Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2005:AU5477

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
03-11-2005
Datum publicatie
03-11-2005
Zaaknummer
201038 KG ZA 05-911
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Peugeot wordt verplicht om aan onafhankelijke reparateurs dezelfde technische informatie te verschaffen als aan de door haar erkende dealers en reparateurs op grond van de Europese Groepsvrijstellingsverordening.

Onafhankelijke reparateurs kunnen jegens de leverancier rechtstreeks een beroep doen op een bepaling uit die Verordening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201038 / KG ZA 05-911

3 november 2005

RECHTBANK UTRECHT

Sector Handels - en Familierecht

VONNIS

van de voorzieningenrechter

in het kort geding van

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

PCA SPECIALISTENVERENIGING,

gevestigd te Someren,

2. de vennootschap onder firma

AUTOBEDRIJF FA. LINDEN,

gevestigd te Someren,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTOBEDRIJF JASPER B.V.,

gevestigd te Munstergeleen, gemeente Sittard,

4. […],

handelende onder de naam

AUTOBEDRIJF TER VEER,

gevestigd te Spijk (Gn),

5. de vennootschap onder firma

AUTOBEDRIJF KUSTERS V.O.F.,

gevestigd te Vierlingsbeek,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTOBEDRIJF J.H. MOS B.V.,

gevestigd te Steenwijk,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTO VERHOEVEN B.V.,

gevestigd te Oisterwijk,

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN HEES AUTOMOBIELBEDRIJF B.V.,

gevestigd te Vleuten-de Meern,

9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTOBEDRIJF GRASSÈRE B.V.,

gevestigd te Simpelveld,

10. de vennootschap onder firma

CAR CENTRE SLEEUWIJK,

gevestigd te Sleeuwijk,

11. […],

handelende onder de naam

AUTOBEDRIJF ENTING HARDENBERG,

gevestigd te Hardenberg,

12. de vennootschap onder firma

AUTOBEDRIJF THALEN,

gevestigd te Dedemsvaart,

13. de vennootschap onder firma

AUTOBEDRIJF STEGEMAN,

gevestigd te Lettele,

14. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTOBEDRIJF DE MAASROUTE B.V.,

gevestigd te Waalwijk,

15. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTOBEDRIJF TENSEN IJMOND B.V.,

gevestigd te IJmuiden,

16. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HANDELSONDERNEMING BART EBBEN B.V.,

gevestigd te Molenhoek (L),

17. Ive VINKE,

handelende onder de naam

AUTOMOBIELBEDRIJF VIKA-WEZEP,

gevestigd te Wezep,

18. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COSMO AUTO B.V.,

gevestigd te Lochem,

19. de vennootschap onder firma

AUTOBEDRIJF W. KARZIJN V.O.F.,

gevestigd te Doornspijk,

eisers,

procureur mr. E.H. de Jonge-Wiemans,

advocaat mr. R.J. Sark te Arnhem,

tegen

de naamloze vennootschap

PEUGEOT NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

procureur mr. B.F. Keulen,

advocaat mr. W.B.J. van Overbeek te Amsterdam.

De eisende partijen zullen hierna gezamenlijk PCA c.s. genoemd worden en afzonderlijk de Vereniging PCA (eiseres sub 1) en de PCA-dealers (eisers sub 2 tot en met 19). Gedaagde zal Peugeot genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- pleitnota en producties van PCA c.s.

- pleitnota en producties van Peugeot .

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De PCA-dealers zijn automobielbedrijven, die zich onder meer bezig houden met onderhoud en reparatie van automobielen van het merk Peugeot. Zij zijn als lid aangesloten bij de Vereniging PCA, die hun collectieve belangen behartigt.

2.2. Peugeot is de Nederlandse importeur van automobielen van het merk Peugeot. Voor de distributie en voor onderhoud en reparatie heeft Peugeot een beperkt aantal distributeurs (dealers) en reparateurs geselecteerd en aangesteld.

