Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2005:AU6981

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-11-2005
Datum publicatie
05-12-2005
Zaaknummer
174491/HA ZA 04-488
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Telefonische akkoor verklaring met financieringsaanvraag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VONNIS

van de rechtbank Utrecht, enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken, in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROYAL FOOD B.V.,

gevestigd te Arnhem,

2. de vennootschap onder firma

BOMBAY PALACE,

gevestigd te Arnhem,

3.[eiser sub 3],

wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur mr. R.G. Standhardt,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

handelende onder de naam [naam bedrijf van gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

zaakdoende te Almere,

gedaagde,

procureur mr. P.J. Soede,

2. de naamloze vennootschap

SNS BANK N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

procureur mr. M. Verbruggen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] en SNS genoemd worden.

1. De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 9 maart 2005

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 19 april 2005

- de akte tot het in het geding brengen van stukken ter onderbouwing van de geleden schade van de zijde van [eiser] d.d. 1 juni 2005

- de akte overlegging producties tevens uitlating getuigenverhoor tevens uitlating comparitie van de zijde van de zijde van SNS d.d. 1 juni 2005

- de antwoordakte van de zijde van [eiser] d.d. 29 juni 2005

- de antwoordakte van de zijde van [gedaagde] d.d. 29 juni 2005.

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1 De rechtbank blijft bij de inhoud van het tussenvonnis van 9 maart 2005 en bouwt daarop voort.

De bewijsopdracht van [eiser]

2.2 In voormeld tussenvonnis heeft de rechtbank [eiser] toegelaten tot het leveren van bewijs van zijn stelling dat SNS op 23 juli 2003 aan [eiser], althans aan [gedaagde], heeft toegezegd dat zij de door [gedaagde] namens [eiser] aangevraagde geldlening van EUR 770.000,00 aan [eiser] zou verstrekken.

2.3 In het kader van deze bewijsopdracht heeft [eiser] één getuige doen horen: [gedaagde], die in 2003 door [eiser] is ingeschakeld voor het verkrijgen van de betreffende geldlening ten behoeve van de aanschaf van het pand. [gedaagde] en SNS hebben afgezien van het houden van een tegenverhoor.

2.4 [Gedaagde] heeft ter gelegenheid van het getuigenverhoor verklaard dat hij in 2003 ten behoeve van [eiser] een financieringsaanvraag heeft ingediend bij SNS, deze aanvraag vervolgens met SNS heeft besproken, en de naar aanleiding van deze bespreking door SNS opgevraagde aanvullende stukken (jaarcijfers en aanvullende jaarcijfers) begin juli 2003 aan SNS heeft aangeleverd. Vervolgens heeft hij - aldus zijn verklaring - contact gehad met [naam medewerker regiokantoor SNS], een medewerker van het regiokantoor van SNS in Almere, die volgens de regiomanager van SNS in Almere ([naam regiomanager SNS]) bevoegd was door te geven of een financieringsaanvraag akkoord was. Op 23 juli 2003 om 11:50 uur heeft [naam medewerker regiokantoor SNS] hem telefonisch medegedeeld dat SNS akkoord was met de financieringsaanvraag en een offerte zou uitbrengen. [Gedaagde] heeft verklaard in dit gesprek aangegeven te hebben dat hij dit nog schriftelijk aan hem zou bevestigen.

2.5 Anders dan SNS is de rechtbank van oordeel dat deze getuigenverklaring niet als een partijgetuigenverklaring in de zin van artikel 164 Rv kan worden aangemerkt. Daarvan is alleen sprake, indien de getuige de partij is op wie de bewijslast en het bewijsrisico rust. Dat is niet [gedaagde], maar [eiser]. De verklaring van [gedaagde] kan dan ook ten volle bij de bewijswaardering worden betrokken.

2.6 Voorts is in deze van belang dat SNS de gelegenheid heeft gehad om in een tegenverhoor [naam medewerker regiokantoor SNS] te doen horen teneinde de door [gedaagde] geschetste gang van zaken omtrent de akkoordverklaring van SNS tegen te spreken. Zij heeft er echter om haar moverende redenen voor gekozen om dat niet te doen.

2.7 Bovendien wordt de verklaring van [gedaagde] ondersteund door het feit dat hij [naam medewerker regiokantoor SNS] enkele minuten na het telefoongesprek een e-mail heeft gezonden, waarin hij de akkoordverklaring van SNS (het fiat) bevestigt, en dat [naam medewerker regiokantoor SNS] vervolgens op deze e-mail niet heeft gereageerd.

2.8 De omstandigheid dat de financieringsaanvraag pas twee dagen later in het systeem van SNS is geregistreerd, doet aan de door [gedaagde] geschetste gang van zaken niet af. Deze latere registratie betekent niet dat voordien geen akkoordverklaring van SNS met de financieringsaanvraag van [eiser] heeft kunnen plaatsvinden.

