Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2006:AU9707

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
17-01-2006
Datum publicatie
17-01-2006
Zaaknummer
205496 / KG ZA 05-1249
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Tijdens de uitzending van het televisieprogramma Nova op 28 november 2005 heeft de voorzitter van GroenLinks de suggestie gewekt dat de GroenLinks senator P. in de nacht van 11 juni 1982 betrokken was bij een schietincident in Assen. De voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht heeft de rectificatie bevolen van die uitlating, omdat deze geen steun vindt in beschikbaar feitenmateriaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2006, 131
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 205496 / KG ZA 05-1249

Vonnis in kort geding van 17 januari 2006

in de zaak van

[EISER],

wonende te [-],

eiser,

procureur: mr. P.J. Soede,

advocaat: mr. P.J. van Steen te Hoogeveen,

tegen

1. de vereniging

GROENLINKS,

gevestigd te Utrecht,

2. [GEDAAGDE SUB 2],

wonende te [-],

gedaagden,

procureur: mr. G.J. Wilschut te Haarlem.

Eiser zal hierna als “[eiser]” worden aangeduid; gedaagden zullen hierna gezamenlijk als “GroenLinks c.s.” en ieder afzonderlijk als respectievelijk “GroenLinks” en “[gedaagde sub 2]” worden aangeduid.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling;

- de pleitnota van [eiser];

- de pleitnota van Groenlinks c.s..

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In de nacht van 11 juni 1982 heeft in Assen een schietpartij plaatsgehad, waarbij een politieauto door meerdere kogels is geraakt (hierna: het “schietincident”). Nadat een strafrechtelijk onderzoek is gestart naar betrokkenheid van [eiser] bij het schietincident, heeft de rechtbank te Assen [eiser] op 21 oktober 1982 ter zake van - samengevat - (i) medeplichtigheid aan poging tot moord en (ii) overtreding van artikel 3 van de Vuurwapenwet 1919, veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren. [eiser] heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

2.2. Bij arrest van 25 februari 1983 heeft het gerechtshof te Leeuwarden voornoemd vonnis vernietigd en heeft het [eiser] vrijgesproken van de in punt 2.1 onder (i) en (ii) genoemde gedragingen. Voor zover van belang, luidt het arrest als volgt:

(…) Het hof acht het (…) aan verdachte telastegelegde niet bewezen, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Het Hof acht met name in de zaak betreffende -in het kort aangeduid- de aanslag op de politieauto, nu door het onderzoek ter terechtzitting niet is komen vast te staan wat met het schieten op deze politieauto werd beoogd (geweld tegen de betrokken politieambtenaren, bedreiging van dezen, of geweld uitsluitend gericht tegen de politieauto) en gelet op de omstandigheden waaronder werd geschoten (afstand tot de rijdende en zich van de schutter(s) verwijderende auto, de aard van de vuurwapens, de hoek waaronder geschoten werd en het daarmee samenhangende moment van schieten alsmede de aard en de plaats van de meerderheid van de inslagen van de kogels) in het bijzonder niet bewezen, ook niet langs de weg van voorwaardelijke opzet, dat de opzet van de (mede)dader(s), was gericht op de dood of zwaar lichamelijk letsel van die politieambtenaren, zoals deze -met uitsluiting van één der andere hiervoor door het Hof gesignaleerde mogelijkheden- in de hier bedoelde telastelegging primair wordt verweten, hetgeen medebrengt, dat ook van de subsidiair telastegelegde medeplichtigheid daaraan, geen sprake kan zijn. (…)

2.3. [eiser] heeft het gerechtshof te Leeuwarden vervolgens verzocht om hem op grond van artikel 89 Sv (oud) een vergoeding toe te kennen voor de schade, die hij als gevolg van de door hem ondergane voorlopige hechtenis heeft geleden. Het gerechtshof heeft dit verzoek afgewezen.

