Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7934

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-12-2005
Datum publicatie
14-12-2005
Zaaknummer
SBR 05-3136
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening van de Vereniging B.O.O.N. afgewezen. Het verzoek had betrekking op het besluit van verweerder om vrijstelling te verlenen voor de aanleg van een fietspad nabij de geluidswal tussen de woonwijk De Boerderijenkamer en de laan naar Emclaer te Amersfoort. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoet dit project aan het in artikel 19, lid 2 WRO bepaalde en is het bouwplan voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Voorts heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat verweerder de verschillende belangen voldoende bij zijn besluit heeft betrokken en dat verweerder bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid de belangen van Vereniging B.O.O.N. minder zwaar heeft kunnen laten wegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

Reg. nr.: SBR 05/3136

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht, in het geding tussen:

Vereniging Buitenom of Niet (B.O.O.N.), gevestigd te Amersfoort,

verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort,

verweerder.

1. INLEIDING

1.1 Het verzoek heeft betrekking op het besluit van verweerder van 7 september 2005, alsmede op het besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht (GS) van 16 augustus 2005. Bij besluit van 7 september 2005 heeft verweerder aan de directeur van de sector SOB vrijstelling verleend van de bestemming “geluidsvoorzieningen” ten behoeve van de bestemmingen “verkeers-, verblijfsdoeleinden en groenvoorzieningen”. Bij besluit van 16 augustus 2005 heeft GS aan verweerder een verklaring van geen bezwaar verleend voor het aanleggen van een fietspad, parkeer- en groenvoorzieningen.

1.2 Het verzoek is op 22 november 2005 ter zitting behandeld, waar namens verzoekster is verschenen mr. P.M. Groenhart, wonende te Amersfoort. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door D.A. Roos, werkzaam bij de gemeente Amersfoort.

2. OVERWEGINGEN

2.1 Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.2 Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij haar beslissing in die procedure.

2.3 Het project betreft de aanleg van een fietspad en parkeer- en groenvoorzieningen op en nabij de geluidswal tussen de woonwijk De Boerderijenkamer en de Rondweg Oost en de Laan naar Emclaer te Amersfoort. Dit project kan op basis van het huidige bestemmingsplan “uitwerkingsplan Kattenbroek” niet worden gerealiseerd, omdat in dit bestemmingsplan de betreffende gronden bestemd zijn voor “Geluidswerende voorzieningen”. Op 6 april 2005 heeft verweerder zijn voornemen gepubliceerd om medewerking te verlenen aan de realisatie van dit project en daarom besloten een vrijstellingsprocedure op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening (WRO) op te starten. Tegen dit voornemen zijn, onder andere door verzoekster, zienswijzen ingediend. Bij besluit van 2 augustus 2005 heeft verweerder de zienswijzen ongegrond verklaard en op 7 september 2005 heeft verweerder ten behoeve van het project vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO verleend.

2.4 Verzoekster heeft zich in haar zienswijzen en bezwaar op het standpunt gesteld dat het fietspad “buitenom” dient te worden aangelegd, dat wil zeggen: tussen het op de geluidswal opgerichte geluidsscherm en de Rondweg Oost en de Laan naar Emclaer. Eerdere varianten van het project gingen - onder meer - uit van een aanleg op de geluidswal langs de aan De Boerderijenkamer gelegen zijde van het geluidsscherm.

Het project zoals dat thans door verweerder wordt voorgestaan is voor zover het is gelegen langs de Rondweg Oost gelegen op de geluidswal aan de zijde van De Boerderijenkamer en voorzover het is gelegen langs de Laan naar Emclaer “buitenom”.

2.5 Allereerst merkt de voorzieningenrechter op dat de door verzoekster op 18 november 2005 verzonden stukken slechts bij de beoordeling worden meegenomen voor zover het de op diezelfde dag per fax ontvangen stukken betreft. De stukken die door de voorzieningenrechter op 21 november 2005, dat is de dag voor de zitting, zijn ontvangen worden op grond van artikel 8:83, eerste lid, van de Awb, waarin is bepaald dat partijen tot één dag voor de zitting nadere stukken kunnen indienen, buiten beschouwing gelaten.

2.6 Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO burgemeester en wethouders vrijstelling kunnen verlenen van het bestemmingsplan in door GS, in overeenstemming met de in-specteur van de ruimtelijke ordening, aangegeven categorieën van gevallen. GS kunnen daarbij tevens bepalen onder welke omstandigheden vooraf een verklaring van GS dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben, is vereist. Het desbetreffende bouwplan dient te zijn voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Onder een goede ruimte-lijke onderbouwing wordt bij voorkeur een gemeentelijk of intergemeentelijk structuurplan verstaan. Indien geen structuurplan is of wordt opgesteld, wordt bij de ruimtelijke on-derbouwing in elk geval ingegaan op de relatie met het geldende bestemmingsplan, dan wel wordt gemotiveerd waarom het te realiseren project past binnen de toekomstige be-stemming van het betreffende gebied.

2.7 Ter uitvoering van artikel 19, tweede lid, van de WRO hebben GS van de provincie Utrecht de Circulaire artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening van 12 november 2002, nr. 2002REG002643i (hierna: de Circulaire) vastgesteld. Op grond van het in de Circulaire vastgelegde beleid kan het gemeentebestuur voor een project geen gebruik maken van een algemene verklaring van geen bezwaar indien zienswijzen tegen dat project worden ingediend. In dat geval dient het gemeentebestuur opnieuw een verklaring van geen bezwaar aan te vragen.