2.3. In Peugeot-automobielen is onder meer een samengesteld geheel van elektronische eenheden ingebouwd, die door een netwerk van softwaresystemen met elkaar zijn verbonden en op die wijze een complex geheel van functies vervullen. Ten behoeve van onderhoud en reparatie waarbij die softwaresystemen zijn betrokken, heeft Peugeot technische informatie beschikbaar gesteld in de vorm van diagnose-apparatuur. Deze apparatuur geeft Peugeot in twee verschillende versies uit, te weten een volledig systeem, genaamd PPS, voor de door haar erkende dealers en reparateurs en een beperkte versie van dat systeem, genaamd PPRI, voor onafhankelijke reparateurs.

2.4. Op de overeenkomsten die Peugeot met de door haar erkende distributeurs en reparateurs heeft gesloten, is een Europese groepsvrijstellingsverordening van toepassing, te weten de Verordening (EG) nr. 1400/2002 van de Commissie van 31 juli 2002 betreffende - kort gezegd - de motorvoertuigensector, hierna aan te duiden als de Verordening.

2.5. Artikel 4 lid 2 van de Verordening luidt als volgt:

“De vrijstelling is niet van toepassing wanneer de leverancier van motorvoertuigen weigert onafhankelijke marktdeelnemers toegang te verlenen tot technische informatie, diagnoseapparatuur en andere apparatuur, gereedschap, waaronder relevante software, of opleiding, die noodzakelijk zijn voor de herstelling en het onderhoud van die motorvoertuigen of voor de tenuitvoerlegging van milieubeschermende maatregelen.

De te verlenen toegang moet met name de volgende elementen omvatten: onbeperkt gebruik van de elektronische controle- en diagnosesystemen van een motorvoertuig, de programmering van die systemen volgens de standaardprocedures van de leverancier, de herstellings- en opleidingsinstructies alsmede de informatie die vereist is voor het gebruik van diagnose- en onderhoudsinstrumenten en -apparatuur.

Onafhankelijke marktdeelnemers dient op niet-discriminerende, vlotte en evenredige wijze toegang te worden verleend en de informatie moet in bruikbare vorm worden verstrekt. Indien op het relevante item een intellectuele-eigendomsrecht rust of indien het knowhow omvat, mag de toegang ertoe niet worden geweigerd op een wijze die op misbruik neerkomt.

Voor de toepassing van dit lid wordt onder “onafhankelijke marktdeelnemer” verstaan: ondernemingen die direct of indirect bij de herstelling en het onderhoud van motorvoertuigen betrokken zijn, met name onafhankelijke herstellers, fabrikanten van herstellingsapparatuur of -gereedschap, onafhankelijke distributeurs van reserveonderdelen, uitgevers van technische informatie, automobielclubs, wegenwachtdiensten, bedrijven die keurings- en controlediensten aanbieden en bedrijven die opleiding voor herstellers aanbieden.”

2.6. In de Verordening is in artikel 1, Definities, de volgende definitie opgenomen:

“ j) “knowhow”: een geheel van niet-geoctrooieerde praktische informatie, voortvloeiend uit de ervaring van de leverancier en de door deze uitgevoerde proeven, die geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is; in dit verband betekent “geheim” dat de knowhow in zijn geheel of in de precieze configuratie en samenstelling van de componenten ervan niet algemeen bekend of gemakkelijk verkrijgbaar is; “wezenlijk” betekent dat de knowhow informatie omvat die voor de afnemer onmisbaar is voor het gebruik, de verkoop of de wederverkoop van de contractgoederen of -diensten; “geïdentificeerd” betekent dat de knowhow zodanig volledig beschreven is, dat kan worden nagegaan of hij aan de criteria van geheim-zijn en wezenlijkheid voldoet;”