2.9 Op grond van de getuigenverklaring van [gedaagde], in combinatie met vorenbedoelde e-mail, acht de rechtbank bewezen dat een medewerker van SNS op 23 juli 2003 aan [gedaagde], en daarmee tevens aan [eiser], heeft medegedeeld dat SNS met de financieringsaanvraag van [eiser] akkoord was en een offerte zou uitbrengen. [Eiser] heeft uit deze mededeling tevens kunnen en mogen afleiden dat SNS daarmee toezegde om hem de gevraagde hypothecaire lening te verstrekken. Immers, blijkens de getuigenverklaring van [gedaagde] was op het moment van akkoordverklaring de financieringsaanvraag van [eiser] reeds met SNS besproken en waren de financiële stukken reeds voordien aan SNS verstrekt. Het stond SNS -in licht van hetgeen zij wist over het gebruik dat van de akkoordverklaring zou worden gemaakt (om aan de verkoper te berichten dat de financiering rond was) - dan ook niet meer vrij om alsnog af te zien van het uitbrengen van de offerte of in de uit te brengen offerte nog andere dan de gebruikelijke voorwaarden of aan [eiser] medegedeelde voorwaarden op te nemen. Niet gesteld of gebleken is dat [eiser] aan deze voorwaarden niet zou hebben kunnen of willen voldoen, zodat ervan moet worden uitgegaan dat, indien SNS overeenkomstig haar toezegging tot verstrekking van de offerte zou zijn overgegaan, deze door [eiser] zou zijn aanvaard, de gestelde voorwaarden door hem zouden zijn vervuld en daarmee een financieringsovereenkomst tussen partijen tot stand zou zijn gekomen die SNS verplichtte om tot verstrekking van de gevraagde hypothecaire geldlening over te gaan.

2.10 De stelling van SNS dat [eiser] bij de hypotheekaanvraag relevante feiten heeft verzwegen (dat hij niet de koper was van het pand en dat het pand verhuurd zou gaan worden), brengt hierin geen verandering. Door haar akkoordverklaring was SNS gehouden een offerte onder de hiervoor bedoelde voorwaarden te verstrekken. SNS heeft niet gesteld dat het overleggen van bewijs van de koopovereenkomst en van de plannen met het pand onderdeel zouden uitmaken van deze voorwaarden, zodat deze omstandigheden niet aan ons de totstandkoming van de financieringsovereenkomst in de weg zouden hebben kunnen staan. Hooguit zou dan ook SNS het middel van ontbinding van de overeenkomst ten dienste hebben gestaan, doch dit zou niet in de weg hebben gestaan aan het ontstaan van een verbintenis tot verstrekking van een hypothecaire geldlening.

2.11 De conclusie van het voorgaande is dat [eiser] is geslaagd in het hem opgedragen bewijs.

De bewijsopdracht van SNS

2.12 Bij het tussenvonnis van 9 maart 2005 heeft de rechtbank nog een tweede bewijsopdracht gegeven. De rechtbank heeft SNS toegelaten om te bewijzen dat de medewerker van SNS die de toezegging aan [eiser], althans aan [gedaagde], heeft gedaan, daartoe niet bevoegd was en dat [gedaagde] daarmee bekend was.

2.13 SNS heeft afgezien van het houden van een getuigenverhoor in het kader van haar bewijsopdracht. Zij heeft volstaan met het overleggen van een schriftelijke verklaring van [naam voormalig accountmanager ISD], destijds werkzaam als accountmanager Intermediaire Servicedesk (hierna te noemen de ISD) van SNS te Almere. Hij verklaart dat hij [gedaagde] op 19 februari 2003 op de hoogte heeft gesteld van het nieuwe beleid van SNS inhoudende dat hypotheekaanvragen niet meer mochten worden ingediend bij de regiokantoren, maar uitsluitend bij de ISD te Almere. Volgens hem heeft hij [gedaagde] - indien deze toch aanvragen deed bij een regio kantoor - er steeds op gewezen dat dat niet was toegestaan.

2.14 Deze verklaring is niet onder ede afgelegd en heeft daarom een beperkte bewijskracht. De omstandigheid dat SNS de gelegenheid heeft gehad om [naam voormalig accountmanager ISD] onder ede te horen, maar daarvan om haar moverende redenen heeft afgezien, doet verder afbreuk aan de bewijskracht van deze verklaring.