2.4. Op 4 juli 2005 is een onderzoekscommissie van GroenLinks (hierna: de “onderzoekscommissie”) een onderzoek gestart ter beantwoording van de vraag of [eiser] “in de verschillende stadia van zijn politieke loopbaan GroenLinks naar waarheid en voldoende volledig heeft geïnformeerd over zijn verleden”. De onderzoekscommissie heeft haar bevindingen in een rapportage neergelegd.

2.5. Op 28 november 2005 heeft [gedaagde sub 2], de voorzitter van GroenLinks, zich tijdens een uitzending van het televisieprogramma Nova (hierna: de “Nova-uitzending”) als volgt uitgesproken over betrokkenheid van [eiser] bij het schietincident:

(…) Ja, en kijk hij heeft natuurlijk de partij gezegd dat hij daar vrijspraak in heeft gehad in die kwestie, maar die vrijspraak betreft alleen de beschuldiging dood na moord of doodslag of zwaar lichamelijk letsel, maar feitelijk zijn er gewoon bekentenissen dat er geschoten is, de gaten zaten ook in de politieauto en het is ook vanuit zijn huis gedaan, dat wordt niet betwijfeld. (…)

2.6. Bij brief van 6 december 2005 heeft [eiser] [gedaagde sub 2] gesommeerd om namens GroenLinks een rectificatie van de onder punt 2.5 weergegeven uitlatingen te publiceren. [gedaagde sub 2] heeft aan deze sommatie geen gevolg gegeven.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert - samengevat - (i) rectificatie door Groenlinks c.s. van de onder punt 2.5 weergegeven uitlatingen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, (ii) GroenLinks c.s. te verbieden in de toekomst opnieuw soortgelijke uitlatingen te doen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, (iii) hoofdelijke veroordeling van Groenlinks c.s. tot betaling van een bedrag van EUR 5.000,-- bij wijze van een voorschot op schadevergoeding en (iv) veroordeling van GroenLinks c.s. in de proceskosten.

3.2. Groenlinks c.s. heeft verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 De spoedeisendheid van de zaak is uit het gevorderde en gestelde voldoende aannemelijk geworden.

4.2. [eiser] heeft - samengevat - aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde sub 2] hem tijdens de Nova-uitzending ten onrechte heeft beschuldigd van betrokkenheid bij het schietincident, nu hij door het gerechtshof te Leeuwarden immers van iedere vorm van betrokkenheid is vrijgesproken. Nu het gerechtshof het vonnis van de rechtbank te Assen heeft vernietigd, kan [gedaagde sub 2] zijn uitlatingen niet baseren op in dit (inmiddels non-existente) vonnis opgenomen getuigeverklaringen. Nu [gedaagde sub 2] desondanks welbewust op basis hiervan zijn uitlatingen heeft gedaan, heeft hij (en daarmee GroenLinks) jegens [eiser] onrechtmatig gehandeld. Nu [eiser] door de uitlatingen van [gedaagde sub 2] in zijn eer en goede naam is aangetast, heeft hij belang bij de door hem gevorderde rectificatie. [eiser] heeft voorts door de uitlatingen van [gedaagde sub 2] (im)materiële schade geleden, zodat hij - aldus nog steeds [eiser] - recht heeft op een voorschot op de hem toekomende schadevergoeding ten bedrage van EUR 5.000,--.