2.7. In de considerans van de Verordening is onder overweging 26 het volgende vermeld:

“Teneinde daadwerkelijke mededinging op de markt voor herstellings- en onderhoudsdiensten te garanderen en de uitsluiting van onafhankelijke herstellers te voorkomen, moeten fabrikanten van motorvoertuigen alle belangstellende onafhankelijke marktdeelnemers volledige toegang verschaffen tot alle technische informatie, diagnose- en andere apparatuur, gereedschap, waaronder alle relevante software, en opleiding die voor de herstelling en het onderhoud van motorvoertuigen noodzakelijk zijn. (…) Een leverancier van motorvoertuigen dient verplicht te worden technische informatie over nieuwe motorvoertuigen ter beschikking te stellen van onafhankelijke marktdeelnemers op hetzelfde tijdstip waarop die informatie beschikbaar wordt gesteld voor zijn erkende herstellers (…). Leveranciers dienen verplicht te worden toegang te verlenen tot de technische informatie die vereist is voor het herprogrammeren van elektronische apparatuur in een motorvoertuig. Zij mogen evenwel toegang weigeren tot technische informatie die een derde in staat zou kunnen stellen in het voertuig gemonteerde anti-diefstalapparatuur te omzeilen of buiten werking te stellen, elektronische apparatuur te herijken of te knoeien met apparatuur die bijvoorbeeld de snelheid van motorvoertuigen begrenst, tenzij bescherming tegen diefstal, herijken of knoeien met minder beperkende maatregelen kan worden bewerkstelligd. De intellectuele-eigendomsrechten en rechten inzake knowhow, met inbegrip van die welke op de bovengenoemde apparatuur betrekking hebben, moeten evenwel op een dusdanige wijze worden uitgeoefend dat elk misbruik wordt vermeden.”

3. Het geschil

3.1. PCA c.s. vorderen - samengevat - het volgende:

a) Peugeot moet aan één of meer van de PCA-dealers op hun verzoek toegang verschaffen tot dezelfde technische informatie voor onderhoud en reparatie van Peugeot-automobielen welke ook beschikbaar is voor dealers en reparateurs die door Peugeot zijn erkend;

b) Peugeot moet op verzoek van PCA aan ieder (toekomstig) lid van PCA toegang verschaffen tot dezelfde technische informatie voor onderhoud en reparatie van Peugeot-automobielen welke ook beschikbaar is voor dealers en reparateurs die door Peugeot zijn erkend;

c) Peugeot moet een nader omschreven mededeling publiceren in de eerstvolgende editie van het blad "Automotive";

een en ander telkens op straffe van een dwangsom.

3.2. Peugeot voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Peugeot voert als meest vérstrekkend verweer aan dat de vordering niet spoedeisend is.

4.2. Dit verweer wordt verworpen, nu PCA c.s. onweersproken hebben gesteld dat zij reeds geruime tijd getracht hebben het geschil in der minne te regelen en zij thans niet op behoorlijke wijze reparatie en onderhoud aan Peugeot-automobielen kunnen plegen.

4.3. Peugeot voert voorts als vérstrekkend verweer aan dat de zaak niet geschikt is voor behandeling in kort geding, omdat het gaat om een technisch gecompliceerde kwestie. Dit blijkt volgens Peugeot ook uit het feit dat de gegevens betreffende deze technische kwestie reeds sinds mei vorig jaar bij de Europese Commissie bekend zijn. De Europese Commissie zou het moederbedrijf van Peugeot, PSA, zeker al hebben aangesproken, indien de zaak eenvoudig lag en duidelijk zou zijn dat PSA onrechtmatig had gehandeld, aldus Peugeot.

4.4. Ook dit verweer wordt verworpen. Het enkele feit dat een kwestie technisch ingewikkeld is, staat op zich zelf niet aan een behandeling in kort geding in de weg. De procedure bij de Europese Commissie betreft een bestuursrechtelijke controle, waaruit niet kan worden afgeleid in hoeverre de onderhavige civielrechtelijke kwestie al dan niet (te) ingewikkeld is.