2.15 De inhoud van deze niet onder ede afgelegd verklaring staat voorts tegenover de wel onder ede afgelegde verklaring van [gedaagde], inhoudende dat de regiodirecteur van SNS in Almere ([naam regiomanager SNS]) op enig moment na februari 2003 aan hem kenbaar heeft gemaakt dat - ondanks de verschuivingen van werkzaamheden van het regiokantoor naar de ISD - de financieringsaanvragen voor zelfstandige ondernemers bij het regiokantoor zouden blijven. Voorts verklaart [gedaagde] dat hij tot oktober 2003 zaken is blijven doen met [naam regiomanager SNS] en [naam medewerker regiokantoor SNS]. Op basis van deze verklaring acht de rechtbank het onaannemelijk dat [naam voormalig accountmanager ISD], zoals zij heeft verklaard, [gedaagde] telkens op overtreding van de regels voor het indienen van financieringsaanvragen heeft gewezen.

2.16 Daarbij komt dat niet gesteld of gebleken is dat in de periode vanaf februari 2003 enige door [gedaagde] via het regiokantoor ingediende financieringsaanvraag (afgezien van de aanvraag ten behoeve van [eiser]) na akkoordverklaring door het regiokantoor, alsnog door de ISD is afgewezen. Daaruit heeft [gedaagde], in combinatie met de hiervoor bedoelde mededeling van de regiodirecteur, kunnen en mogen afleiden dat de heer [naam medewerker regiokantoor SNS] terzake van financieringsaanvragen voor zelfstandige ondernemers, zoals [eiser], ook in juli 2003 nog steeds bevoegd was.

2.17 De omstandigheid dat [naam medewerker regiokantoor SNS] geen bestuurder of procuratiehouder van SNS was, doet hieraan niet af, nu dit niet meebrengt dat [naam medewerker regiokantoor SNS] niet bevoegdelijk extern kon hebben gehandeld, bijvoorbeeld op basis van delegatie van deze bevoegdheid door een bestuurder of procuratiehouder.

2.18 Ook het herhaaldelijk aandringen door [gedaagde] op verstrekking van de offerte aan [eiser] door SNS leidt niet tot een andere conclusie. Afgezien van het feit dat dit door SNS was toegezegd, had [eiser] er belang bij te beschikken over een schriftelijk bewijsstuk van de akkoordverklaring van SNS, alsmede vermelding van alle voorwaarden waaronder deze was afgegeven. Uit voormelde handelwijze van [gedaagde] kan dan ook niet afgeleid worden dat [gedaagde] wist dat [naam medewerker regiokantoor SNS] niet bevoegd was om de akkoordverklaring namens SNS af te geven

2.19 De conclusie van het voorgaande is dat SNS niet geslaagd is in het leveren van het haar opgedragen bewijs.

Tekortkoming

2.20 Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat SNS gehouden was navolging te geven aan de door haar afgegeven akkoordverklaring met de financieringsaanvraag van [eiser] door een offerte met daarop de gebruikelijke (of aan [eiser] medegedeelde) voorwaarden aan [eiser] te verstrekken. Door dat niet te doen is SNS toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de uit de akkoordverklaring voortvloeiende verbintenissen. Zij is dan ook in beginsel aansprakelijk voor dientengevolge ontstane schade.

Op grond van het voorgaande dient tevens geoordeeld te worden dat de omstandigheid dat SNS de hypothecaire lening niet aan [eiser] heeft verstrekt, geen gevolg is van een beroepsfout van [gedaagde], zodat de vorderingen tegen [gedaagde] dienen te worden afgewezen.

Causaal verband

2.21 Zoals hiervoor onder 2.9 reeds is overwogen, zou - indien SNS niet tekortgeschoten zou zijn in de nakoming van de uit de akkoordverklaring voortvloeiende verbintenissen - een financieringsovereenkomst tussen partijen totstandgekomen zijn, die SNS verplichtte om tot verstrekking van de gevraagde hypothecaire geldlening over te gaan. Alsdan zou [eiser] over de financiering hebben beschikt die nodig was om de koopsom van het pand aan de verkoper te voldoen. SNS is dan ook aansprakelijk voor de schade die [eiser] heeft geleden ten gevolge van het feit dat hij de koopovereenkomst met betrekking tot het pand niet heeft kunnen nakomen.

