de zijde van de moeder nader stukken ontvangen.

De minderjarige [naam kind 1] is op 6 maart 2006 door de rechter gehoord.

De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 7 maart 2006.

2. Vaststaande feiten

? Het huwelijk van partijen is door echtscheiding ontbonden.

? De minderjarige kinderen van partijen zijn:

[naam kind 1], geboren op 29 december 1993 te [woonplaats],

[naam kind 2], geboren op 15 mei 1996 te [woonplaats].

? Partijen zijn belast met het ouderlijk gezag.

? Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 17 november 2004 is onder meer bepaald dat de minderjarigen iedere week op maandag, dinsdag en woensdag bij de moeder verblijven en op donderdag en vrijdag bij de vader. De minderjarigen verblijven voorts de ene week op zaterdag en zondag bij de moeder en de andere week bij de vader. Op grond van het vorenstaande verblijven de minderjarigen tijdens de vakantieperioden tien dagen per jaar extra bij de vader.

3. Beoordeling van het verzochte

3.1. De moeder heeft verzocht om de bij beschikking van deze rechtbank d.d. 17 november 2004 bepaalde omgangsregeling te wijzigen en te bepalen dat na haar verhuizing de vader op dinsdag en woensdag omgang met de minderjarigen zal hebben. De moeder stelt dat zij medio dit jaar vanwege het werk van haar nieuwe partner, die in de Randstad werkt, met de kinderen naar Rockanje gaat verhuizen. De moeder stelt voorts dat de vader op dinsdag en woensdag in Maassluis werkzaam is zodat de kinderen tijdens deze dagen bij hem kunnen verblijven. Volgens haar wordt de omgang tussen de vader en de kinderen hierdoor niet bemoeilijkt.

3.2. De vader heeft zich daartegen verweerd. Aangevoerd is dat de overeenkomst van partijen terzake de huidige co-ouderschapsregeling is te beschouwen als een vaststellings-overeenkomst en dat deze regeling goed verloopt. Deze regeling kan niet eenzijdig worden gewijzigd. Tijdens zijn werkdagen in Maassluis zou hij alleen ’s avonds tijd voor de kinderen hebben, aldus de vader. Voorts verblijft hij aldaar op een zolder die niet geschikt is om de kinderen te laten overnachten.

3.3. De rechtbank oordeelt als volgt.

De rechtbank neemt als uitgangspunt dat tussen partijen co-ouderschap bestaat. Dat houdt elk geval in dat partijen gehouden zijn belangrijke beslissingen over de kinderen gezamenlijk te nemen. Daaronder vallen beslissingen over de verblijfplaats van de kinderen en de mate waarin en de omstandigheden waaronder de kinderen met beide ouders contact met elkaar onderhouden. In dit geval is de beslissing over de verblijfplaats en de omgang niet gezamenlijk genomen.

3.4. Ter terechtzitting is gebleken dat de moeder zonder enig voorafgaand overleg met de vader heeft besloten om met medeneming van de kinderen en tezamen met haar nieuwe partner te verhuizen naar Rockanje. Ter terechtzitting heeft de moeder verklaard dat een andere reden voor de voorgenomen verhuizing is dat het huurcontract van de huidige woning binnenkort expireert en dat zij er niet in is geslaagd een voor haar aanvaardbare woning in de nabijheid van die van de vader te vinden.

De door de moeder aangevoerde gronden zijn onvoldoende onderbouwd om af te wijken van het zojuist verwoorde uitgangspunt. Gesteld noch gebleken is dat het in het belang van de kinderen en het voortzetten van het co-ouderschap zou zijn dat de kinderen zo ver van de vader zouden gaan wonen. De aangevoerde reden, werkzaamheden van de partner van de moeder, kunnen niet doorslaggevend zijn, nu gesteld noch gebleken is dat verhuizing naar Rockanje voor dat doel noodzakelijk is en noodzakelijkerwijze wel ten koste van de gezamenlijke tijd van de kinderen en de vader moet gaan. Ook heeft de moeder haar stelling dat het onmogelijk is gebleken een passende woning in (de omgeving van) [woonplaats] te vinden, niet onderbouwd.

3.5. Het staat vast dat een verhuizing van de kinderen naar Rockanje reeds door de daardoor te veroorzaken afstand tot de woning van de vader in [woonplaats] nadelig wordt beïnvloed. De door de moeder geopperde mogelijkheid dat de vader de kinderen op een doordeweekse dag kan ontvangen boven zijn praktijk in Maassluis (alwaar hij twee dagen per week praktijk houdt en dan slaapt op een zolderkamer) kan niet als een adequaat alternatief worden aangemerkt. Onweersproken is immers gebleven het verweer van de vader dat die zolderkamer slechts een vertrek kent en ongeschikt is om twee kinderen wekelijks te ontvangen en te laten overnachten.

3.6. Met inachtneming van voormeld uitgangspunt oordeelt de rechtbank dat het niet in het belang van de kinderen moet worden geacht dat zij hun vader minder zullen zien. De voorgenomen verhuizing is gelet op hetgeen in 3.4 en 3.5 is overwogen onvoldoende reden om de huidige co-ouderschapregeling te wijzigen. Het verzoek van de moeder moet dan ook worden afgewezen.

4. Beslissing

Het verzoek wordt afgewezen.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Penders, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. C. van ’t Hof, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2006.?