4.5. Peugeot voert verder aan dat PCA c.s. jegens haar geen rechten kunnen ontlenen aan de Verordening, waarop de vordering is gebaseerd. Een schending van de door PCA c.s. ingeroepen verplichting, vervat in artikel 4 lid 2 van die Verordening, kan volgens Peugeot enkel tot gevolg hebben dat de vrijstelling niet meer geldt voor de overeenkomsten die zij met de door haar erkende dealers en reparateurs heeft afgesloten.

4.6. Dit verweer treft geen doel. Het gaat in dit geding niet om de bestuursrechtelijke controle en handhaving, in welk kader het intrekken van de vrijstelling als sanctie is gesteld op een handelen van de leverancier in strijd met de voorschriften in artikel 4 lid 2 van de Verordening. Weliswaar is hier in geding of Peugeot in strijd met die voorschriften heeft gehandeld, doch het gaat daarbij om de civielrechtelijke aanspraak die PCA c.s. op die grond op Peugeot stellen te hebben. PCA c.s. kunnen jegens Peugeot een beroep doen op het genoemde artikellid, nu de Verordening rechtstreekse werking heeft en dat artikellid voor Peugeot als leverancier een verplichting inhoudt jegens - onder meer - onafhankelijke reparateurs zoals in dit geval de PCA-dealers.

4.7. Inhoudelijk gaat het om de vraag of Peugeot verplicht is aan de PCA-dealers dezelfde technische informatie beschikbaar te stellen die zij ter zake van reparatie en onderhoud ook aan de door haar erkende dealers en reparateurs ter beschikking stelt. Voor het antwoord op deze vraag is het volgende van belang.

4.8. Volgens PCA c.s. is de bedoelde verplichting neergelegd in artikel 4 lid 2 van de Verordening. Peugeot voldoet volgens hen niet aan die verplichting, doordat zij aan onafhankelijke reparateurs niet het volledige systeem PPS beschikbaar stelt, maar een beperkte versie daarvan, de PPRI. Met dit beperkte systeem kunnen volgens PCA c.s. de software-instellingen in Peugeot-auto’s niet gewijzigd of opnieuw geprogrammeerd worden. Hierdoor kunnen geen updates geïnstalleerd worden en kunnen diverse reparaties niet uitgevoerd worden, aldus PCA c.s.

4.9. Peugeot heeft niet weersproken dat genoemd artikel 4 lid 2 van de Verordening de meerbedoelde verplichting inhoudt en dat zij aan die verplichting moet voldoen. Zij voert echter als verweer aan, dat zij reeds aan die verplichting voldoet, met name door aan onafhankelijke reparateurs het systeem PPRI beschikbaar te stellen. Volgens Peugeot is dat systeem nagenoeg gelijk aan het (volledige) systeem PPS en is het geschikt voor het uitvoeren van het normale onderhoud en het grootste deel van de reparaties. Peugeot erkent dat met het beperkte systeem PPRI geen software-instellingen gewijzigd kunnen worden. Zij stelt echter dat dit de enige beperking van het PPRI-systeem vormt ten opzichte van het volledige PPS-systeem. Die beperking is gerechtvaardigd - naar Peugeot verder stelt - omdat zij, Peugeot, de mogelijkheid tot wijzigen en herprogrammeren van de software niet aan derden ter beschikking behoeft te stellen. Zij beroept zich daartoe op de uitzondering vermeld in overweging 26 van de considerans van de Verordening, hiervoor weergegeven onder 2.7 en hierna kort aan te duiden als overweging 26.

4.10. De vraag rijst dan of Peugeot op de genoemde uitzondering een beroep mag doen. Deze vraag moet vooralsnog ontkennend worden beantwoord. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.11. Peugeot stelt dat de opbouw van de softwaresystemen in haar auto's het niet mogelijk maakt de toegang tot onderdelen van die systemen die gezamenlijk een bepaalde functie aansturen, te scheiden van de toegang tot de overige onderdelen van die softwaresystemen. Toegang tot de softwaresystemen biedt daardoor volgens Peugeot niet alleen de mogelijkheid tot reparaties waarvoor het wijzigen van de software-instellingen nodig is, maar neemt ook de bescherming weg tegen de gevaren genoemd in overweging 26, te weten - kort gezegd - diefstal, herijken en knoeien. Die bescherming behoeft Peugeot - naar zij verder stelt - volgens overweging 26 niet prijs te geven. Nu die bescherming als gevolg van de niet te scheiden systeemonderdelen slechts in stand kan blijven door het weigeren van toegang tot de softwaresystemen als geheel, is daarmee de rechtvaardiging van de beperking in het systeem PPRI gegeven, aldus Peugeot.