4.3. Groenlinks c.s. heeft zich tegen de vordering van [eiser] verweerd door daartegen aan te voeren, dat [eiser] door het gerechtshof te Leeuwarden weliswaar is vrijgesproken van de in punt 2.1 onder (i) en (ii) genoemde gedragingen, maar dat hieruit niet kan worden afgeleid dat hij in het geheel niet betrokken is geweest bij het schietincident. Uit de in punt 2.2 weergegeven motivering van het arrest blijkt immers, dat het gerechtshof slechts heeft beoordeeld of de schutters opzet hadden op de dood of zwaar lichamelijk letsel van de betrokken politieagenten. Nu het gerechtshof deze opzet niet bewezen achtte, heeft het zich niet meer uitgelaten over de betrokkenheid van [eiser] bij het schietincident. Voor de beoordeling van deze betrokkenheid blijft het vonnis van de rechtbank te Assen derhalve relevant. Uit de in dit vonnis opgenomen getuigeverklaringen blijkt duidelijk, dat [eiser] zijn woning aan de schutters ter beschikking heeft gesteld. Van een lichtvaardig beschuldiging is - aldus nog steeds Groenlinks c.s. - op grond van het voorgaande geen sprake. In dit kader heeft [gedaagde sub 2] ter zitting nog aangevoerd dat hij tijdens de Nova-uitzending slechts de visie van de onderzoekscommissie, zoals neergelegd in de door haar opgestelde rapportage, heeft weergegeven. Voorts heeft Groenlinks c.s. erop gewezen dat het verzoek van [eiser] tot schadevergoeding van de door hem ondergane voorlopige hechtenis door het gerechtshof te Leeuwarden is afgewezen; ook deze afwijzing wijst op betrokkenheid van [eiser] bij het schietincident. GroenLinks c.s. heeft ten slotte aangevoerd dat een rectificatie in deze zaak niet op zijn plaats is, nu [eiser] reeds tijdens de Nova-uitzending in de gelegenheid is gesteld te reageren op de uitlatingen van [gedaagde sub 2]. Daarbij rechtvaardigen volgens Groenlinks c.s. de uitlatingen van [gedaagde sub 2], voor zover deze al onjuist zouden zijn, niet een vergaande sanctie als de thans gevorderde rectificatie.

4.4. In dit kort geding gaat het om de vraag of GroenLinks c.s. door de in punt 2.5 weergegeven uitlatingen van [gedaagde sub 2] jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld. In een kwestie als deze, waarbij twee fundamentele rechten tegenover elkaar staan, moet bezien worden of het aan [eiser] toekomend recht op bescherming van zijn eer en goede naam zwaarder dient te wegen dan het recht van [gedaagde sub 2] en GroenLinks om zich (in het openbaar) kritisch en opiniërend uit te laten. Welk van deze beide rechten in dit geval de doorslag behoort te geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden, waaronder mede (i) de aard van de uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor [eiser] en (ii) de mate waarin de uitlatingen, op het tijdstip dat deze werden gedaan, in het toen beschikbare feitenmateriaal steun vonden.

4.5. Hetgeen [gedaagde sub 2] tijdens de Nova-uitzending heeft gesteld wekt de suggestie dat [eiser] betrokken is geweest bij een ernstig, strafbaar feit en is uit dien hoofde reeds als zeer defamerend aan te merken. Een dergelijke uitlating is slechts dan gerechtvaardigd als in voldoende mate vaststaat dat [eiser], niettegenstaande de vrijspraak door het gerechtshof te Leeuwarden, een verwijt te maken valt. Het gerechtshof heeft [eiser] vrijgesproken van - samengevat - medeplichtigheid aan poging tot moord. Het feit dat de motivering van het arrest in het midden laat of van enige andere betrokkenheid bij het schietincident sprake is geweest, doet aan deze vrijspraak niet af. Daarbij wijst de voorzieningenrechter erop, dat [eiser] ook van de ten laste gelegde overtreding van artikel 3 van de Vuurwapenwet 1919 is vrijgesproken. Het gaat onder deze omstandigheden niet aan, dat GroenLinks c.s. de uitlatingen van [gedaagde sub 2] tracht te gronden op in het vonnis van de rechtbank te Assen opgenomen getuigeverklaringen: dit vonnis is door het gerechtshof vernietigd. Nu GroenLinks c.s. in deze procedure geen andere feiten aan de uitlatingen van [gedaagde sub 2] ten grondslag heeft gelegd dan voornoemde getuigeverklaringen, kan in rechte op voorhand niet worden uitgegaan van de juistheid van de uitlatingen van [gedaagde sub 2]. Het feit dat het gerechtshof het verzoek van [eiser] tot schadevergoeding wegens de door hem ondergane voorlopige hechtenis heeft afgewezen, doet hieraan niet af. De toelaatbaarheid van een dergelijk verzoek wordt immers getoetst aan de in artikel 89 Sv. (oud) opgenomen criteria en niet aan de hand van een hernieuwd onderzoek naar de juistheid van de aan [eiser] verweten gedragingen, die aan de voorlopige hechtenis ten grondslag hebben gelegen.

