Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2005:AT9296

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
13-07-2005
Datum publicatie
13-07-2005
Zaaknummer
16/604127-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Stoeipartij tussen verdachte en slachtoffer op het perron van station Den Dolder heeft geleid tot het dodelijk ongeval. Vrijspraak van verdachte ter zake van doodslag en dood door schuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE UTRECHT

Parketnummer : 16/604127-05

Datum uitspraak: 13 juli 2005

Tegenspraak

Raadsman: mr. E.Th. Hummels

G/T: Nee

V O N N I S

van de rechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 juni 2005.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Van de dagvaarding is een kopie als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud van deze bijlage geldt als hier ingevoegd.

Vrijspraak

Niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd.

De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft hierbij het volgende overwogen:

Naar het oordeel van de rechtbank staat op grond van het onderzoek ter terechtzitting vast dat de dronken staat waarin zowel de verdachte als het slachtoffer, […], verkeerden en de onverantwoorde manier van stoeien met elkaar op het perron van station Den Dolder, heeft geleid tot het dodelijk ongeval.

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte de opzet dan wel het voorwaardelijk opzet op de dood van [het slachtoffer] heeft gehad. De verdachte dient derhalve van het primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Aan verdachte kan wel een verwijt worden gemaakt. Verdachte had, op het moment dat het slachtoffer op de rails was gevallen, direct en anders moeten handelen. Verdachte heeft echter aanvankelijk een min of meer apathische houding aangenomen, wat de rechtbank hem aanrekent.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat dit verwijt, hoezeer er ook sprake is van een afschuwelijk gebeuren met fatale afloop voor [het slachtoffer], niet zo ver strekt dat in strafrechtelijk zin sprake is van dood door schuld. De verdachte zal derhalve ook worden vrijgesproken van het subsidiair ten laste gelegde.

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij […] heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering. De vordering strekt tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade ten gevolge van het ten laste gelegde feit.

Nu aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing zal vinden, dient de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij […] niet ontvankelijk in de vordering.

Heft het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door mrs R.H.M. Jansen, A.J. Smit en N.J. van Weelden- de Ruijter, bijgestaan door mr. K.D.M. Buitenweg als griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 juli 2005.

Mr N.J. van Weelden- de Ruijter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.