4.12. Dit standpunt van Peugeot kan niet worden aanvaard. Volgens artikel 4 lid 2 van de Verordening omvat de verplichting tot het verlenen van toegang mede de programmering van de elektronische systemen. Blijkens overweging 26 is daarmee bedoeld dat de elektronische apparatuur ook geherprogrammeerd moet kunnen worden. Weliswaar mag volgens overweging 26 de toegang tot de softwaresystemen worden geweigerd ten behoeve van de bescherming tegen diefstal, herijken en knoeien, maar dat mag alleen wanneer die bescherming niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt. Voorbeelden van dergelijke minder beperkende maatregelen zijn door PCA c.s. genoemd en staan ook vermeld in de Verklarende Brochure, te weten in de laatste twee alinea's van het antwoord op Vraag 94 (p. 74). Het ligt dan op de weg van Peugeot aannemelijk te maken dat in dit geval minder beperkende maatregelen niet mogelijk zijn. Peugeot heeft dit vooralsnog onvoldoende aannemelijk gemaakt. De enkele stelling dat de toegang tot een bepaald samenstel van systeemonderdelen niet kan worden gescheiden van de toegang tot de softwaresystemen als geheel, kan daartoe niet voldoende worden geacht. Ook indien wordt aangenomen dat die scheiding niet mogelijk is, dan betekent dat nog niet dat met geen van de genoemde, minder beperkende maatregelen de bescherming in kwestie kan worden bereikt.

4.13. Nu hieruit volgt dat Peugeot de uitzondering genoemd in overweging 26 niet kan inroepen, heeft zij naar voorlopig oordeel zonder een voldoende rechtvaardiging aan onafhankelijke reparateurs de toegang tot de softwaresystemen geweigerd door aan hen het beperkte systeem PPRI ter beschikking te stellen in plaats van het volledige systeem PPS. Daarmee is bovendien niet voldaan aan de verplichting de toegang op niet-discriminerende wijze te verlenen.

4.14. Daarbij komt nog het volgende. Volgens artikel 4 lid 2 van de Verordening mag Peugeot de toegang tot knowhow niet weigeren op een wijze die op misbruik neerkomt. Gelet op de definitie van knowhow, vermeld in artikel 1, onder j), van de Verordening en hiervoor weergegeven onder 2.6, moeten de systemen PPS en PPRI als knowhow worden aangemerkt. Zoals hiervoor is overwogen, heeft Peugeot zonder een voldoende rechtvaardiging de toegang tot het volledige systeem PPS geweigerd aan de onafhankelijke reparateurs. Deze ongerechtvaardigde weigering moet als misbruik worden aangemerkt, nu die weigering tot gevolg heeft dat de onafhankelijke reparateurs de updates en diverse reparaties niet kunnen uitvoeren, zodat klanten met een Peugeot-auto daarvoor aangewezen blijven op de door Peugeot erkende reparateurs. Laatstgenoemde reparateurs kunnen immers met behulp van het volledige systeem PPS wél de updates en alle reparaties verrichten. De onafhankelijke reparateurs worden op deze wijze uitgesloten van het verlenen van een volledige after-salesservice. Aannemelijk is dat de PCA-dealers als onafhankelijke reparateurs daardoor schade lijden, terwijl aan de door Peugeot erkende reparateurs een voordeel toevalt dat zij zonder de genoemde ongerechtvaardigde weigering niet verkregen zouden hebben.