Schade

2.22 [eiser] heeft gesteld dat zijn schade bestaat uit de volgende posten:

a) kosten notaris EUR 3.867,50

b) boeterente EUR 12.488,54

c) kosten juridische bijstand verkoper EUR 5.950

d) factuur [K en J] EUR 1.475,28

e) factuur BAKO EUR 6.570

f) taxatiekosten EUR 1.760

g) huurpenningen EUR 12.600

h) bruto winstderving EUR 25.000

i) doorbetaling personeel EUR 15.000

j) alarminstallatie EUR 400

k) telefoonkosten EUR 1.000

l) reiskosten EUR 800

m) inspanningen [S] en [eiser] EUR p.m.

n) omzetverlies EUR 30.000

o) meerprijs [V.D.] & [V.] EUR 40.000

ad schadeposten a), b) en c)

2.23 Deze schadeposten zijn een rechtstreeks gevolg van het feit dat [eiser] - door het niet ter beschikking stellen door SNS van de hypothecaire geldlening - niet in staat was om de overeengekomen koopsom van het pand aan verkoper te voldoen. SNS is dan ook voor deze kosten aansprakelijk.

ad schadepost d)

2.24 Deze post heeft - blijkens de overgelegde factuur - betrekking op werkzaamheden ten behoeve van het verrichten van aanpassingen aan het pand [adres]. Dit pand maakt onderdeel uit van het door [eiser] aan te kopen pand. Voordat [eiser] tot koop van het pand overging, was hij echter reeds huurder van het pand [adres], zodat zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet valt in te zien waarom geconcludeerd zou moeten worden dat [eiser] deze kosten niet zou hebben gemaakt, indien SNS wel tot verstrekking van de hypothecaire geldlening was overgegaan. Deze schadepost wordt dan ook afgewezen.

ad schadeposten e) en f)

2.25 Blijkens de inhoud van de onderliggende facturen hebben deze posten betrekking op het aangaan door [eiser] van de koopovereenkomst met betrekking tot het pand en de taxatie ten behoeve van de financieringsaanvraag. De koopovereenkomst en de taxatie hebben ten gevolge van de tekortkoming van SNS niet het gewenste resultaat (overdracht van het pand aan [eiser]) gehad, zodat deze kosten voor vergoeding in aanmerking dienen te komen. De door SNS aangevoerde omstandigheid dat onduidelijk is of [eiser] deze kosten reeds heeft voldaan, brengt hierin geen verandering, nu op basis van de facturen in voldoende mate vaststaat dat [eiser] deze kosten aan de betreffende derden verschuldigd is. Deze kosten dienen - indien deze nog niet zijn voldaan - als toekomstige schade te worden vergoed.

ad schadepost o)

2.26 Deze schadepost heeft betrekking op de meerprijs die [eiser] aan [V.D.], [V.D.] & [V.] B.V. te Amsterdam verschuldigd is, indien hij zou besluiten om het pand alsnog via laatstgenoemde te kopen. Deze kosten zijn in beginsel eveneens aan te merken als schade ten gevolge van de tekortkoming van SNS. Of deze schade zal intreden, is echter afhankelijk van het antwoord op de vraag of [eiser] tot uitoefening van dit recht tot koop zal overgaan. Daaromtrent heeft [eiser] niets gesteld, zodat het terzake gevorderde bedrag in de schadestaatprocedure aan de orde zal dienen te komen.

ad de overige schadeposten

2.27 De overige schadeposten zijn onvoldoende onderbouwd, zodat deze niet in deze procedure bij wijze van voorschot kunnen worden toegewezen, maar in de schadestaatprocedure aan de orde dienen te komen.

Conclusie

2.28 De vorderingen zijn ten aanzien van SNS voor toewijzing vatbaar. Het gevorderde voorschot zal op grond van het onder 2.23 en 2.25 overwogene worden toegewezen tot een bedrag van

EUR 30.636,04, en voor het overige worden afgewezen.

2.29 SNS zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de door [eiser] ten aanzien van haar gemaakte proceskosten. Deze kosten worden begroot op:

- dagvaarding EUR 70,40

- overige explootkosten 0,00

- vast recht 1.100,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 3.129,00 (3,5 punten × tarief EUR 894,00)

Totaal EUR 4.299,40

2.30 [Eiser] zal als de ten aanzien van [gedaagde] in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld van deze gedaagde. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- vast recht 1.088,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 3.129,00 (3,5 punten × tarief EUR 894,00)

Totaal EUR 4.217,00

3. De beslissing

De rechtbank

3.1 verklaart voor recht dat SNS aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden schade ten gevolge van het niet doorgaan van de financiering van het pand,

3.2 veroordeelt SNS om aan [eiser] te vergoeden de door hem geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

3.3 veroordeelt SNS om bij wijze van voorschot op de schadevergoeding aan [eiser] te betalen een bedrag van EUR 30.636,04 (dertig duizend zeshonderd zesendertig euro en vier eurocent),

3.4 veroordeelt SNS in de door [eiser] ten aanzien van haar gemaakte proceskosten, tot op heden begroot op EUR 4.299,40,

3.5 veroordeelt [eiser] in de door [gedaagde] gemaakte proceskosten, tot op heden begroot op

EUR 4.217,00,

3.6 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.7 wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2005.

w.g. griffier w.g. rechter