Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2006:AY4046

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
12-07-2006
Datum publicatie
18-07-2006
Zaaknummer
132145/HA ZA 01-1304 en 134656/HA ZA 01-1708
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schadevergoeding. Onrechtmatig beslag; misbruik van recht; proceskosten opheffing cons. beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

Vonnis van 12 juli 2006

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 132145 / HA ZA 01-1304 van:

1. [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RECLANET BEHEER B.V.,

gevestigd te Hilversum,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

procureur mr. V.R. de Meyere,

tegen

de gezamenlijke erven van wijlen

[gedaagde],

laatst gewoond hebbend te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. E.M. van Zelm.

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 134656/HA ZA 01-1708 van:

RECLANET BEHEER B.V.,

gevestigd te Hilversum,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

procureur mr. V.R. de Meyere,

tegen

de gezamenlijke erven van wijlen

[gedaagde],

laatst gewoond hebbend te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. E.M. van Zelm.

Partijen zullen hierna [eiser sub 1], Reclanet en [gedaagde] c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

in beide zaken

- het tussenvonnis van 17 augustus 2005,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 132145 / HA ZA 01-1304

- de akte wijziging van eis in reconventie na tussenvonnis zijdens [gedaagde] c.s.,

- de antwoordakte in reconventie zijdens Reclanet,

Vervolgens is op verzoek van [gedaagde] c.s. een pleidooi gehouden op 13 december 2005. Partijen hebben op die zitting hun standpunten nader toegelicht aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen. Aansluitend aan het pleidooi heeft de rechtbank een comparitie van partijen gelast teneinde een schikking te beproeven en nadere inlichtingen te verkrijgen. Van deze comparitie is proces-verbaal opgemaakt. Aangezien de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht achtte over de door [gedaagde] c.s. gestelde schade is de zaak andermaal naar de rol verwezen voor het nemen van een akte om deze schade aan de hand van de in het proces-verbaal van comparitie geformuleerde punten inzichtelijk te maken. Daarop heeft [gedaagde] c.s. een akte genomen en Reclanet een antwoordakte.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 132145 / HA ZA 01-1304

Onrechtmatige beslaglegging

2.1. Bij tussenvonnis van 14 mei 2003 heeft de rechtbank overwogen dat voor de hand ligt dat de door [eiser sub 1] en Reclanet gelegde beslagen voor een groot deel onrechtmatig zijn omdat de vorderingen van [eiser sub 1] in conventie worden afgewezen, terwijl niet aannemelijk was dat de vordering van Reclanet tot het bedrag waarvoor beslag was gelegd zou kunnen worden toegewezen. In het kader van de bevindingen van de naar aanleiding van dit tussenvonnis benoemde deskundige hebben partijen kennelijk overleg gevoerd over (gedeeltelijke) opheffing van de beslagen, welk overleg niet tot een vrijwillige opheffing van de gelegde beslagen heeft geleid, maar tot een kort geding bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank.

2.2. Dit kort geding heeft geresulteerd in een vonnis van 16 september 2004. De voorzieningenrechter heeft bij genoemd vonnis het op 9 mei 2001 door [eiser sub 1] en Reclanet gelegde conservatoire beslag opgeheven in verband met de vastgestelde nietigheid ervan. De op 18 juli 2001 en 21 augustus 2001 gelegde conservatoire beslagen zijn opgeheven omdat op 23 mei 2001 reeds beslag was gelegd voor een bedrag van NLG 600.000,00 en niet gesteld of gebleken is dat de nadere beslaglegging op voormelde data voor een bedrag van NLG 675.000,00 noodzakelijk was, laat staan dat hiertoe tweemaal beslag diende te worden gelegd. De voorzieningenrechter heeft aldus de beslagen van 9 mei, 18 juli en 21 augustus 2001 onrechtmatig geacht. De rechtbank kan zich in dit oordeel vinden en neemt dit oordeel over.

2.3. Ten aanzien van het beslag van 23 mei 2001(gelegd voor een bedrag van NLG 600.000,00) heeft de voorzieningenrechter overwogen er voorshands vanuit te gaan dat de bodemrechter, gezien het deskundigenrapport dat op dat moment reeds bekend was, een door [gedaagde] c.s. aan Reclanet te betalen schadevergoeding van omstreeks € 73.000,00 zal toewijzen te vermeerderen met wettelijke rente, hetgeen – gezien het tussenvonnis van 17 augustus 2005 – een juist oordeel is gebleken. De voorzieningenrechter is er daarnaast voorshands vanuit gegaan dat de rechtbank een door [eiser sub 1] en Reclanet aan [gedaagde] c.s. te betalen schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag tot een bedrag van in ieder geval € 12.000,00 te vermeerderen met wettelijke rente zou toewijzen. Dit alles in ogenschouw nemend heeft de voorzieningenrechter het beslag herbegroot op een bedrag van € 72.000,00 en bepaald dat de notaris de bij hem in depot staande gelden boven een bedrag van € 72.000,00 aan [gedaagde] c.s. diende vrij te geven. De rechtbank begrijpt uit hetgeen [eiser sub 1] en Reclanet dienaangaande onweersproken hebben gesteld dat de notaris vervolgens onverwijld is verzocht de desbetreffende gelden vrij te geven en gaat er vanuit dat [gedaagde] c.s., gelijk [eiser sub 1] en Reclanet stellen, per 1 oktober 2004 de beschikking over de desbetreffende gelden moet hebben gehad. De voorzieningenrechter heeft de proceskosten betreffende dit kort geding gecompenseerd nu beide partijen als over en weer in het (on)gelijk gesteld dienden te worden beschouwd.

2.4. [Eiser sub 1] en Reclanet zijn naar het oordeel van de rechtbank aansprakelijk voor de gevolgen van de door hen gelegde beslagen d.d. 9 mei, 18 juli en 21 augustus 2001 omdat de beslaglegging als zodanig reeds onrechtmatig is bevonden.

2.5. Voor de gevolgen van het beslag van 23 mei 2001 zijn [eiser sub 1] en Reclanet aansprakelijk voor zover de beslaglegging een bedrag van € 73.000,00 te boven is gegaan. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Voor zover het beslag is gelegd terzake de vorderingen die zullen worden afgewezen is sprake van een risicoaansprakelijkheid van [eiser sub 1] en Reclanet en geldt dat [eiser sub 1] en Reclanet uit dien hoofde volledig aansprakelijk zijn voor de gevolgen van de door hen ten onrechte gelegde beslagen. Of [eiser sub 1] en Reclanet aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het beslag ten aanzien van de ten dele toe te wijzen vordering van Reclanet betreffende de toerekenbare tekortkoming van [gedaagde] c.s. terzake het te bebouwen vloeroppervlak, dient evenwel te worden beoordeeld aan de hand van criteria die gelden voor misbruik van recht. De rechtbank is van oordeel dat aan die criteria is voldaan. [Eiser sub 1] en Reclanet hebben immers bewerkstelligd dat tot een bedrag van NLG 600.000,00 beslag werd gelegd, zijnde de volledige koopsom van het bouwterrein, terwijl geenszins aannemelijk was dat de waardevermindering van het bouwterrein – doordat niet 1000 m2, maar 645 m2 bebouwd vloeroppervlak kon worden gerealiseerd – gelijk zou zijn aan deze koopsom. Het had op de weg van [eiser sub 1] en Reclanet gelegen om, alvorens tot het ingrijpende middel van conservatoire beslaglegging tot het bedrag van de volledige koopsom betreffende het bouwterrein over te gaan, een deskundige vast te laten stellen wat de waardevermindering van het bouwterrein zou zijn en op basis hiervan een beslaglegging op maat te bewerkstelligen. [Eiser sub 1] en Reclanet hebben hiervoor niet gekozen en daarmee bewust het risico over zich af geroepen dat het door hen gelegde beslag niet in verhouding zou staan tot het belang dat zij met dit beslag wensten te verzekeren (welk risico zich heeft verwezenlijkt) en aanzienlijke schade zou worden berokkend aan [gedaagde] c.s. (hetgeen is geschied). Door aldus te handelen hebben [eiser sub 1] en Reclanet misbruik gemaakt van hun recht en zijn zij aansprakelijk voor de gevolgen van de beslaglegging voor zover die het bedrag dat hen als schadevergoeding zal worden toegewezen, te boven gaat. De rechtbank gaat daarbij uit van het bedrag aan schadevergoeding exclusief wettelijke rente, omdat voor de vraag of de beslaglegging onrechtmatig was het moment van beslaglegging bepalend is en toen de wettelijke rente nog niet was verschenen.