4.6. Van belang is voorts dat [gedaagde sub 2] er op bedacht had moeten zijn dat zijn uitlatingen over de betrokkenheid van [eiser] bij het schietincident, gelet op de publieke positie die [eiser] als senator inneemt, tot veel aandacht in de media zouden leiden en aldus zijn eer en goede naam in grote mate zouden aantasten. Onder deze omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat [gedaagde sub 2] (en daarmee GroenLinks als de partij waarvan [gedaagde sub 2] voorzitter is) onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser]. De vordering tot rectificatie ligt derhalve in beginsel voor toewijzing gereed.

4.7. De stelling van [gedaagde sub 2] dat hij tijdens de Nova-uitzending enkel de visie van de onderzoekscommissie, zoals neergelegd in de door haar opgestelde rapportage, heeft weergegeven en dat zijn uitspraken hem aldus niet persoonlijk kunnen worden toegerekend, dient te worden verworpen. Uit de in punt 2.5 weergegeven uitlatingen blijkt immers dat [gedaagde sub 2] zijn eigen mening over de betrokkenheid van [gedaagde sub 2] bij het schietincident heeft gegeven, zonder de (rapportage van de) onderzoekscommissie daarbij te noemen. De stelling van [gedaagde sub 2] is derhalve feitelijk onjuist.

4.8. Het feit dat [eiser] tijdens de Nova-uitzending in de gelegenheid is gesteld tot het geven van een weerwoord, staat - anders dan Groenlinks c.s. heeft betoogd - aan de toelaatbaarheid van de gevorderde rectificatie niet in de weg. Ook met dit weerwoord hebben de uitlatingen van [gedaagde sub 2] [eiser] immers in opspraak gebracht; dit is niet ongedaan gemaakt door het enkele feit dat [eiser] deze uitlatingen heeft mogen weerspreken.

4.9. Uit het voorgaande volgt dat de vordering tot rectificatie zal worden toegewezen, zij het dat de tekst en de redactie van de rectificatie op na te melden wijze op onderdelen zullen worden aangepast. In het bijzonder zal niet inhoudelijk worden ingegaan op de rapportage van de onderzoekscommissie. De vraag of deze rapportage inhoudelijk juist is, is immers niet een vraag die in deze procedure ter beoordeling voorligt. De gevorderde dwangsom is eveneens toewijsbaar, maar zal worden gemaximeerd als na te melden.

4.10. Ten slotte zal de vordering tot een voorschot op schadevergoeding worden afgewezen. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is immers slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling - bij afweging van de belangen van partijen - aan toewijzing niet in de weg staat. [eiser] heeft aan zijn schadevordering ten grondslag gelegd, dat hij door de publicatie van de rapportage van de onderzoekscommissie - en vervolgens door de uitlatingen van [gedaagde sub 2] tijdens de Nova-uitzending - materiële en immateriële schade heeft geleden. De voorzieningenrechter overweegt evenwel dat de (beweerde) betrokkenheid van [eiser] bij het schietincident slechts één van de (in totaal vier) gedragingen van [eiser] is, die de onderzoekscommissie in de rapportage heeft onderzocht en waarover de media vervolgens hebben bericht. [eiser] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit blijkt, dat de beweerde schade het (uitsluitende) gevolg is van de publiciteit rondom het schietincident en derhalve niet van publiciteit rondom de andere gedragingen. Nu aldus het causaal verband tussen de onrechtmatige uitlatingen van Groenlinks c.s. en de door [eiser] gestelde schade op voorhand onvoldoende aannemelijk is, dient dit gedeelte van de vordering van [eiser] te worden afgewezen.

