Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2006:AY7679

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
07-09-2006
Datum publicatie
07-09-2006
Zaaknummer
215529 / KG ZA 06-674
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kern van het geschil is de vraag of de campinghouder (Green Spirit) gerechtigd is de stacaravan van eiser te verplaatsen en van die voorgenomen verplaatsing mededeling te doen aan derden. Deze vraag wordt wegens de herstructurering van de camping bevestigend beantwoord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 215529 / KG ZA 06-674

Vonnis in kort geding van 7 september 2006

in de zaak van

[eiser],

wonende te Utrecht,

eiser,

procureur mr. J. van de Riet,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GREEN SPIRIT BV,

gevestigd en kantoorhoudende te Bilthoven,

gedaagde,

advocaat mr. M.C.J. Freijters te Koekange.

Partijen zullen hierna [eiser] en Green Spirit genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Green Spirit.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Tussen [eiser] en (de rechtsvoorgangster van) Green Spirit bestaat sinds 2000 een huurovereenkomst ingevolge welke [eiser] een standplaats huurt op de camping aanvankelijk “De Biltse Duinen” en thans “Bos Park Bilthoven” genaamd.

2.2. [eiser] heeft in 2001 een nieuwe stacaravan op het door hem gehuurde perceel geplaatst en heeft deze voorzien van een aanbouw en schuur.

2.3. [eiser] heeft in 2003 aan Green Spirit toestemming verzocht om zijn stacaravan met behoud van standplaats te mogen verkopen. Green Spirit heeft bij brief van 5 april 2003 toestemming verleend maar heeft nadien bij brief van 16 februari 2004, stellende dat de stacaravan niet aan de voor het Park geldende Bouwregels voldoet, van [eiser] verlangd dat hij deze zal aanpassen aan de daarvoor geldende regels. Green Spirit heeft daarbij aangegeven de huurovereenkomst per 31 december 2004 als ontbonden te beschouwen indien de caravan niet aan de wensen van Green Spirit zal zijn aangepast voor het einde van 2004.

2.4. De kantonrechter te Utrecht heeft bij vonnis van 4 mei 2005 op de daartoe door [eiser] jegens Green Spirit ingestelde vorderingen, geoordeeld dat Green Spirit niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten de gevraagde toestemming aan [eiser] te onthouden. De kantonrechter heeft in genoemd vonnis onder meer het volgende beslist:

“4.1.veroordeelt Green Spirit om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis haar

onvoorwaardelijke schriftelijke toestemming voor de verkoop met behoud van

standplaats aan [eiser] af te geven;

(…)

4.4. veroordeelt Green Spirit om zich te onthouden van negatieve uitlatingen over de

stacaravan van [eiser] tegenover geïnteresseerden;

(…)

4.7. verklaart voor recht dat de huurovereenkomst niet per 31 december 2004 is

geëindigd omdat de opzegging op ongeldige gronden is gedaan;”

De kantonrechter heeft aan de onder 4.1 en 4.4. uitgesproken veroordelingen dwangsommen verbonden.

2.5. In de loop van 2005 hebben zich, bij zowel [eiser] als bij Green Spirit, geïnteresseerden in de door [eiser] te koop aangeboden stacaravan gemeld. De stacaravan is echter tot op heden niet verkocht.

2.6. Green Spirit is bezig met een herstructurering en herverkaveling van de camping. Een aantal chalets en stacaravans zijn reeds naar andere plaatsen overgebracht. Green Spirit voert deze herstructurering in verschillende fases uit en heeft [eiser] bij brief van 22 december 2004 van de herstructurering op de hoogte gesteld. Ingevolge deze plannen dient [eiser] zijn caravan, aanvankelijk per 1 januari 2007, doch thans per 1 januari 2008, te hebben verplaatst. Green Spirit heeft [eiser] gewezen op andere standplaatsen op de camping.

In de “voorwaarden vaste plaatsen Bos Park Bilthoven” is in artikel 12 lid 3 sub c de navolgende bepaling opgenomen.

“Indien de ondernemer geen verlenging van de overeenkomst wenst, kan

hij – met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden voor de afloop van de

lopende periode en schriftelijk – uitsluitend opzeggen indien:

(…)

c. De ondernemer wegens concrete plannen tot een al dan niet ingrijpende

herstructurering van zijn bedrijfsterrein de plaats nodig heeft. Indien de

ondernemer de overeenkomst wil beëindigen wegens een ingrijpende

herstructurering, dan dient hij tevens de recreant daarvan tijdig, dat wil zeggen

tenminste 1 jaar van tevoren, op de hoogte te stellen.”

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert - samengevat - de veroordeling van Green Spirit tot betaling van de uit hoofde van het vonnis van 4 mei 2005 verbeurde dwangsommen, vermeerderd met een voorschot op de door [eiser] geleden schade, alsmede de veroordeling van Green Spirit om schriftelijk en onvoorwaardelijk te bevestigen dat zij aan potentiële kopers van de caravan zal bevestigen dat de stacaravan met toebehoren met behoud van standplaats mag worden verkocht en dat de stacaravan niet verplaatst hoeft te worden, met het aan Green Spirit op te leggen verbod om aan potentiële kopers mee te delen dat [eiser] zijn stacaravan niet met behoud van standplaats zou mogen verkopen en dat de caravan verplaatst zou moeten worden. Een en ander op straffe van dwangsommen en met veroordeling van Green Spirit in de kosten van dit geding.

3.2. Green Spirit BV voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De gevorderde voorziening strekt mede tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling - bij afweging van de belangen van partijen - aan toewijzing niet in de weg staat.