De hoogte van de schade

2.6. Bij akte d.d. 14 september 2005 heeft [gedaagde] c.s. zijn schade nader begroot op € 120.058,27 en zijn eis in reconventie op dit punt gewijzigd in die zin dat hij thans vordert:

[Eiser sub 1] en Reclanet bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de door [gedaagde] c.s. als gevolg van de ten onrechte gelegde conservatoire beslagen geleden schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het instellen van de eis in reconventie (9 januari 2002), met hoofdelijke veroordeling van [eiser sub 1] en Reclanet in de proceskosten, daaronder begrepen de kosten van de door [gedaagde] c.s. gelegde beslagen.

2.7. [Eiser sub 1] en Reclanet hebben aangegeven zich met de wijziging van eis te kunnen verenigen, zodat de rechtbank op de gewijzigde eis zal beslissen. Zij hebben voorts verweer gevoerd tegen de hoogte van diverse schadeposten die [gedaagde] c.s. heeft genoemd en gezamenlijk tot het totaal van de door [gedaagde] c.s. begrote schade ad € 120.058,27 leiden. De rechtbank zal de diverse schadeposten afzonderlijk bespreken.

De proceskosten betreffende het kort geding dat heeft geresulteerd in het vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 16 september 2004 ad € 2.325,54

2.8. [Gedaagde] c.s. verwijt Reclanet en [eiser sub 1] dat zij het op dit kort geding aan hebben laten komen en niet vrijwillig de gelegde beslagen hebben opgeheven voor zover deze een bedrag van € 72.000,00 te boven gingen. Om die reden zouden de volledige proceskosten voor rekening van [eiser sub 1] en Reclanet dienen te komen.

2.9. De voorzieningenrechter heeft zijn beslissing over de proceskosten kennelijk gebaseerd op het feit dat de primaire vordering van [gedaagde] c.s. tot volledige opheffing van de beslagen is afgewezen. Hoewel begrijpelijk is dat [gedaagde] c.s., kennelijk ter beperking van de door als gevolg van de onrechtmatige beslaglegging geleden schade, in kort geding opheffing hebben verzocht van de gelegde beslagen, heeft hij, door primair volledige opheffing te vorderen van de beslagen, het risico genomen dat de rechtbank tot een proceskostenveroordeling, althans compensatie van kosten, zou besluiten omdat de vordering niet integraal kon worden toegewezen. Dit risico heeft zich verwezenlijkt. Aldus kan de door [gedaagde] c.s. gestelde schade niet worden aangemerkt als een gevolg van enig onrechtmatig handelen van [eiser sub 1] en Reclanet en dient deze schade voor zijn rekening te blijven.

Kosten gemaakt in het kader van het kort geding dat heeft geleid tot de beslissing van de president van de rechtbank Amsterdam van 2 augustus 2001 ad € 4.541,76

2.10. De president van de rechtbank Amsterdam heeft zijn beslissing over de proceskosten gebaseerd op het feit dat de gevorderde volledige opheffing van het beslag niet kon worden toegewezen omdat voorshands niet summierlijk was gebleken van de ondeugdelijkheid van de aan het beslag ten grondslag liggende vordering, doch heeft in de vordering tot opheffing een vordering tot herbegroting van het bedrag waarvoor beslaglegging was toegestaan gelezen en dit bedrag nader begroot op NLG 325.000,00. Onder verwijzing naar hetgeen in rechtsoverweging 2.9. is overwogen moet de door de president van de rechtbank Amsterdam uitgesproken proceskostenveroordeling worden geacht te zijn gestoeld op de keuze die [gedaagde] c.s. heeft gemaakt om volledige opheffing van de beslagen te vorderen. [Gedaagde] c.s. verwijt [eiser sub 1] en Reclanet naar aanleiding van deze beslissing de gelegde beslagen niet te hebben teruggebracht tot het door de president van de rechtbank Amsterdam begrootte bedrag en stelt, zo begrijpt de rechtbank, dat dit onrechtmatig handelen oplevert van [eiser sub 1] en Reclanet dat dient te leiden tot terugbetaling van de door [gedaagde] c.s. aan [eiser sub 1] en Reclanet betaalde proceskosten en voldoening van de gemaakte advocaat-, deurwaarders- en procureurskosten. De betaling die door [gedaagde] c.s. is gedaan uit hoofde van de proceskostenveroordeling is echter niet het gevolg van dit gestelde onrechtmatig handelen, maar van voormelde keuze van [gedaagde] c.s. om volledige opheffing te vorderen van de gelegde beslagen, met het in rechtsoverweging 2.9. besproken risico van dien. Ook ten aanzien van de andere kosten is niet gebleken dat die zijn gemaakt uit hoofde van (en dientengevolge zijn aan te merken als een gevolg van) een onrechtmatige weigering van [eiser sub 1] en Reclanet om de gelegde beslagen terug te brengen tot het door de president van de rechtbank Amsterdam begrootte bedrag. Veeleer volgt uit de stellingen van partijen dat [gedaagde] c.s. na het vonnis van de president van de rechtbank Amsterdam in de beslaglegging van 23 mei 2001 en de latere beslagleggingen hebben berust. Ook deze schade dient derhalve voor rekening van [gedaagde] c.s. te blijven.

De kosten betreffende een hypothecaire geldlening die noodzakelijk was omdat niet vrijelijk kon worden beschikt over de beslagen gelden

2.11. Ervan uitgaande dat [gedaagde] c.s. per 1 oktober 2004 de beschikking had over het beslagen bedrag voor zover dat een bedrag van € 72.000,00 te boven ging, had mevrouw [gedaagde] de hypothecaire geldlening per 1 oktober 2004 kunnen aflossen. Niet ter discussie staat dat [gedaagde] c.s. alsdan een boete verschuldigd zou zijn geweest van naar schatting € 11.000,00. Hoewel daarom ter gelegenheid van de comparitie van partijen uitdrukkelijk is verzocht, heeft [gedaagde] c.s. bij akte na comparitie geen onderbouwd inzicht verstrekt in het fiscale voordeel dat zij heeft genoten terzake de rente die is betaald uit hoofde van de hypothecaire geldlening. Meer in het bijzonder heeft zij niet inzichtelijk gemaakt waarom mevrouw [gedaagde] in 2001 een belastingaftrek zou genieten uitgaande van een tarief van 52%, terwijl in de jaren daaropvolgend uit zou moeten worden gegaan van een tarief van 42%. De rechtbank zal derhalve voor het bepalen van het belastingvoordeel uitgaan van een tarief van 52%. Het forfait betreffende de eigen woning zal de rechtbank niet meewegen aangezien dienaangaande terecht wordt opgemerkt dat dit forfait, ook indien geen hypotheekrente betaald zou zijn geweest, bij het onzuiver inkomen zou zijn geteld. Op basis van hetgeen partijen aldus over en weer hebben aangevoerd komt de rechtbank terzake de schade betreffende de hypothecaire geldlening die [gedaagde] c.s. heeft moeten afsluiten op een bedrag van € 25.658,28. De rechtbank volgt daarbij de stelling van [eiser sub 1] en Reclanet dat voor wat betreft de in 2004 betaalde rente uit moet worden gegaan van de opgave van de bank en het feit dat de hypothecaire geldlening in oktober 2004 had kunnen zijn afgelost. Over voormeld bedrag is de wettelijke rente verschuldigd vanaf 9 mei 2001, omdat op de koopsom vanaf dat moment beslag is komen te rusten. De rechtbank gaat er, nu partijen daaromtrent niets hebben aangevoerd, vanuit dat het deel van de koopsom waarvoor de hypothecaire geldlening is afgesloten, meteen na de levering zou zijn aangewend voor de aankoop van de woning van mevrouw [gedaagde]. Aangezien [gedaagde] c.s. echter slechts aanspraak maakt op wettelijke rente vanaf 9 januari 2002, zal de wettelijke rente vanaf die datum worden toegewezen.