2.8 Op 19 juli 2005 hebben GS op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO een algemene verklaring van geen bezwaar afgegeven voor vrijstellingen die in overeenstemming zijn met het ontwerpbestemmingsplan ”Ontsluiting Vathorst, gedeeltelijke herziening Amersfoort Noord 2005” (hierna: het ontwerpbestemmingsplan). Naar aanleiding van de met betrekking tot het project ingediende zienswijzen heeft verweerder GS, in overeenstemming met de Circulaire, op 2 augustus 2005 gevraagd ten behoeve van het project een verklaring van geen bezwaar af te geven. Op 16 augustus 2005 heeft GS deze verklaring verleend en is de ruimtelijke onderbouwing van het project goed bevonden. Daartoe is overwogen dat in het ontwerpbestemmingsplan de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling is weergegeven en dat het project past binnen deze visie. Ook zijn de ruimtelijke effecten van het project op de omgeving aangegeven. De voorzieningenrechter kan zich in deze overweging vinden en is van oordeel dat het project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en voldoet aan de eisen die daaraan zijn gesteld in de Circulaire.

2.9 Aan hetgeen verzoekster heeft aangevoerd met betrekking tot de gevolgen van het project voor luchtkwaliteit, groenvoorzieningen en geluidsoverlast gaat de voorzieningenrechter voorbij nu verzoekster deze stellingen in bezwaar noch ter zitting nader heeft onderbouwd. Het rapport uit 2001 waarnaar verzoekster in verband met haar bedenkingen ten aanzien van geluidsoverlast heeft verwezen, is niet overgelegd en bovendien niet voldoende actueel. Daarbij merkt de voorzieningenrechter nog op dat verweerder Goudappel Coffeng B.V. opdracht heeft gegeven een geluidsdichte oplossing te ontwerpen.

2.10 Ten aanzien van verzoeksters stelling dat verweerder de verschillende bij het project betrokken belangen onvoldoende heeft meegewogen overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Voorop staat dat verweerder sedert het moment dat sprake is van de aanleg van onderhavige snelfietsroute overleg heeft gepleegd met omwonenden en belangenverenigingen, waaronder verzoekster. Zo zijn er vijf inspraakavonden geweest en zijn ten minste zes (sub)varianten voor de snelfietsroute besproken. Op basis van dit veelvuldige en intensieve overleg heeft verweerder uiteindelijk voor de huidige variant gekozen.

Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de bedenkingen van de verschillende belanghebbenden door verweerder bij zijn (uiteindelijke) keuze voor het project zijn betrokken en dat het project naar aanleiding van een aantal van deze bedenkingen, waaronder die van verzoekster, is aangepast. Zo heeft verweerder er bij de vormgeving van het fietspad rekening mee gehouden dat sluipverkeer door De Boerderijenkamer zoveel mogelijk wordt voorkomen en dat de aanleg van het project zo min mogelijk ten koste gaat van de groen- en speelvoorzieningen op en nabij de geluidswal. Bovendien wordt het fietspad langs de Laan naar Emclaer “buitenom” gelegd. Dat verweerder niet geheel voor verzoeksters “buitenomvariant” heeft gekozen betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook niet dat verzoeksters belangen niet of onvoldoende zijn meegewogen.

2.11 De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat verweerder in redelijkheid het belang dat verzoekster bij de buitenomvariant van het gehele fietspad heeft minder zwaar heeft kunnen laten wegen dan het belang dat verweerder heeft bij de aanleg van het fietspad overeenkomstig het huidige ontwerp. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat bij verweerders keuze voor het huidige traject van doorslaggevend belang is geweest dat tussen het geluidsscherm en de Rondweg Oost gas- en water(hoofd)leidingen aanwezig zijn. Door de voor de aanleg van een fietspad benodigde grondsuppletie zou, zonder uitgebreide (en kostbare) maatregelen, de druk op die leidingen te hoog worden, waardoor deze zouden kunnen beschadigen. Verweerder heeft de aanleg van het fietspad op dat deel van het traject dan ook (financieel) te risicovol geacht.

2.12 Verzoekster heeft voorts nog aangevoerd dat verweerder niet in overeenstemming met het fietsstimuleringsplan heeft gehandeld omdat met de keuze voor de huidige variant geen snelfietsroute wordt gerealiseerd maar een gewoon fietspad. Verzoekster lijkt hiermee te betogen dat verweerder onzorgvuldig gehandeld zou hebben. Dat betoog slaagt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet. Daartoe acht de voorzieningenrechter van belang dat, daargelaten het antwoord op de vraag of het huidige fietspad een snelfietsroute is, de huidige variant tot stand is gekomen op basis van het fietsstimuleringsplan. Dat algemene plan dient tevens voor vier andere in de gemeente Amersfoort aan te leggen snelfietsroutes als uitgangspunt. Verweerder heeft betoogd dat hij bij de concrete uitwerking van die routes steeds rekening dient te houden met de feitelijke omstandigheden en de specifieke belangen van belanghebbenden. Dat betoog komt de voorzieningenrechter, mede gelet op het hiervoor onder 2.10 overwogene, niet onaannemelijk voor.

2.13 Gelet op het vorenoverwogene bestaat geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen en zijn evenmin termen aanwezig om verweerder te veroordelen in de proceskosten van verzoekster in dit geding.

3. BESLISSING

De voorzieningenrechter:

3.1 wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Aldus vastgesteld door mr. M.H.F. van Vugt, en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2005.

De griffier: De voorzieningenrechter:

mr. G. Delissen mr. M.H.F. van Vugt

Afschrift verzonden aan partijen op: