Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2006:AY5147

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
25-07-2006
Datum publicatie
28-07-2006
Zaaknummer
SBR 05-3385 en 3386
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bezwaar van de informele vereniging ten onrechte n-o verklaard. De omstandigheden ter plaatse, kleine gemeenschap en werkgroep en overzichtelijke acties die vooral worden gestuurd door de agenda van de plaatselijke overheid, maken dat een aantal kenmerken uit de aard der zaak afwezig zullen zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummers: SBR 05/3385 en 3386

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2006 inzake

de Vereniging Elst/Rhenen Veilig en Groen en [eiser], gevestigd, respectievelijk wonende, te Elst,

eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen,

verweerder.

Inleiding

1.1 De beroepen hebben betrekking op de besluiten van verweerder van 27 september 2005, waarbij de bezwaren van eisers tegen het besluit van verweerder van 13 april 2005 niet-ontvankelijk zijn verklaard. Bij laatstgenoemd besluit is aan Mara B.V. vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een bouwmarkt op het perceel Tasveld 38 te Rhenen.

1.2 De beroepen zijn behandeld ter zitting van 7 juli 2006, waar eisers zijn verschenen in de persoon van [eiser]. Namens verweerder is verschenen mr. M. Rigterink-Kun, werkzaam bij de gemeente Rhenen.

Overwegingen

2.1 Het bouwplan behelst de bouw van een inmiddels gerealiseerde bouwmarkt met een oppervlakte van ca. 2857 m² op het industrieterrein Remmerden dat ontsluit op, respectievelijk is gelegen aan, de provinciale weg N 225 tussen de bebouwde kommen Elst en Rhenen.

Eiser [eiser] is woonachtig aan de [adres] op het gedeelte van die provinciale weg tussen de kern van Elst en dat industrieterrein.

[eiser] heeft bij brieven van 24 mei 2005 voor zichzelf en namens het bestuur van de Vereniging Elst/Rhenen Veilig en Groen, hierna: de vereniging, bezwaar gemaakt tegen de vrijstellingverlening en bouwvergunning.

Bij de thans bestreden besluiten heeft verweerder, in navolging van het advies van de commissie bezwaar- en beroepschriften gemeente Rhenen, hierna: de adviescommissie, de bezwaren van [eiser] en de vereniging niet-ontvankelijk verklaard.

[eiser] zal volgens de adviescommissie vanuit zijn woning geen zicht hebben op de nog te realiseren bouwmarkt en nu hij niet in de directe nabijheid van het te bebouwen perceel woonachtig is evenmin anderszins een rechtstreeks betrokken belang hebben.

Met betrekking tot de vereniging, die niet bij notariële akte is opgericht en evenmin heeft voorzien in op schrift gestelde statuten, is de adviescommissie van mening dat niet is voldaan aan de eis van rechtspersoonlijkheid om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt nu (ook) geen sprake is van een informele vereniging in de zin van artikel 2:26 van het BW. Aan de daartoe te stellen eisen van een ledensubstraat, een organisatorisch verband dat op een bepaald doel is gericht en het deelnemen aan het rechtsverkeer als organisatie-eenheid, is volgens de adviescommissie niet voldaan.

2.2 Eiser [eiser] heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat, ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking van onder andere de bouwmarkt over de nu al als erg druk en gevaarlijk ervaren provinciale weg, zijn woongenot (verder) zal worden aangetast.

De vereniging heeft onder verwijzing naar (vele) inspraakreacties, enkele publicaties in de plaatselijke dorpskrant en een uitnodiging aan (andere) omwonenden voor een bijeenkomst over de (voorgenomen) uitbreiding van het industrieterrein Remmerden, hierna: Remmerden, betoogd wel een informele vereniging te zijn. Uit een van die publ[belanghebbende]kt dat [belanghebbenden] zich tot de leden van die vereniging, hierna ook: de werkgroep, rekenen.

2.3 Verweerder heeft hier tegenover gesteld dat niet is gebleken van regelmatige financiële bijdragen van de leden, het regelmatig houden van ledenvergaderingen of een duidelijke bestuurssamenstelling. De omstandigheid dat de vereniging tijdens vele commissie- en raadsvergaderingen, alsmede overleg op provinciaal niveau, gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot inspraak maakt dit volgens verweerder niet anders, nu van dit instrument door iedere ingezetene gebruik kan worden gemaakt. Door de vereniging ingezonden stukken in “De Hank”, de dorpskrant van Elst, acht verweerder evenmin voldoende om te kunnen aannemen dat de vereniging deelneemt aan het rechtsverkeer. Om daarvan te kunnen spreken zou, aldus verweerder, moeten zijn gebleken van het voeren van rechtsgedingen, het hebben van een gironummer op naam van de vereniging en eigen briefpapier.

2.4 Ter zake van het door de vereniging ingestelde beroep stelt de rechtbank voorop dat de hier in geschil zijnde rechtsvraag moet worden beantwoord naar de omstandigheden ten tijde van het bestreden besluit.