Gederfde rente en beleggingsopbrengsten

2.12. [Gedaagde] c.s. heeft gesteld rente en beleggingsopbrengsten te hebben gederfd over het beslagen bedrag minus de hypothecaire geldlening (zijnde € 153.151,52), welke hij primair begroot op 7,6% en subsidiair op de wettelijke rente. Daarbij heeft [gedaagde] c.s. onweersproken gesteld dat de notaris een vergoeding van 2% heeft verstrekt over het depotbedrag. [eiser sub 1] en Reclanet stellen dat de gederfde rente/beleggingsopbrengsten dienen te worden berekend over het verschil tussen het beslagen bedrag enerzijds en het als schadevergoeding aan Reclanet toe te wijzen bedrag ad € 73.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf, zo begrijpt de rechtbank, 26 juli 2001 tot heden, alsmede de hypothecaire geldlening anderzijds.

2.13. De rechtbank is van oordeel dat de gederfde rente als gevolg van de onrechtmatige beslaglegging, bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing van het percentage van 7,6%, dient te worden gesteld op de subsidiair gevorderde wettelijke rente. Het bedrag waarover deze rente is verschuldigd, bedraagt het verschil tussen het totaal beslagen bedrag ad € 353.042,89 enerzijds en de verschuldigde schadevergoeding ad € 73.000,00, alsmede de hypothecaire geldlening ad € 199.891,37 anderzijds, derhalve een bedrag van € 80.151,52. Ook deze wettelijke rente moet worden geacht verschuldigd te zijn vanaf 9 mei 2001, maar zal, gelijk gevorderd, worden toegewezen vanaf 9 januari 2002 (zie rechtsoverweging 2.11.).

Op de aldus verschuldigde rente dient in mindering te komen de door de notaris betaalde depotrente ad 2% op jaarbasis over het beslagen bedrag. De rechtbank ziet geen aanleiding de aldus verschuldigde schadevergoeding te corrigeren met een bedrag dat [gedaagde] c.s. aan de fiscus verschuldigd zouden zijn geweest wegens inkomstenbelasting. Voor zover [gedaagde] c.s. immers al belasting verschuldigd zou zijn geweest, hetgeen niet valt te bepalen omdat daarop onvoldoende zicht bestaat, is dat niet een factor die ten voordele van [eiser sub 1] en Reclanet behoort te komen.

De kosten van de hoofdprocedure

2.14. [Gedaagde] c.s. vordert als schadevergoeding dat [eiser sub 1] de helft van de werkelijke kosten van de hoofdprocedure dient te dragen omdat de procedure tegen [eiser sub 1] niet alleen werd gevoerd om de vordering af te doen wijzen, maar ook de beslagen te laten opheffen. De rechtbank ziet geen aanleiding op basis van deze summiere onderbouwing af te wijken van het liquidatietarief en het beleid ten aanzien van proceskostenveroordelingen. De rechtbank zal dan ook volstaan met de hierna uit te spreken beslissing over de proceskosten.

Rente over de bedragen die de kinderen niet uit de erfenis hebben ontvangen

2.15. [Gedaagde] c.s. heeft nog als schade gevorderd de rente die de kinderen zouden hebben gederfd doordat zij niet vrijelijk over hun erfenis hebben kunnen beschikken. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat benevens het in rechtsoverwegingen 2.12. en 2.13. besproken renteverlies betreffende het beslagen deel van de koopsom dat niet zou zijn aangewend voor de financiering van de woning van mevrouw [gedaagde], nog rente zou zijn gederfd door de kinderen. Het erfdeel van de kinderen moest immers, zo begrijpt de rechtbank, worden uitgekeerd uit dit deel van de koopsom. Dat de kinderen meer schade hebben geleden dan het toe te wijzen bedrag aan wettelijke rente verminderd met de rentevergoeding uit het depot is niet inzichtelijk gemaakt.