4.11. GroenLinks c.s. zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,60

- vast recht 244,--

- salaris procureur 816,--

Totaal EUR 1.145,60

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. veroordeelt Groenlinks c.s. om binnen vierentwintig uren na betekening van dit vonnis de navolgende rectificatie (vergezeld van een kopie van dit vonnis) onverkort ter bekendmaking toe te zenden aan de redactie van Nova en deze rectificatie op de website van GroenLinks te plaatsen en aldaar gedurende een maand geplaatst te houden, alsmede deze rectificatie in het eerstvolgende nummer van het magazine van GroenLinks te plaatsen:

RECTIFICATIE VAN UITLATINGEN OVER [EISER]

Op last van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht laat het bestuur van GroenLinks weten dat haar voorzitter, [gedaagde sub 2], in de uitzending van Nova op maandagavond 28 november jl. in een gesprek met Jeroen Pauw de suggestie heeft gewekt dat [eiser] in de nacht van 11 juni 1982 betrokken is geweest bij een schietincident in Assen. Deze suggestie van [gedaagde sub 2] vindt, met name gelet op het feit dat [eiser] op 25 februari 1983 door het gerechtshof te Leeuwarden is vrijgesproken van betrokkenheid bij dit schietincident, geen steun in beschikbaar feitenmateriaal. De voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht heeft geoordeeld dat GroenLinks en haar voorzitter [gedaagde sub 2] hiermee jegens [eiser] onrechtmatig hebben gehandeld en heeft daarom deze rectificatie bevolen.

5.2. veroordeelt GroenLinks c.s. - voor het geval Nova niet bereid zou zijn voornoemde rectificatie onverkort in haar (eerstvolgende) uitzending te presenteren - om voornoemde rectificatie direct na weigering door Nova, en in ieder geval binnen één week na de dag waarop dit vonnis is gewezen, op kosten van GroenLinks onverkort en zonder enig toegevoegd commentaar te (doen) plaatsen in de Volkskrant, het NRC Handelsblad en HP/De Tijd, waarbij (i) de kop vetgedrukt dient te zijn, (ii) het lettertype dient aan te sluiten bij het door het betreffende medium gebruikte lettertype en (iii) de rectificatie dient te worden geplaatst in een kader dat nauw aansluit bij het tekstgedeelte;

5.3. verbiedt GroenLinks c.s. om in de toekomst (opnieuw) publiekelijk uitlatingen te doen of publicaties te verspreiden waarin beschuldigingen worden geuit of geïnsinueerd met betrekking tot de betrokkenheid van [eiser] bij het schietincident;

5.4. bepaalt dat GroenLinks en [gedaagde sub 2] voor iedere dag - of gedeelte daarvan - dat zij in gebreke blijven aan het in punt 5.1 en / of 5.2 bepaalde te voldoen, hoofdelijk gehouden zijn aan [eiser] een dwangsom te voldoen van EUR 1.000,--, tot een maximum van EUR 25.000,--;

5.5. bepaalt dat GroenLinks en [gedaagde sub 2] hoofdelijk gehouden zijn aan [eiser] een dwangsom te voldoen van EUR 10.000,--, indien zij in strijd handelen met het in punt 5.3 bepaalde;

5.6. veroordeelt GroenLinks c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op een bedrag van EUR 329,60 aan verschotten en een bedrag van EUR 816,-- aan salaris van de procureur;

5.7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.8. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.S. Elkhuizen-Koopmans en is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2006.?

w.g. w.g.

griffier rechter