4.15. De slotsom moet zijn dat Peugeot onrechtmatig jegens de PCA-dealers heeft gehandeld, nu (i) haar handelwijze in strijd is met haar rechtsplicht jegens genoemde dealers zoals neergelegd in artikel 4 lid 2 van de Verordening en (ii) die dealers daardoor schade lijden.

4.16. De vordering betreffende het verlenen van toegang tot de technische informatie is derhalve jegens de PCA-dealers in beginsel voor toewijzing vatbaar. Gelet op de formulering in artikel 4 lid 2 van de Verordening moet het gaan om informatie die noodzakelijk is voor de reparatie en het onderhoud van de Peugeot-auto’s.

4.17. Daaraan kan de contractsvrijheid niet in de weg staan. Weliswaar wordt de informatie in kwestie tegen betaling verstrekt en brengt toewijzing van de vordering in zoverre mee dat Peugeot een overeenkomst moet sluiten, doch die overeenkomst reikt niet verder dan de technische informatie betreffende onderhoud en reparatie, welke informatie Peugeot thans reeds grotendeels aan de onafhankelijke reparateurs tegen betaling ter beschikking stelt.

4.18. Aan Peugeot moet een redelijke termijn worden gegund om op het verzoek van een PCA-dealer te reageren. De hierna te bepalen termijn moet daartoe voldoende worden geacht.

4.19. De gevorderde dwangsom moet redelijkerwijze aan het hierna te bepalen maximum worden gebonden.

4.20. Jegens de Vereniging PCA moet de vordering worden afgewezen, nu de Vereniging onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een eigen belang heeft naast het belang van haar leden, die ieder op eigen titel in dit geding als eisers zijn opgetreden. Dat (eventuele) toekomstige leden belang hebben bij het verkrijgen van de onderhavige technische informatie, kan op zich zelf niet als een eigen belang van de Vereniging worden aangemerkt. Bovendien zal een toekomstige aanspraak op grond van onrechtmatig handelen naar de dan geldende omstandigheden beoordeeld moeten worden.

4.21. Bij de gevorderde veroordeling om de voorgestelde tekst in het blad “Automotive” te publiceren, hebben PCA c.s. geen of onvoldoende belang, nu dit vonnis zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, waar het voor een ieder beschikbaar zal zijn. Niet gesteld of gebleken is dat er een bijzonder belang bestaat dat vergt dat dit vonnis ook nog op andere wijze bekend wordt gemaakt.

4.22. De vordering zal derhalve op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen.

4.23. Peugeot zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van PCA c.s. worden begroot op:

- vast recht EUR 244,--

- dagvaarding -- 71,93

- salaris procureur -- 816,--

Totaal EUR 1.131,93

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. gebiedt Peugeot om na de betekening van dit vonnis binnen drie weken na ontvangst van een eerste schriftelijk verzoek van één of meer van de PCA-dealers aan deze dealer(s) toegang te verschaffen tot alle huidige en toekomstige technische informatie (i) die noodzakelijk is voor het onderhoud en de reparatie van alle huidige en toekomstige modellen van automobielen van het merk Peugeot en (ii) die als zodanig ook aan de door Peugeot erkende dealers en reparateurs beschikbaar wordt gesteld, een en ander op dezelfde wijze als die waarop de door Peugeot erkende dealers en reparateurs die toegang hebben verkregen of kunnen krijgen en zulks tegen een redelijke vergoeding van de kosten;

5.2. bepaalt dat Peugeot een dwangsom verbeurt van EUR 10.000,-- voor elke dag dat Peugeot na de in 5.1 genoemde termijn in gebreke blijft op een verzoek als bedoeld in 5.1 te reageren op de wijze zoals overigens in 5.1 is bepaald, met dien verstande dat boven een bedrag van EUR 500.000,-- geen dwangsommen meer worden verbeurd;

5.3. veroordeelt Peugeot in de proceskosten, aan de zijde van PCA c.s. tot op heden begroot op EUR 1.131,93;

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5. wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schepen en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2005.