Conclusie

2.16. Uit het voorgaande vloeit voort dat de vordering in reconventie zal worden toegewezen in die zin dat [eiser sub 1] en Reclanet zullen worden veroordeeld tot betaling aan [gedaagde] c.s. van een bedrag ad € 25.658,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2002 tot 1 oktober 2004, alsmede tot vergoeding van de wettelijke rente, verminderd met 2% op jaarbasis, over een bedrag van € 80.151,52 vanaf 9 januari 2002 tot 1 oktober 2004, nu de onrechtmatige beslagen moeten worden geacht per 1 oktober 2004 te zijn opgeheven.

[Gedaagde] c.s. heeft bij wijziging van eis nog vergoeding gevorderd van de kosten betreffende het door hem gelegde beslag op roerende en onroerende zaken. Kennelijk doelt [gedaagde] c.s. hierbij op het conservatoir beslag dat op 31 januari 2002 is gelegd en waarvan enkel het proces-verbaal van beslaglegging is overgelegd als prod. XXII bij conclusie van dupliek in conventie, repliek in reconventie. Aangezien [gedaagde] c.s. deze vordering op geen enkele wijze heeft onderbouwd zal dit deel van de vordering worden afgewezen.

2.17. In conventie heeft de rechtbank reeds bij vonnis van 17 augustus 2005 overwogen dat de primaire vordering van Reclanet zal worden toegewezen tot een bedrag van € 73.000,00. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voor-werk II - worden afgewezen. Reclanet heeft immers niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan Reclanet vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

2.18. Aangezien partijen zowel in conventie als in reconventie ieder als op enig punt in het ongelijk zijn te beschouwen zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze. Dit betekent dat de als voorschot door [gedaagde] c.s. betaalde kosten van de deskundige ad € 1785,00 voor zijn rekening blijven. De rechtbank ziet, gezien het feit dat de gelegde beslagen tot een aanzienlijk bedrag onrechtmatig zijn gebleken, aanleiding de beslagkosten voor rekening van Reclanet en [eiser sub 1] te laten.

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 134656/HA ZA 01-1708

2.19. Met inachtneming van hetgeen reeds is overwogen en beslist in de tussenvonnissen van 14 mei 2003 en 17 augustus 2005 zal Reclanet in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] c.s. worden in conventie begroot op:

- vast recht 814,54

- salaris procureur 4.000,00 (2,0 punten × tarief EUR 2.000,00)

Totaal € 4.814,54

In reconventie worden de kosten aan de zijde van [gedaagde] c.s. begroot op:

- salaris procureur 452,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief EUR 452,00)

Totaal € 452,00.

3. De beslissing

De rechtbank

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 132145 / HA ZA 01-1304

in conventie

3.1. veroordeelt [gedaagde] c.s. om aan Reclanet te betalen een bedrag van EUR 73.000,00 (drieënzeventig duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 26 juli 2001 tot de dag van volledige betaling,

3.2. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.5. veroordeelt [eiser sub 1] en Reclanet om aan [gedaagde] c.s. te betalen een bedrag ad € 25.658,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2002 tot 1 oktober 2004, alsmede de wettelijke rente, verminderd met 2% op jaarbasis, over een bedrag van € 80.151,52 vanaf 9 januari 2002 tot 1 oktober 2004,

3.6. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.7. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.8. wijst het meer of anders gevorderde af.

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 134656/HA ZA 01-1708

in conventie

3.9. wijst de vorderingen af,

3.10. veroordeelt Reclanet in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] c.s. tot op heden begroot op € 4.814,54,

in reconventie

3.11. wijst de vorderingen af,

3.12. veroordeelt Reclanet in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] c.s. tot op heden begroot op € 452,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2006.?

w.g. griffier w.g. rechter