4.2. [eiser] legt aan zijn geldvordering, die uit meerdere onderdelen bestaat, het volgende ten grondslag.

dwangsommen

De kantonrechter heeft geoordeeld dat [eiser] de caravan met behoud van standplaats mag verkopen en heeft Green Spirit veroordeeld zich jegens potentiële kopers te onthouden van negatieve uitlatingen over de stacaravan van [eiser]. De kantonrechter heeft aan beide veroordelingen dwangsommen verbonden.

Green Spirit is echter de mening toegedaan dat de caravan van [eiser] moet worden verplaatst in het kader van de herstructurering van het terrein en Green Spirit vertelt dat ook aan potentiële kopers van de stacaravan die vervolgens om die reden van de koop afzien. Green Spirit heeft met haar negatieve uitlatingen over de stacaravan en haar stelling dat de stacaravan niet op de huidige standplaats mag blijven staan, het vonnis van de kantonrechter overtreden en mitsdien EUR 10.000,-- dan wel EUR 2.000,-- aan dwangsommen verbeurd.

schadevergoeding

De stacaravan staat nu al sinds 2003 te koop. Green Spirit heeft de door [eiser] beoogde verkoop telkens feitelijk onmogelijk gemaakt. Green Spirit is om die reden gehouden de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden. Deze schade bestaat uit de door [eiser] betaalde stagelden over de jaren 2004, 2005 en 2006, in totaal EUR 6.430,68 alsmede EUR 1.356,34 aan verzekeringspremies. Bovendien is door de lange periode waarin de stacaravan te koop staat en door de onjuiste berichtgeving daarover door Green Spirit, de stacaravan in waarde verminderd met EUR 20.000,--. Ook voor deze schade is Green Spirit aansprakelijk. Daarnaast heeft [eiser] ook emotionele schade geleden, waarvan thans een voorschot van EUR 10.000,-- wordt gevorderd. [eiser] kampt met een hoge bloeddruk en heeft slapeloze nachten. Ook heeft hij een hartinfarct gekregen waarvan de oorzaak moet worden toegeschreven aan de spanningen ten gevolge van de discussie met Green Spirit. Tenslotte heeft [eiser] kosten moeten maken bij zijn pogingen om deze kwestie buiten rechte af te doen. Deze kosten, ad EUR 656,88, moeten door Green Spirit worden vergoed.

4.3. De kern van het geschil, die zowel de grondslag voor de hiervoor bedoelde geldvordering als de grondslag van de onder 3.1. geformuleerde overige veroordelingen, omvat, wordt gevormd door de vraag of Green Spirit gerechtigd is de stacaravan van [eiser] te verplaatsen en van die voorgenomen verplaatsing mededeling te doen aan derden.

4.4. Het vonnis van de kantonrechter lijkt op het eerste gezicht aanwijzing te geven voor de stelling dat [eiser] de stacaravan niet behoeft te verplaatsen. [eiser] heeft echter niet betwist dat Green Spirit op grond van de onder 2.6. genoemde voorwaarden bevoegd is om haar bedrijfsterrein te herstructureren. Die bevoegdheid is ook door de kantonrechter aangenomen. In het vonnis van de kantonrechter is tevens overwogen dat het op dat moment nog onzeker was of de herstructurering daadwerkelijk doorgang zou vinden. Derhalve is niet aannemelijk dat de kantonrechter heeft beoogd die bevoegdheid uit te sluiten en daarmee het gebruik van de onderhavige standplaats -in afwijking van de voor de overige standplaatsen geldende regels- ongelimiteerd heeft willen toewijzen.

Deze bevoegdheid brengt mee dat Green Spirit, met inachtneming van een aanzegtermijn van één jaar, van haar huurders mag verlangen dat zij hun stacaravan naar een ander perceel zullen verplaatsen. [eiser] heeft derhalve niet aannemelijk gemaakt dat Green Spirit in strijd met het vonnis van de kantonrechter handelt door thans gebruik van haar bevoegdheid te maken. Nu Green Spirit heeft gesteld dat zij verschillende percelen aan [eiser] heeft aangeboden en hem ook tegemoet wil komen in de kosten van verplaatsing en die stelling niet is betwist, is derhalve ook niet aannemelijk geworden dat Green Spirit misbruik van die bevoegdheid maakt.

De enkele omstandigheid dat de buren van het perceel van [eiser] op dit moment nog niet zijn aangeschreven om hun caravan per 1 januari 2008 te verplaatsen, doet aan het voorgaande niet af.

4.5. [eiser] heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat Green Spirit zich jegens derden negatief over de caravan heeft uitgelaten. Die stelling heeft hij in onvoldoende mate onderbouwd. Voor zover [eiser] wenst te bewerkstelligen dat Green Spirit zich jegens derden niet mag uitlaten over de toekomstige verplaatsing van de stacaravan, wordt het volgende overwogen.

Mededeling van toekomstige verplaatsing van de stacaravan dan wel nagaan of derden door [eiser] daarvan op de hoogte zijn gebracht, kan niet als een negatieve uitlating in de zin van het vonnis van de kantonrechter worden aangemerkt. De mededeling van de toekomstige verplaatsing vloeit immers rechtstreeks voort uit de wettelijke mededelings-plicht van Green Spirit aan aspirant huurders van de standplaats.

4.6. Het voorgaande brengt mee dat de geldvordering wordt afgewezen. Evenmin kan aan Green Spirit worden verboden dat zij afziet van haar recht tot verplaatsing en het doen van mededelingen omtrent de verplaatsding aan derden.

4.7. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Green Spirit BV worden begroot op:

- vast recht EUR 248,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.064,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Green Spirit BV tot op heden begroot op EUR 1.064,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Delft-Baas en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2006.?

w.g. griffier w.g. rechter