Zoals ook ter zitting is uiteengezet dateren de eerste bemoeienissen van de bewoners van de bebouwde kom Elst met de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse van Remmerden van 1999. Na een aanvankelijk kennelijk sluimerend bestaan, is de actieve opstelling van de vereniging manifester geworden vanaf juni 2001, toen dat voornemen concreter gestalte kreeg. De ter zitting overgelegde en onweersproken lijst met vermeldingen van data waarop de vereniging, vertegenwoordigt door een of meer van haar vorengenoemde leden, klaarblijkelijk actief heeft bijgedragen aan de gedachtevorming op gemeentelijk en provinciaal niveau ter zake van Remmerden vormt daarvan, mét de zich tussen de gedingstukken bevindende bescheiden, een illustratie.

Ter terechtzitting is door [eiser] desgevraagd verklaard dat enkel de hierboven met name genoemde bewoners van Elst tot de actieve leden van de vereniging kunnen worden gerekend, dat ieder van hen zowel in de hoedanigheid van lid van deze vereniging als op persoonlijke titel, zij het in dat geval slechts na en in overleg met (een van) de andere leden, ingezonden stukken heeft geschreven voor “De Hank” over Remmerden. Er is geen gezamenlijke geldpot waaruit de activiteiten van de vereniging worden gefinancierd. Wel geldt (en gold) de informele afspraak dat ieder lid om beurten (een deel van) de kosten voor zijn rekening neemt. Verder is ten aanzien van de organisatie van de werkgroep verklaard dat onderling overleg tussen de actieve leden vaak telefonisch gebeurde, en vergaderingen (meestal) werden belegd in reactie op de agenda van een commissie- of raadsvergadering. Ten slotte is naar voren gebracht dat de vereniging in de communicatie met overheden voor de functie van aanspreekpunt gebruik maakte van de adressen van [eiser], volgens afspraak optredend als voorzitter, of van dat van [belanghebbende] als zijnde het secretariaat.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat de groep van vijf actieve leden al sedert geruime tijd functioneert als een samenwerkingsverband dat het karakter draagt van een informele vereniging. Aan de hier ontbrekende kenmerken van een informele vereniging is in dit geval ten onrechte beslissende betekenis gehecht. De omstandigheden ter plaatse, te weten: een kleine gemeenschap en werkgroep, en overzichtelijke acties die vooral worden gestuurd door de agenda van de plaatselijke overheid, maken dat een aantal kenmerken van een grote(re) informele vereniging uit de aard der zaak afwezig zullen zijn. Anders dan verweerder is de rechtbank daarom van oordeel dat hier wel is voldaan aan de vereisten om te kunnen worden beschouwd als een informele vereniging in de zin van artikel 2:26 van het BW.

Verder volgt uit de naamgeving en feitelijke werkzaamheden, ter zitting meer in het algemeen omschreven als betrekking hebbend op het gezamenlijk tegengaan van industriële verkeersaantrekkende activiteiten ter bescherming van dit deel van de Utrechtse Heuvelrug, genoegzaam dat de informele vereniging het betrokken belang in het bijzonder behartigt.

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.

2.5 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die de vereniging in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken. Deze kosten zijn met toepassing van het besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 19,- als zijnde reiskosten. Van andere voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.

2.6 Ter zake van het door [eiser] voor zichzelf ingestelde beroep stelt de rechtbank vast dat eiser, onweersproken, op circa anderhalve kilometer van het in geding zijnde perceel woonachtig is en vanaf zijn perceel geen zicht heeft op de bouwmarkt. Uit dien hoofde is het belang van eiser niet rechtstreeks betrokken bij het bouwplan. Ook overigens is niet gebleken van specifieke omstandigheden aan de zijde van [eiser] die tot een ander oordeel kunnen leiden.

2.7 De door eiser [eiser] aangevoerde bezwaren kunnen gelet op het voorgaande niet leiden tot vernietiging van het ten aanzien van hem genomen bestreden besluit, zodat dit beroep ongegrond dient te worden verklaard. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om verweerder in zoverre in de proceskosten te veroordelen.

Beslissing

De rechtbank Utrecht,

3.1 verklaart het beroep van de Vereniging Elst/Rhenen Veilig en Groen gegrond;

3.2 vernietigt het desbetreffende besluit van 27 september 2005;

3.3 bepaalt dat verweerder het door de Vereniging Elst/Rhenen Veilig en Groen betaalde griffierecht ten bedrage van € 276,- aan haar vergoedt;

3.4 veroordeelt verweerder in de kosten van genoemde vereniging in het geding ten bedrage van € 19,-;

3.5 wijst de gemeente Rhenen aan als de rechtspersoon die de onder 3.3 en 3.4 genoemde bedragen dient te betalen;

3.6 verklaart het beroep van eiser [eiser] ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr.drs. R. in ’t Veld en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2006.

De griffier: De rechter:

J.D. Koteris mr.drs. R. in ’t Veld

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat, binnen zes weken na de dag van bekendmaking hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.